Honoré-Beaugrand is een metrostation in het stadsdeel Mercier–Hochelaga-Maisonneuve van de Canadese stad MontréalHet metronet op de site van STM. Gearchiveerd op 14 juni 2023 dat werd geopend op 6 juni 1976 en wordt bediend door de groene lijn van de metro van Montréal. Het station is genoemd naar een voormalige burgemeester van Montréal.

Geschiedenis Op 28 april 1967 werd de eerste fase van de bouw van de metro van Montréal, bestaande uit 26 stations, voltooid met de opening van station Île Sainte-Hélène op het terrein van de wereldtentoonstelling die die dag begon. De wereldtentoonstelling was een groot succes en burgemeester Jean Drapeau stelde op 4 december 1969 Montréal kandidaat voor het organiseren van de Olympische Zomerspelen.

Op 12 mei 1970 werden de spelen van 1976 aan Montréal toegewezen wat aanleiding was om het metronet uit te breiden. De gelden voor deze uitbreiding werden op 12 februari 1971 ter beschikking gesteld. Het metrobesluit van 3 november 1961 voorzag al in een mogelijke toekomstige verlenging van de groene lijn ten westen en ten noorden van Frontenac (In 1962 nog Ontario genoemd).De plankaart uit 1962 De lijn zou ten westen van Frontenac vertakken in een metrotunnel onder de Rue d'Iberville en een onder de Rue Hochelaga tot aan de Rue Viau. In het metrobesluit van 1961 waren geen stations ten noorden van de Rue Viau, ook niet als mogelijkheid in de toekomst.

De Olympische verlenging kreeg in het tracébesluit uit 1971 negen stations waarvan vijf stations ten noorden van het Olympisch park, zodat de lijn ver ten noorden van de Rue Viau doorloopt. Het noordelijke eindpunt werd Honoré-Beaugrand waar ook een eigen ondergrondse lijnwerkplaats voor de groene lijn gebouwd werd. De bouw van de Olympische verlenging begon op 14 oktober 1971.Inauguration et prolongements op de site van STM Het station werd samen met de verlenging geopend op 6 juni 1976.

Ligging en inrichting Architect Yves Bernard ontwierp een station met twee toegangsgebouwen die tevens dienst doen als busstation en een kleinere toegang die direct aansluit op de stationshal. Het hele station heeft cassette plafonds die bij de bovengrondse bouwwerken ook buiten de gevel doorlopen onder de uitkragende betonnen daken. De vloeren zijn bekleed met roodbruine kreamische tegels en de wanden van de reizigerstunnels en langs de perrons zijn afgewerkt met een cement reliëf. Het patroon symboliseert de dynamiek van het vervoersnet, door de belichting hiervan bij de perrons ontstaat een interessant lichteffect. De ligging van de stationshal en het noordelijke perroneinde zijn bovengronds zichtbaar te vinden door twee identieke vierkante gebouwtjes in dezelfde bouwstijl die daglicht binnenlaten in het station.

De twee toegangsgebouwen zijn via reizigerstunnels met de stationshal verbonden, de OV-poortjes in de stationshal staan onder de Rue Honoré-Beaugrand. Achter de OV-poortjes ligt een balkon met uitzicht op de perrons. Dit balkon is met vaste trappen en liften verbonden met de perrons. De wanden bij de trappen zijn opgesierd door Jean-Paul Mousseau die bij iedere trap een tegelpatroon van 28,6 meter lang en 6,1 meter hoog aanbracht. Ze bestaan uit blauwe en rode keramische tegels, waarbij het patroon bij het aankomstperron vooral blauw is met rode vlakken en dat bij het vertrekperron vooral rood is met blauwe vlakken. De sporen en perrons liggen op 9,4 meter onder straatniveau en gemeten van perroneinde tot perroneinde ligt Radisson op 621,79 meter ten zuiden van het station.

Ten noorden van de perrons rijden de metrostellen leeg door naar twee keersporen of via een aftakking naar de stel- en werkplaats die onder de sportvelden ten noordwesten van het station ligt.

Honoré-Beaugrand