Cadillac is een metrostation in het stadsdeel Mercier–Hochelaga-Maisonneuve van de Canadese stad MontréalHet metronet op de site van STM. Gearchiveerd op 19 mei 2023 dat werd geopend op 6 juni 1976 en wordt bediend door de groene lijn van de metro van Montréal. Het station is, net als de straat, genoemd naar de Franse ontdekkingsreiziger en bestuurder Antoine de Lamothe-Cadillac.
Geschiedenis Op 28 april 1967 werd de eerste fase van de bouw van de metro van Montréal, bestaande uit 26 stations, voltooid met de opening van station Île Sainte-Hélène op het terrein van de wereldtentoonstelling die die dag begon. De wereldtentoonstelling was een groot succes en burgemeester Jean Drapeau stelde op 4 december 1969 Montréal kandidaat voor het organiseren van de Olympische Zomerspelen.
Op 12 mei 1970 werden de spelen van 1976 aan Montréal toegewezen wat aanleiding was om het metronet uit te breiden. De gelden voor deze uitbreiding werden op 12 februari 1971 ter beschikking gesteld. Het metrobesluit van 3 november 1961 voorzag al in een mogelijke toekomstige verlenging van de groene lijn ten westen en ten noorden van Frontenac (In 1962 nog Ontario genoemd).De plankaart uit 1962 De lijn zou ten westen van Frontenac vertakken in een metrotunnel onder de Rue d'Iberville en een onder de Rue Hochelaga tot aan de Rue Viau.
Hoewel in het metrobesluit van 1961 geen stations ten noorden van de Rue Viau stonden, ook niet als mogelijkheid in de toekomst, omvatte het tracébesluit voor de verlenging uit 1971 vijf stations ten noorden van de Rue Viau, waarvan vier onder de Rue de Sherbrooke. Het zuidelijkste van dit kwartet kwam onder het kruispunt met de Rue de Cadillac. De werkzaamheden aan de verlenging van de groene lijn naar het noorden begonnen op 14 oktober 1971.Inauguration et prolongements op de site van STM Het station werd volgens de openbouwput methode gebouwd met een bouwput die ongeveer 40% van de stationslengte beslaat. Om voldoende lengte voor de perrons te krijgen werd ten zuiden van de bouwput een perrontunnel geboord van eveneens 40% van de totale lengte, ten noorden van de bouwput kwam een geboorde perrontunnel van 20% van de lengte.
Ligging en inrichting Architectenbureau Longpré, Marchand, Goudreau, Dobush, Stewart et Bourke ontwierp een station met twee identieke toegangsgebouwen op twee schuin tegenover elkaar gelegen hoeken van het kruispunt. De gevels zijn van glas en beton, terwijl het platte uitkragende betonnen dak wordt gedragen door diagonale liggers die ook buiten de gevel doorlopen. De hallen van de toegangsgebouwen zijn elk met roltrappen en een vaste trap verbonden met de reizigerstunnel die langs de stationshal naar het andere toegangsgebouw loopt. Deze tunnel ligt haaks op de (rol)trappen en de sporen onder de Rue de Cadillac en is aan beide uiteinden opgesierd met een geëmailleerde staalplaat van 5 meter breed en 1,7 meter hoog van de hand van kunstenaar Jean Cartier. De plaat aan de westkant is overheersend blauw, die aan de oostkant overheersend oranje.
De stationshal, die midden onder het kruispunt op een tussenvloer in de stationskuip boven de sporen ligt, kent een kiosk aan de zuidkant van de reizigerstunnel. Aan de noordkant van de reizigerstunnel staan de OV-poortjes en achter de poortjes is de stationshal met twee vaste trappen elk verbonden met de perrons. Zowel de hekken rond tussenvloer als de trapleuningen bestaan uit een chromen raamwerk met glas platen. De wanden boven het gewelf van de perrontunnels zijn versierd met een patroon van driehoeken die als reliëf in het beton zijn aangebracht. De sporen en perrons liggen op 12,2 meter onder de Rue de Sherbrooke, van perroneinde tot perroneinde gemeten ligt Assomption op 781,69 meter en Langelier op 518,51 meter afstand.
Cadillac