Square-Victoria-OACI is een metrostation in het stadsdeel Ville-Marie van de Canadese stad MontréalHet metronet op de site van STM dat werd geopend op 6 februari 1967 en wordt bediend door de oranje lijn van de metro van Montréal. Geschiedenis Het station is genoemd naar het stadsplein uit 1813 dat in 1860 genoemd werd naar koningin Victoria naar aanleiding van het bezoek door haar zoon Edward VII. Het plein vormt sinds de afronding van het stadsontwikkelingsproject uit de jaren 60 van de 20e eeuw het middelpunt van het Quartier international.

In het metroplan uit 1944 was het station opgenomen als overstappunt tussen de oranje lijn en een lijn die via het bassin Peel tussen Square-Victoria en Verdun moest lopen.De plankaart uit 1944 In het metroplan van 1953 was er geen sprake meer van een overstappunt en zou de lijn ten zuiden van het station naar Square Dominion afbuigen.De plankaart uit 1953 In het in 1961 goedgekeurde metroplan liep de oranje lijn ten zuiden van het station naar de Place du Canada en vervolgens naar het eindpunt Peel.De plankaart uit 1962 Het station maakte echter geen deel uit van de 20 stations die het initiële metronet vormden en zou pas bij een latere verlenging worden gebouwd.

De bouw van het metronet begon op 23 mei 1962 en omdat de kosten van de tunnelbouw meevielen werd al tijdens de bouw besloten om meteen te beginnen met de bouw van onder andere twee al in het centrum geplande stations van de oranje lijn. Toen de metro op 14 oktober 1966 werd geopend was Place-d'Armes het eindpunt van de oranje lijn in de stad. Op 6 februari 1967 was Square-Victoria, 356 meter ten zuiden van Place-d'Armes, gereed. Gedurende een week was Square-Victoria het provisorische eindpunt in de stad. Op 13 februari 1967 waren ook Bonaventure en de 392,6 meter lange tussengelegen tunnel gereed en werd Bonaventure het eindpunt. In 2014 werd OACI aan de stationsnaam toegevoegd als verwijzing naar de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (Frans: Organisation de l'aviation civile internationale) waarvan de kantoren bij het plein gevestigd zijn.

Ligging en inrichting Irving Sager ontwierp het station in de strakke internationale stijl. Kenmerkend voor deze stijl en de smaak van de jaren 60 van de 20e eeuw zijn de grote niet opgesierde vlakken op wanden, in gangen en bij de toegangen, hetgeen in het metronet van Montréal het duidelijkst te zien is bij Square-Victoria OACI. De wanden zijn bedekt met grijze, beige en goudkleurige tegels. Het station kent vier toegangen tot de straat; A: Rue Saint-Antoine Ouest 601. Deze toegang midden op het plein is een van de weinigen in Montréal die in de openlucht ligt en niet in een gebouw is opgenomen en werd in 1967 geschonken door de Parijse vervoersmaatschappij RATP. Het is een van de Jugendstil ingangen die Hector Guimard aan het begin van de 20e eeuw voor de Parijse metro ontwierp. De suggestie kwam van burgemeester Jean Drapeau die tijdens een werkbezoek aan Parijs zag dat een dergelijke ingang bij metrostation Etoile gesloopt werd. De toegang in Montréal is niet afkomstig van een bepaald metrostation in Parijs maar is samengesteld uit de onderdelen van verschillende originelen. B: Rue Saint-Jacques 605. Deze toegang ligt op de hoek van de hoek Rue du Square-Victoria/Rue Saint-Jacques aan de oostzijde van het plein. C: Avenue Viger Ouest 601. Deze toegang ligt op de begane grond van een kantoorgebouw vrijwel boven de stationshal. D: Rue Belmont 605. Deze toegang ligt op de begane grond van een kantoorgebouw aan de Rue Belmont. De toegangen B (oost) en D (west) zijn de respectievelijke uiteinden van een voetgangerstunnel op niveau -2 onder het plein en de Côte du Beaver Hall die bij de stationshal de metro kruist. Toegang B heeft ondergronds een rond plein dat behalve op de voetgangerstunnel aan de zuidkant verbonden is met de Tour de la Bourse en aan de noordkant met het Centre de commerce mondial de Montréal. Toegang A heeft vaste trappen en een korte tunnel op niveau -1. Deze heeft aan de zuidkant een zijgang naar het gebouw van de OACI. Het westeinde van deze tunnel is aan de zuidkant met roltrappen en een vaste trap verbonden met de voetgangerstunnel op niveau -2 en aan de noordkant met de zijgang naar het Palais de Congres. Deze zijgangen zijn onderdeel van RESO, de ondergrondse stad van Montréal. Toegang C sluit rechtstreeks aan op de stationshal op niveau -2. In 1976 werd het oostelijke deel van de voetgangerstunnel opgesierd met een kunstwerk van gelamineerd plastic van de kunstenaar Jean-Paul Mousseau. Het werk bestaat uit een serie driehoeken op een gestreepte ondergrond. Deze driehoeken in Op-Art stijl wijzen in de richting van de perrons. In 2007 werd het kunstwerk naar het westelijke deel van de voetgangerstunnel verplaatst in verband met de bouw van een ventilatieschacht.

De stationshal ligt op een brug boven de sporen en achter de OV-poortjes is deze met trappen verbonden met de perrons. De sporen en perrons liggen op 16,2 meter diepte onder de Avenue Viger. De perrons zijn bekleed met lichtgrijze tegels, terwijl de wanden langs de perrons zijn afgewerkt met bakstenen in de kleuren beige, wit en roodbruin. Het station is gebouwd als enkelgewelfdstation, maar het gewelf is aan het zuideinde, ongeveer een derde van de totale lengte, onderbroken door de stationshal en de trappenhuizen. Door de verbinding met RESO zijn meerdere hotels en andere gebouwen, waaronder de metrostations Place-d'Armes en Bonaventure, ondergronds te voet bereikbaar.

Square-Victoria-OACI