Lucien-L'Allier is een metrostation aan de oranje lijn van de metro van Montréal in het stadsdeel Ville-Marie van de Canadese stad MontréalHet metronet op de site van STM dat op 28 april 1980 werd geopend.

Geschiedenis Na verschillende voorstellen in de eerste helft van de 20e eeuw voor een metronet in Montréal lag er in 1961 een ontwerp voor een metronet bestaande uit drie lijnen. De Ligne verte (lijn 1) en Ligne orange (lijn 2) zouden nieuw gebouwd worden, terwijl de Ligne rouge (lijn 3) zou worden gerealiseerd door de ombouw van de voorstadslijn tussen het Gare Centrale en de wijken ten westen van Mont Royal.De plankaart uit 1962 De aanleg van de metro begon op 23 mei 1962Hans-Werner Schleife c.s.: Lexikon Metros der Welt. Transpress VEB, Oost-Berlijn & Motorbuch Verlag Stuttgart 1985. . Blz. 203 echter alleen met de lijnen 1 (groen) en 2 (oranje). De stad en de eigenaar van de voorstadslijn konden het niet eens worden over de overname door de stad en lijn 3 werd geschrapt uit het metroplan, al bleef het nummer wel gereserveerd. Omdat in november 1962 de wereldtentoonstelling van 1967 aan Montréal werd toegewezen, werd lijn 4 (geel) aan het project toegevoegd om het tentoonstellingsterrein op de metro aan te sluiten. De bouw van de eerste fase van het metronet stond onder leiding van Lucien-L'Allier en werd afgerond op 28 april 1967 met de opening van station Île Saint Hélène.

Op 12 mei 1970 werden de Olympische Zomerspelen van 1976 aan Montréal toegewezen wat aanleiding was om het metronet uit te breiden. De gelden voor deze uitbreiding werden op 12 februari 1971 ter beschikking gesteld. De uitbreiding van 1971 omvatte de verlenging van de groene- en de oranje lijn en de aanleg van een nieuwe lijn, de blauwe lijn, ten westen van Mont Royal parallel aan de groene lijn. De verlenging van de oranje lijn werd, in tegenstelling tot de eerdere plannen, ten zuiden van Bonaventure door de buurten rond de Autoroute Ville-Marie en de Avenue Décarie naar Snowdon gelegd.De geplande uitbreiding voor 1976 Het eerste station ten zuiden van Bonaventure kwam bij de Rue de l'Aqueduc. De werkzaamheden aan de uitbreiding van het net begonnen op 14 oktober 1971, op de dag af 5 jaar na de opening van de eerste metrostations.Inauguration et prolongements op de site van STM In mei 1976 kondigde de regering van Quebec een uitgavenstop af voor de metrobouw nadat de kosten tussen 1971 en 1975 verdrievoudigden. De noordelijke verlenging van de groene lijn langs het Olympisch Stadion werd nog wel vlak voor de Olympische Spelen geopend, maar de rest liep jaren vertraging op. Ingenieur Lucien-L'Allier overleed op 17 maart 1978 en een jaar later werd de Rue de l'Aqueduc naar hem genoemd. In het station is een gedenkplaat voor L'Allier geplaatst:

LUCIEN L'ALLIERIngénieur1909-1978Directeur des Travaux publicsà la Ville de Montréalprésident-directeur généralde la Commission de transport de la Communauté urbaine de Montréal il fut à l'origine le maître d'œuvre du métro se révélant un grand commis de l'État et un serviteur fidèle de ses concitoyens

In 1979 werden weer gelden beschikbaar gesteld en de verlenging van de oranje lijn werd stapsgewijs tussen 1980 en 1986 geopend,Les années 1970 et 1980 op de site van STM al werden de stations ten westen van Côte Vertu uit het project geschrapt. Toen het station werd geopend kreeg ook dat de naam van de oud-directeur van de metro. In 1993 werd begonnen met de bouw van het Centre Bell op het emplacement van het Gare Windsor, waarmee dat station van de rest van het spoorwegnet werd afgesneden. Onderdeel van dit complex was een station, dat op 18 januari 1997 werd geopend, voor voorstadstreinen ter vervanging van het Gare Windsor. De perrons van dit station, dat ook naar Lucien-L'Allier werd genoemd, liggen op de spoordijk naast het metrostation.

Ligging en inrichting Het station is ontworpen door de architecten David, Boulva & Cleve die eerder al betrokken waren bij het ontwerp van de stations Place-des-Arts en Atwater. De vormgeving wordt gekenmerkt door het veelvuldig gebruik van baksteen in combinatie met betonnen gewelven, liggers, bogen en dak. Het metrostation en het Centre Bell zijn onderling door een glazen passage sneeuwvrij verbonden, daarmee is het metrostation tevens verbonden met de ondergrondse stad van Montréal (RESO).

Het toegangsgebouw is via twee tussenverdiepingen verbonden met de stationshal die vlak boven de sporen ligt. Op niveau -1 is een kleine supermarkt en in de stationshal op niveau -3 is een loket met kaartverkoop, alsmede een kaartautomaat. Achter de OV-poortjes zijn de perrons en de stationshal verbonden met een vaste trap per perron. Door het ontbreken van liften is het station niet rolstoeltoegankelijk.

Het station is net als de andere stations van de metro, op Saint-Michel na, 152,4 meter lang. Van perroneinde tot perroneinde gemeten ligt het 4,5 meter hoger gelegen Bonaventure 381,6 meter richting Montmorency en het 9,4 meter hoger gelegen Georges-Vanier 530,6 meter richting Côte-Vertu.

Lucien-L'Allier