Place-Saint-Henri is een metrostation in het stadsdeel Le Sud-Ouest van de Canadese stad Montréal.Het metronet op de site van STM Het station werd geopend op 28 april 1980 en wordt bediend door de oranje lijn van de metro van Montréal. Geschiedenis Op 28 april 1967 werd de eerste fase van de metrobouw in Montréal afgerond met de opening van metrostation Île Saint Hélène. Het net bestond toen uit drie lijnen en had 26 stations. De toewijzing van de Olympische Zomerspelen 1976 aan Montréal op 12 mei 1970 was aanleiding om het metronet aanzienlijk uit te breiden.De geplande uitbreiding voor 1976.

De verlenging van de oranje lijn werd, in tegenstelling tot de eerdere plannen, ten zuiden van Bonaventure, in plaats van onder de Chemin de la Côte des Neiges, door de buurten rond de Autoroute Ville-Marie en de Avenue Décarie naar Snowdon gelegd. De zuidelijke kruising van de oranje- en de groene-lijn kwam hierdoor niet bij Peel maar bij Lionel-Groulx. Tussen Snowdon en Lionel-Groulx kreeg de oranje-lijn drie stations, waarvan het oostelijkste bij de Place Saint Henri.

De werkzaamheden aan de uitbreiding van het net begonnen op 14 oktober 1971, op de dag af 5 jaar na de opening van de eerste metrostations.Inauguration et prolongements op de site van STM In mei 1976 kondigde de regering van Quebec een uitgavenstop af voor de metrobouw nadat de kosten tussen 1971 en 1975 verdrievoudigden. De noordelijke verlenging van de groene lijn langs het Olympisch Stadion werd nog wel vlak voor de Olympische Spelen geopend, maar de rest liep jaren vertraging op. In 1979 werden weer gelden beschikbaar gesteld en de verlenging van de oranje lijn werd stapsgewijs tussen 1980 en 1986 geopend,Les années 1970 et 1980 op de site van STM al werden de stations ten westen van Côte Vertu uit het project geschrapt. Uiteindelijk werd het station op 28 april 1980 geopend als voorlopig eindpunt van de oranje lijn, de doortrekking naar Snowdon volgde op 7 september 1981.

Ligging en inrichting Het stationsgebouw staat op een verkeerseiland omringd door bushaltes aan de oostzijde van de Rue Saint Jacques. Het is een bakstenen gebouw met een uitkragend dak bestaande uit driehoekige beton elementen. Zes van deze elementen vormen samen een zeshoekig daklicht. Het patroon van de zeshoek komt door het hele station terug, in het profiel van de betonnen vloer van het stationsgebouw en in de zeshoekige tegels op de andere vloeren en de perrons. Het stationsgebouw is met vaste trappen en een brug verbonden met de stationshal die recht boven de sporen ligt. De stationshal is via een reizigerstunnel verbonden met de twee andere toegangen die ten noorden van het plein liggen. De achterwand van de stationshal is opgesierd met een 20 meter brede tekst van geëmaileeerde bakstenen met de woorden Bonheur d’occasion. Architect Julien Hébert verwijst hiermee naar de titel van de eerste roman van de Frans-Canadese schrijfster Gabrielle Roy. Dit boek speelt zich af in het stadsdeel Saint-Henri in de jaren 40 van de 20e eeuw.

De fontein op de Place Saint-Henri was sinds 1893 voorzien van een beeld ter ere van de Franse ontdekkingsreiziger Jacques Cartier. Het beeld van de hand van Joseph-Arthur Vincent was na bijna honderd jaar meer en meer aangetast door blootstelling aan het weer. In 1992 werd daarom door Jules Lasalle een kopie uit synthetisch materiaal gemaakt, terwijl het origineel in een van de lichtschachten van het metrostation werd geplaatst.

Het station werd ontworpen door de architecten Julien Hébert en Jean-Louis die door gebruik van de openbouwput methode een hoge hal, en daarmee veel ruimte, rond de sporen en perrons onder de stationshal konden creëren. De sporen en perrons liggen 17,7 meter onder de Rue Saint Jacques, 20% van de perronlengte ligt onder het gewelf aan de zuid-west kant van de grote hal en 50% ligt onder het gewelf aan de andere kant. De grote hal wordt door trapsgewijs geplaatste bogen geleidelijk lager aan de kant van de gewelven. Door driehoekige openingen, die met geel email zijn bekleed, in de zijwanden kan daglicht door daklichten naar binnenvallen.

De lange roltrappen en vaste trappen tussen de stationshal en de perrons zijn met scheidingswanden gescheiden van de grote hal. Aan de perronzijde zien de scheidingswanden eruit als horizontaal geplaatste betonplaten tussen de zuilen die het gewelf ondersteunen. Rond de (rol)trappen zijn de wanden afgewerkt met rondbruine baksteen, terwijl de wanden langs de perrons zijn afgewerkt met bakstenen in verschillende kleuren.

Boven de sporen hangt een mobile van 7,6 meter hoog en een doorsnee van 3 meter van de hand van Jacques de Tonnancour. Deze bestaat uit drie van binnen geëmailleerde aluminium buizen en draait door de luchtstroom van de voorbij rijdende metrostellen. Aanvankelijk was er een kleine motor ingebouwd.

Van perroneinde tot perroneinde gemeten ligt Lionel-Groulx 579,60 meter naar het noorden en Vendôme 1450,88 meter naar het zuiden, hetgeen de grootste afstand tussen twee metrostations in Montréal is.

Place-Saint-Henri