Georges-Vanier is een metrostation in het stadsdeel Le Sud-Ouest van de Canadese stad Montréal.Het metronet op de site van STM, gearchiveerd op 14 juni 2023 Het metrostation werd geopend op 28 april 1980 en wordt bediend door de oranje lijn van de metro van Montréal. De naam verwijst naar Georges Vanier, Gouverneur-generaal van Canada van 1959 tot 1967.
Geschiedenis Op 28 april 1967 werd de eerste fase van de metrobouw in Montréal afgerond met de opening van metrostation Île Saint Hélène. Het net bestond toen uit drie lijnen en had 26 stations. De toewijzing van de Olympische Zomerspelen 1976 aan Montréal op 12 mei 1970 was aanleiding om het metronet aanzienlijk uit te breiden.De geplande uitbreiding voor 1976. De verlenging van de oranje lijn werd, in tegenstelling tot de eerdere plannen, ten zuiden van Bonaventure, in plaats van onder de Chemin de la Côte des Neiges, door de buurten rond de Autoroute Ville-Marie en de Avenue Décarie naar Snowdon gelegd. De zuidelijke kruising van de oranje- en de groene-lijn kwam hierdoor niet bij Peel maar bij Lionel-Groulx. Tussen Bonaventure en Lionel-Groulx kreeg de oranje-lijn twee stations, waarvan een bij de Boulevard Georges-Vanier.
De werkzaamheden aan de uitbreiding van het net begonnen op 14 oktober 1971, op de dag af 5 jaar na de opening van de eerste metrostations.Inauguration et prolongements op de site van STM In mei 1976 kondigde de regering van Quebec een uitgavenstop af voor de metrobouw nadat de kosten tussen 1971 en 1975 verdrievoudigden. De noordelijke verlenging van de groene lijn langs het Olympisch Stadion werd nog wel vlak voor de Olympische Spelen geopend, maar de rest liep jaren vertraging op. In 1979 werden weer gelden beschikbaar gesteld en de verlenging van de oranje lijn werd stapsgewijs tussen 1980 en 1986 geopend,Les années 1970 et 1980 op de site van STM al werden de stations ten westen van Côte Vertu uit het project geschrapt. Uiteindelijk werd het station op 28 april 1980 samen met het eerste deel van de verlenging van de oranje lijn geopend.
Ligging en inrichting Architect Pierre-W. Major ontwierp een station in de postmoderne stijl met een toegangsgebouw op de hoek van de Rue St. Antoine en de Boulevard Georges-Vanier. Het bescheiden toegangsgebouw heeft gevels van staal en glas en een betonnen dak dat gedragen wordt door betonnen beugels met een luifel. Op de hoek van de Rue St. Antoine en de Rue Canning steekt de kegelvormige lichtschacht boven de stoep uit. In het station komen vrijwel geen rechte hoeken voor om een ontspannen sfeer te creëren.
De stationshal ligt onder het kruispunt van de Rue St. Antoine en de Boulevard Georges-Vanier. Achter de OV-poortjes is de stationshal met twee roltrappen en een vaste trap verbonden met een loopbrug over de sporen en perrons. Deze loopbrug ligt in een ruim 13 meter hoge hal die het gewelf onderbreekt, de helft van de stationslengte ligt ten noorden van deze hal, een kwart ligt ten zuiden van deze hal. De sporen en perrons op 17, 7 meter onder het maaiveld, lopen vrijwel noord-zuid en liggen daarmee gedraaid ten opzichte van de Rue St. Antoine. Hierdoor staan de west- en oost-wand, die parallel aan de straat staan, niet haaks op de wanden boven het gewelf, zodat ook hier geen rechte hoeken zijn. Door de lichtschacht kan het daglicht de hal binnenvallen.
Ondergronds is het station afgewerkt met beton en bakstenen in dezelfde grijze kleur. Het geheel is opgesierd met cirkels en rechthoeken van zwarte en blauwe tegels, bij de trappen van het perron voor de metro's naar het zuiden suggereert een combinatie van zwarte en blauwe tegels een waterval. Blikvanger is het kunstwerk Un arbe dans le parc (Een boom in het park) van de hand van Michel Dernuet. De 12,8 meter hoge stam van de “boom” draagt het dak van de hal, terwijl de “takken” zijn gebruikt om de lampen aan op te hangen.
Van perroneinde tot perroneinde gemeten ligt Lionel-Groulx 758,6 meter naar het zuiden en Lucien-L'Allier 530,6 meter naar het noorden.
Georges-Vanier