Champ-de-Mars is een metrostation in het stadsdeel Ville-Marie van de Canadese stad Montréal.Het metronet op de site van STM. Gearchiveerd op 19 mei 2023 Het station werd geopend op 14 oktober 1966 en wordt bediend door de oranje lijn van de metro van Montréal. Geschiedenis Het station is een van 20 metrostations die het initiële metronet vormden dat op 14 oktober 1966 werd geopend. In de verschillende plannen voor een metronet uit de eerste helft van de 20e eeuw was het station niet opgenomen. In het plan uit 1953 werd het tracé van de oranje lijn verplaatst van de Boulevard Saint-Laurent naar de Rue Berri, hetgeen werd overgenomen in het uitgevoerde plan dat op 3 november 1961 werd goedgekeurd. Door deze verschuiving ontstond er ruimte voor een extra station tussen de Place-d'Armes en het overstapstation tussen de twee lijnen. Dit station kwam bij de Champ-de-Mars, het exercitieterrein achter het stadhuis van Montréal. De bouw van de metro begon op 23 mei 1962 waarbij het station, net als de aansluitende tunnels, volgens de openbouwput methode werd aangelegd. Hoewel de tunnel van de gele lijn vrijwel onder het noordeinde van de perrons ligt zijn er geen perrons aan de gele lijn zodat overstappers op Berri-UQAM zijn aangewezen. Het station was toen het werd opgeleverd een kleurloze constructie uit glas en beton. Het station werd getroffen door vandalisme en om het geheel op te vrolijken gaf de regering van Quebec in 1968 aan de kunstenares Marcelle Ferron, lid van de automatistes de opdracht het station op te sieren. Zij kwam met het werk Les grandes formes qui dansent, bestaande uit verschillende delen gekleurd glas die in gevel werden geïntegreerd. Het kunstwerk wordt gezien als een van de belangrijkste van het metronet.

Ligging en inrichting

Het station op de hoek van de Avenue Viger en de Rue Sanginet heeft drie glazen gevels onder een schuin dak dat rust op betonnen liggers die op hun beurt gedragen worden door zuilen die op de perrons staan. De westgevel bij de Avenue Viger is een betonnen wand met bovenop een aantal vensters. Door deze opbouw kan het daglicht het station invallen en ook een deel van de perrons verlichten. De gekleurde delen van het glas zorgen voor een kleurrijk lichtspel rond de perrons. De gekleurde delen werden gemaakt door Saint Gaubin in Parijs. De andere geveldelen en de afdichting werden door de glasblazerij Superseal in Saint-Hyacinthe verzorgd.

De kaartverkoop en de OV-poortjes bevinden zich in de hal boven de sporen bij de ingang aan de Rue Saginet. Achter de OV-poortjes liggen links en rechts liften, een per perron, en een brede trap boven de sporen, op 6,1 meter onder het maaiveld, naar een iets lager gelegen balkon. Hier liggen links en rechts twee vaste trappen per perron. De sporen en perrons liggen aan beide kanten van het stationsgebouw in tunnels parallel aan de Avenue Viger. Ten noorden van de perrons loopt 720,5 meter lange tunnel in een boog naar Berri-UQAM, ten zuiden van de perrons bedraagt de afstand tot de perrons van Place-d'Armes slechts 370,6 meter.

Vlak voor de ingang aan de Avenue Viger is een vestibule geplaatst van de voetgangerstunnel tussen het station en het universitair ziekenhuis aan de overkant van de Rue Saginet. Voetgangers kunnen vanuit de vestibule via een lift en trap door de tunnel en via deuren naar de straat of naar de hal van het metrostation. Reizigers tussen het station en de oude stad moesten sinds 1972 met een loopbrug bij het stadhuis over een afrit van de toen geopende Autoroute Ville-Marie. Sinds 16 mei 2025 kan de afrit worden overgestoken via de Place des Montréalaises die boven de afrit werd gebouwd.

Champ-de-Mars