Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1986 was het 38e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen FIM Tijdens het najaarscongres van de FIM eind 1985 werd de GP van Zuid-Afrika vanwege de apartheidspolitiek van de kalender geschrapt. Daardoor waren er alleen nog GP's in Europa over. In januari was de FIM nog doende een dreigende rijdersstaking af te wenden. De coureurs wilden hogere start- en prijzengelden en lieten zich (onofficieel) vertegenwoordigen door Mike Trimby. Namens de organistoren nam Jaap Timmer aan de besprekingen deel en namens de FIM CCR-voorzitter Luigi Brenni. Na het startongeval tijdens de GP van Spanje laaide de discussie over de duwstarts pas echt op, vooral op initiatief van de Amerikaanse rijders, die in eigen land al koppelingsstarts gewend waren. Enkele weken later was het echter Christian Sarron die bekendmaakte dat hij het voortouw zou nemen om de duwstarts afgeschaft te krijgen. Tijdens het FIM-najaarscongres besloot de sportcommissie met een kleine meerderheid om de duwstart af te schaffen. Tijdens het najaarscongres van 1986 werd ook besloten de Formule II-klasse te laten vervallen wegens gebrek aan deelnemers. Merken/Teams Gallina moest het jaar aanvangen met Suzuki's die in het seizoen 1985 al verouderd waren. Sponsor HB bleef, maar de coureurs niet. Franco Uncini beëindigde zijn carrière en Sito Pons zag meer brood in een terugkeer naar de 250cc-klasse. Gallina vond Pierfrancesco Chili en Dave Petersen bereid met de Suzuki RG 500 te rijden. HRC-Honda zette in de 500cc-klasse weliswaar veel fabrieksmachines in, maar slechts twee rijders kregen de viercilinder Honda NSR 500: Freddie Spencer en Wayne Gardner. Takazumi Katayama, nu teameigenaar, kreeg een fabrieks-Honda NS 500 driecilinder voor Raymond Roche en een Honda NSR 250 voor Jean-François Baldé. De techische ondersteuning kwam van Helmut Fath. Verder kregen Sito Pons, Toni Mang en Fausto Ricci 250cc-fabrieksracers. Het team van sigarettenfabrikant Parisienne trad net als in het seizoen 1985 aan met twee verschillende motorfietsen: Pierre Bolle met de door Jorg Möller ontwikkelde eigen Parisienne-motor en Jacques Cornu met een door Elf Aquitaine en Parisienne gesponsorde Honda RS 250 R productieracer. Halverwege het seizoen rommelde het binnen het team omdat Möller niet tevreden was met de prestaties van Bolle én over het budget voor het volgende seizoen. Hij eiste (omgerekend) ongeveer 500.000 Euro aan extra investeringen. Yamaha had een groot aantal fabriekscoureurs, verdeeld over verschillende teams. In de 500cc-klasse reden Eddie Lawson en Rob McElnea voor het Marlboro-team van Giacomo Agostini, Randy Mamola en Mike Baldwin voor het Lucky Strike-team van Kenny Roberts en Christian Sarron voor de Franse Yamaha-importeur Sonauto, gesponsord door Gauloises. In de 250cc-klasse kregen Carlos Lavado en Martin Wimmer fabrieks-Yamaha YZR 250's, af en toe gesteund door testrijder Tadahiko Taira. Coureurs Ron Haslam kreeg geen nieuw contract bij HRC en tekende voor Serge Rosset, die de revolutionaire ELF 3 ontwikkeld had. Marco Lucchinelli verliet het team van Cagiva tijdens de GP van San Marino. Hij reed in de Formule I met een Cagiva, maar in de 500cc-klasse kreeg hij alleen een machine voor de GP des Nations. Zolang Cagiva maar één 500cc-racer had, ging die naar Joan Garriga, maar op de zondag voor de GP van San Marino liet men Niall Mackenzie een machine testen en tijdens de Grand Prix zelf ging de tweede machine naar Vittorio Gibertini en daarmee was voor Lucchinelli de maat vol. Niall Mackenzie gooide hoge ogen toen hij vanaf de Britse Grand Prix werd opgenomen in het Heron-Suzuki-team. Hij reed slechts drie 500cc-races, maar eindigde als elfde in het wereldkampioenschap met even veel punten als Pierfrancesco Chili van het Gallina-Suzuki-team. Na een jaar in de 500cc-klasse bij het team van Roberto Gallina keerde Sito Pons terug naar de 250cc-klasse. Kenny Roberts leidde als manager het Lucky Strike-Yamaha-team, maar testte - net als in het vorige seizoen - ook de 500cc-Cagiva. Christian Sarron blesseerde zich nog voor aanvang van het seizoen toen hij met zijn fabrieks-Yamaha viel op het plein van een chateau, waar hij een feest opluisterde met de perspresentatie van het Sonauto-team. Hij brak een middenhandsbeentje. Freddie Spencer was tijdens zijn ziekte in het voorseizoen zes kilo afgevallen en had alle voorjaarsraces (waaronder de Daytona 200) en de voorjaarstrainingen gemist. Toch kwam hij ogenschijnlijk fit naar de GP van Spanje. Hij zette echter al vroeg in de race zijn motorfiets in de pit. Hoewel hij al een behoorlijke voorsprong had opgebouwd had hij te veel last van een peesschedeontsteking. Uiteindelijk ging zijn hele seizoen verloren. Wofgang von Muralt was nooit een toprijder. Zelden scoorde hij punten, maar hij leek een goede verstandhouding te hebben met Roberto Gallina. Die gaf tijdens de GP des Nations van 1985 zijn rijder Sito Pons toestemming om met Von Muralt's Suzuki RG 500 te trainen. Pons wilde die machine uitproberen omdat ze van een frame van Nico Bakker was voorzien. In 1986 reed von Muralt met een "Frankonia"-Suzuki. Dat was in werkelijkheid het enige exemplaar van de Gallina TGA-1, een mislukt 500cc-project van Gallina. Von Muralt scoorde er twee keer een punt mee; in de Britse Grand Prix en in de Zweedse Grand prix. Gestopt Ricardo Tormo had nog hoop gehad dat hij zou herstellen van de verwondingen die hij bij een testrit had opgelopen en daarna weer te gaan racen, maar mede door interne problemen bij Derbi besloot hij in 1986 teammanager van Autisa te worden. Thierry Espié, Franco Uncini en Patrick Fernandez bleken bij aanvang van het seizoen hun carrière beëindigd te hebben. Mario Rademeyer kwam ook niet meer aan de start in 1986, maar dat kwam doordat de FIM tijdens haar najaarscongres van 1985 had besloten Zuid-Afrikaanse coureurs uit te sluiten vanwege de apartheidspolitiek. In april maakte Karl-Thomas Grässel bekend te stoppen met racen. In juni besloot de Japanse coureur Teruo Fukuda zijn carrière te beëindigen. Boet van Dulmen maakte tijdens de TT van Assen bekend dat hij zou gaan stoppen. Ángel Nieto maakte na de kampioenshuldiging van zijn teamgenoot Jorge Martínez in Imola bekend dat hij zijn carrière zou beëindigen en teammanager zou gaan worden. Overleden Op 13 september verongelukte Neil Robinson op het stratencircuit van Scarborough. Races Spanje, Jarama Door het wegvallen van de Grand Prix van Zuid-Afrika was de Spaanse GP nu de openingsrace van het seizoen. Dat betekende dat de lichtere klassen er vanaf het begin bij waren, want Zuid-Afrika was alleen voor de 500- en de 250cc-klasse bestemd. En dan ook nog alleen voor fabriekscoureurs en kapitaalkrachtige privérijders die de dure reis konden betalen. In Spanje was het zonnig tijdens de drie trainingsdagen, maar op de racedag zakte de temperatuur vijftien graden en viel er lichte regen. De bijna 100.000 toeschouwers zagen de zwanenzang van Freddie Spencer, tweevoudig wereldkampioen in 1985, die na vijftien ronden afstapte met - naar later bleek - een peesschedeontsteking die hem bijna het hele seizoen aan de kant zou houden. De 125cc-race eindigde met uitsluitend Italianen op de eerste vier plaatsen, maar de Spanjaarden eisten het podium voor zich op in de 80cc-race. De 250cc-race werd na een incident bij de start opnieuw gestart. Dat was goed nieuws voor Carlos Lavado, die al in de eerste ronde gevallen was, maar een nieuwe kans kreeg en won. Nations GP, Monza De grote afwezige in Italië was Freddie Spencer, die halverwege de 500cc-race van de Spaanse GP was afgestapt. Er deden vele geruchten de ronde over Spencer, maar teamchef Erv Kanemoto vertelde dat Spencer absoluut had willen komen. Enkele uren voor vertrek had hij in zijn woonplaats een proefrit gemaakt met een 750cc-Honda en daarbij was zijn arm meteen dik geworden. Racen was absoluut niet mogelijk. Zoals gebruikelijk was de organisatie in Italië hier en daar weer rommelig, vooral tijdens de trainingsdagen. Er waren vechtpartijen tussen toeschouwers, een dronken Duitser raakte ernstig gewond toen hij met zijn privé-motorfiets op de oude kombaan was gevallen en in het rennerskwartier werd gestolen, waarvan o.a. Boet van Dulmen het slachtoffer werd. Toen hij zijn valhelm even naast zich neerlegde verdween die en Boet racete met een geleende helm van Alan Carter. Ook gebruikelijk in Italië: de 125cc-klasse reed al op zaterdag, de andere klassen op zondag. In de 80cc-klasse had Derbi duidelijk geen stalorders uitgevaardigd, maar dat had men misschien wel moeten doen. Nu vochten Jorge Martínez en Ángel Nieto om het been waar Stefan Dörflinger (Krauser) uiteindelijk mee heen ging. Duitsland, Nürburgring De Duitse Grand Prix kreeg met een tegenvaller te maken toen bleek dat het asfalt van de nieuwe Nürburgring in twee jaar tijd zover achteruit was gegaan dat er met spoed een nieuwe toplaag moest komen. Dat lukte niet meer helemaal: alleen de ideale lijn werd opnieuw geasfalteerd. Naast deze lijn rijden werd dus gevaarlijk, maar men moest ook hopen dat het niet zou gaan regenen. Tijdens de trainingen bleek al dat de sterkste klassen (250- en 500 cc) de meeste moeite hadden met het gebrek aan grip. De ronderecords uit 1984 werden wel gebroken, maar het verschil was klein. De zijspanrijders reden in Duitsland de eerste Grand Prix van het seizoen. Luca Cadalora (125 cc) en Manuel Herreros (80 cc) scoorden hun eerste overwinningen in het wereldkampioenschap. Oostenrijk, Salzburgring Het Rothmans-Honda-team was blij met de terugkeer van Freddie Spencer, die op donderdag zelfs even trainingssnelste was, maar verloor diezelfde dag Toni Mang, die zijn voet brak. Freddie Spencer scoorde in de 500cc-race echter geen punten, waardoor Honda een slecht weekend had en de kansen op twee wereldtitels vrijwel zag verdampen. Tijdens alle trainingsdagen regende het flink, maar de racedagen (zaterdag en zondag) waren droog, hoewel de 125cc-klasse op zondag nog op een vochtige baan moest starten door een nachtelijke stortbui. Daar hadden de 60.000 toeschouwers echter meer last van, want zij moesten grotendeels op de modderige taluds zitten. Joegoslavië, Rijeka In de nacht van donderdag op vrijdag werd het rennerskwartier geteisterd door hevige rukwinden. Afgezien van enkele teams die hun tenten uit voorzorg hadden afgebroken ontstond er voor tienduizenden euro's schade door weggewaaide en vernielde tenden. Op vrijdag nam de wind zelfs nog toe, waardoor de trainingen eerst uitgesteld werden tot de middag en uiteindelijk helemaal werden afgelast. Zo kon er alleen op zaterdag getraind worden en konden alle klassen slechts drie keer veertig minuten trainen. De vaststelling van de trainingstijden ging zoals gebruikelijk in Joegoslavië nogal stroef, want terwijl overal met tijdwaarnemingscomputers van Siemens werd gewerkt, ging het aan deze kant van het IJzeren Gordijn nog met stopwatch, pen en papier. De tijden werden tot twee keer toe herzien. Er gingen dan ook steeds meer stemmen op om deze Grand Prix van de kalender te schrappen. De voorzieningen waren slecht, het verouderde circuit hobbelig en de telefoon- en telexverbindingen slecht. In de races kregen de 500- en de 80cc-klassen de verwachte winnaars, maar de Yamaha-fabriekscoureurs sloegen in de 250cc-klasse de plank mis. Net nu ze de geblesseerde Honda-concurrent Toni Mang de genadeslag konden toebrengen vielen zowel Carlos Lavado als Martin Wimmer en Tadahiko Taira van hun machines. Dutch TT, Assen