Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1987 was het 39e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen FIM Tijdens het najaarscongres van de FIM in 1986 was besloten de duwstart te vervangen door een koppelingsstart. De coureurs hadden hier al langer op aangedrongen, maar het startongeval bij de 250cc-race van de Spaanse GP van 1986 gaf de doorslag. Dit was ook het laatste seizoen voor de 125cc-tweecilinders. Honda en MBA brachten in dit seizoen al enkele 125cc-eencilinders aan de start als voorbereiding op het volgende seizoen. Tijdens de GP van San Marino kwamen de privérijders tot de oprichting van de International Private Drivers Association (IPDA) als tegenhanger van de International Road Racing Teams Association (IRTA). De IRTA was er ooit gekomen als vervanger van de Grand Prix Riders Association (GPRA). De GPRA was in de jaren zeventig ontstaan uit onvrede met de toestanden in de rennerskwartieren en de lage start- en prijzengelden, waar vooral privérijders door getroffen werden. De IRTA volgde de GPRA op, maar vertegenwoordigde vooral fabrieksteams bij de FIM. Daar werden de privérijders nu opnieuw slachtoffer van, want ze kregen vaak slechtere plaatsen in het rennerskwartier. Het probleem van de IPDA was dat haar leden regelmatig wisselden. Een privérijder kon immers toetreden tot een fabrieksteam. Hoewel de situatie in de rennerskwartieren en op de circuits in de afgelopen jaren al steeds beter waren geworden, werden de coureurs in dit seizoen enkele malen aangenaam verrast. De Suzuka International Racing Course was helemaal vernieuwd, een visitekaartje van eigenaar Honda Motor co. Ook Donington Park stond voor het eerst op de kalender en daar had men er alles aan gedaan om Silverstone te overtreffen, tot tevredenheid van rijders, publiek en vertegenwoordigers van de pers. Een andere positieve verrassing was het nieuwe Automotodrom Brno, een heel nieuw circuit met zelfs een klein permanent ziekenhuisje. Het Autodromo Santa Monica in Misano was ook verbeterd, met een geheel verhard rennerskwartier, nieuwe sanitaire voorzieningen en plannen voor verdere verbeteringen in 1988. Toch viel het op sommige plaatsen nog bitter tegen, zoals op Monza (veel vreemd volk in het rennerskwartier, races op zaterdag en zondag en een verouderd circuit), op de Scandinavian Raceway (verouderd, slecht onderhouden circuit, volk in het rennerskwartier, slechte sanitaire voorzieningen), Jarama (gebrek aan elektriciteit en water, smerige sanitaire voorzieningen, brandende strobalen en vuurwerk) en Buenos Aires (ongeschikt circuit, incompetente organisatie). Merken/Teams Aprilia werd vooral in de tweede helft van het seizoen een sterke tegenstander in de 250cc-klasse, toen de machine betrouwbaarder werd. Het had echter slechts één fabriekscoureur: Loris Reggiani, die het seizoen als zesde afsloot. Cagiva kreeg tegen het einde van het seizoen te maken met een sponsorprobleem. De Cagiva V 587 500cc-racers reden met sponsoring van de Belgische tabaksfabrikant Bastos, feitelijk de persoonlijke sponsor van de Belg Didier de Radiguès, terwijl het Parijs-Dakar-team werd gesteund door Lucky Strike. Dat, én het feit dat Cagiva een Cagiva Elefant 750 onder de naam "Lucky Explorer" uitbracht, zou zeker problemen geven voor het seizoen 1988, temeer omdat met een andere eerste rijder vond: Randy Mamola. Daarmee zou men Bastos verliezen, terwijl Lucky Strike al hoofdsponsor van het Yamaha-team van Kenny Roberts was. Derbi was onder leiding van manager Ángel Nieto en met steun van sigarettenfabrikant Ducados te sterk voor de concurrentie in de 80cc-klasse. De sterkste tegenstander was Krauser, dat sponsoring miste. Dat werd vooral een probleem tegen het einde van het seizoen, toen Derbi wilde opklimmen naar de 125cc-klasse, maar Krauser de financiën miste om daarvoor een machine te ontwikkelen. Gallina had van sponsor HB al aan het einde van het seizoen 1986 de opdracht gekregen andere motorfietsen te huren nu het Suzuki-500cc-project maar geen resultaat opleverde. Dat gebeurde ook: het team trad aan met Honda NS 500's. Garelli was ongenaakbaar in de 125cc-klasse, met name Fausto Gresini, die de eerste tien races won maar in de laatste ten val kwam. Teamgenoot Bruno Casanova eindigde als tweede in het wereldkampioenschap. Honda presenteerde tijdens de GP van San Marino haar nieuwe productieracers: de Honda RS 125 R en de Honda RS 250 R. Vooral van de RS 125 R had men hooggespannen verwachtingen, want alle 125cc-privérijders moesten een nieuwe machine kopen omdat deze klasse vanaf het seizoen 1988 alleen bestemd was voor eencilinders. Behalve Hurbert Abold en Ezio Gianola, die al voor Honda getest hadden, beschikte niemand over een 125cc-eencilinder. Geïnteresseerden hadden slechts anderhalve maand om te beslissen: de bestellingen moesten 15 oktober binnen zijn. De RS 125 R kostte (omgerekend) 6.100 Euro en de RS 250 R kostte (omgerekend) 12.700 Euro. In het wereldkampioenschap deed Honda het goed met de eerste vijf plaatsen in de 250cc-klasse en de eerste plaats in de 500cc-klasse. Dat laatste was echter ook wat zorgelijk: Wayne Gardner was ongenaakbaar met zijn Honda, maar het merk had geen goede tweede rijder. HuVo-Casal, in het seizoen 1986 nog vierde in de 80cc-klasse, kon in dit seizoen geen vuist meer maken, onder meer door een langdurige blessure van Hans Spaan, die aan het einde van het seizoen bekendmaakte over te stappen naar de 125cc-klasse. MBA had in dit seizoen geen officieel fabrieksteam, maar Paolo Pileri kocht de racers uit 1986 en daarmee werden Paolo Casoli en Domenico Brigaglia derde en vierde. MBA ontwikkelde samen met Hans Spaan en Ian McConnachie ook al eencilinder racers voor het volgende seizoen, maar een directiewisseling maakte daar halverwege het seizoen een einde aan. Suzuki bracht de nieuwe RGV 500 uit, waarmee Takumi Ito in de openingsrace zelfs derde werd. Toch was de machine nog niet af, vooral veel te zwaar. Kenny Irons zette de machine in namens Heron-Suzuki en Kevin Schwantz rechtstreeks in dienst van de fabriek, maar lang voor het einde van het seizoen stopte Suzuki om de machine te verbeteren voor het seizoen 1988. Yamaha moest erkennen dat haar 250cc-racers niet konden opboksen tegen de overmacht van Honda NSR 250-rijders. In de 500cc-klasse bezetten Randy Mamola en Eddie Lawson de tweede en de derde plaats. Een probleem voor Yamaha was dat het drie concurrerende fabrieksteams had die elkaar punten afsnoepten. Coureurs August Auinger was met zijn Bartol-MBA de grootste tegenstander van de Garelli-rijders, tot hij tussen de TT van Assen en de Franse Grand Prix deelnam aan de Internationale Rundstreckenrennen op de Salzburgring. Daar kwam hij ten val waarbij hij een rugblessure opliep die hem een groot deel van het seizoen kostte. Toen Jacques Cornu naar de GP van Zweden ging, stond hij op de vierde plaats van het 250cc-wereldkampioenschap. Hij brak daar echter een heup, waardoor zijn seizoen voorbij was. Parisienne gaf zijn fabrieks-Honda NSR 250 aan teamgenoot Urs Lüzi, die tot dat moment met een productie-Honda RS 250 had gereden. Cornu zakte uiteindelijk naar de negende plaats in het kampioenschap, maar Lüzi scoorde alleen in de GP van Tsjecho-Slowakije punten Ron Haslam kon het seizoen niet aanvangen met de nieuwe, experimentele ELF 4, maar hij had de beschikking over een fabrieks-Honda NSR 500 waarmee hij in het begin van het seizoen goed scoorde. Vanaf de GP van Tsjecho-Slowakije reed hij wél met de ELF 4, waar hij in de rest van het seizoen nog slechts 3 punten mee scoorde. Toch was hij uiteindelijk na Wayne Gardner de beste Honda-coureur in de eindstand. Yamaha was erg gecharmeerd van de Australiër Kevin Magee, die al in de eerste GP een fabrieks-Yamaha YZR 500 kreeg. Magee had echter nog andere verplichtingen en kwam slechts af en toe aan de start in het WK. Daarvoor stond Kenny Roberts dan een machine af, die echter niet in de Lucky Strike-kleuren gespoten werd, maar in de Yamaha-fabriekskleuren. Roberts had ook een contract met Mike Baldwin, die bijna het hele seizoen geblesseerd was en werd vervangen door Richard Scott. De Nieuw-Zeelander Richard Scott kwam naar Europa als privérijder met een driecilinder Honda RS 500. In zijn eerste race werd hij al tiende. Toen hij in de GP van Duitsland ook nog dertiende werd en Mike Baldwin zijn rugwervels blesseerde trok Kenny Roberts hem aan als vervanger op de Lucky Strike-Yamaha. Daarmee was Scott echter niet succesvol en toen Baldwin tijdens de GP van Portugal terugkeerde kwam Scott in de laatste races niet meer aan de start. Masahiro Shimizu debuteerde met een poleposition en een vierde plaats in de 250cc-GP van Japan, maar als testrijder van Honda Racing Corporation kende hij die baan heel goed. Zijn collega Masaru Kobayashi won die race en Masumitsu Taguchi werd negende. Toen Shimizu echter Japans 250cc-kampioen werd mocht hij als beloning de laatste twee GP's rijden. In de GP van Brazilië werd hij slechts negende, maar in de GP van Argentinië werd hij derde. Freddie Spencer zag het seizoen 1986 verloren gaan door een peesschedeontsteking. Sponsor Rothmans zag van zijn diensten af, maar Honda Racing Corporation hield vertrouwen in hem en zorgde dat er bij de meeste GP's twee Honda NSR 500's met monteurs klaar stonden. In de GP van Japan startte hij echter niet omdat nog te veel last had van een blessure opgelopen tijdens de Daytona 200. Daardoor miste hij ook de GP van Spanje. Tijdens de GP van Duitsland raakte een knie gekwetst door een gebroken kniebeschermer, waardoor ook de GP des Nations en de GP van Oostenrijk verloren gingen. Tijdens de GP van Joegoslavië brak hij een sleutelbeen. Hierdoor startte hij niet in de TT van Assen en de GP van Frankrijk. Spencer startte vervolgens in de Britse Grand Prix, maar viel uit door een blokkerende achterrem. Pas in de GP van Zweden scoorde hij zijn eerste punten toen hij zevende werd. In de GP van Tsjecho-Slowakije verloor hij een contactlens. In de GP van San Marino viel Spencer waarbij hij - naar later bleek - een hersenschudding opliep. Daardoor ontstonden steeds weer problemen met zijn ogen en daardoor ook contactlenzen waardoor hij niet meer aan rijden toekwam. Gestopt Theo Timmer beëindigde zijn WK-carrière op 13 september met een 16e plaats in de 80cc-GP van Portugal. Overleden In Augustus verongelukte de Duitse coureur Klaus Klein tijdens de Formule I-motorrace op het Noord-Ierse Dundrod Circuit. Races De Grand Prix van België werd van de kalender geschrapt omdat het circuit niet aan de homologatie-eisen voldeed. Het had weliswaar een tijdelijke homologatie tot en met 1989, maar daarvoor moest het circuit op een drietal plaatsen aangepast worden. Dat lukte niet omdat onteigeningsprocedures gevoerd moesten worden en omdat de Formule 1 het niet eens was met sommige wijzigingen. Japan, Suzuka De laatste keer dat het WK in Japan werd verreden was tijdens de GP van 1967, die werd gewonnen door Mitsuo Itoh (50 cc), Hugh Anderson (125 cc), Ralph Bryans (250 cc) en Mike Hailwood (350 cc). Dat was nog op de Fuji Speedway, maar nu racete men op de vernieuwde Suzuka International Racing Course, waar alleen de 250- en de 500cc-klasse aan de start kwamen. De organisatie gaf aan dat men de 125cc-klasse niet kon faciliteren omdat er niet genoeg hotelkamers in de omgeving beschikbaar waren. Zowel Honda als Yamaha wilden tijdens hun thuis-Grand Prix geen gezichtsverlies lijden en dat resulteerde in een enorm aantal Japanse wildcardrijders met fabrieksmateriaal. Er startten niet minder dan 20 fabrieksrijders in de 250cc-klasse en 23 fabrieksrijders in de 500cc-klasse. Op de trainingsdagen was het droog, maar op de racedag regende het. Daarom kregen de coureurs een korte extra training om met regenbanden te oefenen. Spanje, Jerez