Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1988 was het 40e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.
Algemeen FIM De belangrijkste reglementswijzigingen in 1988 waren de beperking van de 125cc-klasse tot één cilinder en het nieuwe puntensysteem: 1e 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e 9e 10e 11e 12e 13e 14e 15e Oude telling:1512108654321Nieuwe telling:201715131110987654321 De Grand Prix van Portugal stond op de kalender, maar de organisatie slaagde er niet in om het Autódromo do Estoril op tijd gehomologeerd te krijgen. Uiteindelijk ging de Grand Prix toch door, maar op het Spaanse Circuito Permanente de Jerez. Vito Ippolito had nogal veel petten op: hij maakte deel uit van de wegracecommissie van de FIM, die voorstander was van het doorgaan van twee Zuid-Amerikaanse GP's. Als voorzitter van de Venezolaanse bond had hij dezelfde belangen en als directeur van Venemotos, de Venezolaanse Yamaha-importeur, was hij de werkgever van Carlos Lavado, die hij dan ook zwaar onder druk zette om in de Zuid-Amerikaanse GP's te starten, ook al zouden al zijn collega's de races boycotten. Merken/Teams Cagiva pakte de zaken groots aan in 1988, o.a. door Randy Mamola voor twee jaar in te lijven. Het maakte het zichzelf echter ook moeilijk door in zee te gaan met Pirelli, dat nog geen ervaring met racebanden had. Krauser stopte met het 80cc-fabrieksteam. Stefan Dörflinger huurde met steun van Marlboro een fabrieksracer, maar Peter Öttl kreeg er een ter beschikking. Beiden werden technisch ondersteund door oud-coureur Herbert Rittberger. Ook Károly Juhász had fabrieks-Krausers tot zijn beschikking. In de zijspanklasse steunde Krauser Bernd Scherer / Thomas Schröder en Fritz Stölzle / Hubert Stölzle. De bestaande fabriekscombinaties Steve Webster / Tony Hewitt en Alain Michel / Jean-Marc Fresc behielden Krauser-steun en werden technisch ondersteund door oud-coureur Werner Schwärzel. Rolf Biland / Kurt Waltisperg werden niet langer gesponsord door Krauser. Voor ELF was dit het laatste seizoen. De patenten voor de enkelzijdige voor- en achterwielophanging van de ELF 5 waren verkocht aan Honda, dat meer mogelijkheden had om ze verder te ontwikkelen. Dat werd het Honda-Pro Arm-systeem. Daarmee verloor het merk van Serge Rosset zijn bestaansrecht. Als raceteam met sponsorgeld van Elf Aquitaine ging men echter wel door, maar met Honda NSR 500's. Paolo Pileri moest na het stoppen van MBA andere machines zoeken en dat werden de fabrieksracers van Garelli. Daardoor moest "Team Italia" (het opleidingsteam van de Federazione Motociclistica Italiana) een ander team zoeken en dat werd Aprilia. Het seizoen van Garelli mislukte volledig omdat het maar niet lukte een functionerend rijwielgedeelte te vinden. Honda verbood tijdens het seizoen haar Honda RS 125-klanten om de vering van Showa te vervangen door andere merken. Veel 125cc-rijders klaagden over de wegligging van de Honda's en Gastone Grassetti werd in de GP van Spanje zesde omdat hij een Marzocchi-voorvork en WP-achterdempers gebruikte. Overigens had Honda officieel geen fabriekscoureurs in de 125cc-klasse. Coureurs konden speciale kits krijgen of kopen, maar Ezio Gianola werd wel meer in de watten gelegd dan anderen. Coureurs Rolf Biland had een geweldig seizoen, dat niet eindigde in een wereldtitel. Hij reed bij alle GP's naar poleposition, won zes van de negen races en werd twee keer tweede. Hij ging naar de laatste GP met achttien punten voorsprong op Steve Webster. Een formaliteit: Biland mocht veertiende worden en zou dan nog wereldkampioen zijn. Webster kreeg tijdens de Lucky Strike Racing Day op het circuit van Zandvoort bovendien een tegenslag toen zijn bakkenist Tony Hewitt blessures aan ribben, een voet en een pols opliep. Biland's Krauser-motor was de snelste en betrouwbaarste van het hele veld, maar in de GP van Tsjecho-Slowakije ging zijn versnellingsbak stuk. Webster won en werd met twee punten voorsprong wereldkampioen. Biland was daarmee ook het slachtoffer van de nieuwe puntentelling: met de oude telling zou hij alsnog wereldkampioen zijn geweest. Manfred Herweh hoopte op steun van Honda-Duitsland, maar toen dat steun ging verlenen aan Jochen Schmid en Helmut Bradl, die in het Europees kampioenschap goed gepresteerd hadden, koos hij voor een Yamaha TZ 250-productieracer. Tegen het einde van het seizoen brak geldgebrek hem op: na een valpartij met schade moest hij races overslaan omdat hij geen geld had om zijn machine te herstellen. John Kocinski maakte veel indruk tijdens de eerste twee GP's, maar moest daarna zijn Yamaha YZR 250 weer inleveren. Hij reed de rest van het jaar in de VS met een Yamaha TZ 250, maar experimenteerde wel met een carbonfiber-frame dat door McLaren ontwikkeld was. Eddie Lawson werd met zijn Agostini-Yamaha wereldkampioen 500 cc, maar in oktober werd bekend dat hij zijn carrière niet bij Yamaha zou voortzetten. Hij had geen problemen met Agostini, maar met teammanager Kel Carruthers en diens vrouw Jan. Zij hadden inmiddels goede banden aangeknoopt met Kevin Schwantz en diens ouders en er bij Agostini op aangedrongen om Schwantz in het team op te nemen. Lawson bleek contact te hebben met Serge Rosset, die in het seizoen 1989 over fabrieks-Honda's zou beschikken. Honda was op zoek naar een vervanger voor Shunji Yatsushiro. Eind oktober werd echter al bekend dat Lawson was gecontracteerd door Rothmans-HRC. Rob McElnea keerde na zijn mislukte seizoen bij Agostini-Marlboro-Yamaha terug naar Suzuki. Freddie Spencer kreeg na een aantal mislukte seizoenen toch weer een contract van HRC, zelfs met ondersteuning van Rothmans, maar maakte in februari bekend te zullen stoppen. Als oorzaak werd opnieuw een peesschedeontsteking (waar hij al eerder last van had gehad) gegeven. Toch was zijn carrière nog niet beëindigd. In het seizoen 1989 keerde hij terug, maar nu met een Yamaha. Tadahiko Taira had in het seizoen 1987 nog voor Agostini-Marlboro-Yamaha gereden, maar besloot in dit seizoen alleen in de fabriekskleuren van Yamaha te starten. Daardoor kon hij minder races rijden, want hij wilde meer tijd met zijn gezin doorbrengen. Martin Wimmer moest noodgedwongen aantreden met een Yamaha TZ 250, met steun van Hein Gericke. Hij kreeg wel technische ondersteuning van Helmut Fath. Gestopt In februari werd bekend dat de Australiër Richard Scott had besloten te stoppen met racen. In augustus maakte Toni Mang bekend dat hij zijn carrière onmiddellijk zou beëindigen. Hij was herstellende van een gecompliceerde sleutelbeenbreuk en voorzag dat hij in dit seizoen niet meer zou kunnen rijden. Zijn beide Honda NSR 250's stelde hij vanaf de GP van Tsjecho-Slowakije ter beschikking aan Helmut Bradl en Jochen Schmid. Károly Juhász stuurde meteen na de GP van Tsjecho-Slowakije zijn Krausers terug naar de fabriek omdat hij zijn carrière beëindigde. Donnie McLeod beëindigde na dit seizoen zijn carrière. Overleden Kenny Irons verongelukte op 25 juni tijdens een race op Cadwell Park. Races Japan, Suzuka Voor zover er in het seizoen 1987 al kritiek was geweest op de Japanse organisatie (lees: Honda), had men hard gewerkt om de problemen op te lossen. De "S-Curves" hadden ruimere uitloopzones, de "Degner Curve" werd helemaal veranderd. Tijdens de trainingsdagen regende het bijna voortdurend, maar op de racedag was het droog. Dat betekende dat de rijders in een warmup van ongeveer drie kwartier de juiste afstelling moesten zien te vinden. Bijna alle fabrieks-Yamaha's, zowel in de 250- als in de 500cc-klasse kenden problemen met de ontsteking en voor Yamaha werd de Japanse Grand Prix dan ook een debacle. Verenigde Staten, Laguna Seca De meeste "vaste" coureurs waren niet te spreken over het circuit van Laguna Seca, vooral niet over de vele vangrails langs de baan. De organiserende Sports Car Racing Association of the Monterey Peninsula deed er alles aan om klachten op te lossen en de Amerikaanse coureurs waren vanzelfsprekend tevreden. Zij konden gebruikmaken van hun baankennis. De Yamaha-rijders hadden al snel door dat ze in het voordeel waren ten opzichte van de Honda's. Het piekerige vermogen van de Honda NSR 500 maakte het rijden op de hobbelige baan lastig. De beter sturende en soepelere Yamaha's konden beter uit de voeten. Bovendien wisten Wayne Rainey en Eddie Lawson al dat hun banden het beter zouden volhouden in de hitte van ruim dertig graden. De Amerikaanse racefans konden voor het eerst hun rijders op eigen grond aan het werk zien. De laatste Amerikaanse Grand Prix was in het seizoen 1965 in Daytona gewonnen door Ernst Degner (50 cc), Hugh Anderson (125 cc), Phil Read (250 cc) en Mike Hailwood (500 cc). De hele WK-carrières van Kenny Roberts, Pat Hennen, Steve Baker en Freddie Spencer hadden de Amerikanen op TV moeten volgen. Spanje, Jarama In Spanje boekte Kevin Magee zijn eerste WK-overwinning. Jorge Martínez slaagde niet in zijn plan om twee klassen te winnen. In de 125cc-klasse debuteerden de eencilinders omdat deze klasse net als de 80cc-klasse voor het eerst in 1988 aan de start kwam. Door de invoering van de eencilinders verdween de populaire MBA van het toneel en moesten de meeste privérijders een nieuwe racer kopen, in bijna alle gevallen een Honda RS 125. Portugal, Jerez De Grand Prix verliep tamelijk rampzalig voor Honda, dat nog steeds wegliggingsproblemen kende en zowel in de 250- als de 500cc-klasse werd verslagen door Yamaha. Voor het Ducados-team van Ángel Nieto was de Grand Prix een groot succes met de overwinning van Joan Garriga in de 250cc-race en de eerste drie plaatsen van Jorge Martínez, Manuel Herreros en Àlex Crivillé in de 80cc-klasse. Rolf Biland vervulde een oude wens: hij trainde met zijn zijspancombinatie sneller dan de 500cc-solomotoren. De zijspanrace werd door de beginnende regen onderbroken en in twee manches verreden. Bij aanvang van de Grand Prix bleek dat de organisatie programmaboekjes en posters had laten maken met de tekst "Gran Premio Campsa Campeonato del Mundo de Motociclismo de Velocidad Expo 92". Volgens velen is dat ook de officiële aanduiding van de Grand Prix, maar niet volgens de Fédération Internationale de MotocyclismeBron: https://web.archive.org/web/20170809215048/http://www.motogp.com/en/Results+Statistics. Wat was er gebeurd? De Portugese GP van 1987 was verreden op het Circuito Permanente del Jarama omdat het Autódromo do Estoril nog niet geschikt (gehomologeerd) was. Het was de bedoeling de GP van 1988 wel in Estoril te laten plaatsvinden, maar het circuit moest op 1 januari 1988 gereed zijn zodat het in februari gekeurd kon worden. In februari waren de werkzaamheden echter nog in het beginstadium en de wegracecommissie van de FIM (CCR) nam geen genoegen met een later moment van keuren. Men besloot de GP af te gelasten. De Spaanse motorsportbond bood daarop aan de GP in Jerez te laten plaatsvinden. Daar moest de FIM-directie op maandag 29 februari over beslissen, maar door het langdurig vergaderen over televisierechten en de Dakar-rally werd dit verschoven naar de ochtend van 1 maart. Toen werd definitief besloten dat de GP van Portugal op 1 mei 1988 zou plaatsvinden op het circuit van JerezBron: Weekblad Motor 1988 nr. 9 pagina 495. Dat de GP uiteindelijk door de organisatie omgedoopt werd tot "GP van de Expo 92" om reclame te maken voor de Expo '92 die vier jaar later in Sevilla zou plaatsvinden doet daar niets aan af. GP's werden bijna altijd naar een sponsor vernoemd, zoals de Gran Premio Marlboro de España, maar men kon niet met een pennenstreek Portugal zijn WK-races afnemen, nadat de FIM die goedgekeurd had. De internationale pers reisde af naar de Grand Prix van Portugal en vernam pas op de ochtend van de racedag dat men op de GP van de Expo 92 was aangekomenBron: Weekblad Motor 1988 nr. 18 pagina 1055. Nations GP, Imola