Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1989 was het 41e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen FIM De FIM kreeg vooral na de slecht georganiseerde Amerikaanse Grand Prix problemen met de IRTA, die het aantal GP's wilde beperken tot veertien en de ROPA (vereniging van organisatoren) aanviel op de slechte organisatie. Merken/Teams Giacomo Agostini had een groot probleem toen Eddie Lawson overstapte naar Honda. Honda hield ook vast aan Wayne Gardner en contracteerde de rijzende ster Mick Doohan. Kenny Roberts behield Wayne Rainey en Kevin Magee en Randy Mamola lag nog een jaar vast bij Cagiva Corse. Agostini contracteerde Niall Mackenzie en Freddie Spencer, maar werd al meteen geconfronteerd met de ziekteverschijnselen van de Amerikaan. Al bij de eerste test op het Circuito Permanente de Jerez stond het hele team te wachten toen er een fax kwam met de mededeling dat Freddie met griep thuis zou blijven. Mackenzie had intussen geprofiteerd van het gebrek aan toprijders, en kon een tamelijk hoog salaris eisen. Uiteindelijk werd Spencer ontslagen, mislukte het seizoen van Agostini's team volledig en verloor hij aan het einde ook sponsor Marlboro aan Kenny Roberts. Aprilia trok na het vertrek van Loris Reggiani naar Honda Didier de Radiguès en Iván Palazzese als fabrieksrijders aan, maar Palazzese verongelukte tijdens de Duitse Grand Prix. Honda sloeg een grote slag door wereldkampioen Eddie Lawson te contracteren en onder te brengen in een eigen klein team onder leiding van Erv Kanemoto. Zo had het beide titelpretendenten (naast Lawson ook Wayne Gardner) in huis en stond Agostini-Yamaha met lege handen. Yamaha was niet gelukkig met de samenwerking tussen Antonio Cobas en Sito Pons. Cobas had zich verbonden met JJ, de grootste Yamaha-dealer van Barcelona en Pons reed voor Honda. Paolo Pileri vertrok met zijn team na een jaar al bij het weinig succesvolle Garelli en schafte Honda's aan voor zijn rijders Ezio Gianola en Paolo Casoli. Coureurs Daniel Amatriaín was een beetje een vreemde eend in de bijt bij de fabrieksracers. Hij had nog nooit bijzonder goed gepresteerd, maar op een of andere manier had Takazumi Katayama een fabrieks-Honda NSR 250 voor hem geregeld. Hij werd er slechts 26e mee in het wereldkampioenschap. Àlex Crivillé kreeg van Derbi alleen een 80cc-racer aangeboden omdat hij nog niet klaar zou zijn voor de 125cc-klasse. Hij wilde echter in de 125cc-klasse starten. Daarom stapte hij over naar JJ Cobas en hij werd meteen wereldkampioen. John Kocinski was weliswaar een protegé van Kenny Roberts, maar die kon het budget om een 250cc-team (ongeveer 2 miljoen dollar) niet opbrengen om Kocinski in het wereldkampioenschap te laten rijden. In plaats daarvan mocht hij aan enkele GP's deelnemen als de Amerikaanse nationale wegracekalender dat toestond. Uiteindelijk reed hij in de Yamaha-fabriekskleuren alleen in de GP van Japan en in de Amerikaanse Grand Prix, die hij beide won. Zijn inschrijving voor de 500cc-GP van Oostenrijk werd geweigerd, terwijl Shunji Yatsushiro (reed alleen in Japan) en Cees Doorakkers (had geen 500cc-machine) wel ingeschreven stonden. De terugkeer van Freddie Spencer was een noodgreep van Giacomo Agostini, die zijn topcoureur Eddie Lawson naar Honda zag vertrekken. Spencer's resultaten vielen echter tegen en er ontstonden twijfels aan de steun die Agostini voor Spencer had. Een aantal malen sprak hij twijfels en zelfs spijt uit over het feit dat hij Spencer had ingehuurd, maar tijdens de TT van Assen was er weer begrip voor Spencer. Tijdens de Britse Grand Prix was Spencer echter verdwenen. Agostini had van sponsor Marlboro toestemming gekregen om Spencer voor de rest van het seizoen te betalen om thuis te blijven. Toen vertelde hij ook dat Spencer veel te weining had gestest. Agostini had vijf testsessies georganiseerd (Spanje, Japan, Australië, Italië en nog eens Japan), maar Spencer vond één keer testen wel voldoende. Dat bleek niet zo te zijn. Alessandro Valesi had aanvankelijk moeite om een team te vinden, maar met steun van Iberna, de koelkastenfabriek van zijn vader, kon hij een 1988-fabrieks-Yamaha YZR 500 aanschaffen. Gestopt Donnie McLeod en Jussi Hautaniemi verschenen bij het begin van het seizoen niet meer aan de start. Bubba Shobert raakte zwaargewond tijdens de Grand Prix van de Verenigde Staten en zou nooit meer racen. Bernard Schnieders beëindigde zijn carrière na de Grand Prix van de Verenigde Staten. Hij kon de vele trainingsuren en de overzeese GP's niet meer combineren met het werk in zijn eigen autoschadebedrijf en vertrok in goed overleg met coureur Egbert Streuer, die Geral de Haas als vervanger aantrok. Gustav Reiner maakte in juni bekend dat hij zijn racecarrière zou beëindigen. Hij had eind 1988 zwaar hoofdletsel opgelopen bij een val in een nationale wedstrijd. Kees Besseling maakte tijdens de TT van Assen, waar hij nog op krukken liep na zijn val in Jerez, bekend dat hij met racen zou stoppen. Bruno Kneubühler maakte tijdens de GP van Tsjecho-Slowakije bekend dat dit zijn laatste race zou zijn. Hier namen ook Peter Balaz en Bohumil Staša met een ererondje afscheid van hun fans. Jean-François Baldé maakte na de GP van Brazilië bekend dat hij zou stoppen. Rolf Steinhausen organiseerde in november een afscheidsfeest voor zijn collega's uit de zijspanklasse. Alessandro Valesi maakte in oktober bekend dat hij zou stoppen, maar daarmee kwam er nog geen einde aan het Iberna-team van zijn vader. Alessandro wilde als teammanager verdergaan. Pier Paolo Bianchi beëindigde zijn carrière na de TT van Assen.

Overleden Op 28 mei verongelukte Iván Palazzese tijdens de 250cc-Grand Prix van Duitsland. Op 19 november overleed Marco Gentile tijdens een test op het Circuit Paul Armagnac in Nogaro. Puntentelling Sinds 1977 telden alle resultaten mee.  1e  2e  3e  4e  5e  6e  7e  8e  9e  10e  11e  12e  13e  14e  15e Punten:201715131110987654321 Races Japan, Suzuka De trainingsuren gingen deels verloren door het wisselvallige weer in de dagen voor de race. Niet alleen de regen, maar ook de harde windvlagen zorgden ervoor dat het lang onduidelijk was wie nu eigenlijk de snelste rijders met de snelste machines waren. Zoals altijd hadden Honda en Yamaha een flink aantal Japanse wildcardrijders ingeschreven voor de 250- en de 500cc-klasse, maar Honda had nu duidelijk ook grote plannen met de 125cc-klasse en daar startten veertien Japanners, waarvan er negen in de top tien finishten. De Japanse Grand Prix trok 84.000 toeschouwers. Australië, Phillip Island Voor het eerst in de geschiedenis konden inwoners van Oceanië binnen een overzichtelijke afstand naar de wedstrijden om het wereldkampioenschap kijken. Ze hadden zelf al enkele wereldkampioenen voortgebracht, zoals de Australiërs Keith Campbell (wereldkampioen 350 cc seizoen 1957), Kel Carruthers (wereldkampioen 250 cc seizoen 1969) en Tom Phillis (wereldkampioen 125 cc seizoen 1961) en de Nieuw-Zeelander Hugh Anderson (wereldkampioen 50 cc en 125 cc seizoen 1963, wereldkampioen 50 cc seizoen 1964, wereldkampioen 125 cc seizoen 1965) maar ook drievoudig Isle of Man TT-winnaar Graeme Crosby, Keith Turner die met een opgevoerde Suzuki T 500-straatmotor tweede werd in het seizoen 1971 en Kim Newcombe, die hetzelfde deed met een König-buitenboordmotor in het seizoen 1973. Nu Wayne Gardner, Kevin Magee en de jonge Mick Doohan furore maakten in het wereldkampioenschap wegrace kwam het goed uit dat Australië zijn eigen race kreeg. Voor de gelegenheid kreeg Malcolm Campbell van HRC een 500cc-fabrieksracer uit 1988. De Grand Prix trok 92.000 toeschouwers. Verenigde Staten, Laguna Seca Opnieuw was de Amerikaanse Grand Prix bitter slecht georganiseerd, maar in tegenstelling tot het vorige jaar sprak in elk geval één Amerikaanse rijder zich daarover uit: Kevin Schwantz verklaarde dat men in Europa allang vertrokken zou zijn bij zo'n organisatie. De eerste problemen ontstonden echter al bij de reis naar de Verenigde Staten. De Amerikanen wilden graag de zijspanklasse in hun programma hebben, maar weigerden de extra reiskosten te betalen. Dat geld moest worden opgehoest door Lucky Strike, Levior, Krauser en LCR, een totaal van (omgerekend) ruim 136.000 Euro. Een deel van de problemen die de solorijders ondervonden lag ook aan de kalender: acht dagen na de GP van Australië. Dat betekende dat de monteurs die hun beschadigde machines in Australië ingekrat hadden maar weinig tijd hadden om ze uit te pakken en weer op te bouwen. Een van de vliegtuigen vertrok te laat uit Melbourne door een staking van verkeersleiders, een vliegtuig moest bij een tussenlanding op Honolulu International Airport gerepareerd worden en daarbij werden de ingeladen machines ook nog in Los Angeles in plaats van San Francisco gelost. Een "oplossing" werd gevonden door de donderdagtrainingen af te gelasten en pas op vrijdag met de trainingen te beginnen. Pas om 07.00 uur op vrijdagochtend konden de monteurs aan de machines gaan werken. Intussen was het oude deel van het circuit wel opnieuw geasfalteerd, maar de coureurs vonden het toch nog gevaarlijk, met name de laatste bocht voor start/finish en de eerste twee bochten na de start. Er waren problemen met het prijzengeld, de startgelden, de toegangskaarten en de tijdwaarneming. Spanje, Jerez Het aantal toeschouwers was vergeleken met 1988 enorm toegenomen omdat de Spanjaarden naast de Derbi-coryfeeën in de 80cc-klasse nu ook konden hopen op goede prestaties van regerend wereldkampioen Sito Pons, Joan Garriga en Carlos Cardús in de 250cc-klasse. In de 500cc-klasse waren Wayne Gardner, Bubba Shobert en Kevin Magee voorlopig door blessures uitgeschakeld. Nations GP, Misano De Grand Prix des Nations werd ontsierd door een rijdersstaking in de 500cc-klasse omdat de coureurs het natte circuit te gevaarlijk vonden. Er was echter veel meer aan de hand. Een aantal coureurs was al tien dagen in Italië om op het circuit te trainen en zij hadden al gemerkt dat er van de beloofde verbeteringen niets terecht was gekomen. Zo was het circuit hobbelig en zelfs droog erg glad, te smal en te kort om aan het FIM-reglement te voldoen. Organisator Maurizio Flammini had een vreemd wedstrijdprogramma in elkaar gezet, met de 125cc-klasse al op zaterdag (om aan verplichtingen met Radiotelevisione Italiana te voldoen), maar op zondag was er wel tijd voor Yamaha-cupraces en demonstraties met Ford-auto's, die het circuit nog gladder maakten door rubber op het asfalt te smeren. In het zondagmiddagprogramma zat vervolgens een pauze van drie uur. In het rennerskwartier miste men waterdruk in toiletten en douches en dankzij de illegale verkoop van rennerskwartierpassen liepen er duizenden mensen rond die daar niets te zoeken hadden. Het ongenoegen was dus al groot voordat er een meter gereden was. Duitsland, Hockenheim De Grand Prix van Duitsland werd geopend door het afscheidsrondje van Toni Mang, die met de net geïntroduceerde BMW K 1 een rondje reed met Bondskanselier Helmut Kohl als duopassagier. Voor aanvang van de eerste race (80 cc) was er een kleine demonstratie met spandoeken van 80cc-rijders die hun klasse voor de toekomst wilden behouden. De FIM was voornemens deze klasse met ingang van het seizoen 1990 te laten vervallen. De Grand Prix werd overschaduwd door de dood van de Venezolaanse coureur Iván Palazzese. Oostenrijk, Salzburgring