De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, in de literatuur vaak aangeduid als de Republiek, was een confederatie met trekken van een defensieverbond en een douane-unie. Ze besloeg grotendeels het grondgebied van het huidige Nederland. Ze verwierf in de zeventiende eeuw grote politieke en economische macht en speelde geruime tijd een hoofdrol op het wereldtoneel. Het einde kwam met de inval van Frankrijk in 1793-1795 (tijdens de Eerste Coalitieoorlog) na een periode van neergang.

De Republiek ontstond nadat een aantal hertogdommen, heerlijkheden en steden in 1579 de Unie van Utrecht had gevormd, een bondgenootschap om gezamenlijk op te komen tegen de strenge bestuursmaatregelen van de Habsburgse heer der Nederlanden Filips II, die in hoogste instantie over de gebieden regeerde en tevens koning van Spanje was. Met het Plakkaat van Verlatinghe zwoeren ze hem in 1581 af. In 1588 gingen een aantal gewesten (provincies), elk met een eigen autonoom bestuur, zonder toestemming van Filips II afzonderlijk verder als confederale republiek.

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bestond uit de volgende gewesten: Friesland, Stad en Ommelanden, Overijssel, Gelre, Utrecht, Holland, Zeeland en Drenthe en de zogenaamde Generaliteitslanden: Brabant, Vlaanderen, Westerwolde en Wedde, Overmaas en Opper-Gelre. Zeven gewesten (provincies) stuurden voor afstemming hun vertegenwoordigers naar de Staten-Generaal in 's-Gravenhage. Drenthe en de Generaliteitslanden werden hierbuiten gehouden.

Opmerkelijk in deze kleine confederatie met circa 1,5 miljoen inwoners was de grote rol die ze in de eeuw daarna ging innemen in de wereldhandel. De Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC) beheersten belangrijke handelsstromen en de vaart op de Oostzee distribueerde basisproducten zoals hout en graan langs de kusten en rivieren, en voor eigen gebruik. De legers en vloot van tweeduizend schepen boekten militaire successen tegen ogenschijnlijk veel sterkere landen als Spanje en Engeland. Er was een grote bloei van kunsten (Rembrandt en vele anderen), rechtsgeleerdheid (Hugo de Groot), wetenschap (Christiaan Huygens en Willem Blaeu) en techniek (houtzaagmolens, polderbemaling, drukkerij).

Voorgeschiedenis De Nederlanden onder de Bourgondiërs en Habsburgers thumb|left|De Bourgondische Kreits binnen het Heilige Roomse Rijk na de Transactie van Augsburg in 1555. Een groot deel van de Nederlanden behoorde in de tweede helft van de vijftiende eeuw door vererving en verovering aan de hertogen van Bourgondië. Van alle gewesten waren het hertogdom Brabant en het graafschap Vlaanderen, met steden als Brugge en Gent, de belangrijkste van de Nederlanden. Ze hadden de grootste bevolking en waren economisch het meest ontwikkeld. Vergeleken met de rest van Europa werd de economische macht alleen door Noord-Italië geëvenaard. Het graafschap Holland stelde in de vijftiende eeuw economisch nog weinig voor. Het had weinig export en moest het vooral hebben van de scheepvaart en visserij.

Het hof van de hertog was in Mechelen gevestigd en de eerste universiteit bevond zich in Leuven. Tijdens de regering van Karel de Stoute werd het bestuur van de Nederlanden, tot ongenoegen van de gewesten, meer gecentraliseerd. Ook werd het leger uitgebreid, en werden de belastingen verhoogd. Na de dood van Karel de Stoute kwam Vlaanderen in opstand tegen diens opvolger, Maria van Bourgondië. In 1477 werd het Groot Privilege afgedwongen, waarmee de rechten van de gewesten weer hersteld werden., De Republiek, 1477-1806 (Franeker 2008) 28. Maria trouwde met de latere keizer Maximiliaan, waarmee de Nederlanden overgingen naar het huis Habsburg.

Na de dood van Maria deed Maximiliaan er alles aan om het Groot Privilege af te schaffen, dit tot groot ongenoegen van de gewesten die in opstand kwamen. Door militair ingrijpen werd deze grote opstand gebroken. Vervolgens probeerden de Habsburgers een eenheid te smeden van de zeventien Nederlandse gewesten, met als hoofdstad Brussel: de Habsburgse Nederlanden. Van deze gewesten waren Vlaanderen, Brabant, en Holland, dat vanaf de zestiende eeuw economisch hard groeide, veruit de belangrijkste; zij brachten gezamenlijk 75% van belastinginkomsten op.

De Reformatie begon in de Lage Landen aan het begin van de zestiende eeuw. Een van de oorzaken was de ontevredenheid over wantoestanden in de Rooms-Katholieke Kerk. In het begin werd het protestantisme meestal in het geheim beleden omdat er de doodstraf op stond. Na 1560 kregen de calvinisten meer voet aan de grond, beginnend in de Zuidelijke Nederlanden.: De religieuze kaart van Nederland: omvang en geografische spreiding van de godsdienstige gezindten vanaf de Reformatie tot heden (Gorinchem 2008) De Habsburgse regering deed er alles aan om de Reformatie de kop in te drukken en liet velen vervolgen. Deze vervolgingen waren succesvol in gebieden waar de Habsburgers veel macht hadden, en dat was vooral beneden de grote rivieren.

Begin van de opstand thumb|Aanbieding van het Smeekschrift der Edelen, door Frans Hogenberg. Door de oorlog met Frankrijk in de jaren vijftig van de zestiende eeuw en de hoge belastingen om die oorlog te financieren, werd het onrustig in de Nederlanden. Deze onrust hield aan na de vrede met Frankrijk in 1559. Met de Transactie van Augsburg in 1548 en de Pragmatieke Sanctie in 1549 had keizer Karel V de Nederlandse gewesten samengevoegd. In 1556 trad hij af en droeg de gebieden over aan zijn zoon Filips II, aan wie hij tevens de Spaanse koningstitel gaf. Filips regeerde vanuit Spanje en maakte zijn halfzus Margaretha van Parma landvoogdes van de Nederlanden, vanaf dan bekend als de Spaanse Nederlanden. Zij werd omringd door een aantal hoge edelen als adviseurs, onder wie Willem van Oranje. Ondanks de inquisitie nam het protestantisme toe, ook onder de edelen. In een poging godsdienstvrijheid af te dwingen en de inquisitie af te schaffen, verenigden zich in 1566 tweehonderd edelen uit de Lage Landen, en boden het zogenaamde Smeekschrift der Edelen aan de landvoogdes aan. De inquisitie werd daarop door Margaretha opgeschort, en er kwam een verdere opleving van het protestantisme. In augustus 1566 vond de Beeldenstorm in de Nederlanden plaats. Die leidde tot een door de Habsburgers neergeslagen opstand.

Filips II zond Fernando Álvarez de Toledo, de hertog van Alva, met een leger van 10.000 soldaten naar de Zeventien Provinciën. Alva richtte de Raad van Beroerten op om de verantwoordelijken voor de opstand en andere ketters te straffen. Veel van hen waren gevlucht naar de Duitse staten, zoals Willem van Oranje, maar toch werden vele duizenden anderen vervolgd, onder wie de populaire en invloedrijke graven Egmond en Horne, die in Brussel werden onthoofd. Om de hoge legerkosten te financieren, werden door Alva in 1569 drie nieuwe belastingen ingevoerd, waarvan de tiende penning de meest gehate was. Dit verzwakte de positie van de Spaanse Kroon in de Nederlanden. Bij toeval werd in 1572 Den Briel ingenomen door de Watergeuzen. Den Briel werd een steunpunt vanwaar andere steden in Holland en Zeeland, al dan niet met geweld, werden overgehaald zich bij de Opstand aan te sluiten. Een revolutionaire daad was de Eerste Vrije Statenvergadering van Holland die gehouden werd op 19 juli in Dordrecht. (2008): De Tachtigjarige Oorlog. Opstand en consolidatie in de Nederlanden (ca. 1560 - 1650), blz. 94 Tegelijkertijd viel Lodewijk van Nassau met een leger het zuiden binnen. Het oosten van de Nederlanden werd binnengevallen door de graaf Van den Bergh. Veel stedelijke bestuurders die loyaal waren aan de landsheer vluchtten onder druk van de bevolking. Sommige koningsgezinde stadsbesturen weerstonden de druk van de protestanten doordat de schutterijen die in de steden de openbare orde bewaakten, veelal loyaal waren aan de regering in Brussel.

thumb|left|Bloedbad van Naarden in 1572. Om de opstand te breken, rekende Alva hard af met opstandige steden. De Franse filosoof Voltaire zou dit later duiden als een barbaarse manier van handelen, zoals de Spanjaarden dit gewend waren te doen in Midden- en Zuid-Amerika. Zo liet Alva honderden inwoners van Zutphen en vrijwel de complete bevolking van Naarden ombrengen. Later werd Haarlem door de Spanjaarden veroverd, en werd tevergeefs geprobeerd Leiden en Alkmaar in te nemen.

Vooral het Ontzet van Leiden wordt beschouwd als een ommekeer in de sfeer tegen de Spanjaarden. In 1574 verkeerden de opstandelingen in een wanhopige toestand en zij besloten het zuidelijk deel van Holland te inunderen (onder water zetten) door het doorsteken van de dijken van de Maas en de Hollandse IJssel en honderden polderdijken. Pas na regen en een zuidwester storm kwam het water tot vlak bij Leiden en kon de geuzenvloot varend de Spaanse troepen verdrijven. Het Spaanse invasieleger trok zich terug uit Holland en alleen Amsterdam, Haarlem en Utrecht bleven koningsgezind.

In 1575 werden in Breda onderhandelingen gehouden over een mogelijke vrede. Voorwaarden die de opstandelingen eisten - godsdienstvrijheid en beperkte macht van de landsheer - werden niet ingewilligd. Hierdoor werd geen compromis gesloten. Door het bankroet van Spanje in 1576 en het uitblijven van soldij sloeg het leger van de landsheer aan het muiten en plunderde daarbij op 4 november 1576 Antwerpen (bekend als de Spaanse Furie) en andere steden. De gewesten van de Nederlanden, uitgezonderd Namen, Luxemburg en een deel van Limburg, sloten uit angst voor de plunderingen de Pacificatie van Gent, waarin zij overeenkwamen de (zogenaamd) Spaanse troepen te verdrijven en een eigen voorlopige regering te vormen, de Staten-Generaal. Desondanks bleven de gewesten de soevereiniteit van Filips II erkennen terwijl tegelijk Willem van Oranje door de Staten-Generaal erkend werd als stadhouder van Holland en Zeeland. Tevens bepaalden de Staten-Generaal dat het protestantisme in Holland en Zeeland beleden mocht worden, dat de overige gewesten officieel rooms-katholiek bleven en dat protestanten er niet vervolgd werden. De door Filips II aangewezen landvoogd Juan van Oostenrijk werd door de Staten-Generaal erkend mits hij de Pacificatie van Gent zou erkennen. Don Juan tekende vervolgens in februari 1577 het Eeuwig Edict (inhoudende dat zijn troepen de Nederlanden grotendeels zouden verlaten), maar besloot al in juli zich er niet aan te houden, omdat zijn macht erdoor zou afnemen, alsook vanwege de groeiende verdeeldheid tussen de gematigde en radicale opstandelingen in het zuiden. Daarop zetten de gewesten, op Luxemburg en Namen na, de strijd tegen de koning voort.

Ontstaan van de Republiek thumb|left|De laatste pagina van de Unie van Utrecht bevat handtekeningen van ondertekenaars van het verdrag. Willem van Oranje probeerde de tweedeling tussen het noorden en zuiden glad te strijken, maar hij was hierin weinig succesvol. Vanwege de Nederlandse Opstand was het noorden voor een groot deel protestants. Het zuiden daarentegen bleef, gesteund door de adel en de patriciërs, voornamelijk rooms-katholiek. Toch probeerde Willem religievrede te bewerkstelligen, waarbij zowel de protestanten als de rooms-katholieken vrij hun geloof konden belijden. De Staten-Generaal in Brabant probeerden hun macht boven de grote rivieren te vergroten, maar slaagden daar niet in, terwijl de noordelijke gewesten de Hollandse invloedssfeer binnen dreven.