Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1981 was het 33e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

FIM De FIM maakte begin 1981 bekend dat de 350cc-klasse in 1983 zou worden afgeschaft en dat de 50cc-klasse in 1984 zou worden vervangen door de 80cc-klasse. Tijdens het FIM-najaarscongres in november dreigde rijdersvertegenwoordiger Ángel Nieto met een boycot als de stratencircuits van Imatra en Brno niet uit het programma zouden verdwijnen.

Merken/Teams Giacomo Agostini begon vanaf de Britse Grand Prix coureurs te polsen om voor een nieuw team te gaan rijden. Agostini had al financiële toezeggingen van AGV en Philip Morris (Marlboro). Op het oog kwam het team van Armstrong voor het eerst aan de start, maar dit waren Cottons met Rotax-motor. Cotton was in 1980 door Barton Engineering (Armstrong) overgenomen. In de Daytona 200 verschenen deze machines met de letters "CCM" op de tank. CCM was sinds 1978 eigendom van Barton. Bultaco bracht in Hockenheim de aftandse en versleten 50cc-racer uit 1978 aan de start. Ricardo Tormo viel er al in de eerste ronde mee uit, maar won daarna alle races waarin hij startte. Cagiva ging verder met de ontwikkeling van haar 500cc-racer, waarvoor Virginio Ferrari was aangetrokken. Ferrari startte maar zelden in GP's en haalde de finish maar één keer: 19e in San Marino. De Kawasaki KR 500 voldeed niet aan het technische reglement vanwege het grote voorspatbord. Het voorwiel moest van beide kanten met uitzondering van de band duidelijk zichtbaar zijn, een regel die nog dateerde uit de jaren vijftig, toen de druppelstroomlijnen moesten worden verboden. In de races was dan ook een groot deel van het voorspatbord weer opengewerkt. Sanvenero zou in zee gaan met Pier Paolo Bianchi, maar na onenigheid kwam Guy Bertin voor het team rijden. Het Franse Sonauto-Yamaha-team verving de verongelukte Patrick Pons door Marc Fontan. Suzuki maakte van Suzuki-GB haar enige officiële fabrieksteam, met Randy Mamola en Graeme Crosby als rijders. Sommige coureurs die door importeurs gesteund werden kregen ook fabrieksracers, zoals Wil Hartog (Riemersma Suzuki) en Marco Lucchinelli (Gallina-Suzuki). Yamaha kreeg in 1981 vier rijders met fabrieksmateriaal: Kenny Roberts, Barry Sheene, Christian Sarron en Boet van Dulmen. Roberts kreeg echter de nieuwe square four Yamaha OW 54, de anderen de Yamaha OW 53 met de specificaties van 1980. Vanaf de Franse GP kreeg ook Sheene een OW 54. Net als in het seizoen 1980 ging het weer niet goed met het Belgische team van Serge Zago. Dit keer vertrok coureur Mike Baldwin na de Belgische Grand Prix na meningsverschillen met het team.

Coureurs thumb|Toni Mang was de meest succesvolle coureur van 1981, met vijftien overwinningen in twee klassen en twee wereldtitels Pier Paolo Bianchi zou voor Sanvenero gaan rijden, maar kreeg onenigheid met het team en startte met een MBA. Dat Boet van Dulmen een semi-fabrieks-Yamaha OW 53 kreeg was voor velen een verrassing. Hij had voor Yamaha tests uitgevoerd in 1980 en daarbij nogal wat kritiek geleverd. Na het GP-seizoen testte Van Dulmen de 1982-Cagiva, die door de net aangestelde constructeur Jan Thiel verder ontwikkeld zou worden. Jon Ekerold brak tijdens de wegraces in Raalte een enkel op zeven plaatsen, waardoor hij zijn kansen op de 350cc-wereldtitel zag verdampen. Gregg Hansford raakte in het begin van het jaar geblesseerd tijdens de 200 Mijl van Imola. Hij was bij de TT van Assen weer terug, maar brak tijdens de Belgische Grand Prix een been. Henk van Kessel kreeg na afloop van de Belgische Grand Prix een aanbod van Hans Georg Anscheidt, die inmiddels racedirecteur van Van Veen-Kreidler was, om als senior-coureur voor dat merk te gaan rijden, waardoor hij ook kon helpen met de ontwikkeling van de 80cc-racers die vanaf 1984 een eigen klasse zouden krijgen. Eugenio Lazzarini had een teleurstellend seizoen met zijn zelfbouw 125cc-Iprem, maar moest bovendien vruchteloos wachten tot zijn 50cc-Garelli eindelijk klaar was. Na het stoppen van Wil Hartog hoopte Jack Middelburg dat hij diens fabrieks-Suzuki zou krijgen, maar vanaf de Franse Grand Prix reed Franco Uncini ermee. Op dat moment was het een teleurstelling voor Middelburg, maar aan het einde van het seizoen had Uncini nauwelijks punten gescoord, terwijl Middelburg er 60 had. Toen hij in Joegoslavië zijn hand brak gaf Middelburg aan dat de TT van Assen zijn laatste race zou worden. Hij zou de races in Raalte, Chimay en Tubbergen moeten missen en daardoor in grote financiële moeilijkheden komen. De bladen Motor en Moto 73 en de RAM-Raalte zetten onmiddellijk een steunfonds op en openden een bankrekening waardoor lezers Middelburg konden steunen. Middelburg vond ook een extra sponsor en door dit alles kon hij blijven racen. Hans Müller werd met een MBA vierde in de 125cc-klasse, maar was niet tevreden met zijn 250cc-MBA, die hij na de GP van Spanje te koop zette. Zijn sponsor Elit bestelde een Yamaha TZ 250 voor hem. Graziano Rossi zou in 1981 met de Morbidelli alleen nog in de 500cc-klasse starten. De machine debuteerde pas in Assen en Rossi zou geen enkel punt scoren. Na de GP van San Marino had Rossi er genoeg van en verbrak zijn contract met Giancarlo Morbidelli. Voor hem werden de oude Suzuki-productieracers van Franco Uncini opgebouwd. Uncini had immers de fabrieksracers van Wil Hartog gekregen. Rossi zette een eigen team op, onder andere met steun van Masport, de sponsor van de verongelukte Sauro Pazzaglia. De Amerikaan Richard Schlachter maakte in de 250cc-klasse indruk door zijn spectaculaire inhaalraces, maar die reed hij ook wel noodgedwongen. Hij was niet gewend aan duwstarts en kreeg ze maar niet onder de knie. Hans Spaan kon na een val in Zandvoort pas in Joegoslavië weer aan de start komen, maar brak daar een botje in zijn pols. Hij kreeg geen goedkeuring van de artsen voor de TT van Assen omdat er problemen waren met zijn rug. Voor Egbert Streuer was 1981 een echt pechseizoen, vooral waar het bakkenisten betrof. In Oostenrijk kon hij niet starten omdat hij zelf nog herstellende was van een maagoperatie. In de Duitsland was hij weliswaar genezen maar kreeg hij geen goedkeuring van de KNMV-arts. In Frankrijk werd hij vierde, maar Bernard Schnieders was toen nog aan het wennen aan het werk als bakkenist. In Assen werd Egbert van de machine geslingerd en Bernard liet zich uit de stuurloze combinatie glijden, waarbij hij een schouderluxatie opliep. Daarom reed Streuer in België met zijn oud-bakkenist Johan van der Kaap. In Silverstone was Schnieders genezen van zijn schouderblessure, maar kreeg hij een griepaanval. Gelukkig was de "gepensioneerde" Kenny Williams als toeschouwer aanwezig en hij viel in. In Finland nam Van der Kaap weer plaats in het zijspan omdat gebleken was dat de schouder van Schnieders alsnog een operatie vereiste. In Zweden bleek het sleutelbeen dat Van der Kaap een jaar eerder gebroken had opnieuw een breuk te vertonen. Nu vond hij een vervanger in de Fin Raimo Leppänen. In Tsjecho-Slowakije startte hij met zijn vijfde bakkenist, Charles Vroegop.

Overleden Michel Rougerie verongelukte op 31 mei tijdens de 350cc-race op het Automotodrom Grobnik in Rijeka. Kenny Blake verongelukte op 9 juni tijdens de Senior TT op het eiland Man. Sauro Pazzaglia bezweek op 14 juli aan de gevolgen van een val tijdens de training van de GP van San Marino. Op donderdag 3 september overleed Alain Béraud aan de gevolgen van een schedelbasisfractuur die hij had opgelopen tijdens de 250cc-GP van Tsjecho-Slowakije. Op 18 september overleed Dave Potter aan de gevolgen van een val tijdens het British Superbike Championship op Oulton Park op 31 augustus.

Gestopt Gianfranco Bonera kwam vanaf 1980 niet meer aan de start. Zijspancoureur Bruno Holzer maakte al in januari bekend dat hij zijn carrière zou beëindigen. Hij was een groot voorstander van de technisch doorontwikkelde zijspancombinaties zoals die in 1979 in de B2B-klasse hadden gereden, maar die waren sinds 1980 verboden. Ook zijn bakkenist Karl Meierhans stopte. Johan van der Kaap, de bakkenist van Egbert Streuer, stopte in het voorjaar van 1981 en werd opgevolgd door Bernard Schnieders. Door een blessure van Schnieders viel Van der Kaap wel nog een paar keer in. Wil Hartog besloot meteen na de Duitse Grand Prix zijn carrière te beëindigen omdat hij met de nieuwe fabrieks-Suzuki geen kans maakte op de wereldtitel. Klaas Hernamdt verklaarde na de TT van Assen dat hij niet langer in het wereldkampioenschap zou rijden, vanwege de teleurstellende resultaten. Willem Zoet raakte ernstig geblesseerd tijdens de GP van San Marino en besloot eind 1981 zijn plannen om in 1982 weer aan de start te komen te laten varen.

Races Argentinië, Buenos Aires Jon Ekerold probeerde zijn collega's over te halen de Argentijnse Grand Prix te boycotten, vanwege de hoge reiskosten. Een aantal coureurs vreesde ook dezelfde taferelen die zich tijdens de GP van Venezuela hadden voorgedaan: hoge temperaturen, geen hotelkamers, corruptie, bureaucratie en allerlei belastingen. Toni Mang de grootste concurrent van Ekerold, moest vanwege zijn contract met Kawasaki wel naar Argentinië reizen en daardoor kon Ekerold het zich ook niet veroorloven weg te blijven. Toch stelde Ekerold het FIM-bestuur in maart op de hoogte van het feit dat alle toprijders uit de 250- en de 350cc-klassen zouden wegblijven. Uiteindelijk gingen alle toprijders naar Buenos Aires, waar de organisatie uitstekend bleek te zijn. Bovendien kwamen er 40.000 toeschouwers. Argentinië moest wel dispensatie van de FIM krijgen omdat men niet voldeed aan het minimumaantal van vier startende klassen. Oostenrijk, Salzburgring Dat de Grand Prix van Oostenrijk in april verreden werd was voor veel mensen onbegrijpelijk. In 1979 kon ze ternauwernood doorgaan omdat er op zaterdag voor de race sneeuw viel, in 1980 werd ze helemaal afgelast en konden de teams niet eens vertrekken omdat ze in het rennerskwartier ingesneeuwd waren. In 1981 was het weer echter uitstekend. Voor de 500cc-klasse en de zijspannen was de Oostenrijkse Grand Prix de openingsrace van het seizoen. Veel aandacht ging uit naar de nieuwe Yamaha OW 54 van Kenny Roberts, die tijdens de trainingsdagen zorgvuldig verborgen werd gehouden. Ook was men benieuwd of het Honda NR 500-project eindelijk vruchten zou gaan afwerpen. Roberts vernielde zijn OW 54 bij een val in de trainingen en Takazumi Katayama wist met zijn NR 500 niet verder te komen dan de 19e trainingstijd en een 16e plaats in de race. De nieuwe LCR-zijspancombinaties kwamen nog niet goed uit de verf. Rolf Biland/Kurt Waltisperg wisten weliswaar tweede te worden, maar de overige LCR's moesten een Windle, twee Seymaz-combinaties en zelfs de zelfbouwcombinatie van Trevor Ireson voor zich dulden. Duitsland, Hockenheim