Het wereldkampioenschap wegrace seizoen 1985 was het 37e in de geschiedenis van het door de FIM georganiseerde wereldkampioenschap wegrace.

Algemeen FIM Tijdens het FIM-voorjaarscongres werd besloten dat vanaf 1988 alleen nog met eencilinder-125cc-racers gereden mocht worden. Voor het Europees kampioenschap wegrace werd dit in 1987 al ingevoerd. Begin september richtten de zijspancoureurs de Sidecar Drivers Association op. Zij presenteerden een eisenpakket voor de toekomst, met onder andere het handhaven van het huidige technisch reglement en het plaatsen van de zijspanraces in het midden van een Grand Prix. In veel landen waar zijspanraces minder populair waren ging het publiek na de soloklassen naar huis, terwijl de zijspanrace als laatste stond geprogrammeerd. Tijdens het FIM-najaarscongres werd onder aanvoering van de delegaties uit de Sovjet-Unie en Zuid-Amerika Zuid-Afrika buitenspel gezet. De GP van Zuid-Afrika werd van de kalender geschrapt en Zuid-Afrikaanse coureurs (in feite alleen Mario Rademeyer) mochten niet meer aan het wereldkampioenschap deelnemen. De FIM besloot ook - vooruitlopend op het nieuwe reglement voor 1987 - eencilinders in de 125cc-klase een gewichtsvoordeel van 10 kg te geven.

Merken/teams Hoewel Armstrong in het Engelse Bolton gevestigd was, waren de beide coureurs voor 1985 Schots: Niall Mackenzie en Donnie McLeod. Oud-coureur Chas Mortimer werd aangesteld als teammanager. Cagiva kreeg het maar niet voor elkaar beide rijders (Marco Lucchinelli en Virginio Ferrari) van een goede machine te voorzien. Lucchinelli kwam enkele malen aan de start, maar Ferrari moest wachten tot de GP van San Marino tot hij een machine kreeg. Toen had men al - tegen betaling - Kenny Roberts ingehuurd om de machine in Misano te testen. ELF had zich in 1984 beperkt tot sponsoring van de Honda's met een Chevallier-frame, maar ontwikkelde voor 1985 een eigen frame met naafbesturing voor en eenzijdige wielophanging achter. Deze ELF 2 was bedoeld voor Didier de Radiguès, maar die wilde er pas op rijden als de motorfiets uitontwikkeld was. Dit ontwikkelingswerk werd gedaan door Christian le Liard, die tijdens het seizoen met een gewone Honda RS 500 R-productieracer aantrad maar veel minder succesvol was dan in het seizoen 1984. Le Liard scoorde zelfs geen enkel WK-punt. HRC nam drastische maatregelen om het seizoen te financieren. Men liet zich voor het eerst in de geschiedenis sponsoren. De hoofdsponsor werd Rothmans. Er werd een nogal ingewikkelde constructie gevonden om de fabrieksracers te verdelen: Freddie Spencer bleef eerste rijder en kreeg aanvankelijk als enige de viercilinder Honda NSR 500. Samen met Randy Mamola stond hij rechtstreeks onder contract bij HRC. Takazumi Katayama stond onder contract bij Rothmans, Wayne Gardner en Ron Haslam stonden onder contract bij Honda-UK en de vreemdste eend in de bijt was Didier de Radiguès, die voor ELF reed maar desondanks een fabrieks-Honda NS 500 kreeg. Spencer startte ook in de 250cc-klasse met een speciaal door Erv Kanemoto geprepareerde Honda RS 250 R. Na enkele jaren zonder officieel fabrieksteam werkte men bij MBA aan een nieuwe 250cc-V2 voor Guy Bertin. Intussen deed Pier Paolo Bianchi het goed met de 125cc-MBA. Hij miste de wereldtitel doordat hij in de GP van San Marino uitviel. Parisienne had slechts één eigen motor, waarvan het blok ontwikkeld was door Jorg Möller en die voorzien was van een Bakker-frame. De tweede machine was een Honda-productieracer. Als eerste rijder was Jacques Cornu aangetrokken, maar die had lang last van blessures die hij bij een verkeersongeval had opgelopen. Vanaf de GP des Nations werden de motorfietsen omgeruild: Cornu kreeg de productieracer en Pierre Bolle werd op de Bakker-Parisienne gezet. Het team van Pernod kwam in de eerste drie GP's aan de start, maar begon daarna races over te slaan om de machines te verbeteren. In Joegoslavië was men weer terug, maar Jean-François Baldé werd slechts dertiende terwijl Jacky Onda zich niet eens wist te kwalificeren. Intussen had Alain Chevallier de technische leiding overgenomen, maar die gooide het bijltje er na enkele weken weer bij neer. Baldé schafte zich twee Yamaha TZ 250's aan, maar kreeg - vanwege zijn contract - wel ondersteuning van Pernod Ricard. Kenny Roberts vond in 1985 geen sponsors meer voor zijn team. Marlboro stopte de sponsoring voor Roberts onverwacht. Wayne Rainey was al ontslagen, maar Roberts wilde Alan Carter behouden als tweede man achter Kork Ballington. Het ging allemaal niet door: Carter kocht een Honda RS 250 R productieracer, Rainey sloeg het seizoen over en Ballington kwam niet meer terug als coureur. Suzuki was feitelijk gestopt met de ontwikkeling van de 500cc-racers, maar keek naar Roberto Gallina en Heron voor de ontwikkeling van de frames. Dat deden ze ook: Heron ontwikkelde de Heron 500 Project Bike en Gallina de TGA 1, maar voor speciale uitlaten en cilinders moesten ze gewoon betalen. Gallina huurde Massimo Tamburini in om te helpen bij de ontwikkeling van zijn TGA 1 en hoopte op een terugkeer van Suzuki in 1986. Yamaha verdeelde haar 500cc-fabrieksracers over twee verschillende teams: Marlboro-Yamaha met Eddie Lawson en Raymond Roche en Gauloises-Sonauto-Yamaha met Christian Sarron. Tegen het einde van het seizoen verscheen een nieuwe 250cc-racer, de Yamaha YZR 250 met een V-motor. Het boterde niet tussen Eddie Lawson en teammanager Giacomo Agostini, die een groot deel van het seizoen niet met elkaar spraken. Lawson verlengde aan het einde van het seizoen zijn contract, maar deed dat rechtstreeks met Marlboro, zodat hij niet meer met Agostini hoefde te onderhandelen.

Coureurs Rolf Biland had in samenwerking met Mike Krauser en nieuwe motor gebouwd, de viercilinder "Krauser L 4" met reed valves. Hij gebruikte dit blok in de TT van Assen, de GP van België en de GP van Frankrijk, maar greep daarna weer terug op zijn Yamaha TZ 500-motor omdat de nieuwe motor nog te traag was. Boet van Dulmen had een rommelige seizoenstart. Hij wilde een Honda RS 500 R kopen, liefst via de Stichting Nederlands Racing Team (SNRT), maar stond op gespannen voet met de leiding van dat team, dat gelieerd was aan de KNMV. Honda-Nederland wilde echter de beste coureur op hun machine en hetzelfde gold voor sponsor Shell, die niet inging op pogingen van de SNRT om over te stappen. Zo kreeg van Dulmen uiteindelijk zijn Honda, maar slechts drie weken voor de eerste race en zonder reservedelen. Takazumi Katayama kreeg een fabrieks-Honda NS 500, maar stond niet onder contract bij HRC. Zijn werkgever was sponsor Rothmans. Dat gaf Katayama de kans wat te experimenteren en bij zijn eerste race trad hij al aan met een frame van Nico Bakker. Katayama miste echter motivatie en na de vrije training van de GP van Frankrijk besloot hij te stoppen. Ángel Nieto bleef bij Garelli, maar kreeg de nieuwe, door Jan Thiel ontwikkelde 250cc-racer. Resultaten bleven echter uit. Aanvankelijk weet men dat aan een blessure die hij tijdens de GP van San Marino van 1984 had opgelopen, maar die theorie hield geen stand toen Nieto met de 80cc-Derbi wel goed ging presteren. Een terugkeer naar de 125cc-Garelli was niet mogelijk, want het 125cc-team werd gesponsord door de Italiaanse bond FMI, die alleen jonge Italianen op de machines wilde zien. Na de Franse GP gingen Garelli en Nieto "als vrienden uit elkaar". Sergio Pellandini werd voor aanvang van het seizoen geopereerd aan zijn enkel, een blessure die hij al in 1984 op Silverstone had opgelopen. Na de operatie trad een infectie op en het leek erop dat zijn voet misschien wel geamputeerd moest worden. Het kostte Pellandini, die een contract met Parisienne had, bijna het hele seizoen. De Zuid-Afrikaan Mario Rademeyer deed het uitstekend in zijn thuis-Grand Prix. Bovendien had hij een Britse licentie, waardoor hij niet meer (vanwege de apartheidspolitiek) geweigerd kon worden door de organisaties in bijvoorbeeld Joegoslavië. Hij had wel een ander probleem: geld. Raymond Roche had in 1984 regelmatig fabrieksmateriaal van HRC-Honda gekregen, maar kreeg in 1985 geen contract. Giacomo Agostini contracteerde hem voor zijn Marlboro-Yamaha-team. Freddie Spencer kwam in twee klassen aan de start: 250- en 500 cc. Voor beide klassen kreeg hij als enige speciaal geprepareerde machines: een viercilinder Honda NSR 500 en een speciale tweecilinder Honda RS 250 R. Deze machine week af van de gewone Honda RS 250 R en was feitelijk een halve NSR 500.

Gestopt Barry Sheene maakte al in januari bekend dat hij zijn racecarrière zou beëindigen. Hij had geen mogelijkheden om aan fabrieksmateriaal te komen. De onderhandelingen met Cagiva verliepen stroef en bij Suzuki kon hij alleen overjarige machines krijgen. Ook Jacques Bolle bleek zijn carrière beëindigd te hebben. Andreas Huber, de bakkenist van Werner Schwärzel besloot nog voor aanvang van het seizoen te stoppen. Schwärzel probeerde hem over te halen nog een seizoen te blijven, maar trad uiteindelijk aan met Fritz Buck. Takazumi Katayama stopte na de vrije training van de Franse GP, vooral wegens motivatieproblemen. Na de Grand Prix van San Marino beëindigde Anton Straver zijn internationale carrière, maar bleef op nationaal niveau actief. Kort na het seizoen maakten zowel Alain Michel als Werner Schwärzel bekend dat ze zouden stoppen met zijspanracen. Michel had dat al vaker gezegd en het bleek uiteindelijk niet waar, maar Schwärzel stopte definitief. In oktober maakten Franco Uncini en Marco Lucchinelli bekend te gaan stoppen met racen. Uncini nam afscheid in stijl met het Italiaans 500cc-kampioenschap. Luchinelli kwam in het wereldkampioenschap wegrace 1986 nog één keer aan de start met een Cagiva en reed in de seizoenen 1987 en 1988 in het wereldkampioenschap superbike. In december maakte Mick Grant bekend dat hij zijn racecarrière zou beëindigen.

Overleden Op 28 juli overleed de Italiaanse coureur Lorenzo Ghiselli aan de gevolgen van een ongeluk tijdens een Italiaanse kampioensrace op het Autodromo Enzo e Dino Ferrari, nadat hij drie maanden in coma had gelegen. Op 26 oktober overleed Paul Rimmelzwaan aan de gevolgen van een ongeval met een straatmotorfiets. Hij had enkele weken daarvoor een Krauser voor het seizoen 1986 gekocht.

Races Zuid-Afrika, Kyalami In tegenstelling tot eerdere jaren, toen de hoge reiskosten voor veel coureurs een bezwaar waren om naar Zuid-Afrika af te reizen, waren er nu tamelijk veel inschrijvingen: 51 in de 250cc-klasse en 29 in de 500cc-klasse. De Japanse coureurs kregen van hun eigen bond een startverbod vanwege de apartheidspolitiek. Nog voor er een meter gereden was moesten de coureurs aan het werk om de baan gebruiksklaar te maken. Een regenbui had een gedeelte van het asfalt weggespoeld en hoewel dat weer hersteld was moest er geveegd worden om het nieuwe asfalt schoon te krijgen. Dat deden de coureurs graag. Minder gelukkig was men met het door de circuiteigenaren ingehuurde "veiligheidspersoneel", dat met wapenstokken en zelfs vuurwapens door het rennerskwartier liep. Spanje, Jarama De Spaanse organisatie had de zaken niet altijd goed in de hand. Het rennerskwartier was bevolkt met duizenden mensen die daar niets te zoeken hadden en tijdens de races stak het publiek zelfs strobalen in brand. Ook waren er veel valpartijen. Al tijdens de trainingen vielen ongeveer vijftig rijders en dat gebeurde ook in de warm-up training en de races. Opmerkelijk was dat de volgorde van de races was gewijzigd: de 250cc-race was in het programma verplaatst naar het einde van de dag. Dat was een voordeel voor Freddie Spencer, die in twee klassen uitkwam en nu fit aan de 500cc-race kon beginnen. Duitsland, Hockenheim Voor het eerst in 1985 kwamen alle klassen aan de start en dat leverde in het rennerskwartier nogal wat drukte op. Daar bevonden zich niet minder dan 250 ingeschreven coureurs. De trainingen werden in goede omstandigheden afgewerkt, maar op de racedag regende het. Nations Grand Prix, Mugello