Marco Polo (Venetië of Korčula, 1254 – Venetië, 8 januari 1324) was een Venetiaanse handelaar en ontdekkingsreiziger. Met zijn vader Niccolò en oom Maffeo Polo bereisde hij tussen 1271 en 1295 voor Europa grotendeels onbekende gebieden zoals Perzië, China en Indië. Hij wist in dienst van de Mongoolse heerser Koeblai Khan unieke informatie over Azië te verzamelen. Na terugkeer in Venetië beschreef hij, samen met de romanschrijver Rustichello van Pisa, de door hem bezochte landen in Il Milione (Nederlandse titel: De wonderen van de Oriënt). Dit boek had in de late middeleeuwen grote invloed op het Europese beeld van het oosten. Marco Polo beschreef de pracht en luister van China en het Mongoolse Rijk en vermeldde vele in Europa onbekende zaken zoals het gebruik van papiergeld, steenkool, het bestaan van Japan, etc. De door Marco Polo opgedane geografische kennis werd gebruikt door gerenommeerde cartografen en stimuleerde, aan de vooravond van het tijdperk van de grote ontdekkingen, ontdekkingsreizigers als Christoffel Columbus.
Regelmatig zijn er twijfels uitgesproken over de geloofwaardigheid van Marco Polo's reizen op grond van omissies en onjuistheden in het boek, maar de meeste onderzoekers oordelen dat de grote hoeveelheid correcte en verifieerbare informatie bewijst dat Il Milione wel degelijk een uniek en waarheidsgetrouw document is.
Achtergrond thumb|left|Dzjengis Khan bestijgt de troonDe vijandschap tussen de islamitische wereld en het christelijke Europa in de tijd van de kruistochten betekende dat men in het westen nauwelijks contact had met de verder oostelijk gelegen gebieden in Azië. Het Europese beeld van de Oriënt werd gevormd door een curieuze mengeling van klassieke teksten, theologische leerstellingen en zelfverzonnen mythes.Larner, pagina 8 Kaarten na de kruistochten plaatsten Jeruzalem vaak in het middelpunt van de wereld, als "navel van de wereld", het theologische centrum van de aarde.cf. Ezechiël 5:5, KUPFER, Marcia. The Jerusalem Effect: Rethinking the Centre in Medieval World Maps. Visual Constructs ofJerusalem. Gearchiveerd op 30 november 2021. Ergens in Indië bevond zich de Hof van Eden.dit Aards Paradijs zou de bron zijn van vier grote rivieren: de Pison (Indus of Ganges), de Gichon (Nijl), de Hiddekel (Tigris) en de Eufraat. Zie Genesis 2:10-14 In Indië zouden zich talrijke christenen bevinden, dankzij het zendingswerk van de apostel Thomas. Dit laatste gegeven gaf voeding aan de legende over Priester Johannes, die over een groot en machtig christelijk rijk in het oosten zou regeren. Van een valse brief van deze fictieve priesterkoning aan de Byzantijnse keizer Manuel I circuleerden vanaf de twaalfde eeuw meer dan honderd kopieën door Europa. De brief beschreef de ontzagwekkende rijkdommen en monsterlijke wezens van Azië, vermengd met elementen uit de Alexanderromans.Larner, pagina 10
De opkomst van het Mongoolse Rijk, onder leiding van Dzjengis Khan (ca. 1162 – 1227), creëerde een nieuwe situatie voor het geïsoleerde Europa. Dzjengis was in 1206 uitgeroepen tot grootkan van alle Mongoolse stammen in het steppengebied ten noorden en westen van China. Hij smeedde de geharde nomaden tot een vrijwel onoverwinnelijk leger van bereden boogschutters. In een serie veldtochten onderwierp de Mongoolse leider uitgestrekte gebieden in Centraal-Azië en het noorden van China. De veroveringen stopten niet na de dood van Dzjengis in 1227. Zijn opvolger Ögedei Khan (ca. 1189 – 1241) zond Dzjengis' kleinzoon Batu Khan (ca. 1205 – 1255) met een leger naar het westen. Batu vernietigde tussen 1237 en 1240 het Kievse Rijk in Rusland en stichtte het rijk van de Gouden Horde. De Mongoolse legers zetten in 1241 hun opmars voort met succesvolle veldtochten in Polen en Hongarije. Batu brak de campagne echter af na het vernemen van het nieuws over de dood van Ögedei. Hij keerde terug naar Mongolië om mee te beslissen over diens opvolging.
De gealarmeerde Europeanen zonden verschillende gezantschappen naar de Mongolen om meer te weten te komen over deze nieuwe macht. In opdracht van paus Innocentius IV reisde de franciscaan Giovanni da Pian del Carpine in 1245 naar het kamp van Batu aan de Wolga. Deze stuurde de monnik door naar het hof van de nieuwe grootkhan Güyük (ca. 1206 – 1248) in Karakorum. Eenmaal aangekomen in Mongolië verliepen de onderhandelingen niet erg succesvol: Güyük eiste dat de paus zich persoonlijk kwam onderwerpen.Larner, pagina 19 De missie van Giovanni da Pian del Carpine leverde echter wel een eerste ooggetuigenverslag over het Mongoolse rijk op. Ook de Vlaamse franciscaan Willem van Rubroeck, uitgezonden door de Franse koning Lodewijk IX, bereikte in 1253 Karakorum en schreef een belangwekkend Itinerarium. China bleef echter buiten het gezichtsveld van deze gezantschappen.
De Pax Mongolica op de Euraziatische steppe zorgde voor veilige verbindingen en daarmee mogelijkheden voor de handel. In deze periode beleefde de Republiek Venetië een ongekende commerciële en maritieme expansie. De Venetiaanse doge Enrico Dandolo (ca. 1110 – 1205) had de deelnemers aan de Vierde Kruistocht zo gemanipuleerd, dat ze in 1204 in plaats van Jeruzalem Constantinopel veroverden. De kruisvaarders stichtten het Latijnse Keizerrijk in de voormalige Byzantijnse hoofdstad. De Italianen hadden daarna onbeperkt toegang tot de gebieden rondom de Zwarte Zee en konden daar direct contact met de Mongolen leggen.
De reis van Niccolò en Maffeo Polo thumb|Niccolò en Maffeo ontmoeten de gezant van Hulagu in BucharaDe broers Niccolò († 1300) en Maffeo Polo († 1310)Wood, pagina 113. Hun geboortedatum is onbekend. waren Venetiaanse kooplieden uit de middenklasse. Met hun oudere broer Marco († ca. 1280) dreven ze handel in Constantinopel en de gebieden rond de Zwarte Zee. De oude Marco Polo bezat panden in Constantinopel en Soedak, een Venetiaans emporium op de Krim. Rond 1260Il Milione geeft 1250 aan, maar moderne historici plaatsen de datum rond 1260, zie Larner, pagina 33 trokken Niccolò en Maffeo Polo vanuit Soldaia naar het hof van Berke († 1266), de opvolger van Batu als khan van de Gouden Horde. Te Sarai of Bolgar aan de Wolga dreven ze een succesvolle handel in edelstenen met de khan. Oorlogsomstandigheden verhinderden echter hun terugkeer naar Venetië. De Byzantijnse keizer Michaël VIII Palaiologos heroverde in juli 1261 Constantinopel op de kruisvaarders, terwijl in de winter van 1261–1262 oorlog uitbrak tussen Berke en Hulagu, de eveneens Mongoolse stichter van het Il-kanaat in Perzië. De routes via Constantinopel en de Kaukasus waren daarmee beide afgesloten. De broers trokken daarop oostwaarts naar Buchara in Transoxanië.
Na een verblijf van drie jaar troffen ze een gezant van Hulagu. Deze was op weg naar Hulagu's broer, Koeblai Khan (1215–1294), sinds 1260 de grootkhan van het Mongoolse Rijk. Koeblai regeerde meer dan dertig jaar over het Mongoolse Rijk. Onder zijn bewind veroverden de Mongolen na een jarenlange strijd het zuiden van China op de Zuidelijke Song-dynastie en bereikte het rijk zijn grootste omvang. Na Koeblai's dood viel het Mongoolse Rijk in stukken uiteen.
Op uitnodiging van de gezant reisden Niccolò en Maffeo Polo met hem mee naar het hof van Koeblai. De grootkhan bleek geïnteresseerd in de situatie in Europa en het christelijk geloof en zond de Polo's als zijn gezanten naar de paus in Rome. Koeblai verzocht de paus in een brief om hem honderd geleerden en olie uit de lamp van de kerk van het Heilig Graf in Jeruzalem te sturen. Dankzij Koeblai's paiza, een gouden tablet waarmee de reizigers onderweg vrije doortocht en bescherming konden opeisen, bereikten de broers in 1269 veilig de Armeense havenstad Ayaş aan de Middellandse Zee. In Acre vernamen ze dat paus Clemens IV in november 1268 was gestorven. In afwachting van de verkiezing van een nieuwe paus keerden de Polo's terug naar Venetië, waar Niccolò Polo werd herenigd met zijn inmiddels vijftienjarige zoon Marco. Er zijn geen gegevens bekend over de wijze waarop Marco Polo opgroeide. Aangenomen wordt dat zijn opleiding vooral gericht was op een toekomstige rol als handelaar.Larner, pagina 36
Marco Polo's reis naar Azië thumb|left|De karavaan van Marco Polo (detail uit Catalaanse Wereldatlas) Toen na twee jaar nog geen nieuwe paus was gekozen, besloten de broers in 1271 zelf terug te keren naar Mongolië, vergezeld door de jonge Marco Polo. In Acre legden ze contact met de pauselijke nuntius Tebaldo Visconti, die korte tijd later werd verkozen tot paus. Als paus Gregorius X benoemde Visconti de Polo's tot zijn officiële gezanten en voegde twee dominicanen toe aan het gezelschap. Met officiële brieven en de gevraagde olie vertrokken ze in november 1271 vanuit Ayaş over de zijderoute in de richting van Armenië. De twee monniken haakten al snel af uit angst voor oorlogsgeweld van de kant van de Mammelukse sultan Baibars (1223-1277), maar de Polo's zetten hun missie door. Het zou ruim drie jaar duren voordat ze hun reisdoel bereikten.
Vanuit Tabriz, ook toen al vermaard om zijn tapijten, trok het reisgezelschap door de woestijn naar het snikhete eiland Hormuz in de Perzische Golf, een belangrijk knooppunt in de specerijenhandel. Het plan was om overzee naar China te reizen, maar de Venetianen durfden het niet aan met de gammele schepen ter plaatse zee te kiezen.Il Milione, pagina 32: Hun schepen zijn slecht en lijden vaak schipbreuk, want ze zijn niet gespijkerd maar genaaid met vezels van kokosboomschors. In plaats daarvan kozen ze de oostwaartse karavaanroute door de provincie Kerman en via de door Dzjengis Khan geplunderde handelscentra Herat en Balkh.
In de vruchtbare streek Badakhshan (in het noordoosten van het huidige Afghanistan) konden ze een jaar lang niet verder reizen vanwege een ziekte van Marco Polo. Mogelijk leed hij aan tuberculose, aangezien in Il Milione aangegeven wordt dat hij herstelde toen hij de berg opging (aan berglucht wordt in combinatie met tuberculose een heilzaam effect toegeschreven). Malaria is een andere mogelijkheid.Bergreen, pagina 88 De omgeving van Badakhshan was rijk aan edelstenen zoals lapis lazuli, zeer geschikte handelswaar voor de reizende kooplieden. Het is waarschijnlijk dat de Polo's verschillende handelsmissies naar omliggende streken ondernamen. Na het herstel van Marco Polo staken de reizigers de Pamir over, een gebergte dat zo hoog lag dat er geen vogels meer vlogen en het kampvuur nauwelijks wilde branden.Il Milione, pagina 41. Hier beschreef Marco Polo de naar hem vernoemde schapen met hoorns van een meter en staarten van vijftien kilo. Na de oasestad Kashgar wachtte hun de angstaanjagende Taklamakanwoestijn, waarover Marco Polo meldde dat er geesten zijn die 's nachts de mensen toeroepen en op trommels spelen. Deze geluiden zijn door meer reizigers beschreven en worden veroorzaakt doordat passerende mensen of de wind het zand in beweging zetten.
De drie Venetianen liepen opnieuw een jaar vertraging op in de Chinese provincie Gansu.Il Milione, pagina 41. De reden van het langdurige verblijf wordt niet uitgelegd: En ik zeg u dat Niccolò, Matteo en Marco wel een jaar in dit gebied zijn gebleven om te verrichten wat hun te doen stond. In deze streek was de pleisterplaats Dunhuang een belangrijk boeddhistisch centrum met talrijke kloosters en tempelgrotten. Na een reis door het noorden van China (Cathay is de benaming die Marco Polo voor dit gebied geeft) arriveerden de reizigers in mei 1275 uiteindelijk aan het hof van Koeblai. Dat was of in diens zomerresidentie in Shangdu of anders in de nieuwe hoofdstad Peking (Marco Polo noemt deze stad Cambaluc, 'stad van de khan'). De grootschaligheid en planmatige opzet van Cambaluc maakte grote indruk op Marco Polo:Il Milione, pagina 77. Andere versies noemen twaalf poorten, hetgeen logischer is in een vierkant
Verblijf in China