Charles Sanders Peirce (spreek uit: "Note on the Pronunciation of 'Peirce'", Peirce Project Newsletter, v. 1, nos. 3/4, Dec. 1994, Eprint.), vaak afgekort als C.S. Peirce (Cambridge (Massachusetts), 10 september 1839 – Milford (Pennsylvania), 19 april 1914) was een Amerikaanse wetenschapper, filosoof en semioticus. Hij leverde diverse bijdragen aan de logica, filosofie en wiskunde. Peirce wordt beschouwd als de stichter van het pragmatisme en de grondlegger van de moderne semiotiek. De filosoof Paul Weiss noemde Peirce "the most original and versatile of American philosophers and America's greatest logician"., "Peirce, Charles Sanders" in the Dictionary of American Biography, 1934. Arisbe Eprint. Gearchiveerd op 3 november 2013. Bertrand Russell stelde: "Zonder twijfel [...] was hij een van de origineelste denkers van de late negentiende eeuw, en zeker de grootste Amerikaanse denker aller tijden.", Wisdom of the West, 1959, p. 276. Ook Karl Popper zag hem als "een van de grootste filosofen aller tijden"., Objective Knowledge: An Evolutionary Approach, 1972, p. 212. Verder gold de Vlaamse professor André Vandenbunder als een kenner van het werk van Peirce.André Vandenbunder - leven en werk, bezocht op 16-08-2012. Gearchiveerd op 12 september 2019.

Ondanks dat Peirce op verscheidene vlakken waaronder wiskunde, statistiek, filosofie vele bijdragen heeft geleverd, zag hij zichzelf voornamelijk en vooral als logicus. Hij heeft dan ook vele bijdragen aan de logica gedaan, hoewel wel moet opgemerkt worden dat in zijn tijd vakgebieden, die nu onder de termen epistemologie en wetenschapsfilosofie bekendstaan, nog tot de logica werden gerekend. Bekend is bijvoorbeeld zijn these van het fallibilisme. Logica was in de ogen van Peirce ook de formele versie van de semiotiek. Daarnaast ontdekte hij in 1886 dat logische operaties konden worden uitgevoerd door middel van elektrische schakelingen, hetzelfde idee dat later gebruikt werd in de productie van digitale computers., "Letter, Peirce to A. Marquand", 1886, W 5:541–3, Google Preview. Zie , "Review: Charles S. Peirce, The new elements of mathematics", Bulletin of the American Mathematical Society v. 84, n. 5, 1978, p. 913–18, zie 917. PDF Eprint. Voorts is zijn werk relevant voor vele andere disciplines, zoals de astronomie, metrologie, geodesie, wetenschapsfilosofie en wetenschapsgeschiedenis, taalkunde, wiskundige economie en psychologie.

Biografie thumb|left|200px|Geboortehuis van C.S. Peirce. Charles Sanders Peirce werd geboren op 10 september 1839 als tweede zoon van Sarah en Benjamin Peirce geboren op het adres 3 Phillips Place in Cambridge, Massachusetts. Zijn vader was hoogleraar in de astronomie en de wiskunde aan de Harvard-universiteit en was in zijn tijd een van de meest vooraanstaande Amerikaanse wiskundigen. In totaal kreeg het gezin vijf kinderen: James Mills (1834-1906), Charles Sanders (1839-1914), Benjamin Mills (1844-1870), Helen Huntington (1845-1923) en Herbert Henry Davis (1849-1916). James Mills studeerde in 1853 aan Harvard af en volgde zijn vader op als hoogleraar. Benjamin Mills, die afstudeerde in 1865, werd een mijningenieur en studeerde verder in Frankrijk en stierf in 1870 een vroegtijdige dood. Herbert werd diplomaat en werkte in de Amerikaanse ambassade in Sint-Petersburg en zat later ook in Noorwegen.

Het was vooral door toedoen van zijn vader dat C.S. Peirce al vroeg een diepgaande opleiding in de wiskunde kreeg en het wetenschappelijk laboratorium leerde kennen., "Charles Sanders Peirce (1839—1914)", Internet Encyclopedia of Philosophy, 2008, bezocht op 25-08-2012. Op twaalfjarige leeftijd las Charles een kopie van het werk Elements of Logic van Richard Whately, een toenmalig toonaangevend werk op het vlak van logica. Mede hierdoor begon zijn levenslange fascinatie voor logica en redeneren., "Introduction", W 1:xvii. Verder is het welbekend dat toen Peirce jong was, hij en zijn vader vaak lange wandelingen maakten terwijl zij talloze filosofische, logische en wiskundige problemen van de vader bespraken.Gallie, W.B., Peirce and Pragmatism, p. 34. De opvoeding van zijn vader was echter niet geheel positief: zo eiste Benjamin Peirce enorm veel van zijn zoon en pronkte bij collega's en colleges over zijn veelbelovende zoon, waardoor C.S. Peirce niet echt geliefd was bij zijn medestudenten en leraren.

thumb|200px|Juliette Peirce. Hij haalde zijn Bachelor of Arts en Master of Arts aan de Harvard Universiteit in 1859. In 1863 behaalde hij tevens een Bachelor of Science op het vlak van scheikunde."Peirce, Charles Sanders", The National Cyclopaedia of American Biography, v. 8, 1898, p. 409. Aan Harvard sloot hij een levenslange vriendschap met Francis Ellingwood Abbot, Chauncey Wright en William James, die allen lid waren van de zogenaamde Metaphysical Club.

Vroege tewerkstelling Hoewel de jonge Peirce een doctorstitel in de scheikunde haalde aan Harvard, slaagde hij er nooit in een vaste academische baan te krijgen. De academische ambities van Peirce werden gefrustreerd door zijn moeilijke (misschien bipolaire) persoonlijkheid en door het schandaal dat zijn scheiding van Harriet Melusina Fay teweegbracht. Hij trouwde op tweeëntwintigjarige leeftijd met Fay, maar om onbekende reden liep dit huwelijk in 1876 stuk toen zijn vrouw hem verliet. In 1883 volgde uiteindelijk de scheiding. Een jaar later trouwde Peirce opnieuw met de Franse Juliette Froissy. Het schandaal kwam er vooral doordat er roddels werden verspreid, onder anderen door Simon Newcomb, dat Peirce toen hij nog officieel getrouwd was, al met Froissy omging.

Door de invloed van zijn vader maakte hij wel carrière als wetenschapper bij de United States Coast Survey van 1861 tot 1891. Door deze baan was hij vrijgestelde van deelname aan de Amerikaanse Burgeroorlog. Hier werkte hij aan geodesie en gravimetrie. Door deze baan had Peirce veel vrije tijd en kon zich dus uitgebreid bezighouden met de wetenschappelijke en filosofische problemen die hem interesseerden. Hij begon met het werk van Friedrich Schiller, maar schakelde al snel over naar Whately en later ook de Kritik der reinen Vernunft (1781) van Immanuel Kant, waarvan hij sterk onder de indruk was. Peirce stelde zelfs dat hij dit boek in deze periode bijna uit het hoofd kende. In deze tijd schreef hij talloze teksten waaronder vele voor de Century Dictionary. Ook bezocht hij in functie van deze baan enkele malen Europa en het Verenigd Koninkrijk, waar hij in contact kwam met Augustus De Morgan, William Stanley Jevons en William Kingdon Clifford.

Latere leven Tijdens de jaren 1860 vond Peirce de tijd om een reeks colleges aan Harvard te geven over logica en wetenschapsgeschiedenis. Van 1879 tot 1884 was hij ook deeltijdsdocent logica aan de wiskundefaculteit van de Johns Hopkins-universiteit. J.J. Sylvester was in die tijd het hoofd van deze faculteit en John Dewey en Josiah Royce volgden hier colleges. Doordat hij in 1891 een kleine erfenis kreeg, zei hij zijn baan aan de Survey op. Op enkele colleges en lezingen in New York en aan Harvard na, bracht Peirce de rest van zijn leven in Milford, Pennsylvania door, waar hij in 1887 met zijn tweede vrouw naartoe verhuisd was. Hier leefde hij praktisch in volledige afzondering en stond hij bekend als een excentrieke, arme en onverzorgde man.

thumb|left|250px|'Arisbe', het huis van Peirce nabij Milford In Milford kocht hij een stuk grond en liet er een huis op bouwen. Hier bleef hij nog zo'n 26 jaar actief als schrijver. In deze laatste periode probeerde hij de verscheidene filosofische ontdekkingen die hij had gedaan te systematiseren in een omvattende filosofie. Ook vanwege financiële moeilijkheden, moest hij veel van zijn tijd spenderen aan het schrijven van recensies van filosofische en wetenschappelijke boeken. Zo spendeerde hij vele winters zonder verwarming, leefde van het oud brood dat hij kreeg van de plaatselijke bakker en schreef op de achterkant van oude manuscripten omdat hij geen nieuw papier kon veroorloven. Een tijdlang moest hij ook naar New York vluchten vanwege de vele schulden die hij niet kon terugbetalen. Vele van deze schulden moesten dan ook worden terugbetaald door vrienden, buren en familie. In deze tijd zocht hij naar andere inventieve manieren om geld te verdienen: zo gaf hij wetenschappelijk advies en schreef vele woordenboek- en encyclopedische artikels. Ook probeerde hij, onsuccesvol, een tijdlang geld te verdienen als uitvinder.

thumb|200px|Peirce met zijn vrouw, Juliette. Tussen 1891 en 1906 schreef hij zo'n 180 recensies, voornamelijk gepubliceerd in de New Yorkse Nation. Door onduidelijke redenen slaagde hij er echter nooit in de geplande boeken af te werken en te publiceren. Soms wordt er wel gewezen op het moeilijke karakter van Peirce, het feit dat hij leed aan trigeminusneuralgie en zijn reputatie als 'alcoholist' of 'losbandige man'. Dit laatste element had te maken met de eerder vernoemde controverse rond zijn scheiding. Verder kan men ook refereren aan de eeuwige wens van Peirce om zaken bij te leren en het daarbij horende gebrek om te onderwijzen en anderen aan te leren. Zijn teksten vertonen meer de structuur van een wetenschapper die zijn ontdekkingen aankondigt dan een leraar die aan zijn lezers een nieuw inzicht probeert uit te leggen. In zijn laatste jaren zorgde zijn slechte gezondheid ervoor dat hij niets meer kon publiceren en moest hij leven van de liefdadigheid van vrienden, waaronder William James. Hij overleed in april 1914 aan de gevolgen van kanker. Hij had geen kinderen.

In de academische kringen genoot Peirce desondanks tegen het eind van zijn leven van een zekere bekendheid, voornamelijk doordat de twee grootste Amerikaanse denkers, James en Royce, vaak verwezen naar het werk van Peirce.Gallie, W.B., Peirce and Pragmatism, p. 36. Zo droeg James zijn Will to Believe (1897) aan Peirce op. Ook de aan hem toegeschreven stroming van het pragmatisme zorgde voor enige bekendheid, hoewel de vorm waarin het pragmatisme werd uitgewerkt door James, ver afstond dan de visie die Peirce zelf had. Door zijn leven heen publiceerde Peirce zelf zo'n tachtig filosofische papers, voornamelijk over logica en metafysica en zo'n twintig papers en het boek Photometric Researches (1878) die handelden over zijn wetenschappelijk werk. Het enige andere werk, Studies in Logic by Members of the Johns Hopkins University, schreef hij in 1883 samen met Allan Marquand, Christine Ladd, Benjamin Ives Gilman, and Oscar Howard Mitchell. Verder trad Peirce ook toe tot een hele reeks genootschappen: in 1867 werd hij verkozen tot fellow van de American Academy of Arts and Sciences, in 1877 werd hij lid van de National Academy of Sciences en in 1880 trad hij toe tot de London Mathematical Society."Charles Sanders Peirce", lemma in Encyclopædia Britannica Online, Encyclopædia Britannica Inc., 2012, bezocht op 20-09-2012. Gearchiveerd op 28 april 2015.

Semiotiek Peirce wordt beschouwd als de grondlegger van de moderne semiotiek (de wetenschap van tekens). De oorsprong van zijn semiotiek is terug te vinden in zijn logica. Het ontwikkelen van een logische taal was volgens Peirce niet iets wat op zichzelf zinvol was, want aan zo'n logische vertaling alleen heeft men niets. Zulke logische vertalingen dienen echter om iets mee te doen: een logische taal heeft als doel de verborgen premissen te onthullen en aan te tonen welke gevolgtrekking uit welke premisse mag volgen. Het was dit inzicht dat hij verbreedde tot alle tekens: elk teken is per definitie iets dat niet vastligt, maar moet ontwikkeld worden; het is gericht op dat wat eruit volgt. Elk teken vereist met andere woorden een interpretatie, die op haar beurt zelf bestaat uit een nieuwe reeks tekens.