Victor Emanuel van Vriesland (Haarlem, 27 oktober 1892 – Amsterdam, 29 oktober 1974) was een Nederlands dichter, criticus, vertaler en voorzitter van de (internationale) PEN-club.
Biografie thumb|Gedichten bij Panta Rhei (Eindhoven)
Eerste aanraking met literatuur Van Vriesland stamde uit een welgesteld joods koopmansgezin, dat naar Den Haag verhuisde toen hij zes was. Hij bezocht het Gymnasium Haganum aan de Laan van Meerdervoort, dat toen nog Eerste Stedelijk Gymnasium heette. Daar kwam hij in aanraking met de literatuur en raakte hij onder meer bevriend met Martinus Nijhoff. Hij maakte er kennis met het werk van de Franse auteurs André Gide en Paul Valéry. Sterk beïnvloed door de poëzie van laatstgenoemde publiceerde Van Vriesland reeds op jeugdige leeftijd gedichten in Verweys tijdschrift De Beweging. Het gymnasium verliet hij zonder diploma.
Studie Ter voorbereiding van het staatsexamen om toelating tot de universiteit te verkrijgen, nam hij onder meer privé-lessen bij de filosoof en dichter Johan Andreas dèr Mouw, pseudoniem Adwaita, wiens werk en persoonlijkheid Van Vriesland voor diens verdere leven vormden en die hij altijd als zijn leermeester is blijven zien. Vanaf 1907 woonde hij in bij het gezin dèr Mouw aan de Laan van Meerdervoort. Na de dood van dèr Mouw in 1919 publiceerde Van Vriesland diens nagelaten gedichten, in 1934, alsmede dèr Mouws Verzamelde Werken in zes delen, 1947-51.
Intussen was Van Vriesland aan de Universiteit van Dijon Frans gaan studeren, maar door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 moest hij deze studie voortijdig beëindigen. Hij kwam terug naar Nederland, trouwde met de Zwitserse Marie Huguenin Dumittan en vestigde zich in 1918 in Blaricum. Hier wijdde hij zich vol overtuiging aan de literatuur, levend van een aanzienlijke erfenis die hem was toegevallen. Uit die tijd stamt zijn verrassende roman Het afscheid van de wereld in drie dagen, 1926, die doortrokken is van een haast poëtische doodsdrift. Het genre roman heeft Van Vriesland daarna nooit meer beoefend. Zijn jeugdpoëzie is eerst in deze jaren bijeengebracht in Voorwaardelijk uitzicht, 1929. Zijn latere gedichten zijn in Herhalingsoefeningen opgenomen, in 1935 en Vooronderzoek, in 1946.
Van Vriesland raakte in het interbellum bevriend met talloze Nederlandse literaire en artistieke grootheden, zoals Dick Binnendijk, J.C. Bloem, Menno ter Braak, Hendrik Marsman, Adriaan Roland Holst en Charley Toorop.
Redacteur Zijn vermogen was door de beurskrach van 1929 vrijwel geheel verloren gegaan, zodat Van Vriesland genoodzaakt was zelf in zijn levensonderhoud te voorzien: hij werd criticus bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant. In deze periode ontstond een verhouding met de 23 jaar jongere Tonny van der HorstSanne van Heijst, 'Antonia Wilhelmina van der Horst' in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland, met wie hij in 1935 trouwde. Zijn krantenkronieken uit de NRC-tijd zijn gebundeld in twee delen Onderzoek en vertoog (1958). Ook was hij in die jaren medewerker van diverse literaire tijdschriften en onder meer redacteur van Forum, het blad van Ter Braak en Du Perron. In 1938 vertrok hij bij de NRC en werd voor korte tijd eindredacteur van De Groene Amsterdammer.
Tweede Wereldoorlog Samen met Emmy van Lokhorst stelde hij het Boekenweekgeschenk 1941 Novellen en gedichten samen, dat naar het oordeel van de Duitse bezetters niet "arisch" genoeg was, zodat het na één dag uit de boekhandel verwijderd werd. Als jood moest Van Vriesland in de Tweede Wereldoorlog onderduiken. Dat gebeurde aanvankelijk in februari 1941 in de Valeriuskliniek te Amsterdam, met hulp van psychiater Paul Hugenholtz, toen getrouwd met Emmy van Lokhorst. Dezelfde maand vertrok hij naar Bergen en woonde aanvankelijk in bij Johan van der Woude.Greetje Heemskerk 'Zwanen zonder zorgen' in De Parelduiker 10, 2005, p. 70-75 (Interview met Tonny van der Horst over Victor van Vriesland, Johan van der Woude, e.a.) via DBNL Hij kreeg van laatstgenoemde, die redacteur was van de Prominentenreeks van de uitgeverij L.J. Veen, de opdracht Caliste van Belle van Zuylen te vertalen en daarbij een biografische inleiding te schrijven. Het boek verscheen in 1942 als De geschiedenis van Caliste voorzien van het pseudoniem 'Mr. J.C. Bloem'.Geschiedenis van Caliste, Amsterdam, L.J. Veen, 1942. Zie: Tonny van der Horst, Liefde en Oorlog, Amsterdam, Atlas, 1995. p. 41-51
Nadat Joden op last van de bezetter eind augustus 1942 de kuststrook moesten verlaten, kreeg Van Vriesland vijf maanden uitstel door zijn gemengde huwelijk en onstabiele gezondheid (astma en geestelijke labiliteitBrief van dr. Droogleever Fortuyn verwijzend naar zijn opname in de Valeriuskliniek). In februari 1943 bracht een verhuiswagen hem naar een huurhuis aan de Postjeskade in Amsterdam. Na een anonieme telefonische waarschuwing kon hij vluchten voor een inval van de bezetters. Hij zwierf daarna door Amsterdam en logeerde bij Hans Keuls, Kiekie Droogleever Fortuyn (Vasalis), Cees Kelk in Broek in Waterland en bij Jeanne van Schaik-Willing.Jeanne Gabrielle Willing door Elizabeth Kooman in het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland Daarna dook hij onder in 1943 bij de Zwolse advocaat Harro Bouman en diens vrouw Carina.Willem van der Veen, 'Carina en Harro Bouman op Koestraat 18. Salon artistique en vluchtplek'. Zwols Historisch Tijdschrift (ISSN 0926-7476), 22e jaargang, nr. 1, 2005. p. 4-34. (In de trein vanaf Amsterdam begeleid door Gisèle van Waterschoot van der Gracht en Wolfgang Frommel). Tijdens de oorlog nam dit Zwolse echtpaar vele onderduikers en vluchtelingen op. Na een razzia vluchtte Van Vriesland via de buren naar een onderduikplek in Dalfsen waar hij tot het eind van de oorlog bleef.
Activiteiten na de oorlog thumb|Van Vriesland (rechts) ontvangt Leids eredoctoraat (1954). Midden: E.M. Forster, links: Jean Schlumberger Na de oorlog gingen Van Vriesland en zijn vrouw Tonny uiteen. In 1946 diende zich een opvolgster aan in de lerares Anna Maria Baan, een verbintenis waaruit twee kinderen voortkwamen (Aline en Johan). In 1952 trouwde de schrijver voor de vierde en laatste maal, nu met de actrice Adrienne Canivez, uit een eerder huwelijk moeder van Binne Groenier en Germaine Groenier. Tegen deze achtergrond ontwikkelde zich de letterkundige loopbaan van Van Vriesland verder. In 1945 werd hij voorzitter van de Nederlandse afdeling van de PEN-club, een functie die hij tot 1969 zou uitoefenen. Van 1962 tot 1965 was hij tevens voorzitter van de internationale PEN. Zijn bloemlezing Spiegel van de Nederlandse poëzie door alle eeuwen, nog voor de oorlog verschenen, beleefde een aantal herdrukken en werd in 1953 met een tweede, in 1954 met een derde deel uitgebreid. Van betekenis is voorts zijn filosofisch essay Grondslag van verstandhouding (1946). Na het eredoctoraat van de Universiteit Leiden, hield hij daar twee jaar lang colleges, die zijn gepubliceerd als Het werkelijkheidsgehalte in de letterkunde. In de jaren zestig werd de figuur Van Vriesland bij het grote publiek vooral bekend door zijn optreden in het televisieforum Hou je aan je woord, waaraan, onder leiding van de Belg Karel Jonckheere, onder meer Godfried Bomans, Harry Mulisch, Hella Haasse en Ankie Peypers deelnamen. Victor van Vriesland overleed twee dagen na zijn 82e verjaardag, op 29 oktober 1974.
Bibliografie 1915 - De cultureele nood-toestand van het Joodsche volk. Beschouwingen over Joodsche kunst naar aanleiding van de Kunstwart-debatten, essay (Digitale versie) 1920 - Herman Hana. Geschetst in zijn beteekenis als schakel naar een nieuwen tijd, essay (Digitale versie) 1925 - Der verlorene Sohn. Drama in drei Akten, toneel. Vert. uit het Nederlands door de auteur 1926 - Het afscheid van de wereld in drie dagen, roman (heruitgebracht in 1953) (Digitale versie) 1929 - Voorwaardelijk uitzicht, gedichten. Grotendeels herdrukte verzen uit de jaren 1911-1929. Bevat ook enkele gedichten i.h. Frans en Duits (Digitale versie) 1933 - Havenstad. Lustrumspel 1933-R.S.C, toneel (Digitale versie) 1935 - Herhalingsoefeningen, gedichten (Digitale versie) 1939 - De ring met de aquamarijn en andere verhalen, verhalen (Digitale versie) 1939-1954 - Spiegel der Nederlandse poëzie door alle eeuwen (Eerste deel) (Digitale versie) 1940 - In den hof van Eros. Verhalen, brieven en overpeinzingen (Digitale versie) 1941 - Mon repos (Digitale versie) 1945 - Bevrijding. Gedicht 1945 - Eros op den Parnassus. Minnepoëzie uit alle tijden (Digitale versie) 1946 - Vooronderzoek, gedichten (Digitale versie) 1946 - Grondslag van verstandhouding. Proeve van vertoog ter begripsvorming eener kenleer van het zijn, de ziel en het absolute, wijsgerige studie (heruitgebracht in 1947) 1949 - Drievoudig verweer, verzamelde gedichten. Bevat de bundels: Voorwaardelijk uitzicht, 1929; Herhalingsoefeningen, 1935; Vooronderzoek, 1946 1949 - Le vent se couche, gedichten 1949 - F. Bordewijk. Een inleiding tot en keuze uit zijn werk door. Met enkele teksten, foto's, curiosa en een bibliographie, essay en bloemlezing (Digitale versie) 1949 - De muze en het ambacht. Zijnde een bloemlezing van verzen, handelend over een handwerk, een vak of een beroep, samengest. door Han G. Hoekstra en Victor E. van Vriesland 1952 - Vereenvoudiging, aforismen 1953-1955 - Spiegel van de Nederlandse poëzie door alle eeuwen. Dl. 1: 1100-1900. - 2e dr. - 1955. Dl. 2: 1900-1940. - 1e dr. - 1953. Dl. 3: 1940-1953. - 1e dr. - 1954 1954 - De onverzoenlijken. Rede uitgesproken ter gelegenheid van de uitreiking van twee jaarlijkse prijzen door de Stichting Kunstenaarsverzet, 1942-1945 in het Stedelijk Museum te Amsterdam op Zaterdag 16 januari 1954 1954 - Kortschrift, aforismen 1955 - De vergetenen. Een bundel prozafragmenten 1958 - Onderzoek en vertoog. Verzameld critisch en essayistisch proza, Twee delen 1959 - Tegengif, gedichten 1962 - Agesilaos, novelle. Verhaal ontleend aan Plutarchos 1962 - Het werkelijkheidsgehalte in de letterkunde. Een gedeelte van dit boek is geschreven i.o.v. het Ministerie Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 1965 - Ondoordacht, gedichten 1968 - Verzamelde gedichten 1969 - Victor E. van Vriesland. Herinneringen, verteld aan Alfred Kossmann 1972 - Bijbedoelingen, gedichten (heruitgebracht in 1975 uitgebreid met tien nagelaten gedichten)
Vertalingen Lion Feuchtwanger, Macht, Amsterdam, Querido, 1927 (Herdruk als: Süsz, de Jood, Amsterdam, De Arbeiderspers, 1939). Rainer Maria Rilke, Het lied van liefde en dood van de cornet Christoffel Rilke, Maastricht A.A.M. Stols, 1930. Vert. van: Die Weise von Liebe und Tod des Cornets Christoph Rilke, 1906 Marcel Schwob, De kinderkruistocht, Maastricht, A.A.M. Stols, 1931. Vert. van: La croisade des enfants, 1896 Jean Giraudoux, De amoureuze vergissing, Amsterdam, Bigot en van Rossum, 1940. Vertaling van: La pharmacienne, 1922 Anoniem Oud Frans gedicht/Maria legende uit de 13e eeuw, De potsenmaker van Onze Lieve Vrouwe, Amsterdam, Bigot en van Rossum, 1941. Vert. naar: Del tumbeor Nostra Dame, ca. 1268 Belle van Zuylen (Madame de Charrière), De geschiedenis van Caliste, Amsterdam, L.J. Veen, 1942. Oorspr. titel: Caliste (Digitale versie) Gustave Flaubert, De legende van Sint Julianus den gastvrije, Amsterdam, Contact, 1945. Vert. van: La légende de Saint Julien l'Hospitalier, 1877 Algernon Swinburne, Chastelard: tragedie, Amsterdam, Querido, 1946. Vert. van: Chastelard, 1865 Franz Grillparzer, De arme speelman, Amsterdam, De Wereld Bibliotheek-vereniging, 1958. Vert. van: Der arme Spielmann Archibald MacLeish, J.B.: versdrama in twee bedrijven, 's Gravenhage, Boekencentrum, 1959. Vert. van: J.B., 1959 Abraham Horodisch, De legende van Rabbi Elia den eenvoudige, Amsterdam, De Wereld Bibliotheek-vereniging, 1960. Vert. van: Die Legende vom Rabbi Elia dem Einfältigen Jean Racine, Procederen: komedie in drie bedrijven, Amsterdam, De Wereld Bibliotheek-vereniging, 1961. Vert. van: Les plaideurs, 1668