De Soechoj Soe-27 (Russisch: Сухой Су-27) (NAVO-codenaam: Flanker) is een multirol-straaljager die ontwikkeld is in de Sovjet-Unie. Het toestel is ontwikkeld door Soechoj en wordt afhankelijk van de variant gebouwd door KnAAPO, NAPO of Irkoet. Wat algemener kan de naam ook duiden op een aantal vliegtuigen die hiervan afgeleid zijn.

Beschrijving De Soe-27 werd oorspronkelijk ontwikkeld als een onderscheppingsjager voor de lange afstand. Toen de productie startte, werd daar ook de jachtbommenwerperrol aan toegevoegd en nog later, bij de ontwikkeling van de Soe-33 de anti-scheepsrol. De Soe-30-varianten kunnen ook gespecialiseerde missies zoals aanvallen op radarstations uitvoeren en mogen dus met recht multirole-straaljagers genoemd worden. Net zoals de Amerikaanse F-16 is de Soe-27 statisch onstabiel, niet geheel toevallig beschikt het toestel ook over fly-by-wire.

Romp De romp van de Soe-27 wordt uit vijf delen geassembleerd: de voorkant tot aan de cockpit, het middenstuk van de romp met daarin de brandstoftanks, de achterkant en de twee behuizingen voor de motoren. Tegenover andere vierdegeneratietoestellen valt hierbij het grote interne volume van de Soe-27 op. De brandstofcapaciteit is met 9400 kg bijna net zo groot als die van een F-15 met drie externe tanks. De motorhuizen bevinden zich net als bij de MiG-29 grotendeels onder het toestel in plaats van verwerkt in de romp. Dit deel van het ontwerp is gebaseerd op de Amerikaanse F-14 die de motoren ook onder de romp heeft. Het profiel tussen de motoren levert extra liftkracht waardoor in feite het effectieve vleugeloppervlak vergroot wordt.

Op veel plekken in het toestel is gebruikgemaakt van titanium dat in Rusland volop beschikbaar is. Hierdoor is het toestel relatief licht ondanks de grote hoeveelheid brandstof die het toestel intern kan meenemen. Ook zijn de aerodynamische eigenschappen verbeterd door minder luchtwrijving ten gevolge het gebruik van titanium aan de buitenkant van het toestel. Zoals bij veel andere vierdegeneratiestraaljagers gaan ook bij de Soe-27 de vleugels vloeiend over in de romp.

miniatuur|Neuswiel met de externe steunbalk. Ook zichtbaar op de foto zijn de landings-/taxilichten en de inlaten voor beide motoren. Het landingsgestel van de Soe-27 is relatief simpel. De achterwielen zitten aan één stevige steunder die direct op de motorhuizen gemonteerd is en bij het intrekken naar voren weg klapt. Opvallend is verder de plaatsing van de diagonale steunbalk voor het neuswiel. Deze bevindt zich niet zoals bij veel vliegtuigen in de wielkast maar aan de buitenkant van het toestel. De vroege varianten van de Soe-27 hadden één neuswiel, maar de Soe-32, Soe-33 en productievarianten van de Soe-30 hebben twee wielen. De veel zwaardere Soe-32 heeft daarnaast ook twee achterwielen aan elke steunder en een steviger neuswiel dat naar achteren weg klapt.

miniatuur|Stuwstraalbesturing op de Soe-30MKI. miniatuur|Buitenkant van de cockpit. Het infrarood zoeksysteem is goed zichtbaar op de neus van het vliegtuig.

Motoren De Soe-27 wordt voortgestuwd door twee AL-31F's ontwikkeld door Archip Ljoel-ka. Deze motor was binnen de Sovjet-Unie de eerste turbofan met naverbrander. De motor stelt de Soe-27 in staat onder extreme aanvalshoeken te opereren, er was namelijk bij het ontwerp geëist dat deze onder alle aanvalshoeken zou moeten kunnen draaien zonder af te slaan. Wanneer dit onverhoopt toch mocht gebeuren, beschikte het toestel nog over een back-upsysteem dat in ieder geval de hydraulische en elektrische systemen nog in werking hield. Latere varianten zijn uitgerust met verbeterde versies van deze motoren. Zo beschikken de AL-31FM- en FP-varianten over stuwstraalbesturingssystemen. Carlo Kopp stelt dat de AL-41, ontwikkeld voor Ruslands volgende generatie straaljagers, in de nabije toekomst varianten van de Soe-27 zou kunnen aandrijven. Kopp, Carlo. 2007, mei. "Supercruising Flankers?". Air Power Australia. Dit zou het toestel in staat stellen tot supercruising en het daarmee op het gebied van snelheid en acceleratie gelijkwaardig maken aan de Amerikaanse F-22 Raptor.

Bewapening Alle varianten van de Soe-27 zijn uitgerust met het Grjazev-Sjipoenov GSj-30-1 30 mm-boordkanon met 150 granaten dat rechtsachter de cockpit aan de bovenkant van de vleugel zit. Behalve de voor de Soe-27 en MiG-29 ontwikkelde R-27- en R-73-lucht-luchtraketten kunnen beide ook de oudere R-60-raket lanceren. Nieuwere varianten van beide toestellen zijn ook geschikt om de R-77 met actieve radargeleiding te lanceren. Afhankelijk van de variant zijn hiervoor tien of twaalf ophangpunten beschikbaar. Ook heeft het toestel een datalink voor overdracht tussen toestellen of AWACS-steun (netwerk-centrische oorlogvoering). Alle varianten behalve de initiële Soe-27P zijn verder ook in staat ongeleide bommen en raketten mee te nemen. De Soe-30, Soe-32, Soe-33, Soe-35 en Soe-37 zijn daarnaast in staat verschillende soorten lucht-grondraketten te lanceren. Waar dit bij de Soe-33 beperkt is tot de Ch-41 Moskit-antischeepsraket hebben de Soe-30 en Soe-32 een heel arsenaal tot hun beschikking, waaronder de Ch-31-antiradarraket het Ch-59-kruisvluchtwapen. Kopp, Carlo. 2007, januari. "Sukhoi Flankers – The Shifting Balance of Regional Air Power". Air Power Australia.

Om vijandelijke vliegtuigen te vinden heeft de Soe-27 een doelzoeksysteem genaamd SUV-27 dat bestaat uit twee delen, het RLPK-27-radarsysteem, en het OEPS-27-infraroodzoeksysteem. Ook beschikt de Soe-27 over een waarschuwingsradar in de staart. Het radarsysteem bestaat uit een radar van het type N-001 Metsj ("Zwaard") die twee doelen tegelijk kan markeren. De mechanisch gescande antenne van deze radar heeft een diameter van 107,6 cm en kan doelen ter grootte van een straaljager vinden op een afstand van 80 km. Gordon, Yefim & Davidson, Peter. 2006. "Sukhoi Su-27 Flanker", p. 96. Warbird Tech Series, vol. 42. .

Latere varianten zijn uitgerust met geavanceerdere radars met phased-arrayantennes. In tegenstelling tot de moderne Amerikaanse radars maken deze wel nog gebruik van passief gescande antennes. De Soe-35, Soe-37 en verschillende varianten van de Soe-30 zijn uitgerust met de N-011M Bars ("Panter"). Deze radar heeft met 90 cm een kleinere diameter dan de N-001, maar de detectieafstand voor doelen ter grootte van een straaljager is verbeterd naar 90 km. Sinds 2004 is de ontwikkeling van een hybride phased array-radar aan de gang, wat in 2005 geresulteerd heeft in een prototype met de aanduiding Irbis-E ("Sneeuwpanter"). De fabrikant van deze nieuwe radar claimt dat hij doelen ter grootte van een straaljager op 350 km afstand kan vinden en doelen met een radarreflectieoppervlakte van 0,01 m² (stealthvliegtuigen) op een afstand van 90 km.

Het OEPS-27-infraroodzoeksysteem kan alleen gebruikt worden op kortere afstanden. Het heeft echter wel als voordeel dat het een passief zoeksysteem is en dus niet door een vijandig toestel opgemerkt kan worden. Het is gekoppeld aan een vizier dat op de helm van de piloot gemonteerd is, zo kan deze doelen markeren door er simpelweg naar te kijken. Bij latere varianten is de afstand waarop doelen gedetecteerd kunnen worden verbeterd.

Vergelijking met andere toestellen De Soe-27 wordt door experts beschouwd als minstens gelijk, maar op sommige punten superieur aan de vliegtuigen van de Amerikaanse teen-serie (F-14, F-15, F-16 en F/A-18). Kopp, Carlo. 2007, januari. "F-22A Raptor Analysis". Air Power Australia. Het toestel is dan ook een van de aanleidingen geweest voor de ontwikkeling van de F-22. De verschillende militaire oefeningen tussen F-15's en varianten van de Soe-27 lijken dit beeld ook te ondersteunen. In 1992 vond een uitwisseling plaats waarbij Soe-27's in de VS een luchtgevecht naspeelden tegen F-15Ds. De Soe-27 wist zijn achtervolger hierbij makkelijk af te schudden, maar andersom lukte dit de F-15 niet. Gordon, Yefim & Davidson, Peter. 2006. "Sukhoi Su-27 Flanker", p. 86-87. Warbird Tech Series, vol. 42. . Een jaar later werd dit in Dubai nog eens bevestigd door een Soe-30MK tegen Mirage 2000's. Carlo Kopp stelt in verschillende publicaties zelfs dat de Australische keuze voor de F-35 Lightning II een gevaarlijke zou zijn, omdat dit toestel niet superieur is aan de Flanker-varianten in Zuidoost-Azië. Kopp, Carlo. 2003, augustus. "Asia's Advanced Flankers", p. 26-30. Australian Aviation. Kopp, Carlo. 2003, december. "Sukhois present new strategic risk for Australia", p. 6-7. Defence Today Magazine.

Ontwikkeling In 1969 hoorde men in de Sovjet-Unie van het bestaan van het Amerikaanse F-X-project dat later de F-15 Eagle zou voortbrengen. Spick, Mike. 2002. "The Illustrated Directory of Fighters", p. 436. . Omdat de modernste straaljager van dat moment, de MiG-23, tegenover de F-15 hopeloos verouderd zou zijn was een nieuw vliegtuig nodig. Naar een idee van het Centraal onderzoeks- en ontwikkelingsinstituut nummer 30 werd besloten net als de Amerikanen een groot geavanceerd vliegtuig te ontwikkelen en een kleiner vliegtuig dat in grote aantallen geproduceerd kon worden. Gordon, Yefim & Davidson, Peter. 2006. "Sukhoi Su-27 Flanker", p. 5. Warbird Tech Series, vol. 42. .

Toen het ministerie van defensie in 1971 officieel vroeg om voorstellen hiervoor in te dienen reageerden drie vliegtuigontwerpbureaus. Soechoj stelde de T-10 versie ADe voorgestelde toestellen heetten eigenlijk T-10-1 en T-10-2, maar om verwarring met de gebouwde prototypen te voorkomen, zal in de tekst versie A en B gebruikt worden om de voorstellen aan te duiden. voor als geavanceerd vliegtuig en de T-10 versie B als kleiner vliegtuig, Jakovlev stelde de Jak-47 voor als geavanceerd en Jak-45M als kleiner vliegtuig en Mikojan stelde twee versies van de MiG-29 voor. In 1972 koos de VVS voor de T-10 versie A als geavanceerde straaljager en de MiG-29 voor massaproductie.

miniatuur|In de cockpit van de Soe-27. De MFD zit half verscholen achter een vliegplan. In 1973 werden de eisen voor de twee toestellen heroverwogen. Er werd besloten digitale avionica toe te passen en de cockpit moest een multifunctioneel display (MFD) en head-up display (HUD) krijgen om de vlieger meer overzicht te geven. Ook werden nieuwe eisen aan de wapensystemen gesteld. De radar moest meerdere frequentiebanden kunnen gebruiken en de toestellen moesten ook een infraroodzoeksysteem krijgen. Tegelijkertijd werden voor de twee toestellen ook nieuwe wapens ontwikkeld. De R-27- en R-73-raketten zijn speciaal voor de Soe-27 en MiG-29 ontwikkeld.

In 1975 begon de bouw van het eerste prototype genaamd T10-1, waarna dit op 20 mei 1977 zijn eerste vlucht maakte. Hoewel het ontwerp een aantal aerodynamische problemen had, maakte het toch 38 succesvolle vluchten waarna het toestel in de jaren 1980 uiteindelijk bij het Centraal luchtmachtmuseum in Monino terechtkwam. Met het tweede prototype, T10-2, liep het minder goed af. De bouw hiervan werd in begin 1978 voltooid, maar het toestel stortte op 7 mei van datzelfde jaar neer tijdens tests met het fly-by-wiresysteem. Het derde prototype, T10-3, was het eerste toestel dat uitgerust was met een boordkanon en de AL-31F-motoren welke later op de productieversies gebruikt zouden worden. Na het voltooien van de tests werd het toestel samen met T10-4 in 1982 aangepast voor proeven met het opstijgen en landen vanaf een vliegdekschip. Hierna volgden nog de prototypen T10-5, T10-6, T10-9, T10-10 en T10-11. Deze waren allemaal ongeveer hetzelfde, met subtiele verschillen aan de vorm van de neus van de toestellen.