Johan Museeuw (Varsenare, 13 oktober 1965) is een Belgisch voormalig wielrenner en veldrijder. Hij was beroepsrenner van 1988 tot 2004. Museeuw behaalde 115 zeges, waarvan twee als veldrijder. Hij was gespecialiseerd in het rijden van klassiekers en was op dat vlak een van de besten in de jaren 90. In 1996 werd hij wereldkampioen op de weg op zijn verjaardag, in het Zwitserse Lugano. Zijn bijnaam luidt de Leeuw van Vlaanderen. Zijn dopinggebruik, dat na zijn carrière aan het licht kwam, plaatste zijn overwinningen echter in een negatiever perspectief.

Museeuw won de twee wielermonumenten Ronde van Vlaanderen; 1993, 1995, 1998; en Parijs-Roubaix; 1996, 2000, 2002, elk driemaal. Daarnaast werd hij drie keer tweede en twee keer derde in Vlaanderens Mooiste, zoals de Ronde van Vlaanderen ook wel genoemd wordt. Samen met Achiel Buysse, Fiorenzo Magni, Eric Leman, Tom Boonen, Fabian Cancellara, Mathieu van der Poel en Tadej Pogačar is hij gedeeld recordhouder in de Ronde van Vlaanderen. In Parijs-Roubaix presteerden alleen Tom Boonen en Roger De Vlaeminck beter: zij wonnen de Koningin der Klassiekers viermaal. In eendagskoersen als Kuurne-Brussel-Kuurne; 1994, 1997; de Omloop Het Volk–Gent-Lokeren; 2000, 2003; E3-Prijs Vlaanderen; 1992, 1998; Dwars door Vlaanderen; 1993, 1999 ; en Brabantse Pijl; 1996, 1998, 2000; was hij geregeld de beste. De enige Vlaamse klassieker die Museeuw niet kon winnen was Gent-Wevelgem. Museeuws eigen vormpeil, veranderende koerssituaties of een andere renner die hem ten val bracht — zoals Steve Bauer in 1995 — hebben daartoe bijgedragen. In 1992 en 1996 werd Museeuw Belgisch kampioen op de weg. Verder schreef Museeuw meerdere buitenlandse eendagswedstrijden op zijn naam. Hij won tweemaal het Kampioenschap van Zürich; 1991, 1995; de Amstel Gold Race; 1994; Parijs-Tours; 1993; en de HEW Cyclassics; 2002. Museeuw won elf Wereldbekerwedstrijden; een eeuwig record. Tweemaal haalde hij het eindklassement van de voormalige Wereldbeker wielrennen binnen, dit deed hij in 1995 en 1996. In 1996 won hij de Vélo d'Or Mondial. Vijf keer won hij de Kristallen Fiets: anno 2025 het absolute record.

Begin jaren tachtig begon Museeuw zijn wielerloopbaan als veldrijder, waarvoor hij vanwege zijn erelijst op de weg minder bekend staat. Museeuw liet een mogelijke carrière als veldrijder links liggen. Nochtans werd Museeuw in 1991 derde op het Belgisch kampioenschap in Gavere-Asper. Museeuws achtergrond als veldrijder kwam van pas in eendagswedstrijden op Vlaamse bodem alsmede in Parijs-Roubaix. Museeuw viel op met zijn stuurmanskunst die hij zich had aangeleerd als veldrijder, zijn geavanceerde koersinzicht (zoals positionering), zijn drang om aanvallend te koersen en zijn introverte, eigenzinnige, haast ondoorgrondelijke persoonlijkheid. Hij gaf doorgaans korte en ongesuikerde interviews, af en toe met een ludieke of een cynische noot, zowel voor als na een koers. De Volkskrant vergeleek zijn persoonlijkheid in 1997 stigmatiserend met die van een gemiddelde kantoorbediende en die van een ambtenaar aan de stad of gemeente.

Johan Museeuw reed van 1995 tot 2000 in totaal zes seizoenen voor de roemruchte Belgisch-Italiaanse Mapei-ploeg, ook wel de blauwe armada. Onder de vleugels van de West-Vlaamse sportbestuurder Patrick Lefevere beleefde hij allicht de mooiste periode van zijn zestien jaar lange wielerloopbaan. Het is een periode die ook een donkere rand heeft, in het bijzonder vanwege de zware valpartij en knieblessure die Museeuw opliep bij zijn deelname aan Parijs-Roubaix in 1998, waarna artsen een tijd lang voor zijn carrière vreesden, die Museeuw finaal vermocht voort te zetten. Met ploegmaats als Andrea Tafi, Franco Ballerini, Stefano Zanini, Wilfried Peeters, Ludwig Willems, Carlo Bomans en Bart Leysen domineerde Museeuw in die periode de noordelijke voorjaarsklassiekers.

Museeuw won zesmaal een kasseiklassieker als renner van achtereenvolgens Mapei-GB, Mapei-Bricobi en Mapei-Quick Step. Tussen 2001 en 2004 won Museeuw er nog een bij Domo-Farm Frites en één bij Quick Step-Davitamon, ook hier onder het sportieve bewind van Lefevere. In totaal won hij tienmaal een kasseienklassieker gedurende zijn carrière.

In augustus 2000 liep Museeuw een frontaal syndroom op bij een motorongeluk en verkeerde hij even in kritieke toestand, maar hij herstelde van zijn blessures. Op 2 mei 2004 stopte Museeuw op 38-jarige leeftijd zijn professionele loopbaan. Hij reed en won een afscheidscriterium in zijn woonplaats Gistel. De Scheldeprijs in Schoten was zijn laatste officiële wedstrijd: op 14 april 2004.

Vijf maanden na het einde van zijn loopbaan, in oktober 2004, werd hij beschuldigd van en vervolgens aangeklaagd voor het gebruik van doping. Diezelfde maand werd zijn dopinggebruik bewezen, later ook aan de hand van zijn sms-verkeer. Zijn overwinningen bleken zodoende een donkere achtergrond te hebben. Eind januari 2007 bekende Museeuw dat hij aan het einde van zijn loopbaan als beroepsrenner doping heeft gebruikt, in zijn periode bij Domo en Quick-Step. Museeuws reputatie kreeg vooral buiten Vlaanderen een knauw, in Vlaanderen bleef hij populair. Museeuw nam initiatief om zijn naam te zuiveren en werd "een voorvechter van een zuivere wielersport".

Museeuw wordt nog steeds beschouwd als een van de beste eendagsrenners van zijn generatie. De Belgische krant Het Nieuwsblad schatte hem in 2013, toen de Ronde honderd jaar oud werd, hoger in dan Briek Schotte als beste wielrenner die ooit de Ronde van Vlaanderen reed en won. In 2015 werd hij door de toen nog levende oud-winnaars van de Ronde verkozen als beste renner in de geschiedenis van Vlaanderens Mooiste. Als ondernemer bracht Museeuw een naar hem genoemd merk racefietsen op de markt. Daarnaast organiseert Museeuw fietstochten in de regio rond Oudenaarde in de Vlaamse Ardennen.

Biografie ADR en Lotto 1988–1989: Helper van Eddy Planckaert en Greg LeMond Museeuw werd in 1988 professioneel wielrenner bij ADR. Vader Eddy was ook wielrenner bij de amateurs, maar werd garagehouder. Museeuws eerste ploegleider was José De Cauwer. De West-Vlaming was in zijn eerste seizoen vooral helper van Eddy Planckaert, die dat jaar de Ronde van Vlaanderen en de groene trui in de Ronde van Frankrijk won. Hij gaf drie dagen voor het einde op, maar hij won dat jaar wel de GP Briek Schotte en behaalde de tweede plaats in de GP d'Isbergues en de GP Impanis. Hij eindigde zevende in Parijs-Brussel, achtste in de Ronde van Luxemburg en twaalfde in de Ronde van België.

In 1989 reed Museeuw opnieuw bij ADR in de ploeg van Greg LeMond. In 1989 won hij vier wedstrijden, met als belangrijkste zege een rit in de Ronde van België. Andere ereplaatsen waren: tweede in GP Briek Schotte, derde in Parijs-Tours, derde in Dwars door België, derde in de Ronde van België, derde in de GP Eddy Merckx, zesde in de GP Fourmies, achtste op het BK en zestiende in Parijs-Brussel. Datzelfde jaar reed Museeuw voor het eerst de Ronde van Frankrijk uit als helper van Greg LeMond. Die laatste won de Ronde van Frankrijk met acht seconden voorsprong op Laurent Fignon.

1990–1992: Sprinter, etappezeges Ronde van Frankrijk Na de Tour bleek het geld bij ADR echter op en viel deze ploeg uiteen. Museeuw zelf ging in 1990 rijden voor de Lotto-ploeg van Jean-Luc Vandenbroucke en werd uitgespeeld in de massasprints. In 1990 won hij elf wedstrijden, waaronder de vierde en de laatste etappe in de Ronde van Frankrijk; hij was de beste op de Mont Saint-Michel en op de Avenue des Champs-Élysées. Museeuw eindigde dat jaar tweede in de strijd om de groene trui, achter de Olympische kampioen op de weg Olaf Ludwig.

Ook in 1991 won hij elf wedstrijden, met als absolute uitschieter het Kampioenschap van Zürich van de Wereldbeker. Hij werd tweede in de Ronde van Vlaanderen op vijfenveertig seconden van Edwig Van Hooydonck, derde in Parijs-Brussel en vierde op het Belgisch kampioenschap. In zijn jeugd ging Museeuw door als een begenadigd veldrijder. Als jonge knaap was hij een groot supporter van voormalig wereldkampioen Roland Liboton; uiteindelijk werden ze ploegmaats bij ADR. Begin jaren tachtig won Museeuw de Azencross in Loenhout toen deze nog een losse veldrit was die niet meetelde voor een nevenklassement. Museeuw nam in 1991 deel aan het BK veldrijden in Asper-Gavere en behaalde daar de bronzen medaille. Danny De Bie won, voor Paul De Brauwer.

1992 werd Museeuws laatste jaar bij Lotto. De Gistelenaar uit Varsenare won de E3-Prijs Harelbeke en het BK in Peer voor Roeselarenaar Johan Devos. Voorts werd hij zevende in Parijs-Roubaix en werd tweede in de Scheldeprijs achter Wilfried Nelissen. Museeuw stond op het podium van Milaan-San Remo. Hij won de groepsspurt, achter winnaar Sean Kelly en Moreno Argentin. Tot slot greep hij naast de winst in de Amstel Gold Race. Museeuw bleef Dmitri Konysjev wel voor, maar werd tweede achter Olaf Ludwig. Die laatste haalde het in een pelotonsspurt met zo'n vijftig renners.

Patrick Lefevere 1993–2002: GB–MG, Mapei en Domo, recordzeges in Vlaanderens Mooiste thumb|left|Museeuw wint op 4 april 1993 voor het eerst de Ronde van Vlaanderen; Frans Maassen moet het hoofd buigen. thumb|left|Museeuw laat Fabio Baldato achter op de Muur van Geraardsbergen en wint solo de Ronde van Vlaanderen in 1995. thumb|left|Museeuw op 5 april 1998; de Leeuw versnelt op de Tenbossestraat in Brakel en is op weg naar zijn derde en laatste overwinning in de Ronde van Vlaanderen; in de achtergrond moet men de ontketende Museeuw laten gaan. Men ziet Peter Van Petegem, die vergeefs probeerde te volgen, en rechts Van Petegems ploegmaat Hendrik Van Dyck die helemaal parkeert. Een week later zit Museeuws klassiek voorjaar er abrupt op na een zware val in Parijs-Roubaix. Vanaf 1993 kwam Johan Museeuw onder de vleugels van Patrick Lefevere, de Oostrozebekenaar die in Italië manager was van de succesploeg GB-MG Maglificio: het begin van een jarenlange samenwerking en de eerste steen aan het succes van Mapei. Met Museeuw en knechten als Wilfried Peeters en Carlo Bomans, en renners als topsprinter Mario Cipollini, voormalig Ronde van Italië-winnaar Franco Chioccioli, Pascal Richard, Rolf Sørensen, Alberto Elli, Fabio Baldato, Max Sciandri en de jonge Davide Rebellin maakte de formatie GB–MG zich uiteindelijk van de heerschappij meester in de (voorjaars)klassiekers.

Voortaan ging Museeuw zich namelijk toeleggen op het klassieke werk in plaats van pelotonsspurten. Overigens wilde Museeuw zich nooit een 'echte' spurter noemen en was hij zelf verrast geweest over zijn spurtsnelheid. Bij GB–MG viel de druk van het kopmanschap niet meer volledig op hem en dat leverde succes op. In april 1993 won hij als Belgisch kampioen de Ronde van Vlaanderen, voor Frans Maassen.

In het najaar won hij Parijs-Tours, voor Maurizio Fondriest. Museeuw droeg ook twee dagen de gele trui in de Ronde van Frankrijk. Hij verliest deze aan Lac de Madine aan vijfvoudig Tourwinnaar Miguel Indurain (toen tweevoudig winnaar) na een individuele tijdrit. Zijn ploegmaat Mario Cipollini had in die Tour ook de leiderstrui mogen dragen. GB–MG raapte veel prijzen op in deze Tour. Museeuws ploeg won de eerste etappe met Cipollini, de ploegentijdrit naar Avranches en de bergetappe naar Pla d'Adet met de Pool Zenon Jaskuła. De laatste eindigde bovendien op het podium in Parijs, als derde van de eindklassering.

In 1994 won de West-Vlaming de Amstel Gold Race: een spurt tegen de Italiaan Bruno Cenghialta. Sinds zijn Rondezege in 1993 was de Leeuw van Vlaanderen, zoals Museeuw voortaan werd genoemd, topfavoriet voor de "Monumenten" Ronde en Parijs-Roubaix, die hij elk uiteindelijk driemaal zou winnen. Na 1993 won hij de Ronde van Vlaanderen nogmaals in 1995 en 1998. Parijs-Roubaix won hij in 1996, 2000 en 2002.