miniatuur|bas-reliëf van Pierre De Soete met Leopold III afgebeeld. Leopold Filips Karel Albert Meinrad Hubertus Maria Miguel (Brussel, 3 november 1901Geboorteakte van Léopold Philippe Charles Albert Meinrad Hubertus Marie Miguel Prince de Belgique, Duc de Saxe, Prince de Saxe-Cobourg-Gotha: Burgerlijke Stand Brussel, 1901, akte 3870 (Leopold III werd geboren om 15:05 in het Paleis van de markies van Assche. De getuigen op de geboorteakte zijn: Jules Van den Heuvel, Auguste Van Berchem, Leon Jean Joseph Melot en Charles Jean d'Oultremont.). – Sint-Lambrechts-Woluwe, 25 september 1983) regeerde als koning der Belgen van 1934, na de dood van zijn vader koning Albert I van België, tot 1951, toen hij na de Koningskwestie troonsafstand deed ten gunste van de kroonprins, zijn oudste zoon Boudewijn.

Geboorte en jeugd miniatuur|Het Paleis Van der Noot d'Assche Leopold III werd geboren in Brussel als prins Leopold van België, prins van Saksen-Coburg en Gotha. Hij was de oudste van drie kinderen van Albert I en Elisabeth in Beieren: hij had een broer Karel en een zus Marie José.

Leopold werd geboren in het Paleis Van der Noot d'Assche in de Wetenschapsstraat (Leopoldswijk), waar na de Tweede Wereldoorlog de Raad van State zich vestigde.http://www.raadvst-consetat.be/?page=about_history_page1&lang=nl geraadpleegd op 8 juni 2011 Bij zijn doopsel was zijn grootoom, koning Leopold II, peter. In 1909 werd hij troonopvolger en kreeg hij de titel hertog van Brabant.

De jonge Leopold kreeg huisleraren tot aan zijn veertiende jaar. In 1914, na het uitbreken van de oorlog, vergezelde hij zijn ouders en verbleef met hen in De Panne. Van 1915 tot 1919 was hij, met onderbrekingen, leerling in Eton College. Vanaf 1919 volgde hij in Brussel een militaire opleiding. Hij ondernam ook, soms met zijn ouders, grote reizen, onder meer naar de Verenigde Staten en naar Brazilië. In 1925 ging hij op studiereis in Congo.http://www.monarchie.be/nl/geschiedenis/leopold-iii geraadpleegd op 8 juni 2011.

Eerste huwelijk miniatuur|Huwelijk van Leopold III met Astrid Nadat een jaar lang het gerucht ging dat Leopold zich met de Italiaanse prinses Mafalda zou verlovenZie bijvoorbeeld Een dubbele verloving, Limburgsch dagblad, 8 april 1925., trouwde hij op 4 november 1926 in Stockholm met de Zweedse prinses Astrid. Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren: Josephine Charlotte (11 oktober 1927 – 10 januari 2005), getrouwd met groothertog Jan van Luxemburg; Boudewijn (7 september 1930 – 31 juli 1993), vijfde koning der Belgen; Albert (6 juni 1934), zesde koning der Belgen.

Koning miniatuur|100px|links|Koninklijk monogram van koning Leopold III Leopold legde op 23 februari 1934 de eed af, nadat koning Albert I op 17 februari in Marche-les-Dames het leven liet bij een rotsbeklimming.

Op 29 augustus 1935 in het Zwitserse Küssnacht verloor Leopold III als chauffeur de controle over het stuur van de wagen en koningin Astrid werd uit de wagen geslingerd met haar hoofd tegen een perenboom, waarbij zij overleed. Leopold was licht gekwetst. Hij liet op de plaats van het ongeval een kapel bouwen.

Eretekens Koning Leopold werd bedacht met talrijke eretekens, hem verleend door andere landen. Als belangrijkste zijn te vermelden: Het Gulden Vlies: Hij werd benoemd tot de 1154e ridder van de Orde van het Gulden Vlies in Spanje in 1923, Hij ontving in 1927 het 355e grootkruis van de Portugese Orde van de Toren en het Zwaard. Hij werd in 1935 de 833e ridder van de Orde van de Kousenband.

Tweede Wereldoorlog miniatuur|Leopold III op 18 mei 1940 met minister van landsverdediging generaal Denis

Neutraliteit Onder invloed van de Duitse herbewapening liet België de bondgenootschappen uit de Eerste Wereldoorlog los en ging een neutrale koers volgen. Leopold streefde in de buitenlandse politiek naar een zelfstandigheidspolitiek met eenzijdige neutraliteit. Dit werd in 1937 erkend door het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, maar zorgde voor een verkoelingen in de wederzijdse betrekkingen. Nazi-Duitsland erkende, na het opzeggen van het Verdrag van Locarno, de Belgische en Nederlandse neutraliteit. Leopold bracht ook snelle verbetering in de koele betrekkingen met de noorderbuur. Samen met koningin Wilhelmina nam hij in 1938 en 1939 enkele initiatieven met de bedoeling de vrede in Europa te bewaren. Leopold speelde ook informatie van de Belgische geheime dienst over Duitse troepenbewegingen door aan de Franse bevelhebber Maurice Gamelin.

Achttiendaagse Veldtocht miniatuur|Belgische propagandaposter van koning Leopold III met opschrift "28 mei 1940, halt, sire. Dat vergeten wij nooit" naar aanleiding van de 18-daagse veldtocht. In mei 1940, bij de inval in België door nazi-Duitsland, stond Leopold erop om persoonlijk het opperbevel over het Belgische leger te voeren in de Achttiendaagse Veldtocht, zoals zijn vader, die zijn grote voorbeeld was, het leger in de Eerste Wereldoorlog had aangevoerd.

Tijdens de Achttiendaagse Veldtocht was de socialistische voorman Hendrik De Man een belangrijke raadgever van de koning.

Breuk met de regering Leopold III had een letterlijke betekenis gegeven aan het artikel van de grondwet dat aan de koning het opperbevel over het leger gaf. De regering hield het echter bij de stelling dat, net als alle andere koninklijke prerogatieven, het bevel over het leger ondergeschikt was aan het akkoord van de regering, minstens van de minister van Defensie. Zolang er gestreden werd, wilde de regering-Pierlot het ongecontroleerde bevelhebberschap aanvaarden, maar stelde de voorwaarde dat - zodra de gevechten zouden eindigen en het land onder de bezetting van de Duitse overwinnaar zou komen - de koning samen met de regering het land moest verlaten en vanuit het buitenland de strijd voort moest zetten. Omdat hij dit weigerde en het zijn plicht achtte om bij zijn volk te blijven, kwam het tot een breuk met de regering van Hubert Pierlot. Dit gegeven vormde de kiem van de latere koningskwestie. Het laatste en dramatische gesprek tussen de koning en zijn ministers Pierlot, Spaak, Vanderpoorten en Denis vond plaats in Wijnendale op 25 mei. Na de slag aan de Leie capituleerde Leopold. miniatuur|Evocatie van het gesprek op 25 mei 1940 tussen Leopold III en zijn ministers in het Kasteel van Wijnendale. Van links naar rechts: Hubert Pierlot, Arthur Vanderpoorten, de koning, Paul-Henri-Spaak en luitenant-generaal Henri Denis

Capitulatie miniatuur|Voorpagina Het Algemeen Nieuws (30 mei 1940) Vanaf 25 mei en zelfs al vroeger wisten de koning en de regering dat ze onder de voet zouden worden gelopen door het Duitse leger. Het enige dat nog telde, was nog enkele dagen stand te houden, teneinde de evacuatie van de geallieerde legers mogelijk te maken. Om hierin te helpen, liet men grote delen van de Westhoek onder water lopen om zo de opmars van de Duitse troepen te hinderen.

De koning spande zich in om de geallieerden duidelijk te maken, als ze dit niet uit zichzelf wisten, dat het uur van de capitulatie van de Belgische troepen snel naderde. Onmiddellijk na die capitulatie werd door de Britse maar vooral door de Franse overheid geprotesteerd dat het onverwacht was gekomen en ze hierdoor schade hadden geleden. Achteraf bleek dit onjuist te zijn, want de signalen waren talrijk geweest: Op 24 mei schreef Leopold een brief naar de Britse koning, waarin hij duidelijk liet weten dat voor het Belgisch leger de strijd ten einde liep. Via admiraal Roger Keyes, de speciale gezant van de eerste minister Winston Churchill, verwittigde hij deze in dezelfde zin. De Franse generaal Champon en de Britse kolonel Davy die bestendig op het Belgische hoofdkwartier aanwezig waren, kenden de hopeloze toestand waarin het leger zich bevond en berichtten hierover aan hun respectieve chefs. Op 26 mei ontving de koning de generaals Champon en Blanchard en gaf hen een boodschap mee voor opperbevelhebber Maxime Weygand, die meldde dat de grenzen van het weerstandsvermogen bereikt waren.

Leopold achtte de capitulatie onvermijdelijk om een grote slachting onder de Belgische soldaten en onder de massa in West-Vlaanderen toegestroomde vluchtelingen te vermijden. Een groot deel van de Belgen volgde hem in die gedachtegang en rond zijn persoon ontstond een ware cultus.

Nadat tot capituleren besloten was, werd nog een aantal uren gewacht, om nog een laatste respijt te geven voor de evacuatie van de Engelse troepen in Duinkerke. De wapens werden neergelegd op 28 mei om 4 uur. In de loop van de voormiddag namen de Duitsers de stad Brugge in en meldden zich aan op de residentie van de gouverneur, waar de koning verbleef. Hij werd in de nacht van 29 mei onder militair escorte naar Laken gevoerd.

Krijgsgevangenschap miniatuur|Het Kasteel van Laken Nu de koning in handen was gevallen van de vijand en onder huisarrest in het Kasteel van Laken verbleef, ontnamen de ministerraad en een parlementaire meerderheid hem zijn grondwettelijke bevoegdheden, op basis van artikel 82 van de Grondwet. In Limoges besloten zij: de koning "verkeerde in de onmogelijkheid om te regeren". De grondwet voorzag in dit geval de bijeenroeping van de Verenigde Kamers, die met een gekwalificeerde meerderheid een regent moesten aanstellen. Aangezien dit onmogelijk was, besliste de regering dat zij de volheid van de grondwettelijke bevoegdheden op zich nam.

Naar de buitenwereld werd de verantwoordelijkheid van de gerezen toestand bij de koning gelegd. Pierlot zei in een radioboodschap: "Geen enkele houding van de koning kan enig effect hebben als die niet door de regering wordt gedekt. Door de band met de bevolking te verbreken, plaatst de koning zich onder het gezag van de bezetter. Hij is bijgevolg niet meer in staat te regeren, want de functie van staatshoofd kan niet worden uitgeoefend onder controle van de bezetter. In afwachting zal de grondwettelijke macht van de koning worden uitgeoefend door de regering, verenigd in raad en onder haar verantwoordelijkheid worden uitgeoefend."

Winston Churchill stelde de koning in zijn toespraak op 4 juni 1940 tot het House of Commons verantwoordelijk:

"Op het laatste moment, toen de invasie van België al een feit was, riep Koning Leopold ons om hulp en zelfs op dit laatste moment kwamen we. Hij en zijn dapper, efficiënt leger, bijna een half miljoen man sterk, beschermden onze linkerflank en hielden zo onze terugweg naar de zee open. Plotseling, zonder voorafgaand overleg, met zo min mogelijk waarschuwing, zonder advies van zijn ministers en op zijn eigen persoonlijk initiatief, zond hij een bericht naar het Duitse opperbevel, waarin hij de overgave van zijn leger betekende en onze hele flank en onze terugtocht in gevaar bracht."

De Britse pers noemde hem de "Koning Verrader" en "Koning Rat". De Daily Mirror drukte zijn portret af met onderschrift "Het gezicht dat elke vrouw nu veracht". Belgische vluchtelingen in Parijs plaatsten bij het standbeeld van koning Albert een bericht "uw onwaardige opvolger". De Britse historicus Sir Basil Liddell Hart noemde de beslissing van Leopold nochtans eervol.

De Franse premier Paul Reynaud beschuldigde Leopold van verraad. Leopold was de zondebok geworden, omdat Reynaud besefte dat ook de Slag om Frankrijk verloren was. Een koning kon door het republikeinse Frankrijk verantwoordelijk gesteld worden voor het eigen falen. Uiteraard had de breuk tussen de koning en zijn regering het gemakkelijker gemaakt om hem als schuldige aan te wijzen.

Dat ook de Belgische regering hem met de vinger nawees en dat op 31 mei in Limoges de aanwezige parlementsleden dit onderschreven, deed Leopold beslissen alle contacten met de regering af te breken. Hij zou dit in de volgende oorlogsjaren consequent doorzetten.

Onderhoud met Hitler