Sarmientosaurus musacchioi is een plantenetende sauropode dinosauriër, behorend tot de Titanosauria, die tijdens het late Krijt leefde in het gebied van het huidige Argentinië.
Vondst en naamgeving In 1997 vond Rubén D.F. Martínez, op de Estancia Laguna Palacios van de familie Goicoechea in de provincie Chubut, een schedel van een sauropode. Die bleek vast de zitten aan de voorste nek. Een gedeelte van het fossiel kon worden geborgen en werd door een helikopter van het Argentijnse leger uit de ontoegankelijke locatie getransporteerd.
In 2016 werd de typesoort Sarmientosaurus musacchioi benoemd en beschreven door Rubén Darío Francisco Martínez, Matthew C. Lamanna, Fernando Emilio Novas, Ryan C. Ridgely, Gabriel Andrés Casal, Javier E. Martínez, Javier R. Vita en Lawrence M. Witmer. De geslachtsnaam is afgeleid van de stad Sarmiento. De soortaanduiding eert wijlen Eduardo Musacchio, een docent aan de Universidad Nacional de la Patagonia San Juan Bosco die in 2011 overleed. Aangezien de naam gepubliceerd werd in het elektronisch tijdschrift PLoS ONE waren er Life Science Identifiers nodig om hem geldig te doen zijn. Die zijn 537DFE26-54EC-4978-AC86-E83A04FA74DE voor het geslacht en C1090B8D-D051-44F3-B869-8B4A0C802176 voor de soort.
Het holotype, MDT-PV 2, is in situ gevonden in het bovenste deel van de Lower Member van de Bajo Barreal-formatie (Sierra Nevada-anticline, Golfo San Jorge Basin, zuidcentrale provincie Chubut, Chubut Group, Centraal-Patagonië, Argentinië). De laag bestaat uit zandsteen dat tufsteen bevat, en dateert uit het Cenomanien-Turonien (Boven-Krijt; 100,5 tot 89,8 Ma).Lamanna MC, Martínez RD and Smith JB (2002) A definitive abelisaurid theropod dinosaur from the early Late Cretaceous of Patagonia. Journal of Vertebrate Paleontology 22: 58–69. .Casal GA, Martínez RD, Ibiricu LM, González Riga B and Foix N (2013) Tafonomía del dinosaurio terópodo Aniksosaurus darwini, Formación Bajo Barreal, Cretácico Tardío de Patagonia (Argentina). Ameghiniana 50: 571–592. .Archangelsky S, Bellosi ES, Jalfin GA and Perrot C (1994) Palynology and alluvial facies from the mid-Cretaceous of Patagonia, subsurface of San Jorge Basin, Argentina. Cretaceous Research 15: 127–142. Bridge JS, Jalfin GA and Georgieff SM (2000) Geometry, lithofacies, and spatial distribution of Cretaceous fluvial sandstone bodies, San Jorge Basin, Argentina: outcrop analog for the hydrocarbon-bearing Chubut Group. Journal of Sedimentary Research 70: 341–359. .Suárez M, Márquez M, De La Cruz R, Navarrete C and Fanning M (2014) Cenomanian–?early Turonian minimum age of the Chubut Group, Argentina: SHRIMP U—Pb geochronology. Journal of South American Earth Sciences 50: 67–74. .Casal GA, Allard JO and Foix N (2015) Análisis estratigráfico y paleontológico del Cretácico Superior en la Cuenca del Golfo San Jorge: nueva unidad litoestratigráfica para el Grupo Chubut. Revista de la Asociación Geológica Argentina 72: 77–95. Het holotype bestaat uit een schedel met onderkaken en de voorste nek tot en met de zevende halswervel. De atlas en vierde halswervel waren zo zwaar geërodeerd dat ze bij de preparatie in het laboratorium niet konden worden gered. Het fossiel is van een oud individu. De schedel is een van de weinige die van de Titanosauria bekend zijn. Naast de nek werd een langwerpige structuur aangetroffen die geïdentificeerd werd als een verbeende pees. Ook dat is een unieke vondst. Het fossiel werd verder bestudeerd met een CAT-scan.
Een lastig vraagstuk is of het taxon niet identiek is aan de sauropode Epachthosaurus uit dezelfde formatie. Op zich valt deze hypothese niet te weerleggen daar het gevonden materiaal van beide soorten niet overlapt. Het werd echter minder waarschijnlijk geacht omdat ze in een kladistische analyse op verschillende plaatsen in de stamboom uitvielen en omdat er in de formatie meer titanosaurisch materiaal is gevonden dat met zekerheid niet aan Epachthosaurus kan worden toegewezen. Misschien is dat van Sarmientosaurus en in ieder geval wijst het op een variatie waarin voor verschillende soorten plaats is. Zo is er ook schedelmateriaal gevonden dat weer niet van Sarmientosaurus kan zijn. Ook Campylodoniscus zou een ouder synoniem kunnen zijn maar dat geslacht is slechts gebaseerd op een stuk bovenkaaksbeen en wordt gemeenlijk als een nomen dubium beschouwd.
In de dinosauriërfauna van de Bajo Barreal-formatie komen nog de volgende genera voor: Aniksosaurus darwini Martínez & Novas 2006,Weishampel, David B; et al. (2004). "Dinosaur distribution (Late Cretaceous, South America)." In: Weishampel, David B.; Dodson, Peter; and Osmólska, Halszka (eds.): The Dinosauria, 2nd, Berkeley: University of California Press. p. 602. . Drusilasaura deseadensis Navarrete, Casal & Martínez 2011,César Navarrete, Gabriel Casal and Rubén Martínez (2011). "Drusilasaura deseadensis gen. et sp. nov., a new titanosaur (Dinosauria-Sauropoda), of the Bajo Barreal Formation, Upper Cretaceous of north of Santa Cruz, Argentina". Revista Brasileira de Paleontologia 14 (1): 1-14. . Notohypsilophodon comodorensis Martínez 1998, Secernosaurus koerneri Brett-Surman 1979, en Xenotarsosaurus bonapartei Martínez et al. 1986. Ook tanden van niet-geïdentificeerde carcharodontosauriden (Stromer, 1931) en dromaeosauriden (Matthew & Brown, 1922) werden aangetroffen.
Geologie van de Chubut Group Algemeen thumb|links|400px|Kaart van de provincie Chubut in Centraal-Patagonië, Argentinië, met de typelocatie te Estancia Laguna Palacios van Sarmientosaurus musacchioi Martínez et al. (2016) (gewijzigd naar Ibiricu et al., 2001) De Krijtontsluitingen van de Chubut Group strekken zich van het midden en zuiden van de provincie Chubut tot het noorden van Santa Cruz uit.Lesta, P.J., and Ferello, R., 1972. Region extraordinaria de Chubut y norte de Santa Cruz, in Geologia regional Argentina : Cordoba, Academia Nacional de Ciencias, p. 601-654. De Chubut Group bestaat uit drie eenheden in de hooglanden van San Bernardo en omgeving, van oud naar jong: Castillo-formatie, Bajo Barreal-formatie en Laguna Palacios-formatie.Sciutto, J.C., 1981. Geologia del Codo del rio Senguerr, Chubut, Argentina. Actas del VIII Congreso Geologico Argentina, III, 203-219. De drie formaties hebben ondergrondse equivalenten in de Golfo San Jorge Basin en ontsluitingen in het noordelijke gebied. Sommige auteurs hebben diverse varianten voorgesteld voor de onderverdeling van de Chubut Group en voor equivalentie tussen de formaties. Op de formaties van de Chubut Group liggen in sommige gebieden discordant de Paso del Sapo- en Lefipán-formaties, die uit mariene afzettingen uit het Maastrichtien bestaan, en de Salamanca- en Río Chico-formaties. De Salamanca-formatie bestaat ook uit mariene afzettingen en de Rio Chico-formatie uit Paleocene afzettingen met uitgestrekte basaltplaten.
Bajo Barreal-formatie In de "Lower Member"Een "member" is een benoemd, lithologisch onderdeel van een formatie dat men door zijn specifieke kenmerken kan onderscheiden in het stratigrafisch profiel. Niet alle formaties zijn in "members" onderverdeeld, en zelfs waar "members" als dusdanig erkend zijn, maken ze enkel deel uit van de formatie. zijn tufsteen en zandsteen met een afwisseling van zandige tufsteen en zeldzame horizontenEen "horizon" verwijst naar ofwel een gesteente-oppervlak tussen twee lagen sedimentair gesteente met een duidelijke verandering in de lithologische samenstelling in een sedimentaire opvolging (een gesteentepakket) of in de opvolging van vulkanische gesteentelagen, ofwel naar een dunne gesteentelaag met een karakteristieke lithologische samenstelling of met een karakteristieke fossiele inhoud in een sedimentaire opvolging. met asachtige tufsteen dominant. De zandsteenlagen worden geleidelijk dikker totdat zij in het bovenste deel van de member dominant zijn. In de Bajo Barreal-formatie kan gewoonlijk een bepaalde lithostratigrafische cyclus onderscheiden worden. Deze cyclus begint met zandsteen waarin systematisch de korrelgrootte of de grootte van de klasten wijzigt van de basis van de gesteentelaag tot de top. In deze toplagen komen verspreide resten van dinosauriërs voor. De zandsteen gaat over in tufsteen, waarop zich paleosol ontwikkeld heeft dat later door helderkleurige, gelaagde bankenEen 'bank' is een gesteentelaag met een dikte van enkele cm tot meer dan een meter, en die zich door haar individuele kenmerken zoals kleur, samenstelling en materiaal onderscheidt van de onmiddellijk eronder en erboven liggende gesteentelaag. Deze definitie is vooral van toepassing wanneer zulke bank duidelijk te onderscheiden is in de formatie waarvan ze deel uitmaakt. met tufsteen bedekt werd. De dikke zandsteenlagen van de bovenste sector bevatten grote hoeveelheden goed bewaarde fossielen van dinosauriërs. De "Upper Member" toont een duidelijke vermindering in het aantal zandsteenlagen, en bevat geleidelijk meer en meer modderige banken. Horizonten met kleine wortels en paleosols komen algemeen voor. De zandsteenlagen hebben een lensvormige doorsnede en vertonen de hydrologische kenmerken van meanderende stromen.
Beschrijving Grootte en onderscheidende kenmerken thumb|Driedimensionale video van de schedel Sarmientosaurus heeft een geschatte lengte van twaalf meter en een gewicht van tien ton.
De beschrijvers wisten negen onderscheidende kenmerken vast te stellen. Het zijn alle autapomorfieën, unieke afgeleide eigenschappen. De oogkas beslaat 40% van de lengte van de schedel. De opgaande tak van het bovenkaaksbeen steekt bij de bovenste snuitrand in een bovenste tak van het traanbeen, door welke tak het aan de buitenkant en binnenkant omvat wordt. De binnenrand van het achterdeel van de opgaande tak van het bovenkaaksbeen raakt het benige neusgat met een lage maar goedgevormde richel. De onderste achterkant van de opgaande tak van het quadratojugale draagt een tongvormig uitsteeksel dat naar binnen uitstekend de achterkant van het quadratum overlapt. In de hersenpan zijn er drie aparte uitgangen voor de nervus trigeminus. Er ontbreekt een binnenste aderkanaal dat de hypofysesteel met de onderkant van de hersenstam verbindt. De premaxillaire tanden staan verticaal, de maxillaire tanden hellen naar voren en de dentaire tanden hellen naar achteren. De middelste halswervels hebben balkvormige in plaats van plaatvormige richels tussen het wervellichaam en de voorste gewrichtsuitsteeksels. Een extreem langwerpige en slanke verbeende pees loopt langs de halswervels en nekribben in een lage zijwaartse positie.
Skelet Schedel De schedel heeft een lengte van drieënveertig centimeter en achteraan een hoogte van vierentwintig centimeter en een breedte van 245 millimeter. In bovenaanzicht is de schedel tongvormig, zij het met een vrij spitse snuitpunt. In zijaanzicht is de snuit plat en hol gebogen; in de holte lagen wellicht de lage vlezige neusopeningen. De fenestra antorbitalis is relatief klein. De oogkas is bijzonder groot en de horizontale afstand tussen de bovenste achterhoek en de voorste onderhoek bedraagt zo'n 40% van de totale schedellengte. thumb|De schedel in vooraanzicht en van de zijkanten bezien thumb|left|De schedel van Sarmientosaurus