Jan Cornelis Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931 – Twello, 16 mei 2025) was een Nederlands politicus, schrijver en natuurkundige. Hij was onder meer lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, minister van Economische Zaken en commissaris van de Koningin in Gelderland, en was lid van Democraten 66 (D66). Als leider van deze politieke partij maakte hij een neergang, een sterke opleving en opnieuw een neergang mee.

Terlouw verwierf daarnaast bekendheid als auteur van maatschappelijk geëngageerde jeugdliteratuur. Zijn romans Koning van Katoren (1971) en Oorlogswinter (1972) werden bekroond met een Gouden Griffel. Ook op latere leeftijd was hij actief in het publieke debat, met name rond milieukwesties, duurzaamheid en het behoud van sociaal vertrouwen.

Jeugd, studie en wetenschappelijke loopbaan Jan Terlouw was het tweede kind van dominee Jan Cornelis Terlouw (1904–1987) en Grietje (Gré) Stein (1909–1998). Hij werd vernoemd naar zowel zijn vader als zijn grootvader, Jan Cornelis Terlouw (1845–1925). Zijn oudste zus was anderhalf jaar ouder. In het gezin werden na hem nog drie kinderen geboren, onder wie een tweeling.

Hij bracht zijn jeugd door in de Veluwse dorpen Garderen en Wezep, waar zijn vader predikant was binnen de Gereformeerde Bond.Trouw.nl - Afscheid, Trouw, 23 november 1996 De Tweede Wereldoorlog, die het gezin doorbracht in Wezep, liet diepe sporen na.boekwijzer.com - BOEKWIJZER INTERVIEWT JAN TERLOUW Terlouw maakte van zeer nabij de deportatie van een joodse klasgenoot mee en enkele bombardementen. Duitse legerofficieren hadden vanaf 1941 inkwartiering in het huis van de familie Terlouw. Tijdens de hongerwinter hielp hij langskomende hongertrekkers.Boerboom, p.11-30

Tijdens de oorlog moest Terlouw noodgedwongen stoppen met het volgen van onderwijs. Hij hervatte dit direct na de bevrijding. Hij ging naar de hbs aan het Christelijk Lyceum in Zwolle en vanaf 1946, nadat hij met zijn familie naar Otterlo was verhuisd, naar de Stichting voor Gymnasiaal en Middelbaar Onderwijs in Ede.

In 1948 behaalde hij op zestienjarige leeftijd zijn hbs-diploma. Datzelfde jaar begon hij aan een studie wis- en natuurkunde aan de Universiteit Utrecht, waar hij in 1956 zijn doctoraalexamen behaalde.parlement.com. Tijdens zijn studententijd bekleedde hij zijn eerste bestuursfunctie als lid van de studievereniging A-E, de voorloper van A-Eskwadraat.a-eskwadraat.nl. Gearchiveerd op 12 augustus 2022.

Na het vervullen van de dienstplicht verrichtte hij van 1958 tot 1971 wetenschappelijk onderzoek naar kernfusie aan het FOM-Instituut voor Plasmafysica Rijnhuizen.schrijversnet.nl en Leminiscaat.nl Terlouw promoveerde in 1964 aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift Experimental study of a highly ionized steady-state cesium plasma. Van 1960 tot 1962 deed hij onderzoek aan het MIT in Cambridge, Massachusetts en van 1965 tot 1966 aan het KTH in Stockholm.

Politieke loopbaan thumb|thumbtime=1:38|start=1:28|end=1:48|Polygoonjournaal-impressie van de verkiezingscampagnes voor de Tweede Kamerverkiezingen van 1977. Jan Terlouw op campagne voor D'66. thumb|Jan Terlouw in 1979 Vroege politieke jaren Terlouw werd begin 1967 lid van D'66. Hij hield zich veel bezig met het betrekken van de Utrechtse burger bij de politiek. Zijn politieke loopbaan begon in de Utrechtse gemeenteraad, waar hij van 1970 tot 1971 actief was. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1970 stond hij tweede op de lijst, omdat hij zichzelf nog te onervaren vond voor het lijsttrekkerschap. Na de verkiezingen werd hij fractievoorzitter. Hij hield zich bezig met milieukwesties, waaronder de problemen die speelden rond het nieuw te bouwen winkelcentrum Hoog Catharijne. Zijn groeiende politieke betrokkenheid deed hem besluiten zijn wetenschappelijke loopbaan te beëindigen. Hij stelde zich kandidaat voor D'66 bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1971. Terlouw kreeg de tiende plaats op de kieslijst. Tijdens de verkiezingen behaalde D'66 elf zetels, een winst van vier, waardoor hij werd gekozen tot Kamerlid.

1971-1981: Tweede Kamerlid Terlouw was lid van de Tweede Kamer in de periode 1971 tot 1981. Hij hield zich voornamelijk bezig met economie, energie en milieu. Dankzij zijn achtergrond als bètawetenschapper werd hij gezien als autoriteit op het gebied van technologie en milieu.Natuurkunde.nl - Jan Terlouw. Gearchiveerd op 2 december 2022. Hij hield zich bezig met het beleid rond de aardolie- en aardgaswinning, waarbij werd gekeken of er kon worden geboord in de Waddenzee, de Veluwe en de Noord-Hollandse duinen. De oliecrisis van 1973 maakte dit onderwerp extra urgent. Ook wist hij aandacht te genereren voor de discussie over de afsluiting van de Oosterschelde. Deze discussie leidde uiteindelijk tot de aanleg van de Oosterscheldekering.

Na de val van het kabinet-Biesheuvel I volgden de Tweede Kamerverkiezingen van november 1972. Hierbij kwam Terlouw op de zesde plaats op de kieslijst. Dit was net voldoende om herkozen te worden, want D'66 ging terug van elf naar zes zetels. Ondanks het verlies werd er, door de progressieve samenwerking met de PvdA en de PPR in Keerpunt 1972, na een kabinetsformatie van 151 dagen het kabinet-Den Uyl gevormd. Naast D'66, de PvdA en de PPR werd dit kabinet gevormd door de confessionele partijen ARP en KVP. Na het terugtreden van Hans van Mierlo als fractievoorzitter door een verschil van inzicht met de rest van de fractie over de te kiezen koers, werd Terlouw in september 1973 gekozen tot fractievoorzitter. Terlouw was, in tegenstelling tot Van Mierlo, een tegenstander van verregaande samenwerking met progressieve partijen waaronder de PvdA en plannen hiervoor werden dan ook niet verder doorgezet. Tijdens zijn fractievoorzitterschap vertrokken Wil Wilbers naar het ministerie van CRM en Anneke Goudsmit door onenigheid over het abortusstandpunt. Haar opvolger Govert Nooteboom splitste zich af en vormde een eenmansfractie.

D'66 had het in deze periode moeilijk. Tijdens de Provinciale Statenverkiezingen van 1974 behaalde de partij slechts één procent van de stemmen; bij de gemeenteraadsverkiezingen van dat jaar zelfs maar een half procent. Hoewel D'66 in het kabinet-Den Uyl zat, werd in september 1974 tijdens een partijcongres gestemd over opheffing van de partij. Terlouw was hier in eerste instantie voor, maar werd door partijvoorzitter Jan ten Brink overtuigd om tegen te stemmen. Uiteindelijk stemde 55 procent van de aanwezigen voor opheffing van de partij, maar de vereiste tweederdemeerderheid werd niet gehaald.

In oktober 1976 kondigde Terlouw aan zich niet beschikbaar te stellen als lijsttrekker. Bij gebrek aan een goede opvolger werd tijdens een partijcongres in november 1976 een beroep op hem gedaan om toch te blijven. Hij ging akkoord mits D'66 in drie maanden tijd 66.666 handtekeningen en 1666 nieuwe leden zou werven. Dankzij bijna 90.000 handtekeningen en 4410 nieuwe leden aanvaardde Terlouw het lijsttrekkerschap. Met het verkiezingsprogramma Het redelijk alternatief behaalde D'66 bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1977 acht zetels. De partij belandde in de oppositie, het nieuwe kabinet-Van Agt I bestond uit CDA en VVD. Tijdens deze kabinetsperiode speelde onder andere de oliecrisis van 1979, die tot grote financiële problemen leidde, en de kruisrakettendiscussie. Tijdens deze laatste discussie pleitte Terlouw voor een compromis: uitstel van plaatsing en onderhandelingen met de Sovjet-Unie over wapenreductie.

1981-1982: ministerschap In de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen 1981 werd Terlouw door de media neergezet als 'de ideale schoonzoon'. Dit beeld werd door hem en zijn campagneleider Ernst Bakker gedeeltelijk uitgebuit. De verkiezingen waren succesvol: D'66 steeg van acht naar zeventien zetels. In het kabinet-Van Agt II, bestaande uit CDA, PvdA en D'66, trad Terlouw toe als minister van Economische Zaken en vicepremier. Het feit dat Joop den Uyl als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkgelegenheid in zijn portefeuille kreeg, beschouwde Terlouw als een weeffout. Het leidde tot een 'superministerie' voor Den Uyl en Terlouw vond dat werkgelegenheid eigenlijk bij Economische Zaken hoorde. Naast Terlouw waren ook Hans van Mierlo (Defensie) en Henk Zeevalking (Verkeer en Waterstaat) namens D'66 lid van het kabinet. Het fractievoorzitterschap droeg Terlouw over aan Laurens Jan Brinkhorst.

De samenwerking met Den Uyl verliep moeizaam. Zo wilde Den Uyl om zijn banenplan te financieren, de aardgasbaten van bedrijven afromen. Volgens Terlouw was dit in strijd met afspraken die tijdens het vorige kabinet met de aardgasbedrijven waren gemaakt. Terlouw was betrokken bij de reddingspoging van scheepsbouwbedrijf Rijn-Schelde-Verolme (RSV), dat desondanks in 1983 failliet ging. De sfeer in het kabinet was slecht en tijdens de Provinciale Statenverkiezingen 1982 verloren de PvdA en D'66 en won het CDA ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen van 1981. De problemen die de PvdA had met de financiering van haar werkgelegenheidsplan leidden uiteindelijk tot een kabinetscrisis over het financieel-economisch beleid en de val van het kabinet.

Na de vorming van het kortstondige kabinet-Van Agt III in mei 1982, met D'66-ers Max Rood als minister van Binnenlandse Zaken en Erwin Nypels als minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, stelde Terlouw zich beschikbaar voor het lijsttrekkerschap voor de Tweede Kamerverkiezingen van september 1982. Vanuit de achterban was er echter kritiek omdat hij zich tegen een blokkade van een kabinet met het CDA en de VVD uitsprak. Nadat hij na een interne poststemming op een vierde plaats werd gezet, trok hij zich tijdens een partijcongres in juli 1982 terug. Nadat de achterban zich echter eveneens tegen een blokkade van samenwerking met CDA en VVD uitsprak, kwam Terlouw terug van zijn besluit en werd hij alsnog lijsttrekker. De verkiezingen verliepen erg slecht en D'66 ging van zeventien zetels terug naar zes. Terlouw stopte hierop in oktober 1982 als partijleider. Het aantreden van het kabinet-Lubbers I waaraan D'66 niet deelnam, betekende ook het einde van zijn ministerschap.

Loopbaan na 1982 thumb|Jan Terlouw in 2014 thumb|Terlouw spreekt zijn steun uit voor Rob Jetten, lijsttrekker van D66 bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023

Na zijn vertrek uit de landelijke politiek werd Terlouw in 1983 benoemd tot secretaris-generaal van de Europese Conferentie van Ministers van Transport. Hij hield zich bezig met het bevorderen van transport tussen West-Europese landen. Na de val van het communisme kwamen hier Oost-Europese landen bij.

In 1991 volgde zijn benoeming tot commissaris van de Koningin in Gelderland, als eerste D66'er in deze functie. Hij steunde in januari 1995 het besluit van burgemeester Henk Zomerdijk van Echteld om grote gebieden tussen de grote rivieren te evacueren in verband met dreigend hoog water en coördineerde de rampenbestrijding. Terlouw raakte in deze periode bevriend met Vitesse-voorzitter Karel Aalbers en sloeg in 1996 de eerste paal voor het nieuwe stadion GelreDome in Arnhem. Eind 1996 ging hij met pensioen en zijn afscheid kostte de provincie 250.000 gulden, waaronder 110.000 gulden voor een Jan Terlouw-zaal in Museum Het Valkhof in Nijmegen.Afscheid Terlouw kost kwart miljoen. "Algemeen Dagblad". Rotterdam, 27-10-1999. Geraadpleegd op Delpher op 21-05-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBPERS01:003179023:mpeg21:p00006 Vervolgens was hij, tot het vertrek van Aalbers in februari 2000, namens de provincie Gelderland voorzitter van de raad van commissarissen van stadion GelreDome.Jan Terlouw vond op het laatst de liefde weer, Omroep Gelderland, 16 mei 2025Gelderlanders en biograaf blikken terug op Terlouw, die zocht naar 'waarheid en schoonheid', Omroep Gelderland, 16 mei 20205Terlouw legt functie neer. "Algemeen Dagblad". Rotterdam, 19-02-2000. Geraadpleegd op Delpher op 21-05-2025, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=KBPERS01:003185017:mpeg21:p00063