thumb|Klassieke plaatcondensator Schulhistorische Sammlung Bremerhaven thumb|Condensator: 1. parallelle platen 2. diëlektricum 3. stroomdraden thumb|Vier Leidse flessen in Rijksmuseum Boerhaave, Leiden. De Leidse fles was de eerste praktische condensator. thumb|Ladingsscheiding in een condensator met parallelle platen veroorzaakt een inwendig elektrisch veld . Een dielektricum (oranje) verkleint de veldsterkte en vergroot de capaciteit van de condensator.
Een condensator is een elektrische component waarin aan de ene zijde elektrische lading opgeslagen kan worden, met gelijktijdige opslag van de tegengestelde lading aan de andere zijde. Een condensator wordt gebruikt om elektriciteit op te slaan. Dit is bijvoorbeeld nuttig om ervoor te zorgen dat computers data behouden wanneer de elektriciteit plotseling wegvalt. Ze worden ook gebruikt om grote spanningswisselingen op te vangen en zo te voorkomen dat elektrische apparaten beschadigd raken.
Wanneer gesproken wordt van de lading van een condensator wordt bedoeld de lading aan een referentiezijde, per saldo is de lading van de condensator nul. Afhankelijk van het type condensator kan de lading aan de referentiezijde zowel positief als negatief zijn, er is symmetrie tussen beide zijden, of alleen positief bij een elektrolytische condensator. Deze raakt bij een negatieve spanning aan deze zijde beschadigd.
Een condensator is opgebouwd uit twee geleiders met een relatief groot oppervlak die zich dicht bij elkaar bevinden en gescheiden zijn door een niet-geleidend materiaal of vacuüm, het diëlektricum.
Wanneer de ene geleider positief geladen wordt ten opzichte van de andere, verplaatsen de aan moleculen in het diëlektricum gebonden elektronen zich een beetje naar de positief geladen geleider. De naam is afgeleid van het Latijnse condensare: samenpersen, wat betrekking op de ladingen heeft, die samengeperst worden bij de polen (platen) van de condensator.
Geschiedenis De eerste condensator was de Leidse fles: een glazen fles gevuld met geleidend water met tinfolie aan de buitenkant en in latere typen ook aan de binnenkant. De capaciteit was van de orde van 7 nF. De fles werd uitgevonden door de Duitser Ewald Georg von Kleist in oktober 1745; onafhankelijk van hem schijnt Pieter van Musschenbroek in 1744 al een soortgelijke uitvinding gedaan te hebben aan de Universiteit Leiden, vandaar de naam van de fles.De Pater, C. Petrus van Musschenbroek (1692-1761), in Kox, A.J. en Chamalaun, M. Van Stevin tot Lorentz. Portretten van Nederlandse natuurwetenschappers, Intermediair, Amsterdam 1980
Er staat in de Schulhistorische Sammlung in Bremerhaven een voorbeeld van een condensator, die aan het begin van de 20e eeuw in het onderwijs werd gebruikt met lucht en glas als diëlektricum.
Capaciteit Naarmate een condensator lading opneemt, stijgt de spanning over de condensator. Het vermogen van een condensator om lading op te slaan, het aantal coulomb per volt, heet de capaciteit van de condensator en wordt gemeten in de eenheid farad; De capaciteit is afhankelijk van de oppervlakte van de geleiders; hoe groter de oppervlakte, hoe groter de capaciteit; de afstand tussen de geleiders: de capaciteit wordt groter naarmate de afstand tussen de geleiders, in oude condensatoren de platen, kleiner is; het diëlektricum, het materiaal of het vacuüm, tussen de geleiders.
Vroeger werd de capaciteit van condensatoren wel in centimeters uitgedrukt, in het Gemengde stelsel van Gauss. Dat is niet zo verwonderlijk: de capaciteit is voornamelijk van de vorm van de condensator afhankelijk: het plaatoppervlak gedeeld door de afstand, met een dimensieloze factor, de permittiviteit, de diëlektrische constante εr, voor het diëlektricum. 1 cm ≈ 1,11 pF.Ir. Dr. A. Korevaar, Ir. G. Boes: Elektrotechnische W.P. encyclopedie, Elsevier, 1958, p. 87
De gebruikelijke voorvoegsels worden in dit geval achterwege gelaten; zo kan men een condensator van 10.000 cm aantreffen, niet 100 m. Een dergelijke condensator bestaat bijvoorbeeld uit twee platen van 1 m² op een onderlinge afstand van 1 cm, of, praktischer, twee platen van 1 cm² op een onderlinge afstand van 1 µm.
Diëlektricum De geleiders zijn van elkaar geïsoleerd, maar in de praktijk laat het materiaal in de tussenruimte (het diëlektricum) toch een kleine lekstroom door. In schakelschema's wordt daar rekening mee gehouden middels een grote weerstand die parallel staat aan de condensator. Bovendien is er een bovengrens aan de sterkte van het elektrische veld dat tussen de geleiders van een condensator kan worden aangelegd: de doorslagspanning.
De isolerende tussenstof tussen de platen van een condensator kan zijn: lucht – in afstemcondensatoren in radio's glas – in de historische Leidse fles, maar ook in moderne condensatoren voor hoogspanningstoepassingen keramisch materiaal - voor toepassing met hoogfrequente signalen als in röntgen- en MRI-toestellen in ziekenhuizen mylar in klokken en dergelijke. waspapier in condensatoren in automotoren.
Condensator en spoel
De elektrische tegenhanger van de condensator is de spoel. Terwijl een ideale condensator een oneindig grote weerstand vormt voor gelijkstroom en voor een wisselstroom een impedantie die kleiner wordt naarmate de frequentie toeneemt, is een ideale spoel juist een volmaakte geleider voor gelijkstroom, terwijl zijn impedantie toeneemt met de frequentie van een wisselstroom. Condensatoren en spoelen worden toegepast in scheidingsfilters, die wisselstroomsignalen afhankelijk van hun frequentie doorlaten of tegenhouden.
Basisformules thumb|De condensator is verbonden met een staafbatterij waardoor de platen van de condensator geladen zijn met elektrische ladingen en , wat gepaard gaat met een elektrisch veld (pijltjes) tussen de platen
Een condensator kan aan de ene zijde elektrische lading opslaan, met gelijktijdig opslaan van de tegengestelde lading aan de andere zijde. Dit vermogen wordt de capaciteit van de condensator genoemd en uitgedrukt in de eenheid farad (symbool F). Een condensator die een lading van 1 coulomb aan de ene zijde bevat terwijl aan die zijde de elektrische potentiaal 1 volt hoger is dan aan de andere zijde, heeft een capaciteit van 1 farad.
Wanneer over de lading van een condensator wordt gesproken, wordt daarmee de lading aan een referentiezijde bedoeld. Dienovereenkomstig wordt de spanning over een condensator positief gerekend als die aan de referentiezijde hoger is. Deze is rechtevenredig met de lading op de condensator. Het verband tussen de spanning in volt en de lading in coulomb wordt gegeven door: ,
waarin de capaciteit van de condensator in farad is.
De energie in joule van een condensator met lading is de energie die nodig is om de condensator vanaf lading 0 op te laden. Het toevoeren van een kleine lading kost een energie . Integreren van tot levert de totale energie :
Plaat- en elektrolytische condensator thumb|Condensator van 10.000 microfarad in een TRM-800 versterker.
Het meest voorkomende model voor de werking van condensatoren is de plaatcondensator.
Het symbool, twee evenwijdige strepen, is daarvan afgeleid. De capaciteit van een plaatcondensator is zeer beperkt. Het ontwerp van veel condensatoren is dan ook gericht op verhoging van de capaciteit door: de oppervlakte van de platen te vergroten, de afstand tussen de platen te verkleinen, of de permittiviteit van het diëlektricum te vergroten.
Voor de eenvoudigste condensator, de plaatcondensator, is de capaciteit als volgt te berekenen. De platen zijn overal gelijk (nemen we aan) en hebben een oppervlakte en een ladingsdichtheid
op het oppervlak van de platen. Als de afmeting van de platen veel groter is dan hun tussenafstand , is het elektrische veld rond het midden van de condensator gelijk aan
met de permittiviteit van de tussenstof (diëlektricum). De spanning is gedefinieerd als de lijnintegraal van het elektrische veld tussen de platen
Met volgt
De capaciteit van de condensator is recht evenredig met de oppervlakte van de platen en omgekeerd evenredig met de afstand tussen de platen. Verder is de capaciteit recht evenredig met de permittiviteit van het diëlektricum.
Een belangrijke uitvoering, speciaal voor grote capaciteiten, is de elektrolytische condensator (elco). Deze bestaat uit twee opgerolde (voor groot oppervlak) lagen aluminiumfolie gescheiden door papier of poreuze kunststof, gedrenkt in een elektrolyt. De elektrolyt maakt het papier geleidend, waardoor dat deel uitmaakt van een van de "platen". Het diëlektricum wordt gevormd door aluminiumoxide op een van beide platen. Aluminiumoxide is uiterst dun waardoor de capaciteit zeer hoog is. Nadeel is dat het oxide in stand wordt gehouden door de aangebrachte spanning. Elektrolytische condensatoren zijn daardoor "gepoold": ze hebben een plus- en een minpool. Bij omkeren van de spanning wordt het diëlektricum vrij snel afgebroken, waarna de condensator 'doorslaat' en er kortsluiting ontstaat.
Vorm en uitvoering Door zijn mechanische constructie en de gebruikte materialen bestaan er veel verschillende soorten condensatoren. Zo zijn er verschillen in vorm en in gebruikte techniek. Er zijn de verschillende vormen.
Vlakke of plaatcondensator Een condensator, die uit twee vlakke platen bestaat met oppervlakte op een onderlinge afstand en gescheiden door een vacuüm heeft, verondersteld dat de randeffecten worden verwaarloosd, een capaciteit
(farad)
Hierin is
de elektrische veldconstante. wordt in farad geschreven, in m2 en in m.
Het volume is zodat de energiedichtheid gegeven wordt door:
,
met de elektrische veldsterkte tussen de platen.
Bolvormige condensator De capaciteit van een condensator bestaande uit twee concentrische sferen met stralen en wordt gegeven door
Cilindervormige condensator De capaciteit van een condensator bestaande uit twee concentrische cilinders met stralen en , en lengte wordt gegeven door
Uitvoering thumb|diverse soorten condensatoren thumb|keramische condensatoren thumb|elektrolytische condensatoren thumb|tantaal condensatoren thumb|regelbare condensatoren
De voornaamste karakteristieken die bepalen hoe condensatoren worden uitgevoerd zijn: de capaciteit, de tolerantie, verlieshoek, toegelaten temperatuur en spanning (waaronder de polariteitsgevoeligheid), stabiliteit en fysieke afmetingen.
Er zijn verschillende typen condensatoren: keramische (kleine capaciteit, hoge doorslagspanning), tegenwoordig ook als surface-mounted device (SMD) met grotere capaciteit bij lage werkspanning, zeer goede temperatuurbestendigheid, tot 125 °C. In klasse I met lage verlieshoek en grote stabiliteit (NP0, COG), klasse IIa met gemiddelde verlieshoek en matige stabiliteit (X7R) en klasse IIb met lage stabiliteit en grote capaciteit (Y5V). met kunststoffilm als diëlektricum, polypropeen met goede hoogfrequent eigenschappen (KP, MKP) en polyester met slechte HF eigenschappen (KT, MKT), maar grotere capaciteitswaardes. Boven 85 °C mag er slechts een gereduceerde spanning op dit type condensator gezet worden. Er zijn typen met gemetalliseerde kunststof film en typen met een film/foliestructuur. De laatste verdragen grotere stromen. mica (kleine capaciteit, hoge doorslagspanning, geringe verliezen) elektrolytische condensator (hoge capaciteit mogelijk,vooral gebruikt voor spanningsstabilisatie, kortweg 'elco' genoemd), beperkte levensduur bij hoge temperaturen, die ook door eigenverwarming kunnen ontstaan door de rimpelstroom door de condensator tantaal-elco (hoge capaciteit mogelijk bij kleine afmeting)** variabele condensator, bijvoorbeeld een afstemcondensator of een varicap in een radio-ontvanger. Variabele condensatoren die alleen voor servicedoeleinden toegankelijk zijn om een schakeling af te regelen, worden wel trimmers genoemd. oliecondensatoren (voor hoge vermogens) supercondensatoren, met uitzonderlijk hoge capaciteit van 1 tot vele farad maar met relatief hoge lekstroom
Gelijk- en wisselstroom