Leopold Lodewijk Filips Maria Victor van Saksen-Coburg en GothaFrans: Léopold Louis Philippe Marie Victor (Brussel, 9 april 1835 – Laken, 17 december 1909), prins van België, hertog van Saksen, prins van Saksen-Coburg en Gotha, hertog van Brabant en senator, was de tweede koning der Belgen. Hij was de tweede, maar de oudste overlevende zoon van Leopold I van België en Louise Marie van Orléans. Hij volgde op 17 december 1865 zijn vader op en bleef koning tot zijn dood.

Leopold II was ook de stichter, eigenaar en soeverein van de Onafhankelijke Congostaat (of Congo-Vrijstaat), zijn privé-project. Dit werd hem toegezegd door de Koloniale Conferentie van Berlijn. Ten tijde van zijn koningschap zijn er veel gruweldaden in Congo-Vrijstaat gepleegd, waardoor zijn nalatenschap omstreden is.

Jeugd thumb|upright|left|Portret van de zesjarige Leopold door koningin Victoria Leopold werd op 9 april 1835 geboren in het Koninklijk Paleis van Brussel als tweede kind van de regerende Belgische koning Leopold I en diens tweede vrouw Louise, de dochter van de Franse koning Lodewijk Filips. Een eerder geboren zoon was in 1834 tijdens zijn eerste levensjaar gestorven, zodat Leopold het oudste overlevende kind was. Toen hij twee jaar was kreeg Leopold een broer, Filips, en op zijn vijfde kwam er een zus bij, Charlotte.

De Februarirevolutie van 1848 dwong Lodewijk Filips, Leopolds grootvader van moederszijde, tot aftreden en vlucht naar het Verenigd Koninkrijk. Hij verbleef vervolgens in ballingschap in Engeland en overleed daar op 26 augustus 1850. Leopolds moeder, Louise, was diep getroffen door het overlijden van haar vader; haar gezondheid, die al kwetsbaar was, verslechterde daarna. Zij overleed op 11 oktober 1850 in Oostende aan tuberculose, op 38-jarige leeftijd. Leopold was toen 15 jaar oud.

Huwelijk en maîtresses Leopold huwde op 22 augustus 1853, op achttienjarige leeftijd, in Brussel met aartshertogin Maria Hendrika van Oostenrijk. Het huwelijk was gearrangeerd. Maria Hendrika was een dochter van aartshertog Jozef van Oostenrijk, paltsgraaf van Hongarije, en een kleindochter van keizer Leopold II. Keizer Frans Jozef benoemde Leopold ter gelegenheid van het huwelijk tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies.

In 1855 maakte Leopold met zijn echtgenote een lange reis door de Middellandse Zee en hij bracht een bezoek aan Rome en het Vaticaan. Hij werd er ontvangen door paus Pius IX.

Leopold en Maria Hendrika van Oostenrijk hadden vier kinderen: Louise (1858-1924), trouwde met Filips van Saksen-Coburg en Gotha; Leopold (1859-1869); Stefanie (1864-1945), trouwde met Rudolf van Oostenrijk; Clementine (1872-1952), trouwde met Napoleon Victor Bonaparte.

Na de dood van kroonprins Leopold verzuurde het huwelijk tussen Leopold en Maria Hendrika. Na de geboorte van hun jongste dochter Clementine ontstond er een breuk tussen de twee echtgenoten. Omdat Leopolds enige zoon en troonopvolger op jonge leeftijd overleed, werd zijn broer, prins Filips, graaf van Vlaanderen, de wettige troonopvolger; maar daar deze nagenoeg doof was, achtte Leopold hem niet in staat de Belgische troon te bestijgen. Hij vestigde zijn hoop op diens zoon Boudewijn, die echter eveneens vroegtijdig stierf. Uiteindelijk stierf ook Filips nog vóór Leopold, en werd Leopold II rechtstreeks opgevolgd door Albert, Boudewijns jongere broer.

Een Franse danseres, prinses Cléo de Mérode (1875-1966), zou geruime tijd de maîtresse van Leopold zijn geweest, hoewel zij dat altijd heeft ontkend. De koning heeft een tijdlang de spotnaam Cléopold gekregen en er circuleerden spotprenten over deze vermeende affaire.

Nadat de koningin in 1902 overleden was, kreeg Leopolds minnares Blanche Delacroix, barones de Vaughan (1883-1948), een vaste residentie in Laken, in de Villa Vanderborght en ook een in Oostende. Via een onderaardse gang (geheime tunnel) kon Leopold zonder gezien te worden vanuit het Koninklijk Chalet de villa van zijn maîtresse bereiken.

Blanche Delacroix schonk de oude vorst twee buitenechtelijke zoons: Lucien Philippe Marie Antoine Durrieux (1906–1984); Philippe Henri Marie François Durrieux (1907–1914).

Toen Blanche zwanger was van haar tweede zoon, liepen er geruchten, dat niet Leopold, maar haar vroegere minnaar Durrieux - waarmee ze na de dood van Leopold huwde - de vader was. Durrieux dook in die tijd ook te pas en te onpas op in Brussel. Haar tweede zoon werd geboren met atrofie aan de linkerhand; juist die handicap was voor Leopold het bewijs dat hij de vader was. Vijanden van de koning spotten dat het jongetje "een stompje heeft zoals de Afrikanen bij wie Leopold een hand heeft laten afhakken".

De koning was dolgelukkig en bedroefd tegelijk; na drie dochters en een voortijdig gestorven zoon had hij ineens twee zonen, maar deze waren uitgesloten van de Belgische troon. De koning bedacht ze met titres de courtoisie (zonder decreet of erkenning) van hertog van Tervuren en graaf van Ravenstein. Ze kregen samen met hun moeder een groot deel van de erfenis, in tegenstelling tot zijn dochters. Leopold trouwde vijf dagen voor zijn dood met Blanche in een religieuze ceremonie, die geen enkele validiteit had onder de Belgische wet. Na haar tweede huwelijk kregen de jongens de naam Durrieux.

Hertog van Brabant thumb|upright|Leopold, hertog van Brabant (1853)

Senator van rechtswege

Als prins en troonopvolger droeg Leopold de titel Hertog van Brabant en zetelde hij in de Belgische Senaat van 9 april 1853 tot 10 december 1865.

Plannen voor een aanval op Nederland

Prins Leopold bleek vergevorderde plannen te hebben gehad om Nederland binnen te vallen. Prins Leopold stuurde in 1854 een spionagemissie naar Nederland en werkte een aanvalsplan uit. Het plan werd evenwel nooit uitgevoerd, vanwege het uitblijven van steun van Europese bondgenoten.

Bestuur over België als koning der Belgen miniatuur|Koninkijke eedaflegging

Op 17 december 1865 volgde Leopold II zijn vader op als koning der Belgen.

Frans-Duitse Oorlog

In 1870 brak de Frans-Duitse Oorlog uit. In België groeide de vrees dat het land in dit conflict tussen beide buurlanden zou verzeild geraken. De Verenigde Kamers (de gemeenschappelijke vergadering van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat) vergaderden in buitengewone zitting over deze militaire dreiging op 8 augustus 1870. Tijdens deze vergadering gaf koning Leopold II een troonrede over de Belgische houding in de Frans-Duitse Oorlog van 1870 en sprak hij zijn hoop uit dat België zijn neutraliteit in dit conflict niet geschonden zou zien. België zou uiteindelijk niet betrokken raken in de Frans-Duitse Oorlog.

Koning-bouwheer thumb|De triomfboog van het Jubelpark- complex in Brussel Leopold gaf opdracht tot het bouwen van een groot aantal gebouwen, stadsprojecten en openbare werken. Deze projecten leverden hem het epitheton op van Koning-Bouwheer (le Roi-Bâtisseur in het Frans). De openbare gebouwen bevonden zich voornamelijk in Brussel, Oostende en Antwerpen, en omvatten de Wellingtonrenbaan, de Koninklijke Galerijen en het Maria Hendrikapark in Oostende, het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika en het omliggende park in Tervuren, het Jubelpark met de triomfboog en het complex, het Dudenpark in Brussel en het station Antwerpen-Centraal.

Naast zijn openbare werken verwierf en bouwde hij tal van privé-eigendommen voor zichzelf binnen en buiten België. Hij breidde het terrein van het Kasteel van Laken uit en bouwde de Koninklijke Serres van Laken, de Japanse Toren en het Chinese Paviljoen bij het paleis. In de Ardennen bestonden zijn domeinen uit 6.700 hectare bossen en landbouwgronden en de kastelen van Ardenne, Ciergnon, Fenffe, Villers-sur-Lesse en Ferage. Hij bouwde ook belangrijke landgoederen aan de Franse Rivièra, waaronder de Villa des Cèdres en zijn botanische tuin, en de Villa Leopolda. Deze Villa Leopolda liet hij in 1902 bouwen in Villefranche-sur-Mer aan de Franse Azurenkust. Deze villa wordt anno 2009 beschouwd als een van de duurste huizen ter wereld.

Volgens historicus Wm. Roger Louis en auteur Adam Hochschild zijn de leopoldiaanse bouwprojecten grotendeels gefinancierd met winsten uit de exploitatie van de Onafhankelijke Congostaat. Dat valt echter niet te rijmen met de chronologie: de constructies dateren in niet geringe mate van vóór de oprichting van Congo in 1885.Matthew G. Stanard, "King Leopold's Bust. A Story of Monuments, Culture, and Memory in Colonial Europe", in: Journal of Colonialism and Colonial History, 2011, nr. 2, Daarna duurde het nog tien jaar alvorens het Congolese rubber en ivoor Europa begonnen te bereiken. In 1896 had de kolonie voor het eerst een begrotingsevenwicht. Op dat moment was de transformatie van Brussel al minstens drie decennia aan de gang en waren verschillende grote projecten afgewerkt of in een eindstadium (de Louizalaan en het Ter Kamerenbos, de Overwelving van de Zenne, het Justitiepaleis, het Jubelpark …).Liane Ranieri, Léopold II, urbaniste, 1973 Ondergefinancierde werven zoals de Kunstberg en de Triomfboog van het Jubelpark hebben ongetwijfeld geprofiteerd van het Congolese fortuin dat Leopold vergaarde in de bonanzajaren vóór de afstand van 1908, maar het was dus maar een deel van de gebouwen dat rechtstreeks gefinancierd werd door winsten uit de exploitatie van Congo. Bijvoorbeeld het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren, de Koninklijke Gaanderijen in Oostende en de vernieuwing van het Kasteel van Laken werden rechtstreeks door deze exploitatie in Congo gefinancierd.

Leopold wilde niet dat na zijn dood de verzameling landgoederen, gronden en erfgoedgebouwen die hij privé had verzameld, zouden worden verspreid onder zijn dochters, die allemaal getrouwd waren met een buitenlandse prins. In 1900 richtte hij de Koninklijke Schenking op, waarmee hij het grootste deel van zijn eigendom aan de Belgische natie schonk. Deze constructie zorgde ervoor dat latere generaties van de Belgische koninklijke familie nog steeds het voorrecht kregen om deze gebouwen te gebruiken.

In Brussel Het Koninklijk Paleis Het Kasteel van Laken De Koninklijke Serres van Laken De Basiliek van Koekelberg De Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken Het Justitiepaleis Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België Het Jubelpark In Antwerpen De Zoo van Antwerpen Het Centraal Station Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten

In Tervuren De Tervurenlaan Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika In Oostende De Koninklijke Gaanderijen (1902-1906) De Koninklijke villa (Het Koninklijk Chalet 1874) Het Maria Hendrikapark De Koninklijke stallingen en de nabijgelegen tennisclub De neogotische Sint-Petrus-en-Pauluskerk The Royal Yacht club van Oostende De de Smet de Naeyerbruggen De Koninklijke Golf Club Oostende eerste concept van het latere Palais des Thermes

Aanslag

Op 15 november 1902 vond een aanslag op koning Leopold II plaats. De Italiaanse anarchist Gennaro Rubino, een werkloze schrijnwerker, probeerde de koning te vermoorden. Historica Anne Morelli schreef hierover het boek Rubino, de aanslag op Leopold II. Toen de koninklijke familie terugkeerde van het Te Deum in de kathedraal, vuurde Rubino een paar schoten af naar de koets. Hij miste en werd opgepakt. Met zijn daad wilde hij de betogers wreken die in de lente van dat jaar werden neergeschoten toen ze de straat op trokken voor het algemeen stemrecht.Morelli, Anne, Rubino, De aanslag op Leopold II, epo

Nadagen van zijn koningschap In 1904 kreeg de koning van de Duitse keizer Wilhelm II Frans-Vlaanderen en twee miljoen pond sterling aangeboden als België de Duitsers ongehinderd door hun land zouden laten trekken bij een conflict met Frankrijk. Leopold weigerde dit aanbod.