Titiaan (Pieve di Cadore, circa 1488–1490 – Venetië, 27 augustus 1576), eigenlijk Tiziano Vecelli of Vecellio, was een van de belangrijkste en invloedrijkste kunstschilders van de hoogrenaissance.

In zijn lange carrière maakte Titiaan een ontwikkeling door van virtuoze, originele variaties op het werk van Giovanni Bellini, Giorgione en Rafaël naar een vrije, losse stijl waarin de composities werden opgebouwd met schijnbaar spontaan aangebrachte kleurvlekken, een proces waar hij soms jaren de tijd voor nam. Zijn portretten, altaarstukken en mythologische voorstellingen werden bewonderd en gekopieerd door Peter Paul Rubens en zijn steeds complexere schildertechniek en kleurgebruik vormden in de 17e eeuw een inspiratiebron en uitdaging voor Antoon van Dyck, Diego Velázquez en Rembrandt. Édouard Manet maakte in de 19e eeuw met zijn Olympia een moderne versie van Titiaans Venus van Urbino.

Titiaan had een voorkeur voor olieverf in plaats van de frescotechniek en dit contrast met de Florentijnse schildertraditie werd in de 16e eeuw uitgebuit door schrijvers die de rivaliteit tussen de beide steden wilden aanwakkeren. In werkelijkheid was de tegenstelling minder groot dan vaak wordt voorgesteld.

Hoewel hij zijn hele schildersleven in Venetië bleef wonen en er uitermate succesvol was, had hij een moeizame relatie met de stad, waar hij ondanks zijn invloed en roem een buitenstaander bleef. Zijn functie als semi-officiële schilder van Venetië kwam soms in het gedrang, doordat hij voorrang gaf aan zijn werk voor rijke en machtige opdrachtgevers buiten de republiek, zoals pausen en de hertogen van Ferrara, Mantua en Urbino. Hij was de favoriete schilder van Karel V, die hem ridder in de Orde van de Gulden Spoor maakte, en later van diens zoon en opvolger Filips II, voor wie hij zowel mythologische voorstellingen schilderde als religieuze werken die pasten binnen de campagnes van de Contrareformatie. Zijn stijl en werkwijze waren zo onnavolgbaar dat hij nauwelijks leerlingen had die na zijn dood zijn atelier konden voortzetten.

Leven en carrière Afkomst en geboorte Titiaan werd geboren in Pieve di Cadore, een dorpje in de Dolomieten zo'n 190 km ten noorden van Venetië. Hij had een oudere broer Francesco, die ook heeft geschilderd.

miniatuur|links|Jacopo Pesaro, bisschop van Paphos, door paus Alexander VI Borgia voorgesteld aan de heilige Petrus(ca. 1507-1513), Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Zijn geboortedatum is onbekend. Diverse bronnen uit de 16e eeuw geven tegenstrijdige berichten over zijn leeftijd. Bij zijn overlijden in 1576 werd genoteerd dat hij 103 was en zelf schreef Titiaan in 1571 in een brief aan Filips II dat hij op dat moment 95 was, maar de consensus is dat de vermeldingen van Ludovico Dolce (1488) en Giorgio Vasari (1490) het meest geloofwaardig zijn. Een rol bij de vaststelling van zijn geboortejaar speelt ook het vroege altaarstuk dat in Antwerpen wordt bewaard en waarvan de dateringen door verschillende kunsthistorici uiteenlopen van 1503 tot 1513. Zo kwam Erwin Panofsky bijvoorbeeld op ca. 1483 als geboortejaar.Biadene (1990), p. 401Panofsky (1969)

Opleiding en eerste opdrachten Er bestaat veel onduidelijkheid over Titiaans opleiding en zijn vroegste werken. Vasari noemt alleen Giovanni Bellini als Titiaans leermeester. Volgens Dolce was Titiaan eerst leerling van Giovanni's oudere broer Gentile. Verder werd Titiaan in zijn begintijd sterk beïnvloed door de iets oudere Giorgione, een andere leerling van Giovanni Bellini. Giorgione was eerder een mentor dan een volgende leermeester. Hun werk leek zoveel op elkaar dat er over sommige schilderijen nog steeds verschil van mening bestaat over welke werken precies aan Giorgione toegeschreven moeten worden. Dit komt onder meer komt doordat na zijn dood in 1510 sommige van zijn werken werden afgemaakt door anderen, onder wie Titiaan.

miniatuur|links|Slapende Venus(ca. 1510-1512), Giorgione en Titiaan, Gemäldegalerie Alte Meister, Dresden

Rond 1508-1509 brachten Giorgione en Titiaan fresco's aan op de gevel van het Fondaco dei Tedeschi in Venetië, waarbij de destijds bekendere Giorgione de prominente kanaalzijde voor zijn rekening nam. De fresco's zijn grotendeels verloren gegaan als gevolg van het zeeklimaat van de stad.Biadene (1990), p. 403

In 1510 kreeg Titiaan de opdracht voor drie fresco's in de Scuola del Santo in Padua. Ze waren rond 2 december 1511 gereed.Biadene (1990), p. 403-404 Uit de fresco's blijkt dat Titiaan het werk van Michelangelo op de voet volgde, want een van de figuren is geïnspireerd op de Eva van De zondeval, die Michelangelo een of twee jaar eerder op het plafond van de Sixtijnse Kapel had geschilderd. In Padua maakte Titiaan kennis met de fresco's van Giotto di Bondone.Nichols (2013), p. 24-30

Eigen atelier In 1513 startte Titiaan een eigen atelier in de wijk San Samuele.

Na Giorgiones dood en het vertrek naar Rome van Sebastiano del Piombo in 1511 was de hoogbejaarde Giovanni Bellini Titiaans voornaamste concurrent. In 1513 kreeg Titiaan via Pietro Bembo de uitnodiging aan het werk te gaan voor het pauselijke hof in Rome, maar hij wees dit aanbod af. In plaats daarvan bood hij de Venetiaanse Raad van Tien aan een grote veldslag te schilderen in de Grote Raadszaal van het Dogepaleis. In ruil daarvoor vroeg hij de eerstvolgende sensaria van het Fondaco dei Tedeschi die beschikbaar kwam, met dezelfde gunsten die Giovanni Bellini op dat moment genoot. De sensaria bestond onder andere uit belastingvrijstelling, een jaarlijkse toelage van 100 dukaten en opdrachten voor officiële portretten bij het aantreden van nieuwe doges. Het verzoek werd ingewilligd en Titiaan werd daarmee de semi-officiële schilder van Venetië. In de jaren erna werd de toelage enkele keren tijdelijk ingetrokken, deels vanwege protesten van collega-schilders, deels omdat zijn schilderijen te lang op zich lieten wachten, als hij lucratievere opdrachten van buitenlandse hoven voorrang gaf. In 1523 wist Titiaan zijn positie te verstevigen door de ristauro of afwerking van De onderwerping van Frederik Barbarossa, een werk in het Dogepaleis dat Giovanni Bellini bij zijn dood in 1516 onvoltooid had achtergelaten. Dit schilderij is, evenals het meeste werk dat Titiaan voor de Venetiaanse staat schilderde, verloren gegaan bij de rampzalige brand van het Dogepaleis on 1577. De Slag bij Spoleto was echter in 1523 nog lang niet voltooid. Pas nadat de senaat in 1537 opnieuw had gedreigd zijn toelage in te trekken en al het geld dat hij al had ontvangen, terug te eisen, leverde hij het schilderij in 1538 af.Biadene (1990), p. 404-405Nichols (2013), p. 157

In 1516 begon hij aan een van zijn beroemdste werken, de reusachtige Maria-Tenhemelopneming in de Basilica di Santa Maria Gloriosa dei Frari in Venetië. Het ontwerp van het schilderij was op Rafaël geïnspireerd.

Ferrara miniatuur|Bacchus en Ariadne(ca. 1520-1523), National Gallery, Londen thumb|Maria-Tenhemelopneming(ca. 1516-1518), Basilica di Santa Maria Gloriosa dei Frari, Venetië Vanaf ongeveer 1515 maakte hij werk in opdracht van de familie d'Este uit Ferrara. Alfonso d'Este (1476-1534), de hertog van Ferrara, was de patroon van Ludovico Ariosto (1474-1533), de schrijver van Orlando Furioso (razende Roeland, 1516). Alfonso verzamelde werk van de leidende schilders en beeldhouwers van Venetië, Rome en Florence in zijn Camerino d'Alabastro in het hertogelijk paleis. Hij koos in eerste instantie voor Giovanni Bellini. Maar hij liet diens Feest voor de goden door anderen gedeeltelijk overschilderen, omdat het niet helemaal naar zijn smaak was. Tussen 1518 en 1519 schilderde Titiaan De verering van Venus, toen Fra Bartolommeo in 1517 was overleden en de opdracht niet kon verwezenlijken. Titiaan maakte wel gebruik van diens ontwerpschetsen. Later zou Peter Paul Rubens dit doek van Titiaan kopiëren. Titiaan deed wel meer ristauro-werk. Zo voltooide hij in ca. 1528-28 na diens overlijden Palma Vecchio's De heilige familie met Sint Catherina en Johannes de Doper. Tussen 1519 en 1521 schilderde Titiaan voor Alfonso De Andriërs en tussen 1520 en 1523 Bacchus en Ariadne. De werken staan bekend als 'bacchanalen', want hebben wijndrinken, erotiek en wilde Bacchische riten als thema. De hertog, die in 1501 met de beruchte Lucrezia Borgia (1480-1519) was getrouwd, was befaamd om zijn wijn en erg tevreden met deze werken. Ze waren een groot succes aan zijn hof. De uitgebeelde luipaarden maakten deel uit van Alfonso's beroemde menagerie.

Tussen 1519 en 1526 schilderde Titiaan de Pesaro-Madonna, voor Jacopo Pesaro, admiraal en bisschop van Paphos. Pesaro was bevelhebber van de pauselijke vloot bij de overwinning op de Turken bij Santa Maura (Lefkada, Griekenland) in 1502. Tussen 1499 en 1503 woedde er een Ottomaans-Venetiaanse Oorlog. Op het schilderij voor de Santa Maria Gloriosa dei Frari prijkt de pauselijke banier en zijn ook twee gevangengenomen Turken afgebeeld. Door Titiaans opdracht van Pesaro liep zijn Slag bij Spoleto voor de Venetiaanse staat vertraging op. Titiaan had al eerder rond 1513 een 'votief portret' voor Pesaro gemaakt, waarop de Borgia paus Alexander VI hem bij Sint Petrus aanbeveelt. Juist in die periode bestond er vijandigheid tussen Venetië en pauselijk Rome, omdat Alexanders wrede zoon Cesare Borgia (1475-1507) gedurende de Italiaanse oorlogen (1494-1559) grondgebied op Venetië had veroverd.

Tussen 1519 en 1522 schilderde Titiaan een Opstanding polyptiek voor Altobello Averoldi, de pauselijke legaat voor Venetië. Averoldi had tot de hofkring behoord van kardinaal Raffaele Riario, een vroege supporter van Michelangelo. De Christusfiguur was gebaseerd op de klassieke Apollo van Belvedère en Sint Sebastiaan op Michelangelo's Rebellerende slaaf (1513-1516). Het doek was bestemd voor de kerk van Santi Nazaro en Celso in Brescia. Een derde altaarstuk uit die periode was Het Gozzi Altaarstuk (1520) voor Alvise Gozzi in Ancona, was geïnspireerd op Rafaëls Madonna van Foligno (ca. 1512). Alvise Gozzi was een koopman, die in Dubrovnik was geboren. Blaise, de patroonheilige van Ancona heeft zijn hand op Gozzi's schouder en toont hem de Madonna met Kind.

Voor de dominicaanse broederschap Scuola di San Pietro Martire schilderde Titiaan De dood van Sint Petrus de Martelaar (Petrus van Verona, 1530), een altaarstuk, dat geplaatst werd in de Santi Giovanni e Paolo. Het doek werd in 1867 door brand verwoest. Er is op te zien hoe Sint Petrus de Martelaar 6 april 1252 op weg naar Como vermoord wordt door Carino van Balsamo, in opdracht van Milanese kathaarse ketters en hoe fra Domenico wegvlucht. De opdracht wordt in verband gebracht met de reactie van de dominicanen op de protestantse Reformatie in de jaren 1520.

Mantua en Urbino miniatuur|Isabella d'Este op jonge leeftijd(ca. 1534-1536), Kunsthistorisches Museum, Wenen Hij werkte ook voor het hof in Urbino, waarvoor hij onder meer La Bella (circa 1536) en de Venus van Urbino (circa 1538) maakte. In 1534 had hij de opdracht om twee portretten van Isabella d'Este te schilderen, waarvan er een gebaseerd was op een jeugdig portret door Francesco Francia. Titiaan wist haar zo te schilderen, dat ze hem in een brief mededeelde dat hij haar mooier had geschilderd dan ze ooit in werkelijkheid was geweest.

Karel V In 1532 kwam hij in contact met keizer Karel V. Titiaan schilderde zijn portret met een getrokken zwaard. Er is alleen een kopie van Rubens (ca. 1600) van bewaard. Het schilderij was het startpunt voor een hele reeks van portretten, met vaak een 'armoire' met rood fluweel bedekt op de achtergrond, waar de helm op staat. Zo zijn er de Alfonso d'Avalos del Vasto, markies van Pescara (1533), Francesco Maria I della Rovere, hertog van Urbino (1536-38) en later Prins Filips in wapenrusting (ca. 1550).