thumb|Canon van Zeeland, venster 27 Michiel Adriaenszoon de Ruyter (ook gespeld als Michiel de Ruijter; Vlissingen, 24 maart 1607 – Baai van Syracuse, 29 april 1676) was een Nederlands admiraal.
Michiel de Ruyter (bijgenaamd Bestevaêr, ofwel grootvader) is een van de bekendste zeehelden uit de Nederlandse geschiedenis. Hij wordt algemeen beschouwd als de grootste admiraal van zijn tijd. De Ruyter was afwisselend in dienst van de staat en van reders, en was zelfs een tijdlang als zelfstandig ondernemer actief in de walvisvaart.
De Ruyter begon zijn carrière als eenvoudig Zeeuws zeeman. Rond zijn dertigste jaar had hij zich opgewerkt tot kapitein, eerst in dienst van het koopmanshuis Lampsins varend, later als eigen meester. Vermogend geworden had hij de zee al vaarwel gezegd toen in 1652, bij het uitbreken van de Eerste Engelse Zeeoorlog, de Zeeuwse Admiraliteit met succes een beroep deed op zijn plichtsbesef en hij een belangrijk vlootvoogd werd. Hij bleef van toen af aan bij de marine in vaste dienst, die de hele periode van de eerste drie Engels-Nederlandse oorlogen bestreek. Na de vrede met Engeland in 1653 nam hij als vice-admiraal van de Admiraliteit van Amsterdam deel aan diverse oorlogen in de Oostzee en aan acties tegen piraterij in de Middellandse Zee. Eind 1664 heroverde hij, in de aanloop naar de Tweede Engelse Zeeoorlog, in West-Afrika Nederlandse forten op de Engelsen en voer daarna naar Amerika om daar hun koloniën schade toe te brengen.
Bij thuiskomst in 1665 werd hij door toedoen van raadpensionaris Johan de Witt in de rang van luitenant-admiraal benoemd tot opperbevelhebber. Dit leidde tot rivaliteit met luitenant-admiraal Cornelis Tromp, een politiek vijand van De Witt. De Ruyter behaalde tijdens de verdere duur van de oorlog belangrijke successen tegen Engeland met als hoogtepunt de Tocht naar Chatham die in 1667 leidde tot een voor Nederland gunstige vrede. In de Derde Engelse Zeeoorlog redde De Ruyter de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën van de ondergang door in vier zeeslagen sterkere Engels-Franse vloten in het nauw te brengen. Ondertussen werd zijn vriend De Witt in het Rampjaar 1672 vermoord, met betrokkenheid van Tromp, maar de nieuwe stadhouder Willem III hield De Ruyter aan als bevelhebber in de rang van luitenant-admiraal-generaal. In 1676 sneuvelde De Ruyter bij Sicilië nadat hij met een zwak eskader was uitgezonden om de Spanjaarden te ondersteunen tegen Frankrijk.
Levensloop Vroege jeugd Michiel de Ruyter werd op 24 maart 1607, om acht uur 's morgens, in Vlissingen geboren. Hij was de zoon van zeeman Adriaen Michielszoon en Alida Jansdochter, het vierde kind in een reeks van elf, van wie de meesten jong stierven.Ronald Prud'homme van Reine, 2011, "Michiel Adriaenszoon de Ruyter and his Biographer Gerard Brandt", Chapter 2 in: J.R. Bruijn et al. (2011): De Ruyter: Dutch Admiral, p. 37-55 Later werd zijn vader bierdrager. De bierdragers vormden een apart gilde met het alleenrecht op het biertransport in de stad. De naam "Michiel Adriaensen Ruyter" zou hij pas rond 1636 aannemen. Zijn naam werd, zoals in de 17e eeuw gebruikelijk, ook door hemzelf op verschillende wijzen geschreven.
Van De Ruyters jeugd zijn wat details bekend uit verschillende zeventiende-eeuwse biografieën. De betrouwbaarste daarvan is van de hand van Gerard Brandt die, in opdracht van de familie, De Ruyters levensverhaal na diens dood opschreef. Daarbij was het indertijd de gewoonte om allerlei voorvallen aan te halen die een voorteken waren van de toekomstige roem van de beschrevene. Dat De Ruyter al jong onverschrokken was, zou bewezen worden doordat hij als knaap van tien jaar tijdens bouwwerkzaamheden de torenspits van de Grote kerk van Vlissingen beklom en aan de buitenkant weer afdaalde. Natuurlijk werden dergelijke verhalen weleens aangedikt. De vermelding dat hij op een lijnbaan werkte,Een lijnbaan kon worden aangedreven door aan een wiel te draaien. Dat was geen zwaar werk maar wel eentonig; het werd vaak door kinderen gedaan. Deze episode uit De Ruyters leven wordt bezongen in het kinderlied In een blauwgeruite kiel. leende zich daar niet zo voor en is daarom vermoedelijk authentiek. Hij werd daar wegens slecht gedrag weggestuurd en om dezelfde reden van school verwijderd. De jonge De Ruyter was volgens Brandt een branie en vechtersbaas, zij het dan één die een natuurlijke aanvoerder was van zijn schoolkameraden. De Ruyter leerde desalniettemin, getuige zijn vele bewaard gebleven logboeken, redelijk lezen en schrijven, zij het met vele Zeeuwse dialectismen.L. Koelmans, 1959, Teken en klank bij Michiel de Ruyter, Assen: Van Gorcum, 171 pagina'sL. Koelmans, 1997, Zeemans Lexicon, Woord en woordbetekenis bij Michiel de Ruyter, Zutphen: Walburg persL. Koelmans, 2001, Het Nederlands van Michiel de Ruyter, morfologie, woordvorming en syntaxis, Assen: Van Gorcum
Naar zee thumb|Eerste portret van De Ruyter door Berckman uit 1655 Op elfjarige leeftijd, op 3 augustus 1618, ging hij als hoogbootsmansjongen voor het eerst naar zee. Volgens eigen zeggen was dat van jongs af aan zijn diepste wens geweest. Hij werd op een latere reis door de Spanjaarden gewond gevangengenomen, ontsnapte bij A Coruña en liep met een paar kameraden terug naar Nederland. Jeugdboekenauteur John Brosens trof er in Spaanse archieven gegevens over aan en schreef er het boek Koers pal Noord over.
In 1622 kwam hij onder de hoede van een oom van moederszijde die ruiter was in het leger van stadhouder Prins Maurits van Oranje dat toen bij Kleef lag. Met zijn oom nam hij als busschieter deel aan de strijd rond het Beleg van Bergen op Zoom dat in het kader van de Tachtigjarige Oorlog belegerd werd door de Spaanse Nederlanden. "Busschieter" was een woord dat zowel een musketier als een kanonnier kon aanduiden maar het was het waarschijnlijkst dat hij een artillerist was omdat er altijd een groot gebrek was aan geoefende geschutbemanningen en in die rol vaak zeelieden werden aangeworven. Hij nam deel aan het ontzet, op 2 oktober 1622, van deze stad waar de familie van zijn vader vandaan kwam: hij was vernoemd naar zijn grootvader Michiel die daar een boerderij had. De overlevering wil dat Michiel om deze oom, die hij graag mocht, te eren, later de naam De Ruyter aannam. De schrijfwijze stond niet vast, evenmin als het voorvoegsel de; allerlei spellingvarianten zijn in de geschriften terug te vinden.
In 1622 voer hij voor het eerst uit als hoogbootsmansmaat op een oorlogsschip. Het is onbekend hoelang zijn eerste zeedienst bij de marine geduurd heeft. Tot 1631 was De Ruyter in Dublin handelsagent voor het Vlissingse koopmanshuis Lampsins. Hij leerde daar vloeiend Iers spreken. Uit die tijd stamt vermoedelijk het beroemde verhaal dat De Ruyter, terugkerend uit Ierland, een enterpoging van de Duinkerker Kapers afsloeg door het dek en de buitenzijde van zijn schip met Ierse roomboter in te smeren. In een ander incident won hij een "prijs", buitschip, van de Duinkerkers terug door er brutaalweg op af te varen, hoewel zijn eigen vaartuig maar zeventien man aan boord had en de Duinkerker honderdtwintig opvarenden telde en twintig stukken geschut; De Duinkerker gaf zijn prijs op in de veronderstelling dat alleen een sterker oorlogsschip zo zou durven aanvallen. Bij weer een andere gelegenheid werd De Ruyter door een pikhouweel aan het hoofd gewond toen hij een Duinkerks schip enterde, volgens Brandt de enige serieuze verwonding die De Ruyter in zijn leven zou oplopen vóór de laatste fatale treffer in 1676.
Op 16 maart 1631 trouwde hij, onder de naam Machghyel Adriaenszoon, met de boerendochter Maayke Velders uit Grijpskerke. Zij stierf op 31 december in het kraambed en zijn eerste kind, Alida of Aaltje, overleed drie weken later.
Stuurman thumb|Michiel de Ruyter (1668) thumb|Michiel de Ruyter
In 1633 nam De Ruyter als stuurman dienst op een walvisvaarder, de Groene Leeuw, van de Noordse Compagnie, met als bestemming Jan Mayen. De reis duurde van 8 mei tot 8 september 1633. In 1635 voer hij op hetzelfde schip, nog steeds als stuurman, naar Spitsbergen. Hij was verder actief op de route naar Zuid-Amerika.
Het lijkt er op dat de bijnaam De Ruyter vooral door anderen is gegeven: pas in april 1637 ondertekende Michiel zover bekend voor het eerst met deze naam, als Machghyel Adriaensen Ruyter. Op 1 juli 1636 huwde De Ruyter zijn tweede vrouw Neeltje Engels (1607–1650). Op 27 september 1637 wordt een zoon geboren, Adriaen (1637–1655), en twee jaar later een dochter, Cornelia (Neeltje, 1639–1720). In 1641 krijgen ze een derde kind dat na enkele dagen ongedoopt overlijdt. In 1642 komt er nog een dochter, die zij Alida of Aaltje (1642–1679) noemen, zoals zijn overleden allereerste dochter. Op 2 mei 1649 wordt hun laatste kind Engel de Ruyter (1649–1683) geboren, ruim een jaar later overlijdt zijn echtgenote.
De Ruyter had toen al een kapitaal opgebouwd van vele duizenden guldens en het poorterschap (burgerrecht) van Vlissingen verworven.
Kapitein Op 23 april 1637 zeilde De Ruyter uit als kapitein van een directieschip: een particuliere oorlogsbodem van de Vlissingse reders Lampsins. Het particulier initiatief moest de zwakke oorlogsvloot bijstaan in de strijd tegen de Duinkerker Kapers. Zeeland had geen officiële directiekamer en daarom is deze tocht als kaapvaart te omschrijven.
In 1640 werd hij kapitein op de koopvaarder Vlissinge, opnieuw een schip van Lampsins, en maakte een aantal tochten naar West-Indië.
Schout bij nacht thumb|De Ruyters derde vrouw, Anna van Gelder (1668) In 1641 was hij onder admiraal Artus Gijsels schout-bij-nacht en kapitein op De Haze, tijdens de Zeeslag bij Kaap Sint-Vincent om de Portugezen bij te staan in hun opstand tegen Spanje.
Van 1644 tot en met 1651 maakte De Ruyter met zijn schip de Salamander vele handelstochten op Marokko en West-Indië voor eigen rekening. In 1650 verbleef De Ruyter meer dan acht maanden in Santa Cruz (het huidige Agadir). De reden is niet bekend. Wel liet De Ruyter optekenen dat hij daar "met veel verdriet" was.Marokko door Nederlandse ogen 1605-2005, Abdelkader Benali en Herman Obdeijn, 2005, p. 76 Zijn reizen naar Marokko waren zeer profijtelijk. Hij verkocht wapens, peper, bijlen, zilveren kroezen, kistjes en hoeden aan Sidi Ali ben Mohammed, de leider van een opstandige zuidelijke provincie. Later verjoeg hij de Algerijnse zeerovers die met hun boten de haven van Salé blokkeerden. Hij werd vervolgens met de grootste eer in die stad ontvangen. Van zijn intocht maakte Herman Padtbrugge een gravure (collectie Maritiem Museum Rotterdam).
Na de dood van zijn tweede vrouw op 15 september 1650 hertrouwde De Ruyter op 8 januari 1652 met de zeemansweduwe Anna van Gelder (1614–1687). Zij had een dochter en een zoon uit een eerder huwelijk. Hij kocht een fraai huis op de hoek tussen de Lange Nieuwstraat en het Groenewoud, en besloot te gaan rentenieren. Later dat jaar wordt dochter Margaretha geboren. Zijn laatste kind is Anna die geboren werd in 1655 en in 1666 aan de pest overleed.
Voorgoed bij de marine: Eerste Engelse Zeeoorlog In 1652 brak de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog uit. De Nederlandse vloot was sinds de Vrede van Münster in 1648 sterk verwaarloosd en moest nu snel worden uitgebreid om het te kunnen opnemen tegen de vele zware schepen die de Britse Lord Protector Oliver Cromwell in die jaren had laten bouwen. De Admiraliteit van Zeeland deed een beroep op De Ruyters plichtsbesef en hij ging op 29 juli 1652, zij het met tegenzin, weer in zeedienst. De provincie Zeeland rustte een particulier betaald hulp-eskader van directieschepen uit, voornamelijk haastig omgebouwde koopvaarders, en De Ruyter werd commandant. Hij werd vice-commandeur (onderbevelhebber) onder vice-admiraal Witte de With; tijdens diens afwezigheid voerde hij, op zijn vlaggenschip de Kleine Neptunis, een eskader aan dat op 23 augustus 1652 in de Slag bij Plymouth "admiraal" (General-at-Sea) George Ayscue versloeg in Het Kanaal.