Ricardo Tormo Blaya (Canals, 7 september 1952 - Valencia, 27 december 1998) was een Spaans motorcoureur. Hij werd tweevoudig wereldkampioen in de 50cc-klasse.

Ricardo Tormo werd geboren in het dorpje Alacor in de gemeente Canals (Valencia). Toen hij acht jaar oud was verhuisde de familie naar het centrum van Canals. Ricardo ging tot zijn veertiende naar school en ging daarna werken als monteur. Hij begon in 1971 met motorracen.

Carrière 1971: Derbi In zijn debuutjaar 1971 werd Tormo Spaans juniorenkampioen in de 75cc-klasse met een Derbi. 1972: Ossa In 1972 werd hij Spaans juniorenkampioen in de 250cc-klasse met een Ossa. 1973: Derbi Ricardo Tormo debuteerde in het seizoen 1973 in het wereldkampioenschap wegrace, in zijn thuisrace, de Spaanse Grand Prix met een 50cc-Derbi. Hij finishte als tiende en scoorde daarmee zijn eerste WK-punt. In de eindstand werd hij daarmee 28e. 1974: Ossa en Derbi Het seizoen 1974 was minder succesvol. In het Spaanse 250cc-seniorenkampioenschap eindigde hij met zijn Ossa als vierde. Met een Derbi werd hij ook in de 50cc-klasse vierde. Samen met Jaime Alguersuari nam hij met een 400cc-Ossa deel aan de 24 uur van Barcelona. 1975: Kreidler In het WK-seizoen 1975 reed hij ook uitsluitend in de GP van Spanje, dit keer op een 50cc-Kreidler. Hij werd slechts twaalfde en scoorde geen punten. Aan het einde van het seizoen kwam hij ten val tijdens een race in Guadalajara, waarbij hij een gecompliceerde beenbreuk opliep enige tijd in het ziekenhuis lag. 1976: Kreidler In het seizoen 1976 zou Bultaco aantreden met de nieuwe, door Jan Thiel en Martin Mijwaart ontwikkelde machines, met Ángel Nieto en Ricardo Tormo als rijders. Thiel en Mijwaart hadden hun sporen verdiend met hun eigen merk Jamathi en later bij het Italiaanse Piovaticci. Thiel en Mijwaart hadden echter moeite om de machines op tijd klaar te krijgen. Bovendien vond Tormo zelf dat hij nog niet klaar was voor een WK-seizoen vanwege zijn nog niet helemaal herstelde beenbreuk. Daarom bleef hij, met sponsoring van de T-shirt-fabriek Ferrys, in het Spaans kampioenschap rijden met een Kreidler. Hij startte wel in de Spaanse GP. Hij finishte als zesde, minder dan een seconde achter de fabrieks-Van Veen-Kreidler van Julien van Zeebroeck. In de WK-eindstand eindigde hij als 19e. In het Spaans 50cc-kampioenschap werd hij tweede achter Nieto. 1977, Bultaco miniatuur|links|Door tijdgebrek moest de 50cc-Bultaco uit 1976 ook in 1977 worden gebruikt. In het seizoen 1977 kreeg Tormo zijn plaats als fabrieksrijder voor Bultaco op. Het team begon het seizoen dan met de 1976-versie van de 50cc-Bultaco. Tormo werd de teamgenoot van Ángel Nieto, waardoor meteen duidelijk was dat hij als tweede en ondersteunende rijder zou fungeren. Nieto was op dat moment immers al zevenvoudig wereldkampioen. In de eerste race, de Duitse Grand Prix, werd Tormo slechts elfde. In de GP des Nations werd Tormo echter tweede met een flinke voorsprong op Nieto. De GP van Spanje was de thuisrace, zowel voor Nieto als voor Tormo. Nieto won echter voor Eugenio Lazzarini (Van Veen-Kreidler) en Ricardo Tormo. In de GP van Joegoslavië werd Tormo tweede achter Nieto. Tormo had Ulrich Graf ingehaald, die korte tijd later bij een val het leven verloor. Ook in de TT van Assen werd Tormo tweede achter Nieto, nu met de 1977-versie van de Bultaco. In de GP van België zette Van Veen alles op alles om Eugenio Lazzarini te helpen. Daarom kregen naast Lazzarini en Herbert Rittberger ook Stefan Dörflinger en Julien van Zeebroeck de snelle Van Veen-blokjes. Het werkte; Lazzarini won voor Rittberger, Nieto en Tormo, maar de wereldtitel kon Nieto bijna niet meer ontgaan. Dat het tijdens de GP van Zweden regende het en dat kwam Tormo goed uit. Hij reed de snelste ronde en won de race. Nieto had voor zijn wereldtitel genoeg aan het volgen van Lazzarini, maar finishte als tweede. In de Finse Grand Prix beproefde Tormo voor het eerst zijn kunsten op een 125cc-Bultaco, maar hij viel net als Nieto uit. Tormo sloot het 50cc-seizoen af als derde achter Nieto en Lazzarini. 1978: Bultaco, eerste wereldtitel Ángel Nieto wedde in 1978 op het verkeerde paard. Hij liet de 50cc-klasse voor wat ze was en concentreerde zich op de 125cc-klasse. Nu hoefde Ricardo Tormo geen hand- en spandiensten meer te verlenen en terwijl Nieto's 125cc-Bultaco zo slecht was dat hij halverwege het seizoen overstapte op een Minarelli, kon Tormo oogsten in de 50cc-klasse. In de Spaanse GP moest hij Eugenio Lazzarini (Van Veen-Kreidler) nog voor laten, maar in de GP des Nations startte diens Kreidler zo slecht dat hij slechts als 21e finishte, terwijl Tormo de race won. Lazzarini won de TT van Assen, waar Tormo tweede werd, maar de volgende vier GP's (België, Duitsland, Tsjecho-Slowakije en Joegoslavië) werden door Tormo gewonnen. Lazzarini had aan het einde van het seizoen 64 punten, Tormo had er 99 en was wereldkampioen. 1979: Bultaco Nu Ángel Nieto definitief naar Minarelli was vertrokken, was Ricardo Tormo de enig overgebleven fabrieksrijder voor Bultaco. Hij zou in de 50- en in de 125cc-klasse starten. Maar motorpech en blessures maakten het tot een mislukt seizoen. Tijdens de trainingen voor de GP des Nations brak hij een vinger, waardoor hij niet kon starten en ook de Spaanse GP moest overslaan. Hoewel nog niet genezen startte hij wel in de Joegoslavische Grand Prix, waar hij in de 125cc-race viel en in de 50cc-race door een fout van een collega ten val kwam. Met een ronde achterstand hervatte hij die race en hij werd alsnog vijfde. Tijdens de TT van Assen ging het redelijk, met een tweede plaats in de 125cc-klasse, maar in de 50cc-race viel hij uit door een defecte motor. Zijn enige overwinning van het seizoen haalde hij in de 125cc-race van de Finse Grand Prix en dat was te danken aan het feit dat hij een behoorlijke regenrijder was. In de 125cc-race van de Franse GP werd hij tweede nadat Nieto gevallen was, maar in de 50cc-race ging zijn motor weer stuk. 1980: Van Veen-Kreidler en MBA Voor het seizoen 1980 betaalde de Spaanse motorsportbond 60.000 gulden aan Van Veen om Ricardo Tormo in het team op te nemen. Dat betekende dat Eugenio Lazzarini mocht vertrekken. Van Veen besloot wel om het team aan te vullen met Stefan Dörflinger om steun te verlenen aan Tormo. Tormo zou op privébasis ook met een 125cc-MBA rijden. Tijdens de GP des Nations was Dörflinger nog slechts "gastrijder" voor Van Veen, maar hij finishte de 50cc-race na een val toch nog als vijfde, terwijl Tormo door een defecte versnellingsbak was uitgevallen. Tijdens de 50cc-Grand Prix van Spanje werd Dörflinger tweede, Tormo slechts vijfde. Inmiddels had Lazzarini met zijn semi-zelfbouw Iprem-Kreidler al twee overwinningen geboekt. Tijdens de 50cc-GP van Joegoslavië won Tormo, terwijl Dörflinger tweede werd en Lazzarini derde. Tijdens de TT van Assen was Dörflinger inmiddels volwaardig lid van het Van Veen-team. Bovendien reed Hans Spaan mee, die een Van Veen-Kreidler had voor het Nederlands Kampioenschap, maar vanzelfsprekend aan zijn thuisrace mocht deelnemen. Dörflinger stond er in het WK intussen beter voor dan Tormo, maar moest in diens dienst rijden. Tormo nam de leiding in de race, terwijl Dörflinger tweede was en Lazzarini tijd verloor in zijn gevecht met Spaan. Maar de motor van Tormo liep niet optimaal en Dörflinger nam de leiding over en nam Tormo in zijn slipstream mee. Zo kon Tormo de race winnen, Dörflinger tweede worden en Lazzarini slechts derde. Hier verloor Dörflinger echter kostbare punten in zijn strijd met Lazzarini. Tijdens de Belgische GP zocht Tormo al na één ronde de pit op met een lege accu. Nu had Dörflinger vrij spel en hij won de race voor Lazzarini. Dörflinger had nog slechts vijf punten achterstand op Lazzarini, Tormo had 25 punten achterstand. Vanaf dat moment werd Dörflinger eerste rijder bij het team en de kansloze Tormo moest in zijn dienst rijden. De opdracht voor de Duitse GP was simpel: Dörflinger moest winnen en Tormo moest Lazzarini van de tweede plaats afhouden. Tormo startte van poleposition, maar viel al in de eerste ronde, naar eigen zeggen omdat hij zich te veel concentreerde op de achter hem rijdende Dörflinger. Hans-Jürgen Hummel reed nu voorop, maar wist dat zijn Kreidler-productieracer te traag was om dat vol te houden. Hij wenkte Dörflinger naar voren, met het idee om in diens slipstream te volgen. Dat begreep Dörflinger echter niet. Hümmel kwam ten val doordat hij steeds achterom keek, maar kon snel weer op zijn machine springen. Dörflinger won de race, maar Lazzarini had aan zijn tweede plaats genoeg om wereldkampioen te worden met slechts twee punten voorsprong op Dörflinger. Tormo sloot het seizoen af als vierde. In de 125cc-klasse eindigde hij als twaalfde. 1981: Bultaco en Sanvenero, tweede wereldtitel miniatuur|Tormo na zijn overwinning in de TT van Assen Het was wellicht niet vreemd dat na het mislukte 1980-seizoen Van Veen voor het seizoen 1981 koos voor Stefan Dörflinger. Tormo moest dus op zoek naar een alternatief. Dat vond hij voor de 50cc-klasse in de oude Bultaco uit 1978 en voor de 125cc-klasse bij Sanvenero, dat een 125cc-racer had gebouwd voor Pier Paolo Bianchi, die na een meningsverschil besloot met een MBA te rijden. Met deze 125cc-machine konden Tormo en Guy Bertin nu rijden. Sanvenero had grote plannen met zijn motorfietsen, en hij stuurde zijn rijders dan ook naar de Argentijnse Grand Prix, waar Bertin uitviel en Tormo slechts twaalfde werd. Tormo ging niet naar de GP van Oostenrijk en viel zowel met de Sanvenero als de Bultaco uit in de Duitse Grand Prix. Toen zag de Bultaco er nog vrij onverzorgd uit. Maar tijdens de Nations Grand Prix leidde Tormo bijna de hele 50cc-race, kort gevolgd door Stefan Dörflinger (Van Veen-Kreidler), die hij met minder dan een halve seconde wist te verslaan. Tormo concentreerde zich vanaf dat moment vooral op de 50cc-klasse. Hij won ook de Spaanse Grand Prix en de GP van Joegoslavië. Hij had nu nog zes punten achterstand op Dörflinger. Maar in de TT van Assen, gewonnen door Tormo, viel Dörflinger waarbij hij een pols brak. Tormo had nu negen punten voorsprong, maar de kans dat Dörflinger dat nog zou kunnen inhalen was slechts theoretisch. Tormo scoorde met een achtste plaats hier ook zijn eerste punten voor Sanvenero. Toen Dörflinger niet verscheen voor de GP van België was Tormo bijna zeker van de wereldtitel. Hij won de 50cc-race en was daardoor voor de tweede keer wereldkampioen. Vanaf dat moment startte hij ook weer vaker met de 125cc-Sanvenero. In de GP van San Marino werd hij er vierde mee, hij won de 50cc-race. Met de Sanvenero scoorde hij nog een negende plaats in de Britse Grand Prix en een vierde plaats in de Grand Prix van Finland. Hier startte hij voor het eerst ook in de 250cc-klasse met een zelfgebouwde machine met Bartol-blok, maar hij viel uit door remproblemen. In de natte GP van Zweden ging het goed met de Sanvenero's; Tormo won voor teamgenoot Bertin. Tormo sloot het 125cc-seizoen af als achtste, Guy Bertin als zesde. 1982: Bultaco en Sanvenero