Limburg (; Limburgs: Limbörg of Lèmburg), ook wel aangeduid als Nederlands-Limburg ter onderscheiding van Belgisch-Limburg, is een provincie van Nederland, gelegen in het zuidoosten van dit land. Limburg is als gewest in zijn huidige vorm in 1839 ontstaan en verkreeg zijn provinciale status in 1867. Het is daarmee op Flevoland na de jongste provincie van Nederland. De hoofdstad is Maastricht.
Met zijn 1.133.255 inwoners (1 januari 2025) hoort Limburg (samen met Utrecht en Overijssel) tot de middelgrote Nederlandse provincies. De bevolkingsdichtheid bedraagt 519 inw./km², waarbij de regio Zuid-Limburg het zwaartepunt vormt. Dit deel van de provincie telt meer inwoners dan Noord- en Midden-Limburg tezamen. Naast het Nederlands is ook het Limburgs erkend als officiële taal in de provincie.
Ligging Geografisch wordt de provincie in belangrijke mate gekenmerkt door haar ligging aan de rivier de Maas, vanaf Eijsden in het zuiden tot aan Mook in het noorden. De smalle en langgerekte vorm van de provincie is historisch in hoofdzaak om strategische redenen door de loop van deze rivier bepaald. Zij werd in de Tachtigjarige Oorlog voorbereid doordat het Staatse leger diverse losse steunpunten langs de Maas wist te verkrijgen en vast te houden. Later wilde men niet dat Pruisen nog toegangen tot de Maas zou behouden, zodat onder meer de noordelijke 'slurf' van het huidige Limburg bij Nederland kwam.
Limburg heeft als enige Nederlandse provincie een grens met twee buitenlanden: in het westen en zuiden (Voeren) met Belgisch Limburg, en eveneens in het zuiden voor een klein deel met de Belgische provincie Luik (waarbij Limburg ook de enige Nederlandse provincie is die aan Wallonië grenst); in het oosten over de gehele lengte met de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen en de daarin gelegen Regierungsbezirken Düsseldorf en Keulen. De provincie grenst ook aan twee Nederlandse provincies: in het uiterste noorden aan Gelderland en in het noordwesten aan Noord-Brabant. Samen met de laatste vormt Limburg het landsdeel Zuid-Nederland.RegioAtlas Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Met name Zuid-Limburg heeft door zijn ligging een euregionale oriëntatie. Mede hierdoor neemt de hoofdstad Maastricht een internationaal bekende positie in.
Eigenheden Limburg bezit een sterk eigen karakter, cultureel en landschappelijk. Een groot deel van de bevolking spreekt een van de vele plaatselijke dialecten. Deze dialecten zijn gezamenlijk erkend als regionale taal onder het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, onder de noemer Limburgs.
De bevolking van Limburg is lange tijd voor het overgrote deel rooms-katholiek geweest. Tot en met de twintigste eeuw was de Kerk ook maatschappelijk duidelijk aanwezig. De provincie vormt een eigen bisdom, het bisdom Roermond.
Er zijn allerlei specifieke culturele tradities (onder meer carnaval, processies en schuttersfeesten). Mede door haar landschappelijke waarden, het Nationaal Park De Maasduinen in Noord-Limburg, het Nationaal Park de Groote Peel in Noord- en Midden-Limburg, de Maasplassen en het Nationaal Park De Meinweg in Midden-Limburg, en Nationaal Landschap Zuid-Limburg en het daarin gelegen Heuvelland in Zuid-Limburg, is de provincie van betekenis voor het toerisme.
In politiek opzicht kent het gebied dat nu Limburg vormt een lange en gevarieerde geschiedenis. Limburg was tot aan de Franse tijd een lappendeken van zelfstandige en afhankelijke gebieden. Elke plaats heeft zijn eigen, specifieke dialect. Met de zuidelijke helft van zijn westgrens grenst Limburg aan de Belgische provincie Limburg, een verwante buurprovincie waarmee het vanaf de Franse tijd tot aan de Belgische onafhankelijkheid bestuurlijk verenigd was.Karen Arijs,Vormen van regionaal bewustzijn en nationale identiteit in Belgisch- en Nederlands-Limburg, 1866-1938. Hilversum, Verloren, 2017 (Maaslandse monografieën, 82), p.74.
De bewoningsgeschiedenis van Limburg gaat ver terug. Onder meer in Zuid-Limburg zijn sporen van de Bandkeramische cultuur (5300-4900 v.Chr.) en Romeinse bewoning en wegen. Zowel Maastricht als Heerlen waren in de Romeinse tijd al (kleine) nederzettingen, die zich later hebben ontwikkeld tot Nederlandse steden.
Economische zwaartepunten Economische zwaartepunten zijn er met name in en rond Venlo (logistiek en tuinbouw), Sittard-Geleen (Chemelot, VDL Nedcar en logistiek) en Maastricht (provinciaal bestuur, universiteit en luchthaven). Dit zijn ook de drie grootste gemeenten en de Limburgse plaatsen met bijna of meer dan 100.000 inwoners. Heerlen is de grootste gemeente in de Oostelijke Mijnstreek, het huidige Parkstad Limburg, en de vierde van Limburg. De regio rond Weert is van oudsher sterk gericht op Eindhoven.
Naam Vernoeming links|miniatuur|De drie Limburgen: de in 1839 gesplitste provincies in België en Nederland, en het oorspronkelijke, middeleeuwse hertogdom Limburg met gelijknamige hoofdstad De naam van de beide provincies Limburg is rechtstreeks afkomstig van het oude hertogdom Limburg, en daarmee indirect van het kasteel Limburg in het plaatsje Limburg aan de Vesder, thans gelegen in de provincie Luik. De historische naam Limburg wordt echter pas sinds 1815 gebruikt om er het gebied van zowel de huidige Nederlandse als dat van de Belgische provincie mee aan te duiden. In dat jaar besloot koning Willem I de toen geheel nieuwe provincie, die voorheen met name voor het thans Nederlandse deel uit een lappendeken van vele gebiedjes bestond, en waarvan slechts een miniem stukje van het oude hertogdom Limburg deel uitmaakte, 'Limburg' te noemen. Het thans Belgische deel van die provincie was aanzienlijk minder verbrokkeld, en bestond grotendeels uit het vroegere graafschap Loon. De naam Limburg raakte snel ingeburgerd voor de beide provincies en men is er in beide Limburgen sterk aan gehecht geraakt.
Etymologie Het toponiem Limburg komt in Duitsland vaker voor; bijvoorbeeld een bekende Duitse plaats (met bisschopszetel) is Limburg an der Lahn. Ook het in Nederland gelegen Limbricht (nabij Sittard) zou oorspronkelijk Limburg (Lemborgh) geheten hebben. Er bestaat echter geen sluitende verklaring voor deze oude naam. Sommige bronnen verklaren hem als slangen- of drakenburcht. Hierbij zou Lim- een verbuiging zijn van lint, dat te verklaren valt als lintworm, slang of draak.Van Berkel en Samplonius, "Het Plaatsnamenboek", 1989, Unieboek, Houten Andere bronnen keren voor de naamverklaring terug naar het Indo-Germaanse en Keltische woorddeel lint, met de betekenis moeras.Handboek voor de geschiedenis van Limburg Door P. J. H. Ubachs; Uitgeverij Verloren;
Geschiedenis
Voorhistorie De eerste bewoners die sporen achtergelaten hebben waren neanderthalers die in Zuid-Limburg bivakkeerden. In het neolithicum werd hier vuursteen gewonnen in ondergrondse mijnen, onder andere bij Rijckholt. Ook zijn er in Zuid-Limburg sporen te vinden van nederzettingen van de Bandkeramische cultuur (5300-4900 v.Chr.).
Romeinse tijd miniatuur|Een Romeinse opgraving, tentoongesteld in het Thermenmuseum in Heerlen (Coriovallum) Enkele dorpen en steden, bijvoorbeeld Maastricht (Mosa Trajectum), Heerlen (Coriovallum), Tegelen (Tegula) en Blerick (Blariacum), kunnen hun ontstaan tot de Romeinse tijd terugleiden. Bisschop Servatius introduceerde het christendom in Romeins Maastricht, waar hij in 384 zou zijn overleden.
Middeleeuwen miniatuur|452x452px|Limburg omstreeks 1500 Na de Romeinen hadden de Franken hier de macht. Het gebied floreerde onder deze Frankische heerschappij. Karel de Grote had een belangrijke palts in het nabijgelegen Aken waar hij, vooral op latere leeftijd, 's winters verbleef. Na de opdeling van het Frankische rijk behoorde het gebied van het huidige Limburg, evenals de rest van Nederland, tot in de nieuwe tijd tot het Heilige Roomse Rijk. Aan het einde van de negende eeuw (van 895 tot 900), lag daarbij het Maasland, het stamland van de dynastie der Karolingers, kortstondig nog tamelijk centraal in een meer autonoom rijksdeel, het tweede koninkrijk Lotharingen onder Zwentibold. miniatuur|452x452px|Limburg omstreeks 1716 miniatuur|451x451px|Limburg in de Franse tijd Het grondgebied van het huidige Limburg was vanaf de latere middeleeuwen meestal verdeeld tussen het hertogdom Brabant, hertogdom Gelre, hertogdom Gulik, het prinsbisdom Luik, de prins-bisschop van Keulen en het middeleeuwse hertogdom Limburg. Deze hertogen en bisschoppen waren nominaal onderhorigen van de keizer van het Roomse Rijk, maar in de praktijk gedroegen ze zich als onafhankelijke vorsten, die vaak onderling in oorlog waren. Hun conflicten werden dikwijls op Limburgs gebied uitgevochten wat zo dan ook bijdroeg aan de versnippering van het gebied.
Nieuwe tijd Vroegmoderne tijd thumb|Limburg is in belangrijke mate opgebouwd uit Staatse bezittingen langs de Maas na de Vrede van Munster en de Vrede van Utrecht, hier in lichtblauw aangegeven.In de nieuwe tijd tot 1794 was Limburg grotendeels verdeeld tussen Spanje (en diens opvolger Oostenrijk), Pruisen, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, het prinsbisdom Luik en tal van zelfstandige kleine heerlijkheden. thumb|Een voorbeeld van de versnippering: het Land van 's-Hertogenrade na het Partagetraktaat van 1661. In 1815 kwam de huidige grens in het zuidoosten van Limburg tot stand (de grijze stippellijn).
Moderne Tijd Franse tijd thumb|Het departement Nedermaas (of 'Beneden-Maas') was een tijdens de Franse tijd ingesteld Frans departement in de Nederlanden. Het bestond van 1795 tot 1814 en werd bestuurd vanuit de departementshoofdstad Maastricht. In 1794 werden de lage landen bezet door het Franse revolutionaire leger en kwam het grootste deel van de twee huidige Limburgse provincies onder direct Frans gezag. Het merendeel van het gebied werd toen voor het eerst een bestuurlijke eenheid onder de naam Département de la Meuse-Inférieure oftewel departement Nedermaas, met als hoofdstad Maastricht. Men mag stellen dat de provincie in eerste instantie door de Fransen is gecreëerd, zij het in een andere gedaante dan de huidige.
Deel van het Verenigd Koninkrijk Na de Franse Tijd, bij de vorming van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werd het voormalige departement, tezamen met een deel van het Roerdepartement, een nieuwe provincie, die op gezag van de nieuwe koning Willem I in haar geheel Limburg werd genoemd. Hieraan lagen deels historische, deels strategische redenen ten grondslag. Zo hoorden de huidige drie meest noordelijke gemeenten Mook en Middelaar, Gennep en Bergen, waar geen Limburgs maar Kleverlands, wordt gesproken en die voordien nog bij Pruisisch Opper-Gelre en Kleef hoorden, van 1803 tot 1815 nog bij Pruisen, evenals Arcen en Velden, maar omdat de toekomstige koning Willem I bij het Congres van Wenen liever geen Pruisen aan de Maas zag, werd deze strook op de rechteroever overgedragen aan het nieuwe Verenigd Koninkrijk. Om dezelfde strategische redenen zijn tegelijkertijd ontbrekende, cruciale puzzel-elementen als het voordien Gulikse gebied van het ambt Born (met Susteren) en de stad Sittard, dat met Urmond en Grevenbicht tot aan de Maas reikte, alsmede de Gulikse Maashaven bij Tegelen en Steyl, definitief bij de nieuwe provincie Limburg gekomen. In ruil daarvoor verkreeg Pruisen onder meer gebiedsdelen bij 's-Hertogenrade en bij Elmpt/Niederkrüchten, die tot de Nederlanden behoord hadden.
Belgische opstand In 1830 sloot geheel Limburg, met uitzondering van Maastricht, waar een Nederlands garnizoen was gelegerd, zich aan bij de Belgische Revolutie. Daarom werd van 1830 tot 1833 Maastricht geblokkeerd. De tijdelijke hoofdstad werd Hasselt.
Vrede en scheiding