thumb|De nieuwe Grondwet wordt aangenomen (1814) thumb|Gijsbert Karel van Hogendorp rond 1810 De Nederlandse Grondwet is de hoogste wet die is uitgevaardigd in het Koninkrijk der Nederlanden. De Grondwet is een uiteenzetting van de grondrechten en een voorschrift van het democratische karakter van de overheid en het politiek stelsel. De Grondwet schrijft voor welke organen gezag hebben en wat de plichten zijn van gezagsdragers van Nederland. De huidige grondwet heet de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden van 24 augustus 1815, naar de datum waarop het Koninkrijk der Nederlanden – met het uitvaardigen van de wet – is ontstaan.

De Grondwet kan gewijzigd worden, maar er geldt een zwaardere procedure dan voor andere wetten. In 1848 is de Grondwet aangepast om liberaal democratische rechten vast te leggen en in 1983 werden sociale grondrechten vastgesteld. Daarnaast zijn er in de loop der jaren ook kleinere wijzigingen aangebracht.

Op grond van de Grondwet is het Koninkrijk der Nederlanden een constitutionele monarchie met een parlementaire democratie. De rol van de Koning is in de Grondwet expliciet vastgelegd. De Grondwet bepaalt dat de Koning het staatshoofd is maar dat de Ministers verantwoordelijkheid dragen voor zijn handelen en voor de manier waarop het land wordt bestuurd (uitvoerende macht). De regering wordt gevormd door de Koning en Ministers, die samen met de direct gekozen volksvertegenwoordiging, de Staten-Generaal, de wetgevende macht heeft. De uitvoerende macht wordt gecontroleerd door de Staten-Generaal. In Nederland wordt rechtgesproken in naam van de Koning door onafhankelijke, onpartijdige rechters.

De Grondwet is wel de hoogste in Nederland uitgevaardigde wet, maar niet de hoogste wet die in Nederland geldt: er zijn enkele internationale verdragen waarbij Nederland partij is, met bepalingen die rechtstreekse werking hebben of bepalingen waar wetgevers (bij het ontwerpen van nationale wetten) en rechters (bij toepassing van het recht in individuele gevallen) het Nederlands recht aan moeten toetsen. Wordt er strijd met een internationaal verdrag vastgesteld, dan moet het Nederlands recht buiten werking blijven. Dit artikel behandelt uitsluitend de Nederlandse Grondwet.

Historie Op 1 mei 1798, dat was aan het begin van de zogenaamde Franse Tijd, werd als eerste grondwet in Nederland, de Staatsregeling voor het Bataafsche Volk,Grondwet van de Bataafse Republiek op Wikisource door de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek ingevoerd. Deze grondwet was geschreven naar Frans voorbeeld. Deze regeling was slechts korte tijd van kracht, maar hiermee werden wel de fundamenten van de Nederlandse rechtsstaat gelegd. Voor het eerst werden de fundamentele vrijheden van godsdienst, vergadering en drukpers vastgelegd, samen met de staatsrechtelijke eenheid van de Nederlandse provincies. In deze grondwet werd ook de scheiding der machten vastgelegd, evenals een zekere vorm van kiesrecht.'Onze Grondwet is niet dankzij, maar ondanks de Oranjes tot stand gekomen', Volkskrant

Op 7 augustus 1806 kwam de Constitutie voor het Koningrijk Holland tot stand in het kader van het nieuwe Koninkrijk Holland, een constitutionele monarchie. In 1810 werd het land echter geannexeerd door het Franse Keizerrijk.

Grondwet van 1814 thumb|Grondwet 1814 Nadat keizer Napoleon Bonaparte op het slagveld bij Waterloo ten koste van minstens 50.000 doden definitief was verslagen door een troepenmacht van Britse, Nederlandse en Hannoverse eenheden en een Pruisisch leger, moesten de Franse troepen eind 1813 uit Nederland vertrekken. De onafhankelijkheid van de Nederlanden werd hersteld en er konden nieuwe fundamenten voor het politieke bestel worden gelegd. In december 1813 werd op het Congres van Wenen een nieuwe orde gevestigd: prins Willem Frederik van Oranje-Nassau, de zoon van stadhouder Willem V werd uitgeroepen tot vorst, hij zou echter op eigen gezag regeren en niet met een parlement. Nog in hetzelfde jaar riep Willem Frederik een commissie van vijftien leden in het leven die een nieuwe Grondwet moest ontwerpen. Deze commissie stond onder leiding van orangist Gijsbert Karel van Hogendorp. De commissie kwam eind december 1813 voor het eerst bijeen. Door de invloed van de modernistische Grondwetscommissieleden Van Maanen, Elout en Röell werden vele wijzigingen aangebracht op het ontwerp van de constitutie, de "Schets" van Van Hogendorp. Toch zouden deze uiteindelijk vooral cosmetisch zijn; Van Hogendorp had in historiserende termen wel degelijk een 'moderne' grondwet op het oog, die uitging van een centralistische staat en korte metten maakte met de vroegere vertegenwoordiging van de provinciën.N.C.F. van Sas, De metamorfose van Nederland. Van oude orde naar moderniteit, 1750-1900 (2004), pp 462-464 Drie maanden later, op 29 maart 1814, werd tijdens de Vergadering van Notabelen het voorstel van de commissie goedgekeurd door notabelen, door Willem zelf aangewezen. Een dag later werd Willem van Oranje ingehuldigd als "soeverein vorst", die toen nog niet de titel "koning" voerde. Wel werd hij in Artikel 1 van de grondwet genoemd als "Zijne Koninklijke Hoogheid", hetgeen een koninklijk predicaat inhield, ofwel een “koninklijke waardigheid”. Het land is even het Soeverein vorstendom der Verenigde Nederlanden.

De nieuwe Grondwet van den Staat der Verëenigde NederlandenStaatsblad der Verëenigde Nederlanden: N°. 44.* Kennisgeving van het aannemen der Grondwet voor de Verëenigde Nederlanden, op den 29sten Maart 1814, Staatsdrukkerij- en uitgeverijbedrijf's-Gravenhage, Den Haag 1814 zou ruim een jaar van kracht zijn. Veel aandacht ging uit naar de positie van de vorst en het vorstenhuis. Er werd een centralistische monarchie ingevoerd, waarin de vorst veel en de Staten-Generaal weinig macht hadden. De grondwet erkende, als hoofdbeginselen, vrijheid van godsdienst, gelijkheid voor de wet en onafhankelijkheid der rechterlijke macht. De Staten-Generaal waren nieuw en anders samengesteld dan de huidige Eerste- en Tweede Kamer. Ze bestonden toentertijd uit één Kamer met 55 leden ('Edel Moogende Heeren') die per provincie door Provinciale Staten werden gekozen en hadden 3 jaar zitting. De adel kreeg de garantie dat ten minste een vierde deel van het aantal leden van de Staten-Generaal uit zijn midden gekozen zou worden.P.J.A. Wijnne, Geschiedenis van het vaderland, zevende druk, 1886, J.B. Wolters, Groningen, blz. 361

In afwijking van artikel 56 (benoeming door de Staten der Provinciën) werden de eerste maal de leden van de Staten-Generaal benoemd door de soevereine vorst, hoewel dit nergens was bepaald. In de vergadering van maart heeft de soevereine vorst echter uitgesproken dat dit overeenkomstig ieders wens zou zijn.

Hoe de Staten der Provinciën zouden worden samengesteld maakte de grondwet niet expliciet duidelijk. Volgens artikel 74 speelde de soevereine vorst hierin een sleutelrol. Om direct daarop volgend te spreken van de Edelen of Ridderschappen en van Stedelijke regeringen. Hiermee implicerende dat de Ridderschappen en Stedelijke regeringen een belangrijke rol zouden spelen in de samenstelling van de Staten der Provinciën.

De artikel 79 en 80 verwezen naar de invoering van kiescolleges in steden, die gekozen zouden worden door gezeten burgers. Op het platteland zouden de besturen van heerlijkheden, districten en dorpen zodanig worden ingericht, als dat zowel met de belangen der ingezetenen als met het verkregen recht der belanghebbenden bestaanbaar was (artikel 81).Mr. C.W. Van der Pot, Handboek van het Nederlandse staatsrecht, vijfde druk, 1953, NV Uitgevers-maatschappij W.E.J. Tjeenk Willink, Zwolle, blz. 79 en voetnoot 1

Ten opzichte van de vorst hadden de Staten-Generaal weinig macht. Ze hadden het recht van initiatief (recht om wetsvoorstellen te doen) en een beperkt begrotingsrecht en ze mochten wetsvoorstellen goed- of afkeuren. Maar het recht om voorstellen te wijzigen en rechten om de vorst te controleren waren er niet. De vorst kon bovendien om de Staten-Generaal heen, door zaken bij Koninklijk besluit af te doen. Besluiten hoefden – in tegenstelling tot wetten – niet voor akkoord aan de Staten-Generaal te worden voorgelegd. Bovendien vertegenwoordigden de leden van de Staten-Generaal het gehele land en moesten ze zonder ruggespraak stemmen, dat wil zeggen zonder uitdrukkelijke aanwijzingen van de afzonderlijke provincies zoals voorheen gebruikelijk was, en bij meerderheid stemmen.Dr. E. Rijpma, Korte ontwikkelingsgang der historie II: Van de Franse revolutie tot heden, vierde druk, 1935, J.B. Wolters, Groningen/Batavia, blz. 43

Grondwet van 1815 thumb|Ontwerp Grondwet 1815 left|thumb|Koning Willem I met de grondwet van 1815 In 1815 moest volgens het plan van het Congres van Wenen een sterke staat worden gevormd bestaand uit de Noordelijke en de Zuidelijke provinciën (voormalige Oostenrijkse Nederlanden), als militaire bufferzone tegen Frankrijk. Zo is het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden ontstaan. Het woord "verenigd" is achteraf toegevoegd door historici, om het onderscheid te maken met het hedendaagse Koninkrijk der Nederlanden. In België wordt deze periode wel het Hollands Tijdvak genoemd.

Willem van Oranje stelde een nieuwe Grondwetscommissie in, weer onder leiding van Van Hogendorp. Van die commissie maakten ook Belgen deel uit. De totstandkoming was dit keer heel wat moeilijker. De Staten-Generaal in Den Haag keurden het voorstel goed; veel animo voor de Grondwet was er echter niet in de Zuidelijke Nederlanden, waar de tekst bij gebrek aan parlement ter stemming werd voorgelegd aan arrondissementele notabelenvergaderingen. Veel van de 1604 notabelen die door Willem aangewezen waren om hun goedkeuring uit te spreken bleven thuis; erger nog was dat een meerderheid het voorstel afkeurde. Bij 126 van dezen was het motief echter de vrijheid van godsdienst die zij in deze vorm verwierpen. Deze vrijheid was echter door het Congres van Wenen dwingend opgelegd (de zogenaamde Acht Artikelen). Daarom telde Willem hun stemmen bij die van de ja-stemmers, voegde er het aantal onthouders aan toe en kwam door deze beruchte "Hollandse rekenkunde" toch nog aan een meerderheid. Op 16 maart 1815 riep Willem zich uit tot koning Willem I der Nederlanden, in augustus riep hij zich uit tot Koning der Verenigde Nederlanden en kondigde op 24 augustus 1815 de nieuwe Grond-wet voor het Koninkrijk der Nederlanden van 24 augustus 1815 af. Een belangrijke wijziging die in de Grondwet van 1815 (op aandringen van de Belgen) werd doorgevoerd was de splitsing van de Staten-Generaal in twee Kamers,Remieg Aerts, Herman de Liagre Böhl, Piet de Rooy en Henk te Velde (1999). Land van kleine gebaren: Een politieke geschiedenis van Nederland 1780-1990. Nijmegen: SUN. zoals we die ook vandaag de dag nog kennen. De Tweede Kamer stemde over wetsvoorstellen en mocht die ook zelf indienen. De Eerste Kamer, in de grondwet van 1815 benoemd door de koning, mocht alleen 'ja' of 'nee' tegen wetsvoorstellen zeggen. Ook in de nieuwe Grondwet hield de koning veel macht, bovendien bleef de mogelijkheid om de Staten-Generaal te omzeilen door zaken te regelen bij Koninklijk Besluit in stand. Er werden ook nieuwe grondrechten ingesteld, zoals (een beperkte mate van) vrijheid van drukpers, het recht van petitie en de bescherming van de woning.

Luxemburg werd als groothertogdom een zelfstandige bestuurlijke eenheid binnen de Duitse Bond en Willem I werd ook aangewezen als groothertog, de monarch en dus staatshoofd van het Groothertogdom Luxemburg. Luxemburg kreeg dezelfde grondwet als het koninkrijk, behoudens de betrekkingen tot de Duitse bond. Zo ontstond er een personele unie tussen het nieuwe koninkrijk en Luxemburg.