KSC Lokeren was een Belgische voetbalclub uit Lokeren. De fusieclub speelde in het Daknamstadion in Lokeren. De clubkleuren waren wit-zwart-geel en de club droeg stamnummer 282. Sporting Lokeren maakte vooral furore in de zeven seizoenen van midden jaren '70 tot 1982 toen de club zes maal in de top vijf eindigde met driemaal een vierde plaats en een keer vice-kampioen als beste resultaat. Dit leverde de club toen vier keer UEFA-cup voetbal op met enkele historische hoogtepunten zoals de nipte uitschakeling tegen FC Barcelona in 1976 en de (verloren) kwartfinale tegen AZ'67 in 1981.
Na een zware terugval in de jaren '90 kende de club na 2010 een korte revival met twee zeges in de Beker van België, in 2012 en 2014, en drie play-off-1-plaatsen. Lokeren speelde tot seizoen 2018-2019 in de Belgische Eerste Klasse. Op 20 april 2020 werd de club failliet verklaard. Twee dagen erna ging Sporting Lokeren op in een samenwerkingsverband (vzw) met KSV Temse onder de naam KSC Lokeren-Temse.Lokeren fusioneert met KSV Temse hln.be, 22 april 2020. Gearchiveerd op 27 mei 2020.
Geschiedenis
Ontstaan miniatuur|Het Daknamstadion De Koninklijke Sporting Club Lokeren (KSC Lokeren) ontstond tijdens de Lokerse gemeenteraad van 22 juni 1970 door een fusie tussen twee Lokerse voetbalclubs, met name het ambitieuze maar financieel noodlijdende, van oorsprong katholieke Standaard FC Lokeren (met stamnummer 1783) dat toen in geel-zwarte kleuren in Eerste Provinciale speelde, en het eveneens armlastige, liberaalgezinde Racing Club Lokeren (met stamnummer 282) dat in zwart-witte uitrusting speelde in Bevordering. Het stadsbestuur, onder impuls van burgemeester Robert De Noos en stadssecretaris Albert Vermaere, kocht de voetbalterreinen aan de Lokerhoutstraat (de thuisbasis van Racing Lokeren) en de parochie Kopkapel (van Standaard Lokeren) en deden dienst als jeugdterreinen van de nieuwe club. De fusie kende bij de samensmeltende clubs echter ook tegenstanders. Zij verenigden zich in datzelfde jaar in een nieuwe club, Lokerse SV (Lokerse Sportvereniging), dat zich bij de voetbalbond aansloot met stamnummer 7445 en tot de ontbinding in 1997 (bij de aanleg van het Industrieterrein E17/3) uitkwam in de provinciale reeksen.
De fusieclub, opgericht als vzw, behield het stamnummer van Racing Club Lokeren, speelde in de samengevoegde kleuren wit-zwart-geel wat de club de bijnaam de “tricolores” opleverde. Sporting kreeg haar nieuwe thuishaven in het kleine maar moderne, (neutrale) stedelijke Daknamstadion aan de Daknamstraat waar eerder naast amateurvoetbal (enkel voor brandweer en politie) ook nog windhondenrennen en atletiekwedstrijden hadden plaatsgevonden. Het nieuwe logo, een voetbal op een rooster (een verwijzing naar het stedelijk wapen van Lokeren) omringd door een lauwerkrans van gestileerde eikenbladeren (de eik als symbool voor kracht, onverzettelijkheid, moed), werd ontworpen door Marcel Raemdonck, designer in de textieldrukkerij "Ars et Labor" van Adhemar Goeters. Goeters, oud-voorzitter van Racing Lokeren en stuwende kracht achter de fusie, werd de eerste voorzitter van de nieuwe fusieclub (tot 1976).
Snelle opmars (1970-1975) Sporting Lokeren kon meteen rekenen op de gulle financiële steun van enkele lokale zelfstandigen zoals Fiel Laureys, aannemer Gaston Keppens en KMO's van industriëlen zoals Adhemar Goeters en vooral de vermogende plasticfabrikant ('Cobelplast') en mecenas bij uitstek Etienne Rogiers die allen in de Raad van bestuur zetelden. Door een intelligent transferbeleid maakte de fusieclub dan ook snel een steile opmars. Reeds in het eerste seizoen 1970/71, won de club, getraind door gewezen international François De Bruyne, zijn reeks in Bevordering en promoveerde. Het seizoen erop herhaalde de club, onder impuls van tweevoudig Gouden Schoen laureaat en speler-trainer Jef Jurion, dit resultaat en promoveerde naar Tweede Klasse. Na twee seizoenen werd KSC Lokeren daar derde in 1973/74. Naast Jurion kon Sporting toen ook al rekenen op de ervaring en het talent van andere 'grote namen' uit die tijd zoals de A-internationals Wilfried Puis (ex-Anderlecht) en vedette op zijn retour Fernand Goyvaerts (ex-FC Barcelona en Real Madrid). Ook Aimé Antheunis, de latere succescoach van onder meer KRC Genk en Anderlecht, was een vaste waarde in het elftal in Tweede. Dankzij een uitbreiding van de Eerste Klasse van 16 naar 20 teams, mocht Lokeren (na 2-1 winst tegen AS Eupen in de laatste competitiewedstrijd) promoveren en speelde zo in 1974 voor het eerst op het allerhoogste nationale niveau.
Onmiddellijk na de promotie startte de ambitieuze promovendus in het seizoen 1974-75 met (semi-) professionalisering van management en spelerskern en een noodzakelijke kapitaalinjectie van de bestuursleden. Onder leiding van de nieuwe, van Beerschot VAC overgekomen manager Aloïs Derycker kwamen opnieuw een keur van zowel oudere, ervaren zoals Johan De Vrindt (oud-speler van o.a. Anderlecht en PSV) als jonge, talentrijke en toekomstige Rode Duivels (Maurits De Schrijver en René Verheyen) op Daknam terecht. Tijdens de transferperiode werden ook nog de op sportieve revanche beluste Johnny Velkeneers van Club Brugge en de flamboyante maar uitstekende lijnkeeper Bob Hoogenboom van het Nederlandse Ajax aangeworven. Door deze aanzienlijke sportieve (maar dure) kwaliteitsversterking behaalde Sporting, onder het trainerschap van de eveneens nieuw aangetrokken gewezen Tsjecho-Slowaakse topvoetballer Ladislav Novak, in zijn debuutseizoen in eerste klasse een verdienstelijke achtste plaats.
Gloriejaren (1975-1983) Dankzij het organisatietalent, de connecties en het scoutingwerk van o.m. Derycker en Fie Laureys, de financiële inbreng van Rogiers en de sportieve leiding van Novak kon KSC Lokeren zich vlot handhaven in Eerste Klasse en nestelde het zich al snel in de subtop. Om ook de Europese aspiraties te kunnen waarmaken en de ploeg op een aantal posities gericht te versterken trok Lokeren voor het seizoen 1975-1976 wederom een zorgvuldig geselecteerd gezelschap van talentrijke spelers aan. Naast een aantal erg beloftevolle jongeren zoals Ronny Somers en Raymond Mommens (uit de eigen jeugdopleiding) en de ervaren Bob Dalving werd ook de Poolse A-international en absolute topaanvaller Wlodzimierz Lubanski aangeworven. Sporting kon de klasserijke centrumspits, opnieuw fit na een twee jaren durende revalidatie ten gevolge van een zware meniscusblessure, voor een bescheiden bedrag aankopen omdat Lubanski omwille van zijn sportieve verdiensten voor zijn vaderland zeer uitzonderlijk de toestemming kreeg van het communistische regime in Polen voor een transfer naar het buitenland, op voorwaarde dat het niet naar een Europese topclub (zoals het geïnteresseerde Real Madrid of AS Monaco) zou zijn. Door deze aanzienlijke kwaliteitsinjectie behaalde Sporting Lokeren met een vierde plaats in de eindstand voor het eerst in zijn bestaan een Europees ticket.
Nadat Sporting, in het tussenseizoen versterkt met Rode Duivel Roger Henrotay en met chemiereus Dow Chemical (met het blauwe ruitvormige logo) als nieuwe shirtsponsor, nog steeds o.l.v. trainer Novák in het seizoen 1976/77 in de eerste ronde het Luxemburgse Red Boys Differdange had geëliminieerd, strandde Sporting in de tweede ronde van de UEFA Cup tegen het roemrijke FC Barcelona van Rinus Michels met de Nederlandse voetballegendes Johan Cruijff en Johan Neeskens. Na een heroïsch duel in een sfeervol, tot de nok gevuld Daknamstadion (18.000 toeschouwers) won Sporting Lokeren op 4 november 1976, de cruciale terugwedstrijd met 2-1. KSC verloor eerder de heenmatch in Nou Camp met 2-0. In de competitie behaalde Sporting een zeer verdienstelijke vijfde plaats maar die gaf toen geen recht op Europees voetbal.
Ondanks de nagenoeg ongewijzigd gebleven (rijk gevulde) spelerskern ging KSC tijdens het seizoen 1977-1978 compleet de mist in. De nieuwe trainer Han Grijzenhout kwam met zijn harde, strenge aanpak al snel in onmin met de spelersgroep die hem een "te brutale" houding verweten.Exclusief interview met Alois De Rijcker, De Voorpost, 2 november 1979, p. 32 Grijzenhout werd nog laat in het seizoen ontslagen en opgevolgd door hulptrainer Leon Nollet maar die kon evenmin beletten dat Sporting op een zeer teleurstellende dertiende plaats eindigde. In de Belgische Beker wist KSC zich nog wel op een positieve manier te onderscheiden door op 26 februari '78 voor een vol huis, na een spektaculaire wedstrijd in de kwartfinale, topclub Standard Luik uit te schakelen. Dankzij twee doelpunten van zowel Lubanski als van een uitstekend debuterende, kersverse Deens A-international Preben Larsen slaagde Sporting er in om een 0-3 achterstand nog om te buigen in een 5-3 voorsprong. Met de aankoop van de beloftevolle maar nukkige spits op overschot bij de reserven van FC Keulen haalde Sporting een Europese topspits in huis die als rechtsbuiten erg gewaardeerd werd om zijn snelheid en technisch vermogen. In de Belgische beker werd Lokeren in de halve finale uitgeschakeld door de rivalen van de Wase streekgenoot KSK Beveren.
In het seizoen 1978-1979 bereikte Sporting, versterkt met de aanvallende middenvelder en toekomstig IJslands international Arnor Gudjohnsen, onder het trainerschap van Urbain Braems een mooie vierde plaats maar dat leverde toen geen Europees voetbal op.Sporting Lokeren, seizoen 1977-1978
Herfst- en vice-kampioen links|miniatuur|AZ67 tegen Lokeren om Uefacup, 4 maart 1981; Hugo Hovenkamp (AZ67) tussen Sporting-verdedigers Bob Dalving (links) en Karol Dobiaš (rechts) thumb|left|Sporting Lokeren in Nederland, Europacup-III wedstrijd tegen AZ67, Lato (links) en Lubanski (rechts) tijdens lunch na aankomst in Nederland Het daaropvolgende seizoen 1979/1980 eindigde KSC, in het tussenseizoen versterkt met onder meer international Guy Dardenne en geleid door trainer Urbain Haesaert, opnieuw de vierde plaats nadat het voor de jaarwisseling nog de officieuze titel van herfstkampioen had binnen gehaald. Na een uitstekende heenronde speelde Sporting na de winterstop, als gevolg van de (langdurige) blessures van sterkhouders Dalving en Lubanski en, volgens Sporting-getrouwen, benadeeld door een aantal dubieuze beslissingen van de arbitrage, een zeer zwakke terugronde.
Met een plejade van beloftevolle en gerenommeerde buitenlandse internationals zoals Arnor Gudjohnsen (1978-1979) en de zgn. "drie L'en", de Poolse centrumspits Wlodzimierz Lubanski (1975-1982), zijn landgenoot en rechtsbuiten Grzegorz Lato (1980-1982) en het uiterst getalenteerde maar wispelturige "enfant terrible" Preben Larsen, behaalde de club, nog steeds getraind door Haesaert, in 1980/81 zijn beste resultaten. In de UEFA Cup schakelde Lokeren achtereenvolgens Dinamo Moskou, Dundee United en Real Sociedad uit, maar strandde in de kwartfinales tegen een sterk AZ '67 (2-0-verlies uit, 1-0 zege thuis).Stockmans, Matthias, We wilden de europabeker winnen, Knack.be, 16 september 2014 AZ '67 zou dat jaar voor het eerst in de clubgeschiedenis landskampioen worden in de Nederlandse Eredivisie, een finaleplaats in de UEFA Cup halen en de KNVB-Beker winnen. Ook in de competitie speelde Lokeren sterk en werd vicekampioen, echter op ruime afstand van landskampioen RSC Anderlecht. Ook in de Beker van België werden sterke prestaties neergezet. Lokeren bereikte de finale, maar die werd met 4-0 van Standard Luik verloren.Het dorp der mirakelen, Redactie Sportmagazine, 25 februari 2020, Bijgewerkt: 5 juli 2022.Gearchiveerd op 23 juli 2023