Laurent-Benoît Dewez (Petit-Rechain, gedoopt 14 april 1731 – Groot-Bijgaarden, 1 november 1812) was de meest vooraanstaande 18e-eeuwse architect in de Oostenrijkse Nederlanden. Hij introduceerde het neoclassicisme in de Lage Landen, maar veel van zijn voornaamste realisaties werden kort na hun ontstaan vernietigd tijdens de revoluties.

Biografie thumb|Kasteel van Seneffe (L.B. Dewez, 1763-68)De abt van Saint-Hubert stuurde de jonge Dewez in 1754 op studiereis naar Italië met een beurs van de Stichting Lambert Darchis. Daar kreeg hij de kans om zich de nieuwe stijl, het neoclassicisme, eigen te maken. Hij was er de leerling van Luigi Vanvitelli en kwam in contact met andere voortrekkers van de nieuwe stijl, zoals de Schot Robert Adam, Charles-Louis Clérisseau, Giovanni Battista Piranesi en Johann Winckelmann. Na een studiereis met Adams naar de Romeinse overblijfselen in Split (1758), vervolmaakte hij zich nog een jaar in het befaamde atelier van de gebroeders John, William en Robert Adam in Londen, tot hij in 1759 werd teruggeroepen voor de wederopbouw van de Abdij van Orval. Dat zou de eerste worden in een lange reeks opdrachten van abten en edelen.

In 1760 vestigde Dewez zich in Brussel. In 1767 werd hij hofarchitect van Karel van Lotharingen. In opdracht van abdis Anna de Croÿ ontwierp hij in 1768 een nieuw totaalplan voor de Abdij van Herkenrode, waarvan slechts de Abdissenresidentie werd gebouwd. Zijn meesterwerk (onder de bewaarde realisaties) is het kasteel van Seneffe, waar nu het Museum van Edelsmeedkunst is ondergebracht. Een kleinere versie daarvan is het Kasteel La Motte in Sint-Ulriks-Kapelle. Jaloerse concurrenten betichtten hem van fouten en zelfs van fraude bij de bouw van het tuchthuis van Vilvoorde. Hij viel in ongenade en verloor in 1780 zijn functie van hofarchitect.

In 1793 vluchtte Dewez voor de Fransen naar Praag, waar hij ook verschillende herenhuizen ontwierp. In 1804 keerde hij terug naar België. Hij stierf in 1812 in armoede in een woning in de buurt van de Sint-Egidiuskerk van Groot-Bijgaarden. thumb|left|Grafsteen op de kerkmuur van Groot-Bijgaarden, België De grafsteen van hem en van zijn vrouw Maria Mertens staat op de buitenmuur van de kerk met een samenvatting van zijn leven in het Latijn. De vertaling luidt: Hier rust de heer Laurentius Benedictus Dewez uit Rechain in het hertogdom Limburg, destijds architect van hertog Karel van Lorreinen, gouverneur van Oostenrijks België. Hij overleed op 1 november 1812, oud 81 jaar. Deze merkwaardige man bekwaamde zich in Rome en Napels bij Van Vitelli tot de hoogste graad van de kunst. En alhoewel hij veel tijd besteedde aan het bezoeken van stedelijke academiën, was hij hier en op vele plaatsen ijverig bezig om zich te bekwamen in de kennis van de architectuur van oude monumenten. Gedurende 20 jaar doorreisde hij Griekenland, Syrië, Egypte, Zweden, Denemarken, Engeland en verschillende andere landen van de wereld. Tezelfdertijd werd hij als eerste architect benoemd door de koning van Portugal. Hij werd teruggeroepen uit het vreemde land en keerde terug naar zijn land, waar hij nu, na zijn dood, nog blijft leven in de beroemde architecturale monumenten die hij schiep en versierde. En [hier rust] zijn echtgenote vrouwe Maria Francisca Mertens, die overleed op ..., ... oud [datum en leeftijd ontbreken] alsmede hun kinderen en nakomelingen. Vertaling ontleend aan 'Laurent Benoit Dewez' op pajottenland.be.

Selectie van werken vanaf 1759: Abdij Notre-Dame d'Orval (verwoest) vanaf 1761: Abdij van Vorst 1762-79: Abdij van Gembloers 1763-68: Kasteel van Seneffe vanaf 1763: Stadhuis van Doornik (voormalig paleis van de abt) 1764-68: Collegiale kerk Sint-Begga in Andenne 1764-74: Sint-Salvatorkerk, Harelbeke 1768: Abdissenresidentie Herkenrode, Hasselt (Kuringen) 1768-80: Abdij van Heylissem 1768-97: Abdij van Affligem ; de plannen dateerden van 1768 vanaf 1770: Sint-Pietersabdij, in opdracht van Gudwalus Seiger. 1771: Sint-Amanduskerk in Kortenberg (enkel nog toren bewaard) 1771: toegangspoort Hortus Botanicus Lovaniensis, Leuven 1773: zijbeuken Sint-Amanduskerk in Erps-Kwerps 1773: Kasteel La Motte in Sint-Ulriks-Kapelle 1774: Sint-Columbakerk in Deerlijk 1775-91: Abdij van Dielegem (deels bewaard) 1776: Abdij van Bonne-Espérance in Estinnes 1776-77: Kasteel van Mariemont in Morlanwelz 1776-83: Abdij van Vlierbeek voor 1778: Sint-Pieterskerk, Ukkel (niet-gerealiseerd ontwerp) 1779: Gevangenis ('tuchthuis') van Vilvoorde (thans hotel) ?: Kasteel van Wasseiges (verwoest in 1944)

Zie ook Barokarchitectuur in de Zuidelijke Nederlanden Barokarchitectuur in het prinsbisdom Luik

Literatuur Dirk Van de Vijver, Laurent-Benoît Dewez (1731-1812), Architect in the Age of Enlightenment. Desiging for Government, Church, and Court in the Southern Low Countries, Leuven University Press, 2025, 304 p. Dieter Nuytten, « 'Un immense bâtiment, d'aspect sinistre, posé au bord du canal'. Het voormalige tuchthuis van Vilvoorde », M&L. Monumenten, Landschappen en Archeologie, 25/1, januari 2006, p. 6-28. Xavier Duquenne, "De werken van Dewez voor de Hertog d'Ursel", De Woonstede door de eeuwen heen, 105, maart 1995, p. 20-29. Catherine De Braekeleer, Laurent-Benoît Dewez (1731-1812), Seneffe, 1992. Xavier Duquenne, Le château de Seneffe, Brussel, 292 p. Charles Piot, "Dewez (Laurent-Benoît)" in: Biographie Nationale, vol. 5, 1876, kol. 908-912

Externe link

Laurent-Benoît Dewez in de Inventaris van het Onroerend Erfgoed Laurent-Benoît Dewez

Bronnen en referenties

Categorie:Zuid-Nederlands architect (voor 1830) Categorie:Neoclassicistisch architect Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 18e eeuw