frame|right|Het Tetragrammaton in Oud Hebreeuws (1100 v.Chr. tot 300 n.Chr.), Aramees (10e eeuw v.Chr. tot 1 v.Chr.) en in modern Hebreeuws schrift JHWH of JHVH komt van de Hebreeuwse lettercombinatie יהוה Jod-Hee-Waw-Hee en is in de Hebreeuwse Bijbel de naam van God. Deze lettercombinatie wordt ook wel tetragram(maton) genoemd (Grieks: τετραγράμματον, "woord van vier letters"Liddell, H.G. & Scott, R. (1940). A Greek-English Lexicon. revised and augmented throughout by Sir Henry Stuart Jones with the assistance of Roderick McKenzie. Oxford: Clarendon Press.). De vertaling is Hij veroorzaakt te worden, en hij wordt ook wel genoemd: de Eeuwige of HEER.
Het tetragrammaton יהוה, JHWH bestaat uit matres lectionis (medeklinkers die klinkers aangeven) die een aanwijzing kunnen zijn dat het gaat om een cognaat object dat is afgeleid van היה, hayah, het Hebreeuwse koppelwerkwoord dat we ook kennen als het werkwoord "zijn". Dit woord wordt vaak vertaald in lijn met de traditie van de Septuagint, als "HEER". Maar omdat het vaak als bijstelling wordt gebruikt, of zelfs als status constructus (wat niet met zekerheid kan worden gezegd) met elohim, kan het duiden op "het zijn" of de "IK BEN" van God. De exacte betekenis is al duizenden jaren onderwerp van theologische speculatie.
Herkomst De naam Jhw duikt voor het eerst op in Transjordanië, vanaf 1400 v.Chr., namelijk in Egyptische teksten van Amenhotep III die verwijzen naar een volk dat daar leefde: "Jhw in het gebied van de Shasu". Stammen werden wel meer geïdentificeerd aan de hand van de godheid die zij aanhingen. In dit geval zou Jhw duiden op Jaw of Jahu, de naam waarvoor de vroegere El door een stam werd ingeruild. Veel persoonsnamen van deze stam die eerder el bevatten (Elia, Natanaël), kregen nu ja als suffix. El zou dus de evolutionaire voorloper zijn van Jahweh.Kerrigan,Michaël; Alan Lothian, Piers Vitebsky (1998): p. 137De Hebreeuwse Jod komt het meest overeen met de Nederlandse J (of de i wanneer gebruikt als klinker). In het Engels klinkt J als dzj en het Frans als zj, daarom gebruikt men in die talen de Y. In dit artikel is ervoor gekozen de Jod weer te geven als J.
Latere teksten in Ugarit opgegraven komen volgens taalgeleerden qua stijl erg dicht bij die van de Tenach en vermelden El en Baäl ("de Heer") tezamen. (1998) Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, pag. 97 Het vroeg Hebreeuws lijkt bovendien heel erg op het Ugaritisch. Michaël Kerrigan c.s. menen dat de latere profeten van het Oude Testament Baäl als een valse god en vijand verketterden om het verband tussen Baäl en El te ontkennen. (1998) Midden-Oosterse Mythen, De eerste Heldendichten, pag. 135 In Ugarit was El echter de vader van de vruchtbaarheidsgod Baäl en zijn strijdbare zuster Asnat.Cyrus H. Gordon: Vóór de Bijbel, 1966 het Spectrum Volgens Exodus 6 werd God door de stamvaders van Israel vereerd als El Sjaddai. El betekent "hoog" of "verheven". Aan Mozes maakt God zich bekend als JHWH, "ik zal er (altijd) zijn voor u". De naam El blijft meestal in de meervoudsvorm Elohim, een aanduiding van God. Het woord Baäl, heer, wordt helemaal verbonden met de vruchtbaarheidscultus, zodat men later zelfs in de geschriften namen als Isbaäl en Mefibaäl veranderde in Isboseth en Mefiboseth (Boseth = schande). Aanvankelijk zal Baäl echter een neutraal woord geweest zijn.Bijbelse Encyclopedie, Baal, pag. 93; Kok 1979 Op kleitabletten, gevonden tijdens opgravingen in Ebla, komt de naam Ja (Jaw (JW), Jahu (JHW)) overigens al voor (zie ook Ea).Bermant, Chaim en Weitzman, Michael: Ebla. Syrië, bakermat van de aartsvaders?
Volgens de zogeheten Kenitische hypothese of Midjanitische hypothese lag de oorsprong van JHWH niet in Kanaän, maar in het gebied direct ten zuiden van de Levant. De Kenitische hypothese is gebaseerd op vier pijlers: een interpretatie van de teksten in de Hebreeuwse Bijbel over de relatie van Mozes met de Midjanieten, toespelingen op de oorspronkelijke woonplaats van JHWH in oude poëtische teksten, Egyptische topografische teksten uit de 14e tot 12e eeuw v.Chr. en Kaïn als voorvader van de Kenieten.
Betekenis De betekenis van de naam JHWH is omstreden. In het algemeen wordt de naam als werkwoord geduid, vooral als korte vorm van ’el-jahweh.M. Dijkstra (1996): Yahweh-El or El Yahweh?, in: M. Augustin / K.-D. Schunck (uitg.): „Dort ziehen Schiffe dahin…“. Collected Communications to the XIVth Congress of the International Organization for the Study of the Old Testament, Parijs 1992 (BEATAJ 28), Frankfurt/M., pag. 43-52 Maar de vraag is wat het werkwoord betekent.
Exodus 3:14,15 suggereert een afleiding van het Westsemitische werkwoord היה hjh, "zijn", "bestaan":
God is dan ofwel "de Zijnde", "de Bestaande" (vergelijk de Septuagint: ho ōn, "de Zijnde") of "de Bestaansschenker". Volgens Von Soden betekent de naam iets als "Hij manifesteert zichzelf als bestaand" en daarvan afgeleid "Hij bewijst Zichzelf", "Hij openbaart Zichzelf".W. von Soden (1966): Jahwe, „er ist, er erweist sich“, WdO 3/3, pag. 177-187 Albright interpreteerde de naam daarentegen als een causatief imperfectum met de betekenis "de Bestaansveroorzaker".W.F. Albright (1968): Yahweh and the Gods of Canaan, London, pag. 147-149 Een alternatief is dat het bij de aanduiding in Exodus 3:14 gaat om een late volksetymologie. Bovendien moet in gedachten worden gehouden dat de vraag naar de betekenis van de naam niet de vraag naar de aard van God beantwoordt.
Knauf merkte al op dat het merkwaardig is dat de naam van godheid van Edomitische of Noordarabische herkomst met een Westsemitisch werkwoord zou moet worden verklaard. Het zou misschien beter zijn de naam met een Arabische etymologie te verklaren. De wortel hwj heeft in het Arabisch drie betekenissen: 1. "(vurig) naar iets verlangen", "gepassioneerd zijn", 2. "vallen", 3. "blazen", "waaien". Een verbinding met de derde betekenis lijkt het meest voor de hand liggend, omdat deze verbonden kan worden met de voorstelling van JHWH als stormgod van het type Baäl / Hadad.K. van der Toorn (uitg., 1999): The Image and the Book: Iconic Cults, Aniconism and the Rise of Book Religion in Israel and the Ancient Near East (CBETh 21), Leuven, pag. 73-95A.R.W. Green (2003): The Storm God in the Ancient Near East (BJS 8), Winona Lake, pag. 219-280
Esoterische interpretatie In de esoterie gebruikt men symbolen om uitdrukking te geven aan innerlijke spirituele ervaringen, ervaringen die niet als "rationele kennis" onder woorden gebracht kunnen worden. Bijvoorbeeld in het gnosticisme spreekt men over een ander soort kennis, de gnosis, die geen dianoia is en zelfs de nous overstijgt. Deze gnosis is de ervaring van het goddelijke in zichzelf, in het hart. Zie bijvoorbeeld bij het gnostische rozenkruisers genootschap.het gnostische rozenkruisers genootschap. Gearchiveerd op 10 juni 2023. Ook komt deze ervaring voor bij geschriften over het ik ben. Het "dat zijt gij" ofwel "Tat Tvam Asi" (zie engelse wikipedia) drukt dat in principe ook uit. Bedoeld is de identiteit van "dat" (het goddelijke in de natuur) met "gij" (het goddelijke in het hart).
De esoterische interpretatie van de woorden JHWH en HWH (IK ben die ben) verwijst naar diezelfde ervaring. Het is voor ieder mens als subject het "zijn" of "zelf" in zichzelf zonder dat men het ego bedoelt. Hierin ligt het eenheidsbesef en het begrip van broederschap als toegang tot empathie en eenheidservaring. Dat men JHWH vaak in de Bijbel als "Heer" vertaalt kan een misverstand opleveren, alsof JHWH uitsluitend een "ander" "buiten" jezelf zou zijn, als een soort "object": een vals anthropomorfisch beeld. Dat is de reden dat vele monotheïsten vinden dat men geen "beeld" van God mag maken en de naam van JHWH niet mag uitspreken. Overigens komt men die "Heer" ook in dezelfde notie tegen als Isvara. Het ken uzelf dat onder andere boven op iedere tempelpoort van vrijmetselaars staat, is een opdracht tot actieve zelfreflectie in plaats van een abstracte duiding van het goddelijke.
In de theosofie wordt Jehova(h) als 'Heer van de maan' gezien, als het collectief Maanvoorouders, elohim ('zonen van god') of als een van hen.De Geheime Leer, deel II, H. P. Blavatsky, 1988, Theosophical university press agency, Den Haag, blz. 82, 105, 448 'Jah-Hova' staat er voor de mens, 'mannelijk-vrouwelijk' en de voortbrenging van het menselijk lichaam.De Geheime Leer, Deel I, blz. 144
Uitspraak thumb|150px|right|JHWH met de vocalisatie van Adonai De juiste uitspraak van JHWH is onbekend. Het Hebreeuws werd namelijk ongevocaliseerd (dat wil zeggen zonder klinkers) geschreven. Flavius Josephus schreef over de 'vier klinkers' van de Naam, waarvan de uitspraak zou kunnen worden gereconstrueerd door vergelijking met woorden waarvan de uitspraak bewaard is gebleven, zoals JHWDH (Jehoeda).
De Naam mocht slechts eenmaal per jaar worden uitgesproken: door de hogepriester in de Joodse tempel tijdens de offerdienst van Jom Kipoer. De juiste uitspraak was niet echt geheim, maar doordat de Naam zo zelden werd uitgesproken, zal het volk de uitspraak niet gekend hebben. Men veronderstelt dat de hogepriester de uitspraak aan zijn opvolger leerde. Aangezien de Tempel al bijna 2000 jaar niet meer bestaat en er al even lang geen hogepriester meer is, is de uitspraak van de Naam verloren gegaan.
Dit verbod op het uitspreken van deze Naam op andere momenten dan tijdens de offerdienst door de hogepriester op Jom Kipoer had te maken met het verbod dat de Tora geeft voor het onnodig uitspreken ervan.Leviticus 24:16 bepaalt dat het lasteren van Gods Naam dient te worden gestraft met de dood door steniging. Deze bepaling diende als afschrikking om de ernst van de laster aan te geven. Het onnodig uitspreken van de Naam zou hieronder kunnen vallen. De doodstraf werd overigens zelden uitgevoerd en door de Talmoed zo aan banden gelegd, dat in de praktijk de doodstraf niet werd voltrokken. De rabbijnen beperkten daarom niet alleen het gebruik, maar ook de kennis van de uitspraak ervan tot enkel de hogepriester, die het aan de volgende hogepriester doorgaf. Buitenstaanders hoorden de naam dus nooit voluit.
Schrijfwijze Hebreeuws wordt vanouds alleen met medeklinkers geschreven. Deze medeklinkertekst is later door de Masoreten van diakritische tekens voorzien als hulp bij de uitspraak. Deze klinkers horen dus niet bij de oorspronkelijke tekst. Waar een ander woord gelezen moet worden dan in de medeklinkertekst staat, zetten ze een Q in de kantlijn met de medeklinkers die gelezen moesten worden; boven het woord in de tekst plaatsten ze dan de klinkertekens van het te lezen woord. Als een bepaald woord erg veel voorkwam als Qere/ketiev werd de aantekening in de kantlijn weggelaten; dit heet Qere perpetuum.
Een van deze vaak voorkomende gevallen was de naam, die met vier medeklinkers werd geschreven (יהוה jhwh), maar uit respect voor de heiligheid van de naam (vergelijk Exodus 20:7) werd het uitspreken ervan al vrij vroeg vermeden en las men ervoor in de plaats ’ădônāj, "[mijn] Heer" (meervoudsvorm uit eerbied). Een voorbeeld van de parallelliteit van jhwh en ’ădônāj wordt aangetroffen in Psalm 30:9 en in het buitenbijbelse Papyrus Amherst 63 (Kol. XII; 4e eeuw v.Chr.; TUAT II, 932f). Om de uitspraak tot uitdrukking te brengen werd jhwh in de Hebreeuwse Bijbel met de klinkers van ’ădônāj geschreven: jəhowāh en dat werd uit ontzag meestal verkort tot jəhwāh (יְהוָה), zoals in de Masoretische Tekst, Codex Aleppo en Codex Leningradensis.
De Septuagint geeft יהוה jhwh overeenkomstig de lezing als ’ădônāj, "Heer" meestal als κύριος kyrios, "Heer" weer. Daarnaast bestond in LXX-handschriften de traditie יהוה jhwh met Oudhebreeuwse of Hebreeuwse letters in de Griekse tekst te schrijven. Kopiisten die het Hebreeuws niet meer beheersten, maakten van יהוה het woord ΠΙΠΙ PIPI dat er hetzelfde uitziet, maar niets betekent.