thumb|Embleem van het Korps Commandotroepen Het Korps Commandotroepen (KCT) is de speciale eenheid van de Koninklijke Landmacht. Het KCT is ontstaan uit een samenvoeging van eenheden die werden opgericht tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog, en is gespecialiseerd in het uitvoeren van speciale operaties die een grote mate van zelfstandigheid, voortzettingsvermogen en expertise vergen. Hierom zijn commando's opgeleid om te opereren zonder enige vorm van operationele of logistieke ondersteuning. Na ontplooiing, die te voet, per helikopter, voertuig of parachute geschiedt, kunnen de commando's onder alle mogelijk denkbare (weers)omstandigheden opereren. Het missiepakket van het KCT kent vier hoofdtaken: het uitvoeren van offensieve acties, speciale verkenningen, contraterreur en het verlenen van militaire assistentie.

Het KCT is sinds 1949 gelegerd op de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal. Kenmerkend voor de commando is het dragen van de groene baret; deze traditie stamt uit de tijd van oprichting door de oorspronkelijke Britse Commando's in 1940. Op het wapenschild prijkt de Latijnse aansporing tot daadkrachtig optreden: Nunc aut nunquam ('Nu of nooit'). Vergelijkbare eenheden van andere landen zijn o.a. de Britse SAS en de Duitse KSK.

Op 15 maart 2016 werd door koning Willem-Alexander aan het Korps de Militaire Willems-Orde uitgereikt, de hoogste en oudste Nederlandse militaire dapperheidsonderscheiding, als blijk van erkenning en waardering voor de verrichtingen in Afghanistan.

Geschiedenis Tweede Wereldoorlog thumb|Militairen van No. 2 (Dutch) Troop in voorbereiding op Operatie Market Garden. In het midden, de 22-jarige commando Bakhuys-Rozenboom, de eerste Nederlandse commando die tijdens gevechtshandelingen gedood werd. De wortels van het KCT zijn rechtstreeks te herleiden naar de Tweede Wereldoorlog. De eenheid werd oorspronkelijk opgericht op 22 maart 1942 onder de naam No. 2 (Dutch) Troop, als onderdeel van het Britse No. 10 (Inter-Allied) Commando. Deze datum geldt tot op de dag van vandaag als de korpsverjaardag. De taak van No. 2 (Dutch) Troop was het uitvoeren van speciale operaties; operaties die men destijds te complex en gevaarlijk achtte voor de reguliere troepen. In maart 1942 werden de eerste 48 Nederlandse aspirant-commando's op vrijwillige basis geworven uit de Prinses Irene Brigade. Zij begonnen in vier verschillende Britse opleidingscentra, waarna zij later in het Schotse Achnacarry herenigd werden. Van de 48 man, voltooiden 25 met succes de loodzware commando-opleiding. Zij werden beloond met het uitreiken van de befaamde groene baret, hét internationale kenmerk voor elitetroepen. Van 1942 tot 1943 groeide het korps in aantal en bereikte men operationele status.

In 1944 vertrok de Troop per schip naar Brits-Indië in voorbereiding van een mogelijke inzet. Ondanks dat de mannen van No. 2 (Dutch) Troop oorspronkelijk naar Maleisië en Sumatra zouden worden uitgezonden in 1944, werd deze uitzending wegens onvoorziene omstandigheden afgebroken. Echter werden vijf Nederlandse commando's geselecteerd om zich aan te sluiten bij de geallieerde troepen in Birma, alwaar zij bij Arakan tegen de troepen van het Japanse Keizerrijk vochten. De commando's keerden terug naar Europa in juli 1944; in de daarop volgende maanden werden de commando's veelvuldig gedropt boven bezet Nederland om contact te leggen met leden van het Nederlandse verzet. In september 1944 sloten de commando's zich aan bij de geallieerde luchtlanding Operatie Market Garden. Ook vochten de commando's mee bij de Strijd om Walcheren in november 1944.

In oktober 1945 werd de eenheid, kort na de bevrijding van het vaderland, opgeheven. Echter zetten de commando's hun strijd voort in Nederlands-Indië, en richtten anderen de Stormschool Bloemendaal op, een opleidingseenheid in Bloemendaal. In 1949 werd de Stormschool verplaatst naar de Engelbrecht van Nassaukazerne, te Roosendaal. Deze kazerne is tot op heden het garnizoen van het KCT.

Nederlands-Indië thumb|Parachutisten van het Korps Speciale Troepen tijdens een parade in Batavia in 1947, voorop kapitein Raymond Westerling. Een detachement van ongeveer 150 troepen van de Prinses Irene Brigade werd in januari 1942 naar Nederlands-Indië uitgezonden om de aldaar aanwezige Nederlandse verdedigingen te versterken. Hun reis werd afgebroken naar aanleiding van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië, waardoor het Nederlandse detachement vast kwam te zitten op de eilandstaat Brits-Ceylon. Ondanks dat het grootste gedeelte van het detachement werd teruggeroepen naar Europa, werd een selecte groep van vrijwilligers geselecteerd om een speciale jungle-opleiding te volgen. De uit deze groep ontstane eenheid, het Korps Insulinde, was belast met het uitvoeren van guerrillaoorlogsvoering, sabotages, en inlichtingenoperaties tegen de Japanse bezetter op het Nederlandse eiland Sumatra. Na de Japanse capitulatie was het korps belast met het opsporen en redden (search and rescue) van Nederlandse krijgsgevangenen. In november 1945 werd de eenheid opgeheven - veel van haar leden bleven echter in militaire dienst en sloten zich aan bij andere speciale eenheden.

Voor inzet gedurende de politionele acties, die duurden van 1945 tot 1949, werd besloten tot de oprichting van het Depot Speciale Troepen (DST). Deze eenheid was onderdeel van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en was betrokken bij hevige gevechten gedurende het hele conflict. Het DST was belast met het uitvoeren van counter-insurgency en de neutralisatie van Indonesische nationalisten, en werd ten tijde van deze operaties geleid door kapitein Raymond Westerling. De eenheid voerde veelvuldig zeer effectieve contra-guerrilla operaties, echter vergaarde de eenheid hiermee eveneens enige negatieve bekendheid als gevolg van haar harde optreden op Zuid-Celebes. Dit optreden, de operaties waren militair gezien overigens zeer effectief, culmineerde in de Zuid-Celebes-affaire waarin het vermeend voltrekken van standrechtelijke executies naar voren kwam. In 1948 voerde de eenheid, inmiddels hernoemd tot Korps Speciale Troepen (KST), meermaals luchtlandingen uit als onderdeel van Operatie Kraai. Gedurende deze operaties veroverden de Nederlandse troepen succesvol de tijdelijke hoofdstad Djokjakarta. Tevens werden er meerdere hooggeplaatste Indonesische leiders gearresteerd, waaronder de latere president van de Republiek Indonesië Soekarno.

Na de erkenning van de onafhankelijkheid van Indonesië door de Nederlandse regering in 1949 keerde het KST, inmiddels nogmaals hernoemd, ditmaal tot Regiment Speciale Troepen (RST), terug naar Nederland. Op 1 juli 1950 werd op voordracht van het parlement besloten tot het samenvoegen van het KST en de Stormschool, hiermee zag het Korps Commandotroepen officieel het levenslicht.

thumb|left|Reünie ter ere van het 25-jarig bestaan van het korps in 1967, met enkele mannen van het eerste uur (rechts kap b.d. Piet Mulders, links kol Jan Linzel)

Het moderne KCT Gedurende de jaren '50 transformeerde het korps naar een organisatie ter grootte van drie compagnieën, geleid door beroeps(onder)officieren en gevuld door dienstplichtige manschappen. In de context van de grote spanningen tussen de NAVO en de landen van het Warschaupact gedurende de Koude Oorlog werden de commando's voornamelijk opgeleid voor het uitvoeren van heimelijke verkenningen in vijandelijk gebied, sabotage en inlichtingenvergaring.

In de zestiger jaren werd het korps sterk verkleind in grootte als gevolg van bezuinigingen en een veranderende veiligheidssituatie. Het KCT bestond gedurende deze tijd uit één operationele eenheid; 104 Waarnemings- en Verkenningscompagnie. Deze compagnie viel destijds onder het gezag van de commandant van het Eerste Legerkorps. Ook waren enkele commando's onderdeel van het Nederlandse stay-behind-netwerk, Operatiën & Inlichtingen. Deze organisatie was belast met het opzetten van een ondergrondse verzetsorganisatie ten tijde van een onverhoopte Russische invasie.

De Val van de Berlijnse Muur en het daaropvolgende einde van de Koude Oorlog had een grote impact op de Nederlandse krijgsmacht in het geheel, en specifiek op het KCT. Met de veranderende internationale politieke situatie veranderde tevens de taakstelling van het korps. Sinds de aanslagen op 11 september werd terrorismebestrijding een van de hoofdtaken van de speciale eenheden. Om adequaat en effectief optreden in het contemporaine gevechtsveld te garanderen, werd de oude rol van "Commando Waarnemer-Verkenner" vervangen door een rol die beter past bij het moderne expeditionaire optreden, "Commando Speciale Operaties". Tevens transformeerde het korps van een deels uit dienstplichtigen bestaande organisatie naar een eenheid ter grootte van vier operationele compagnieën, volledig gevuld met beroepsmilitairen. Sindsdien is het korps over de jaren uitgegroeid tot een professionele en flexibele SOF-eenheid met een uitstekende internationale reputatie.

Commandanten zie: Commandant Korps Commandotroepen

Organisatie Het KCT bestaat uit: SOF Supportcompagnie (SOF SPTcie) Opleidings- en trainingscompagnie speciale operaties (OTCSO) 102 Compagnie 103 Commandotroepencompagnie 104 Commandotroepencompagnie 105 Commandotroepencompagnie 108 Commandotroepencompagnie 403 Reservisten Compagnie

De Commandotroepencompagnieën (Cotrcie) bestaan elk weer uit verschillende commandoploegen met een 'eigen' specialisatie. Een commandoploeg bestaat over het algemeen uit acht man; van elke individuele specialisatie zijn in de groep twee experts aanwezig (twee medisch, twee sluipschutters, twee demolitie-experts en twee communicatiespecialisten). thumb|left|Richtvlag van de SOF Supportcompagnie tijdens de formele oprichting Sinds 5 december 2018 worden de operaties van het KCT gecoördineerd door de toen ingestelde stafeenheid Netherlands Special Operations Command (NLD SOCOM). Het KCT bleef als eenheid wel onderdeel van het Commando Landstrijdkrachten.

Door de grote vraag naar inzet van het KCT heeft het ministerie van Defensie besloten extra te investeren in operationele en logistieke ondersteuning. Derhalve is besloten de Staf, Staf- en Verzorgingscompagnie (SSVcie) om te vormen tot SOF Supportcompagnie. Binnen deze compagnie zullen nieuw aangetrokken dedicated SOF-enablers worden opgenomen; specialistische ondersteuners die de commando's ondersteunen tijdens de uitvoering van speciale operaties. Daarnaast worden ook de Opleidings- en trainingscompagnie speciale operaties (OTCSO) en Korpsstaf voorzien van aanvullende personele bezetting.

Op 1 juni 2021 werd de SOF Supportcompagnie formeel opgericht. De logistieke, geneeskundige en verbindingspelotons zijn versterkt met nieuw personeel en materieel. Daarnaast wordt het korps uitgebreid met een Special Operations Intelligence Cel voor tactische inlichtingen, specialistische EOD- en Geniecapaciteit voor het onderkennen en ruimen van explosieven en een speciaal opgeleid mobiel chirurgisch team (het Special Operations Surgical Team). Een Combat Control Team ondersteunt bij helikopteroperaties en de bediening van UAV’s. Ten slotte worden de diensthondenteams van het KCT bij elkaar gebracht in de SOF SPTcie.

Op 21 december 2022 werd 102 Compagnie formeel opgericht binnen het KCT. 102 Compagnie is een gemeenschappelijke Early Forward Presence-eenheid die bestaat uit zowel commando's als MARSOF-operators. De eenheid is in staat om in gebieden waar Nederlandse belangen in het geding zijn de informatiepositie te verstevigen en, indien nodig, de handelingsmogelijkheden te versterken of versnellen.

Opleiding en specialisatie Opleiding Toelating