Station Göhrde (Haltepunkt Göhrde) is een spoorwegstation in de Duitse plaats Breese am Seißelberge (gemeente Nahrendorf) in de deelstaat Nedersaksen. Het station ligt aan de spoorlijn Wittenberge - Jesteburg en is geopend op 26 november 1874 door de Berlin-Hamburger Eisenbahn-Gesellschaft aan de toenmalige zijlijn Wittenberge - Buchholz. Het stationsgebouw heeft een monumentale status en behoort tot het laagste categorie 7.DB Station&Service AG: Bahnhofskategorieliste 2015 (PDF, 352 kB) geraadpleegd op 10 februari 2016

Het station was bij de opening een belangrijke toegang tot de keizerlijke jacht in de staatsbossen Göhrde.

In de volksmond wordt het station Kaiserbahnhof Göhrde genoemd. Sinds 1979 bevindt zich in het stationsgebouw het Bildungsstätte Kinder- und Jugendzentrum Bahnhof Göhrde (onderwijsplaats).

Geschiedenis Over een spoorweghalte in Breese am Seißelberge werd voor het eerst in augustus 1869 in een toelichting op het besluit voor de bouw van de zijlijn Wittenberge - Buchholz gesproken. Op dat moment was er een halte voorzien, terwijl alle andere als station werden gebouwd.Dietmar Ramuschkat: Die Eisenbahnlinie Wittenberge–Buchholz. Eine Fallstudie über Entscheidungs- und Handlungsabläufe bei der Planung einer Privatbahn in Preußen und dem zum Bau erforderlichen Grunderwerb. Universität Hamburg, 25 april 2002, p. 71–72, 238 Aangezien de bouw van de spoorlijn al vergevorderd was en de spoorlijn tot Hitzacker in oktober 1873 geopend was, werd het ontwerp voor het station van de Berlin-Hamburger Eisenbahn aangepast. De opening van het station was voor de start van de keizerlijke jacht voorzien. Het werd in 1874 gebouwd en op 26 november 1874 werd de eerste treinreis door de keizer gemaakt.

De bouw van de spoorlijn en het station werd aan de noordelijke rand van het oorspronkelijke ringdorp Breese am Seißelberge en een daarmee verbonden parallellen stratenplan werd door de komst van de spoorlijn veranderd in een rechthoekige vorm.Gerd Weiß: Landkreis Lüneburg. In: Hans-Herbert Möller (Hrsg.): Denkmaltopographie Bundesrepublik Deutschland. Baudenkmale in Niedersachsen. 22.2, Friedrich Vieweg & Sohn, Braunschweig 1981, , p. 91. Oorspronkelijk heette het station station Breese, de naam werd al in 1875 naar Staatsbahnhof Göhrde veranderd wegens de het gebruik door de Duitse keizer voor de jacht, welke plaatsvond tussen 1871 en 1913 in de Göhrde.

Met het einde van de monarchie in Duitsland in het jaar 1918 nam de betekenis van het station af. Er werden geen jachtpartijen meer uitgevoerd of door belangrijke personen bezocht. Het station en vooral het stationsgebouw werden alleen voor het treinverkeer gebruikt en meerdere malen omgebouwd. In de tijd van nazi-Duitsland hadden de nazi- en de Reichsbahnleiders het plan om het station meer betekenis te geven en het stationsgebouw te verdubbelen. Deze plannen werden niet doorgezet, omdat naar verluidt Hermann Göring niet ging jagen in de Göhrde.

Tijdens de tijd van de Deutsche Reichsbahn werd het station een kantoor voor Wittenberge onder leiding van de directie in Hamburg. Het station hoorde tot de laagste van de vier stationsklasse (ter vergelijking: Lüneburg was een eerste klasse station, Dannenberg Ost tweede klasse en Dahlenburg een station van de derde klasse).Deutsche Reichsbahn (Hrsg.): Amtliches Bahnhofverzeichnis 1938. Berlin 1 oktober 1938, p. 209, 212, 321, 544.

Na de Tweede Wereldoorlog was de doorgaande spoorverbinding over de Elbe onderbroken en nam de betekenis van de spoorlijn af en was alleen van belang voor de Landkreis Lüchow-Dannenberg. Gelijktijdig nam het individuele verkeer toe. De Deutsche Bundesbahn concentreerde zich na de oorlog op het functionele behoud van het station en de vereenvoudiging van de exploitatie van de spoorlijn. Het behoud van de historische gebouwen raakte op de achtergrond.

In de slechte toestand verkocht de Deutsche Bundesbahn het stationsgebouw in 1979 aan de vereniging Kinder- und Jugendzentrum Bahnhof Göhrde e. V., die als onderwijscentrum opereert. Het station kreeg in 1981 een monumentale status en in 1983 werd met de restauratiewerkzaamheden begonnen. Het stationsgebouw werd van binnen omgebouwd naar onderhoudscentrum en van buiten werd de historische aanblik hersteld.

In de jaren 1989 volgde de laatste terugbouw van de sporen. Het goederenemplacement werd gesloten en de sporen teruggebouwd naar één spoor. Görhde is naar de terugbouw geen station (Bahnhof) meer, maar is een halte (Haltepunkt) geworden.Eisenbahn-Bau- und Betriebsordnung

Keizerstation thumb|Station Göhrde in Breese am Seißelberge aan de zijlijn Wittenberge - Buchholzer (1891) De Duitse keizer Wilhelm I kwam vanaf 1871Historisches Bevensen e. V.: Geschichte. In: Der Kaiser kommt. 11 mei 2008 jaarlijks met zijn grote hofhouding voor de jacht in de Göhrde. In de eerste jaren reisde hij met zijn keizerlijke trein van Berlijn via Lehrte naar Bevensen. De aan de spoorlijn Lehrte - Cuxhaven gelegen station is ongeveer 24 kilometer van het jachtslot Göhrde gelegen. Dit traject moest met een koets afgelegd worden.

De zijlijn van Wittenberge naar Buchholz werd op 15 december 1873 tot Hitzacker geopend. Vanaf 1874 reisde het keizerlijke jachtgezelschap niet meer via Bevensen naar de Göhrde, maar rechtstreeks naar station Breese (de naam van het station Göhrde in het eerste jaar). Het station was nog 4,5 kilometer van het jachtslot gelegen. Deze weg werd tevens met koetsen gereden en later met motorvoertuigen.

De eerste keizerlijke jachtgezelschap reisde op 26 november 1874 noch voor de officiële opening van de spoorlijn op 31 december 1874 af. Hierdoor werd de zijlijn van Hitzacker tot Breese am Seißelberge op 20 of 24 november 1874 door de politie vrijgemaakt. De uit drie reizigers- en een bagagerijtuig bestaande keizerlijke trein verliet op 14.30 uur Berlijn en reed rond 17.25 uur over de Dömitzer Elbbrücke. In Dannenberg en Hitzacker maakte de trein voor een feestelijke ontvangst een korte tussenstop.

Voor de reizende allerhoogste en hoogste heerschappen golden bijzondere voorschriften. De spoorwegbeambten waren tot geheimhouding verplicht, zo moesten alle documenten na de reis vernietigd worden. Op geschikte stations moesten reservelocomotieven staan, zodat bij een incident de trein zo snel mogelijk kan keren. Machinist en stoker mochten deze locomotieven niet verlaten. Bij het rijden moest hevig stoten en schommelen van de trein vermeden worden. De locatie, waar de trein in het station stoppen zou, werd door beambten of medewerkers gemarkeerd met een rode vlag of in de nacht met een rode lamp. Het station was voor het bezoek feestelijk versiert en een rode loper was vanaf het perron door de westvleugel van het stationsgebouw tot de uitgang uitgelegd. De medewerking van de bevolking was groot, omdat iedereen de keizer wou zien. Voor de veiligheid van de hofhouding van de landdrost van Lüneburg verantwoordelijk. Bij het eerste bezoek van de keizer waren er twee sergeants, zeven man te paard en vier lopende gendarmen ingezet.

Laatste maal voor de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog op 30 en 31 oktober 1913 vond er de jacht in de Göhrde plaats. Keizer Wilhelm II had daarvoor zijn zonen, de prinsen Eitel Frederik van Pruisen, Oscar van Pruisen en Joachim van Pruisen, de Oostenrijkse troonopvolger Frans Ferdinand van Oostenrijk-Este, rijkskanselier Theobald von Bethmann Hollweg, generaal Helmuth Johannes Ludwig von Moltke en de Oostenrijk-Hongaarse ambassadeur Ladislaus von Szögyény-Marich uitgenodigd. Voor het tweedaagse evenement was veel personeel nodig. Het dienstpersoneel bestond uit 90 personen, die voor de helft uit het vaste personeel van het keizerlijke hof hoorde en de andere helft kwam uit de omliggende dorpen. De hofhouding reisde een of twee dagen voor de jacht af. Daarnaast brachten de uitgenodigde gasten minsten twee eigen dienaren mee.Gisela Müller, Sebastian Mintner: Die letzte Hofjagd des Kaisers Wilhelm II. in der Göhrde. 11 Maart 2000

Spoorwegfaciliteiten thumb|Sporenplan van 1938: 1–7: Sporen EG: Stationsgebouw Gw: Seinhuis West Go: Seinhuis Oost GS: Goederenloods ES: Expresgoederenloods R: Laadperron LS: Laadweg B: Reizigersperron NG: Bijgebouwen (Toilet, Wasruimte, Loods) Het station had een groot stationsgebouw aan de zuidzijde van het emplacement, dat via een bestraten inrit via de Kreisstraße 6 te bereiken is. Het gebouw van de goederenafhandeling bevond zich aan de westkant ten noorden van de sporen, twee seinhuizen aan het westelijke en oostelijke uiteinde van het station. Het stationsgebouw en de inrit heeft een monumentale status.Niedersächsisches Landesamt, Institut für Denkmalpflege (Hrsg.): Verzeichnis der Baudenkmale gem. § 4 (NDSchG). Landkreis Lüneburg. In: Denkmaltopographie Bundesrepublik Deutschland. Baudenkmale in Niedersachsen. 22.2, Friedrich Vieweg & Sohn, Braunschweig 1981, , p. 13.

Stationsgebouw Het drie verdieping tellende stationsgebouw bestaat uit een middengedeelte met de gevel naar voren en twee zijgedeeltes met de gevel aan de zijkant. Deze zijgedeeltes zijn lager dan het middengedeelte. Het gebouw bestaat uit bakstenen en een vakwerkconstructie. Houtversieringen doen aan het jachtslot denken. In het middelste deel bevonden zich dienstruimtes. De westelijke vleugen was voor de hoogste heren voorbehouden, in de oostelijke vleugen waren twee wachtruimtes voorhanden. Eén wachtruimte was voor alle reizigers open, de andere moest voor gereserveerd worden zodat hier de gewone burger niet kon komen. Op de eerste etage van het middelste gedeelte was de woning van de stationschef, de tweede etage was voor de woning voor de treindienstleider. Het overige spoorwegpersoneel woonde in het naastgelegen dorp Pommoissel.

Westelijk van het stationsgebouw stond een kleine schuur voor de afhandeling van expresgoederen. Oostelijk van het stationsgebouw waren er drie bijgebouwen, namelijk een toilet, een douche en een stal.

Het stationsgebouw werd in de loop van de tijd meerdere malen omgebouwd, voor het eerst in 1909. De zolder van de oostvleugel werd met drie kamers uitgebreid. Na 1918 kon het hele gebouw gebruikt worden voor de exploitatie en het spoorwegpersoneel. In 1925-1926 werd voor de bouwopzichter in de westvleugel, welke in de keizertijd werd gebruikt voor de belangrijkste gasten, verbouwd naar een 2½-kamerwoning en voor de helft onderkelderd. De overgebleven wachtruimte werd in 1935 omgebouwd naar stationsrestauratie en het de wachtruimte met reserveringsplicht tot keuken. Daaronder werd een kleine bierkelder aangelegd. De bruikbare oppervlakte van de dienstruimte in het middengedeelte werd gehalveerd en als woon- en clubruimte gebruikt. De aan de spoorzijde gelegen dakkapellen van beide vleugels werden vervangen door erkers, de open veranda aan de straatkant werd met ramen gesloten en de gek opnieuw gemetseld.

In de tijd van de Deutsche Bundesbahn vond in 1967 de vierde verbouwing plaats, die de meeste ingrijpende gevolgen had voor de architectuur. Het behoud van het oude gebouw raakte ten gunste van de functionaliteit op de achtergrond. Dit was het meest zichtbaar op het dak. De leistenen dakpannen werden vervangen door Eternit-golfplaten en de dakkapellen aan de straatzijde werden verwijderd. De balkondeuren op de eerste etage werden door eendelige vensters vervangen en de serres op de tweede etage tot de dragende constructie verwijderd. Oorspronkelijk zouden de balkons volledig verwijderd worden, maar doordat dit structurele consequenties had werden de balkons op basis van de hoge kosten niet verwijderd. De schuiframen op de eerste etage werden allemaal vervangen door een eendelig venster.

De vereniging Kinder- und Jugendzentrum Bahnhof Göhrde begon eind 1983 met de restaurering van het stationsgebouw en de overgebleven bijgebouwen. De werkzaamheden werden financieel door de deelstaat Nedersaksen en de bond ondersteund. Het project werd een werkverschaffingsproject voor werklozen of met geïnteresseerde personen uitgevoerd.