Hulsteik of kermeseik (Quercus coccifera) is een plantensoort uit de napjesdragersfamilie (Fagaceae). De soort groeit in het Middellandse Zeegebied, op warme en droge heuvelhellingen.
Etymologie De triviale naam 'hulsteik' vormt een verwijzing naar de bladeren van deze eikensoort, die ietwat op de bladeren van hulst lijken. 'Kermes' is afkomstig van het Turkse woord voor 'rood': kırmızı. De oorsprong daarvan is dat in het verleden insecten die op de boom leven gevangen werden om er de kleurstof scharlakenrood mee te maken.
Determinatie Hulsteik is een groenblijvende plant die uitgroeit tot struik of boom. De boomvorm bereikt een hoogte van 10–20 m en de stam kan een diameter van > 0,5 m bereiken. (1995). Exkursionsflora für Kreta. Eugen Ulmer Verlag. De struikvormen ontstaan onder andere door de vraat van schapen en geiten. De bladeren van hulsteik zijn bronskleurig en licht behaard. Oudere bladeren zijn donkergroen en stekelig. Ze zijn 2–4 cm lang en duidelijk kleiner dan de bladeren van hulst (Ilex aquifolium). De mannelijke katjes zijn geel en hebben een lengte van 2–4 cm. Ze verschijnen met de jonge bladeren in de lente. Er zitten eikels verborgen tussen de bladeren. Het napje van de eikel heeft stekelige schubben. De eikels worden gedurende de tweede zomer rijp. Net als bij steeneik (Quercus ilex) zijn er geen tot nauwelijks groeiringen te onderscheiden.
Toepassing Het hout is zeer vast en zwaar vanwege de fijne structuur. Het droogt langzaam. Meteen na de oogst over het hart of al aan ribben zagen zal veel problemen voorkomen. Op Kreta is het een van de favoriete houtsoorten voor houtskoolproductie. Vanwege de grote hardheid verwerken zagerijen het niet graag hoewel het net als steeneik heel geschikt zou zijn voor toepassingen zoals houten hamers, kammen in kamraderen en draaiwerk.
Fotogalerij
Externe link
Categorie:Eik Hulsteik