Jeff Mills (Detroit, 18 juni 1963) is een Amerikaans techno-dj en producer. Mills is een gerespecteerde en uiterst invloedrijke pionier geweest op het gebied van techno. Met zijn Waveform transmission-albums en zijn kortstondige rol in de Underground Resistance speelde hij een belangrijke rol in de ontwikkeling van harde techno in de jaren negentig. Zijn bekendste plaat is The Bells (1997), dat een evergreen is geworden op technofeesten. Later is Mills de eerste technomuzikant die zijn muziek door een klassiek orkest laat naspelen, en wordt hij meerdere malen gevraagd om muziek te leveren voor film- en andere kunstprojecten. In de loop van de jaren bouwt hij een vruchtbare samenwerking op met het Louvre en met het Amsterdam Dance Event.

Als dj staat Mills bekend om een buitengewoon talent voor platen draaien en mixen. Hij kan met vier draaitafels tegelijk werken en zeer snel wisselen van plaat. Ondanks zijn weinig toegankelijke muziekstijl en het ontbreken van enige concessies aan commerciële muziek, groeit hij uit tot een van de populairste dj's in de internationale technoscene. Als producer is hij zeer productief. In zijn muziek toont hij geregeld zijn fascinatie voor sciencefiction, astronomie, politiek en legendes en hieruit put hij onderwerpen voor de vele conceptalbums die hij produceert alsmede kunstprojecten waarbij Mills betrokken is. In de loop der jaren ontpopt Mills zich steeds meer als een futurist en filosoof. In zijn interviews en kunstprojecten deelt hij geregeld zijn gedachten en visie op de toekomst met het publiek. In 2013 beschrijft hij zijn visie op techno in de uitspraak:

Vroege jaren Mills wordt geboren in Detroit en groeit op in een Afro-Amerikaans middenklasse gezin met vier zussen en een broer. Zijn vader is civiel technicus. Als kind leert hij op school zijn eerste instrument te bespelen. Hij kiest voor de trompet. Later in zijn schooljaren is hij ook drummer in een band. Zijn ambitie is om professioneel jazzdrummer te worden. Zijn oefeningen leiden soms tot ergernis van zijn moeder, die af en toe een schoen naar hem gooit. In 1967 moet het gezin een tijd de stad verlaten vanwege de rassenrellen die dat jaar plaatsvinden. Hij beschrijft het zelf als een van de meest indrukwekkende gebeurtenissen uit zijn jonge leven. Mills ontwikkelt in deze jaren ook zijn grote interesse voor ruimtevaart en sciencefiction.

Mills start zijn carrière als dj in de vroege jaren tachtig nadat hij zijn diploma heeft gehaald aan de Mackenzie High School in zijn geboorteplaats Detroit. Hij draait vooral elektropop, funk en hiphop en clubs. Een praktisch probleem is zijn jonge leeftijd. In de Verenigde Staten mag je pas op je 21e een club binnen waar alcohol wordt geschonken. Daarom moet hij geregeld stiekem via de achterdeur worden binnengelaten en ook via die weg weer vertrekken. Op zijn Choice-verzamelcd, die hij in 2004 voor Azuli Records samenstelt, laat hij een selectie uit zijn platenkeuze van die tijd horen. Hij combineert zijn dj-activiteiten met een studie bouwkunde.

Hij wordt ontdekt door een lokaal radiostation als hij draait op een afterparty wanneer de tournee van Prince in Detroit is. Hij krijgt een baan aangeboden als dj bij het radiostation. Het stelt hem in staat om rond zijn 22e het huis uit te gaan. Door zijn technische begaafdheid krijgt hij de bijnaam The Wizard. Dat is ook zijn naam als dj want zijn echte naam wordt niet aan het publiek bekendgemaakt. Hij staat er vooral om bekend om zeer veel platen in korte tijd ten gehore te brengen. In 2013 wordt door rapper en plaatsgenoot Eminem gerefereerd aan deze tijd. Op zijn nummer Groundhog Day rapt hij "...and discovered this DJ who was mixing, I say it to this day, if you ain't listened to The Wizzard, you ain't have a fu**ing clue what you was missing...".

Als in de late jaren tachtig de technoscene opkomt in zijn woonplaats Detroit raakt hij daarbij betrokken. Hij is in 1989 een tijd betrokken bij de housegroep The Final Cut met producer Anthony Srock. Ze maken donker klinkende techno van invloeden uit de industrial op het album Deep In 2 The Cut. Maar ze produceren ook het veel vriendelijkere nummer Take Me Away (1989) met zangeres Bridgett Grace. Een nummer dat pas twee jaar later een hit wordt in de Britse ravescene. Het nummer wordt in 2009 nog gesampled voor de single Warrior's dance van The Prodigy.

Underground Resistance In november van 1989 richt hij met Mike Banks de formatie Underground Resistance op. Hij kent Banks uit de lokale muziekscene als onderdeel van Members of house, een formatie waar Mills in de late jaren tachtig ook enkele malen productiewerk voor verricht. Een hechtere samenwerking tussen het tweetal start wanneer Mills een keyboard van Banks komt lenen. De beide producers zijn het erover eens dat technoscene van Detroit vernieuwing nodig heeft. Ook zijn delen ze ontevredenheid over hoe de eerste generatie producers uit Detroit zich met de commercie ingelaten heeft. Ze bundelen hun krachten en beginnen muziek te produceren als Underground Resistance. Mills besluit er al zijn tijd in te investeren en stopt met zijn radioshow en zijn activiteiten voor Final Cut. Het uitbrengen valt echter niet mee. Bij de labels van Derrick May en Juan Atkins vangen ze bot. Ook zien ze hoe andere plaatsgenoten worstelen met grote labels. Daarom besluiten ze zelf een label op te richten dat ook Underground Resistance als naam krijgt. In 1990 haakt ook Robert Hood aan. Hij is aanvankelijk als rapper te gast is op een van de tracks, maar kan zo goed met het duo overweg dat hij het derde lid wordt.

Het drietal brengt in de periode van 1990 tot 1992 een grote hoeveelheid singles en ep's uit zoals de Riot EP, The Punisher en The Final Frontier. In titels en artwork zitten vaak politieke boodschappen verwerkt. Als X-101 brengen ze een gelijknamige EP uit die invloedrijk is in de opkomende hardcore-sound. Veel van de tracks uit deze periode zijn verzameld op het album Revolution For Change (1992). Onder de naam X-102 verschijnt het conceptalbum Discovers The Rings Of Saturn (1992), dat opgedragen is aan de zesde planeet. Ook andere producers krijgen de kans om platen uit te brengen op Underground Resistance. In Europa brengen ze ook platen uit op het Berlijnse Tresor.

Later in 1992 besluit Mills Underground Resistance te verlaten om een solocarrière te beginnen. Tegelijkertijd stapt ook Robert Hood op. Heel open is men niet over de reden van de breuk, al worden ruzies als reden altijd ontkent. Mills zou zich niet meer kunnen vinden in de militante wijze waarop Banks zich met Underground Resistance manifesteerde. Samen maken Mills en Hood nog het conceptalbum Atlantis als X-103. Voor zangeres Bridgett Grace produceren Mills en Banks nog de housetrack Love To The Limit (1992). In 2008 komt het drietal weer eenmalig bij elkaar voor om het X-102 album opnieuw uit te brengen met vier nieuwe tracks. Dit nieuwe album heet X-102 Rediscovers The Rings of Saturn.

Solocarrière miniatuur|Jeff Mills in 2007 Niet lang na de breuk met Underground Resistance brengt hij het soloalbum Waveform Transmission - Volume 1 uit op het Tresor label. Het album bevat snoeiharde, donkere techno met een ongepolijst geluid. Het album zet de toon voor de producties die hij gedurende de jaren negentig zal maken onder zijn eigen naam. Het album is wordt gezien als erg invloedrijk in de ontwikkeling van harde techno. Er verschijnt een Waveform Transmission - Volume 2, maar die wordt door Robert Hood gemaakt. Mills maakt in 1994 Waveform Transmission - Volume 3, dat een met het eerste deel vergelijkbaar geluid laat horen. Vele ep's die verschijnen, zoals Cycle 30 (1994), The Purpose maker (1995) en Java (1996) laten een vergelijkbaar beukend, donker en ongepolijst geluid horen.

In 1997 verschijnt de Kat Moda EP. Hiervan wordt het nummer The Bells zeer populair internationale technoscene en het nummer wordt ook met een videoclip op MTV uitgezonden. Het nummer wordt niet uitgebracht op een cd-single en blijft zodoende buiten de hitlijsten. Met de jaren daarop blijven dj's The Bells echter draaien en groeit het uit tot een van de grootste klassiekers uit de technoscene. In een verkiezing door Awakenings in 2017 is The Bells tot grootste technonummer ooit uitverkozen. In 1997 verschijnt ook de compilatie The Other Day, waarop diverse singles uit de jaren daarvoor staan. Het Britse Muzik magazine beschouwt dit in 2002 als een van de belangrijkste dancealbums uit de geschiedenis.

Mills blijft daarna zeer productief met een constante stroom aan singles, ep's en albums. Remixes voor anderen maakt hij maar sporadisch. Een remix die op veel mixalbums terugkeert is zijn remix voor Allerseelen (1994) van DJ Hell. Daarnaast is er ook een remix van Mills aanwezig op Crispy Bacon (1997) van Laurent Garnier en doet hij een bijdrage voor DJ Rolando op zijn Knights of the Jaguar (2000). De muziek van Mills kenmerkt zich ook doordat deze doorgaans alleen maar instrumentaal is. Een van de uitzonderingen is het nummer If uit 1999. In 1999 brengt hij ook de Skin Deep EP uit, met daarop een meer tribale stijl. Daarop ook het nummer Call Of The Wild, dat een sample van Get on the Floor (1979) van Michael Jackson gebruikt.

In de loop van de jaren negentig ontwikkelt hij zich tot een van de populairste dj's op technofeesten. Dit mede door zijn snelle draaistijl en talent om met meer dan twee draaitafels te mixen. Zijn eerste breed verkrijgbare mixcompilatie is Jeff Mills - Mix-Up Vol. 2, die in het voorjaar van 1996 verschijnt. Het is een deel van een mixserie van Sony, voor de Japanse markt en Mills wordt door dj Takkyu Ishino gevraagd om een editie te maken. De mix wordt tijdens twee sets in de club Liquid room in Tokio in oktober van 1995 is opgenomen. Om het te kunnen maken heeft hij zelfs enkele nieuwe nummers geproduceerd zoals i9 en The Bells. Die laatste zal in 1997 op de Kat Moda EP worden uitgebracht. De mixcd is al snel zo populair dat deze ook in de rest van de wereld wordt uitgebracht als Live At Liquid Room. De mix wordt een belangrijk visitekaartje voor zijn dj-carrière. Bovendien wordt deze ook gezien als een ankerpunt binnen de ontwikkeling van harde techno. In 2026 wordt er zelfs een jubileumeditie van uitgebracht. Zijn groeiende populariteit in Nederland brengt hem op Lowlands 1997. In de zomer van 1998 wordt hij ook door de Britse dj Pete Tong gevraagd om een 'Essential mix' te maken voor zijn programma op de BBC.

Naast de harde techno, die hem in de jaren negentig kenmerkt, ontwikkelt Mills zich op zijn albums in de loop van de jaren heen steeds meer richting techno die niet enkel geschikt is voor de dansvloer maar die ook voor de luisteraar thuis geschikt is. Zeker op de albums die na de millenniumwisseling verschijnen is de dansvloer slechts van secundair belang. In dat opzicht is zijn soundtrack voor Metropolis (2000) een belangrijk keerpunt in de carrière van Mills. De albums die volgen zijn meer conceptgericht. Hij maakt diverse soundtracks bij reeds bestaande films en zoekt cross-overs met klassieke muziek. Vanaf 2000 volgen de albums elkaar in hoog tempo op. Veelal voor zijn film- en sciencefictionprojecten, waarbij vaak atmosferische en dromerige techno wordt gebracht. Maar ook de gewone albums zoals At First Sight (2001) en Actual (2002) worden nog uitgebracht. Vanaf Contact Special (2005) start ook zijn Sleeper wakes-serie, een feuilleton in albumvorm. Veel aandacht voor promotie is er doorgaans niet. Wanneer het album in de winkels ligt, lijkt Mills alweer bezig met het volgende project.