Terrorisme in Nederland heeft tussen 1950 en 2009 tot ongeveer 70 aanslagen met 30 doden geleid, zowel onder gegijzelde burgers (treinkapingen) als onder politie- en douanemensen (4) en hooggeplaatste functionarissen (de Britse ambassadeur, 1979).

Bovendien kwamen er in Nederland ongeveer 8 daders om het leven. Er werden ongeveer 400 mensen gegijzeld (in twee treinen, een basisschool, een provinciehuis en ettelijke ambassades), de kapingen van Nederlandse vliegtuigen niet meegerekend. De meeste dodelijke acties vonden plaats in de jaren 1970.

Geschiedenis Na de Tweede Wereldoorlog waren de acties van Molukkers in Nederland het heftigst, die in de jaren zeventig zes slachtoffers eisten (of twaalf met inbegrip van de gijzelnemers).

In de jaren tachtig en daarna waren er regelmatig acties met zelfs dodelijke afloop van andere groepen, gemiddeld ongeveer twee per jaar. Tussen 1990 (toen bij een aanslag door de IRA in Roermond twee Australische toeristen om het leven kwamen) en 2004 (toen Theo van Gogh vermoord werd door een moslimfundamentalist) vielen er in Nederland geen doden bij terroristische aanslagen.

In 2006 trad er een speciale antiterreurwet in werking, die ook voorbereidingen voor terrorisme strafbaar stelde. Sinds 1 januari 2005 geldt er in Nederland een identificatieplicht, die mede door (de angst voor) terrorisme mogelijk werd.

Grote aanslagen zoals de aanslagen op 11 september 2001 in de Verenigde Staten of de aanslagen op 11 maart 2004 in Spanje deden zich in Nederland niet voor.

Naar aanleiding van de aanslagen in de Verenigde Staten en Spanje nam het kabinet verschillende maatregelen. De maatregelen hebben betrekking op de organisatie van de beveiliging, de bevoegdheden van de opsporingsdiensten en de strafrechtelijke vervolging van mogelijke verdachten. In april 2004 werd de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) geïntroduceerd, vanaf oktober 2012 de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), geheten. Sinds 16 juni 2005 is het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding (ATb) operationeel, een systeem dat is bedoeld om in geval van nood of dreiging alle benodigde personen en diensten te kunnen waarschuwen.

Met de moord op Theo van Gogh op 2 november 2004 kreeg Nederland voor het eerst sinds 1990 zelf te maken met een dodelijke terroristische aanslag. Naast de massale blijken van afschuw en verontwaardiging over de moord, leidde deze door de 'gewelddadige jihad' geïnspireerde daad ook tot angst voor een verscherping van de binnenlandse verhoudingen. Na de aanslag op een islamitische basisschool in Eindhoven in de nacht van 7 op 8 november 2004 riep minister-president Balkenende op tot een dialoog om het 'klimaat van radicalisering' te doorbreken. De strijd tegen het terrorisme is gericht tegen extremisme en tegen het gebruik van geweld. (…) 'Het overgrote deel van de islamitische gemeenschap wil gewoon vreedzaam en respectvol met anderen omgaan in Nederland. Degenen die zich bedienen van extremistische uitingen of hun uitvlucht zoeken in geweld, zijn niet representatief voor de hele groep', aldus Balkenende.

Wetgeving Er is een aantal speciale wettelijke bepalingen over terrorisme.

De Wet van 24 juni 2004 tot wijziging en aanvulling van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met terroristische misdrijven (Wet terroristische misdrijven), die een uitvloeisel is van het Kaderbesluit inzake terrorismebestrijding van 13 juni 2002, is met ingang van 10 augustus 2004 een specifieke strafbaarstelling ingevoerd van deelneming aan en het oprichten en leiden van een terroristische organisatie (artikel 140a van het Wetboek van Strafrecht (Sr)).

Onder terroristische organisatie wordt een organisatie verstaan die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. Onder terroristisch misdrijf wordt verstaan elk van een aantal in de wet genoemde misdrijven, indien het misdrijf is begaan met een terroristisch oogmerk, en sowieso elk van een aantal andere in de wet genoemde misdrijven. Onder terroristisch oogmerk wordt verstaan het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.

Er is de Wet van 20 november 2006 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten ter verruiming van de mogelijkheden tot opsporing en vervolging van terroristische misdrijven.

Er is de Wet van 12 juni 2009 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, Wetboek van Strafvordering en enkele aanverwante wetten in verband met de strafbaarstelling van het deelnemen en meewerken aan training voor terrorisme, uitbreiding van de mogelijkheden tot ontzetting uit het beroep als bijkomende straf en enkele andere wijzigingen, met onder meer het nieuwe artikel 134a Sr. Dit stelt ook strafbaar het verwerven van kennis (bijvoorbeeld op internet) tot het plegen van een terroristisch misdrijf. De regering lichtte daarbij toe dat bijvoorbeeld het aanhangen van het salafistisch gedachtegoed of het koesteren van een fascinatie voor terroristisch geweld op zichzelf niet strafbaar is. Strafrechtelijke aansprakelijkheid komt pas in beeld als de fascinatie voor terroristisch geweld zich ontwikkelt tot een concreet voornemen om een terroristisch misdrijf te plegen, terwijl betrokkene daarvoor nog specifieke kennis en vaardigheden moet en wil opdoen. Het terroristisch oogmerk behoeft nog niet volledig uitgekristalliseerd te zijn. Voor strafbaarheid is voldoende dat de contouren van het voor te bereiden misdrijf zichtbaar zijn.

Er is de Rijkswet van 5 maart 2016 tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap ter verruiming van de mogelijkheden voor het ontnemen van het Nederlanderschap bij terroristische misdrijven.

Aanhangig in de Eerste Kamer is het wetsvoorstel Tijdelijke regels inzake het opleggen van vrijheidsbeperkende maatregelen aan personen die een gevaar vormen voor de nationale veiligheid of die voornemens zijn zich aan te sluiten bij terroristische strijdgroepen en inzake het weigeren en intrekken van beschikkingen bij ernstig gevaar voor gebruik ervan voor terroristische activiteiten (Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding).

Er is een concept van het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enkele andere wetten tot versterking van de strafrechtelijke en de strafvorderlijke maatregelen om terrorisme te bestrijden (versterking strafrechtelijke aanpak terrorisme). Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt volgens dit concept gestraft de Nederlander of inwoner van Nederland die, zonder toestemming van de minister uit hoofde van een rechtens te respecteren belang, opzettelijk verblijft in een gebied dat bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen als een onder controle van een terroristische organisatie staand gebied.

Groeperingen De Molukse acties vonden plaats tussen 1970 en 1979 vanwege onvrede onder jonge tweede en derde generatie Molukkers om door Nederland verbroken politieke beloften. Zij veroorzaakten negen dodelijke slachtoffers, terwijl acht van hen bij acties omkwamen. Ook waren ze verantwoordelijk voor meerdere gijzelingsacties. Hierbij waren tweemaal een trein (eerst bij Wijster en daarna bij De Punt), de lagere school in Bovensmilde en enkele overheidsgebouwen (het provinciehuis in Assen en de Indonesische ambassade te Wassenaar) betrokken. In totaal werden circa 350 mensen gegijzeld. Een poging koningin Juliana te gijzelen mislukte.

Bij de twee kapingen van Nederlandse vliegtuigen in de jaren 1970 ging het vrijwel uitsluitend om Palestijnen, die dit middel in die tijd veel gebruikten. Zij maakten in deze gevallen geen dodelijke slachtoffers of gewonden.

Ook de IRA pleegde aanslagen in Nederland en doodde daarbij de Britse ambassadeur en zijn bediende in 1979 en drie Britse militairen in 1988.

De Rote Armee Fraktion doodde bij haar acties in Nederland een politieagent in 1977 in stad Utrecht en twee douanebeambten in 1978 bij een schietincident in Kerkrade.

Andere actieve politieke groeperingen waren of zijn: Rode Jeugd, Nederlandse maoïstische beweging Japanse Rode Leger, extreem linkse beweging ETA, Baskische vrijheidsbeweging RaRa, Nederlandse autonomengroepering Koerden, met aanslagen tegen hooggeplaatste Turken Armeniërs, die de moord op de zoon van de Turkse ambassadeur (1979, Den Haag) opeisten Dierenbevrijdingsfront, met aanslagen tegen dierenfokkers of aanverwante Militant autonomenfront, met bomaanslagen tegen overheidsinstanties

Overzicht van terroristische acties in Nederland Hieronder volgt een opsomming van acties in Nederland die voldoen aan een van de definities van terrorisme of door gezaghebbende bronnen als terroristisch aangeduid worden.

Acties in de Tweede Wereldoorlog Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden aanslagen gepleegd door zowel (de sympathisanten van) de bezettende Duitse macht als door het verzet. Tot 1941 trachtte de Duitse macht legaal te opereren en werden ongewenste daden via gerechtelijke procedures aangepakt. Vanaf ongeveer 1943, na de april-meistakingen, nam het verzet toe en lieten de Duitsers vrijwel alle juridische dekmantels vallen en gingen vrij snel over tot standrechtelijke executies en represailles.

Molukse acties 31 augustus 1970: drieëndertig Zuid-Molukse jongeren proberen de Indonesische ambassadeur te gijzelen. Bij hun bezetting van de ambassadeurswoning in Wassenaar wordt hoofdagent Hans Moolenaar doodgeschoten.Nederlands Dagblad: Ambtswoning Indonesische ambassadeur bezet Bezoek Soeharto door actie Zuidmolukkers uitgesteldMolukse gijzelingsactie in Wassenaar kwam voort uit wanhoop: ‘Niemand luisterde naar ons’, ad.nl, 29 augustus 2020 25 april 1974: een nieuwe poging van Molukse jongeren om de ambassadeur van Indonesië te gijzelen mislukt doordat de ambassadeur niet thuis is. 4 maart 1975: de politie verijdelt een gijzeling van koningin Juliana door ruim 40 Zuid-Molukse jongeren. 2-14 december 1975: treinkaping bij Wijster. Bij het Drentse dorp Wijster kapen in 1975 zeven Zuid-Molukse jongeren de intercitytrein (60 passagiers) van Groningen naar Amsterdam. Bij de kaping wordt machinist Hans Braam doodgeschoten en worden passagiers Bert Bierling en Leo Bulter (een soldaat) geëxecuteerd. Na represailles op de Molukken geven de daders zich over. 4-19 december 1975: Zuid-Molukkers bezetten het Indonesisch consulaat in Amsterdam. Bij de gijzelingsactie valt één dode; een man die van 10 meter hoogte uit het raam springt. Op 19 december geven de gijzelnemers zich over. 23 mei 1977: treinkaping bij De Punt en gijzeling in de lagere school in Bovensmilde. Bij De Punt kapen Molukkers een trein. Bij de bestorming op 11 juni door mariniers komen twee passagiers en, op twee na, alle gijzelnemers om. Op hetzelfde moment bezetten Molukkers ook een basisschool in Bovensmilde. Bij de bestorming vallen geen gewonden. 13 maart 1978: gijzeling provinciehuis Assen. In Assen bezetten drie Molukkers het provinciehuis. Een dag later wordt de gijzeling beëindigd door de Bijzondere Bijstandseenheid. Ambtenaar Ruimtelijke Ordening Co de Groot wordt geëxecuteerd door Nunu Leatemia en Gedeputeerde Jack Trip raakt gewond bij de bevrijdingsactie en overlijdt later in het ziekenhuis. september 2000: Molukse jongeren bedreigen minister-president Wim Kok en minister Jozias van Aartsen. Kok en Van Aartsen worden extra bewaakt. november 2000: na een documentaire over Moluks terreur in de jaren zeventig wordt Dries van Agt bedreigd en krijgt extra bewaking.

Palestijnse acties