Christoph Heinrich Förster (Bibra, 30 november 1693 - Rudolstadt, 5 of 6 december 1745) was een componist uit Thuringen en een tijdgenoot van Bach, Händel en Telemann. Als dirigent werkte hij in Sondershausen en later in Rudolstadt. Naast kerkmuziek schreef hij suites, concerto's en kamermuziek.

Levensloop Hij kreeg als eerste muziekles van de organist Johann Philipp Pitzler. Daarna ging hij naar Weissenfeld om les in de compositieleer en basso continuo te krijgen van Johann David Heinichen. Vervolgens kreeg hij in Merseburg nog les van Georg Friedrich Kauffmann.

Förster werd in 1717 aangenomen als violist in het hoforkest van Merseburg. Hij zou hier verder opklimmen tot concertmeester. Tijdens zijn dienstverband kon hij diverse malen op reis, zoals in 1719 voor zijn bezoek aan Heinichen in Dresden. In 1723 kon hij in Praag aanwezig zijn bij de kroningsfeesten van Karel VI, waarbij hij kennismaakte met componisten als Johann Joseph Fux en Antonio Caldara.

In 1742 had Förster een belangrijke rol in de feesten rondom de verjaardag van Frederik Anton van Schwarzburg-Rudolstadt. Hij ondersteunde hierin de kapelmeester van Schwarzburg-Rudolstadt, Johann Graf. In 1743 zou Förster hier als vice-kapelmeester in dienst komen en in 1745 nam hij de functie van kapelmeester over van de zieke Graf.

Werken Förster genoot in zijn eigen tijd veel waardering voor zijn kerkmuziek, waaronder zijn cantates. Hij stond bekend als deskundige in het gebruik van de Franse ouverture, terwijl zijn symfonieën en concerto's meer een Italiaanse stijl vertonen. Voor zijn kamermuziek valt de gelijkenis op met Telemann.

Förster was een productieve componist. Rond 1732 had hij al meer dan 300 composities geschreven. In de 18e eeuw is desondanks vrij weinig van zijn muziek gepubliceerd. In 1747 verscheen in Neurenberg een uitgave van zes symfonieën. Ook zijn zes Duetti oder Trii voor twee violen en basso continuo zijn destijds uitgegeven.

Categorie:Duits componist