thumb|Britse hondenbelastingzegel uit 1904 Hondenbelasting is een belasting op het houden van een hond. Dit artikel behandelt de situatie in Nederland.

Hondenbelasting kan geheven worden door de gemeente of openbaar lichaam BES. De belasting wordt geheven van de houder van een hond en naar het aantal honden dat wordt gehouden (artikel 226 Gemeentewet en artikel 58 FinBES). De opbrengst vloeit naar de algemene middelen en hoeft door de gemeente dus niet te worden gebruikt voor het bestrijden of opruimen van hondenpoep. Sterker nog, de gemeente kan naast het heffen van hondenbelasting ook de plicht opleggen dat burgers de poep van hun hond opruimen.

Dit vloeit voor uit het feit dat hondenbelasting een belasting is; een rechtsband tussen overheid en belastingsubject waarbij een heffing of prestatie wordt opgelegd ten behoeve van de overheid met als doel in de openbare uitgaven te voorzien. Er staat dus, net als bij andere belastingen als accijnzen, inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting, geen directe tegenprestatie van de overheid tegenover.

Historie Al sinds de middeleeuwen wordt hondenbelasting geheven. Het werd ingevoerd om de overlast van met name zwerfhonden te beperken en om de verspreiding van hondsdolheid tegen te gaan.Daar zwerfhonden geen eigenaar hebben, wordt er voor zwerfhonden natuurlijk ook geen hondenbelasting betaald, maar de hondenbelasting kan nu juist worden gebruikt om duidelijk vast te stellen wie er verantwoordelijk is voor deze of gene hond. Immers wie zijn hond aan het lot overlaat en ook geen hondenbelasting betaalt, kan geen zeggenschap opeisen. Wie de verantwoordelijkheid voor een hond op zich heeft genomen door voor die hond hondenbelasting te betalen, kan zich niet zomaar ontdoen van zijn verantwoordelijkheid (2012) De geschiedenis van rabiës bij dieren in Nederland, RIVM Daarnaast zag de overheid in die tijd, dat de hondenkar als transportmiddel werd gebruikt. Met de hondenbelasting kreeg de overheid op die manier een soort wegenbelasting ervoor terug. Tegenwoordig, begin 21e eeuw, wordt er dikwijls van uitgegaan dat de heffing van hondenbelasting is gerechtvaardigd om de overlast van hondenpoep terug te dringen, vanuit het beginsel de vervuiler betaalt. Er bestaat echter geen direct verband tussen de heffing en de kosten die een gemeente maakt om overlast tegen te gaan, zie hieronder bij Tegenprestatie.

Rechtsgrondslag Hondenbelasting kan worden geheven door gemeenten op basis van art. 226 van de Gemeentewet. Dit artikel luidt als volgt: Ter zake van het houden van een hond kan van de houder een hondenbelasting worden geheven. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Voor de toepassing van het eerste lid wordt het houden van een hond door een lid van een huishouden aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

Van belang in lid 1 is het woord kan waarmee wordt aangegeven dat een gemeente niet verplicht is hondenbelasting te heffen en vele gemeenten doen dit dan ook niet. Het geeft de gemeente ook de gelegenheid uitzonderingen of vrijstellingen te creëren. Zo hoeft voor blindengeleidehonden en puppy's tot 3 maanden oud vaak geen hondenbelasting betaald te worden. Lid 2 wijst de houder aan als belastingplichtige. Dit is vaak de eigenaar, maar kan ook een verzorger zijn. In de jurisprudentie is bepaald dat dit houderschap een duurzaam karakter moet hebben. Wie drie weken de hond in huis heeft van familieleden uit een andere gemeente die op vakantie zijn, hoeft dus zelf (in zijn eigen gemeente) geen hondenbelasting te betalen. miniatuur|Aankondigingsaffiche voor de hondenpenning als erkenningsmiddel van het betalen van hondenbelasting in Gemeente Amsterdam (1988) Het 3e lid is ingewikkeld maar dient om te voorkomen dat mensen het vaak progressieve tarief van de belasting omzeilen. Een progressief tarief houdt in dat voor de 2e hond meer belasting moet worden betaald dan voor de eerste hond, en voor de 3e hond weer meer dan voor de tweede. Door binnen een gezin één persoon als houder van meerdere honden aan te wijzen voorkomt de wetgever dat verschillende leden binnen één gezin elk één hond opgeven. Met die laatste constructie zou de gemeente minder belasting ophalen.

De wijze waarop een gemeente de hondenbelasting heft (inclusief de tarieven, vrijstellingen, uitzonderingen, tijdvak van de heffing, restitutie bij overlijden, ed.) dient in de gemeentelijke belastingverordening te worden opgenomen. Het is openbare informatie. Veel gemeentes publiceren de tarieven op hun website. Hondenbezitters moeten doorgaans zelf aangifte doen van het bezit van een hond. Ter vereenvoudiging van de controle reiken sommige gemeenten een zogenaamde "hondenpenning" uit aan houders die de belasting hebben betaald; de hond moet deze penning zichtbaar dragen.

Waarom alleen honden? Een veelgehoorde vraag is waarom er geen kattenbelasting wordt geheven, of voor andere huisdieren, bijvoorbeeld exotische of zeldzame dieren zodat het houden daarvan wordt ontmoedigd. Dit is omdat de Gemeentewet in art. 226 lid 1 alleen een belasting op honden expliciet noemt. Gemeenten mogen niet zonder wettelijke grondslag een belasting op andere dieren heffen. De volgende vraag is dan waarom geen andere dieren in art. 226 zijn opgenomen: dit is omdat de controle op het houden van andere dieren vaak lastig is en/of omdat andere dieren minder vaak worden gehouden dan honden. De kosten van het innen en controleren van de belasting kunnen dan hoger worden dan de opbrengst.

Deze zogenaamde perceptiekosten zijn ook bij de hondenbelasting al vrij hoog, omdat controle-ambtenaren letterlijk van huis tot huis langs de deuren moeten. Sommige gemeenten heffen deze belasting daarom niet. De overheid kiest daarom ook bij exotische en zeldzame dieren voor andere beleidsinstrumenten om het houden hiervan tegen te gaan, bijvoorbeeld invoerverboden en het aanpakken van smokkel.

Katten werden historisch minder als huisdier gezien en lopen bovendien vaak vrij rond waardoor controle minder praktisch en bovenal duurder wordt. Verder is ook de overlast van katten (in de vorm van schade aan de natuur) veel minder zichtbaar dan die van honden (een hondendrol op straat, agressieve of gevaarlijke honden), waardoor er minder maatschappelijk draagvlak voor een kattenbelasting is. Een overheid die ecologische schade van katten wil aanpakken zal dan eerder geneigd zijn tot andere instrumenten, bijvoorbeeld het vangen en euthanaseren of steriliseren van zwerfkatten of een algemeen kattenverbod, zoals het geval is op Spitsbergen.

Tarieven (in Nederland) Op dit punt is er grote ongelijkheid in Nederland. In 2013 heffen 287 van de 408 gemeenten hondenbelasting. Het gemiddelde tarief is in 2013 iets gestegen (t.o.v. 2012) naar ruim 46 euro voor de eerste hond. Dit gemiddelde is berekend op basis van de tarieven van alle 408 gemeenten, dus incl. de gemeenten zonder hondenbelasting. Voor een tweede hond rekent de gemiddelde gemeente ruim 66 euro. Als tariefvoorbeeld het volgende: wie drie honden heeft, betaalt (in 2013) in Den Haag € 509,88 hondenbelasting en in Rotterdam € 517 (was € 502,80 in 2012).Hondenbelasting Gemeente Den Haag 2012. Gearchiveerd op 23 juni 2012.Hondenbelasting Rotterdam Rotterdam was daarmee de duurste gemeente. Sinds 2018 innen zij geen hondenbelasting meer. Van de gemeenten die deze belasting heffen is het aan Rotterdam grenzende Ridderkerk het goedkoopste: € 16,40 voor de 1e en € 28,10 voor de 2e hond (2013). In de Gemeente Diemen wordt ook hondenbelasting geheven, 99,84 euro per hond in 2013. In o.a. Leiden is hondenbezit gratis. Leiden heft sinds 2005 geen hondenbelasting meer.Hondenbelasting Leiden. Gearchiveerd op 27 oktober 2017. Ook bijvoorbeeld Appingedam, Zoeterwoude en Texel heffen geen hondenbelasting.Dit zijn slechts drie willekeurige voorbeelden.Hondenbelasting ZoeterwoudeHondenbelasting AppingedamHondenbelasting Texel De tarieven voor hondenbelasting zijn vaak progressief: voor de tweede hond moet meer betaald worden dan voor de eerste, en voor een 3e hond nog meer. In Den Haag bijvoorbeeld kost de 1e hond € 111,96 , de 2e hond € 175,44 en de 3e (en alle volgende) honden € 222,48 per hond (tarieven 2013). In de gemeente Landsmeer is dit € 45,35 voor de eerste en € 73,75 voor de 2e en elke volgende hond (was € 42,60 resp. € 69,60 in 2012).Hondenbelasting Landsmeer Amsterdam en Landsmeer hebben de hondenbelasting per 1 januari 2016 resp. 1 januari 2017 afgeschaft.Hondenbelasting Amsterdam/Landsmeer. Gearchiveerd op 30 juni 2021. In Someren behoeft uitsluitend hondenbelasting te worden betaald binnen de bebouwde kom, maar niet in het buitengebied van de gemeente. Om houders van kennels het leven niet onmogelijk te maken bestaat daarvoor vaak een apart tarief. Dat kan lager, gelijk of hoger zijn dan het tarief voor drie honden. Toch is het kenneltarief niet altijd een goede oplossing voor mensen die meerdere honden willen houden. Om voor het kenneltarief in aanmerking te komen eisen sommige gemeenten nl. dat het kennel formeel staat ingeschreven bij de "Raad van Beheer op Kynologisch gebied in Nederland". Dat kost eenmalig € 239,60 (in 2013; was € 236,29 in 2012).Tarievenlijst van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland. Gearchiveerd op 16 maart 2015.

Gemeenten die geen hondenbelasting heffen (vaak omdat deze door de relatief hoge perceptiekosten onvoldoende doeltreffend wordt geacht) kunnen de gemiste inkomsten compenseren door een verhoging van andere gemeentelijke belastingen, zoals de onroerendezaakbelasting (ozb). Dit gebeurde bijvoorbeeld in ArnhemArnhem schaft de hondenbelasting af, De Gelderlander, 22 september 2011 en in Oldambt (Winschoten en omgeving).Irritatie na afschaffing hondenbelasting Oldambt, Dagblad van het Noorden, 25 maart 2010 Afschaffing op deze wijze wordt soms als oneerlijk ervaren, omdat de gemiste inkomsten daarmee ook worden verhaald op mensen die geen hond hebben.

Boetes Gemeenten kunnen boetes heffen indien niet of te laat wordt betaald, of indien de belasting actief wordt ontdoken, bijvoorbeeld door het bezit van een hond niet aan te geven of door te zeggen dat een hond is weggedaan of overleden terwijl dit niet het geval is. In Den Haag bijvoorbeeld leidt dit laatste tot een boete van 2 x het jaartarief, boven op de verschuldigde belasting. Dus wie in Den Haag het bezit van een derde hond opzettelijk ontkent, kan voor die ene hond een aanslag van € 667,44 tegemoet zien indien een controleur de ontduiking ontdekt.Boete gemeentebelastingen, DenHaag.nl. Gearchiveerd op 7 augustus 2016.

Tegenprestatie door de gemeente miniatuur|Geelkoperen penning van de hondenbelasting van Rotterdam (1892)