Zündapp is een historisch Duits merk van auto's, bromfietsen, grasmaaiers, naaimachines, rijdende mijnen (de Goliath) en motorfietsen.

De naam Zündapp is een samentrekking van de bedrijfsnaam Zünder-Apparatebau-Gesellschaft mbH Nürnberg.

De bedrijfsnaam was vanaf 1919 Zündapp Gesellschaft für den Bau von Spezialmaschinen mbH, vanaf 1939 Zündapp-Werke GmbH, Neurenberg en München.

Geschiedenis thumb|Logo Het bedrijf Zünder-Apparatebau-Gesellschaft mbH werd op 17 september 1917 opgericht door Fritz Neumeyer samen met de gebroeders Thiel (klokken- en gereedschapmakers) en Friedrich Krupp A.G. (een staalfabrikant). Neumeyer zelf produceerde tot op dat moment radiatoren, maar de nieuwe firma zou exploders (dynamo's voor het elektrisch ontsteken van explosieven) gaan produceren. In november 1918 waren er al 1800 werknemers in dienst. Krijgsgevangenen werden als dwangarbeider ingezet. Door de ontwapeningsparagraaf van het Verdrag van Versailles moest het bedrijf omzien naar ander emplooi. Er werden dynamo's en startmotoren geproduceerd, maar het bedrijf stond aan het eind van 1919 op het punt failliet te gaan. Neumeyer kocht zijn zakenpartners uit en vormde het bedrijf om tot de Zündapp Gesellschaft für den Bau von Spezialmaschinen m.b.H. Men ging onder andere bouten en moeren produceren. Na een bezoek aan de Berliner Automobil- und Motorradausstellung in 1921 besloot Neumeyer motorfietsen te gaan produceren.

Jaren twintig Bedrijf Zündapp begon met goedkope tweetaktmotoren, die aanvankelijk kopieën waren van 211 cc Britse motorfietsen. Er kwamen ook 250- en 300cc-modellen, maar toen de Duitse regering in 1928 de bevolking mobiel wilde maken door motorfietsen tot 200 cc belasting- en rijbewijsvrij te maken werden ook deze modellen belangrijk voor het merk. In de jaren twintig was DKW (in 1928 de grootste motorfietsenproducent ter wereld) de grootste concurrent van Zündapp. BMW bediende toen nog een andere markt, die van dure, zware viertakten, maar er waren honderden kleine Duitse merken die goedkope motorfietsen met inbouwmotoren maakten, maar slechts enkele jaren overleefden. Vaak waren ze in de jaren tien afhankelijk geweest van oorlogsproductie tijdens de Eerste Wereldoorlog en hadden ze - vergeefs - nieuw emplooi gezocht in de motorfietsenproductie. De crisis die vanaf 1923 ontstond door de Duitse herstelbetalingen na de Eerste Wereldoorlog kostte de meeste de kop. Zündapp overleefde en voerde in 1924 zelfs de lopende band in. De Zündappmodellen werden aan het einde van de jaren twintig in vier verschillende werkplaatsen geproduceerd om de enorme vraag bij te benen. In 1929 werd een geheel nieuwe fabriek aan de Dieselstrasse in Neurenberg-Schweinau geopend.

thumb|De eerste Zündapp was een bijna exacte kopie van deze 211cc-Levis thumb|Z 200 thumb|Z 300

Motorfietsen Z 22, Z 2 G, Z 249: Het eerste Zündappmodel uit 1921 was een bijna exacte kopie van de Engelse Levis 211 cc-tweetakt met riemaandrijving en een Druid parallellogramvork. In de Zündappuitvoering leverde het machientje 2½ pk, terwijl voor de Levis 3 pk werd opgegeven. Deze machine bleef tot 1924 in productie. In 1922 verscheen de verbeterde versie Z 2 G (Getriebe), met een tweeversnellingsbak. Klanten met een Z 22 konden deze versnellingsbak ook laten monteren. Levis had ook een 250cc-versie gebouwd, waarmee men redelijk succesvol was in de opkomende wegraces. Zündapp volgde dat voorbeeld door de slag van de 211 cc-motor te vergroten, waardoor in 1923 de 2¾ pk sterke Z 249 ontstond. Zündapp bracht ten opzichte van de Levismachines wel enkele verbeteringen aan: de voorvork en het frame werden verstevigd, de ontsteking gemoderniseerd en er werd een door Zündappbedrijfsleider Fritz Hintermayer ontwikkelde carburateur gemonteerd. In 1924 gingen al deze modellen uit productie, toen de kettingaangedreven K 211 en K 249 verschenen.

K 211 en K 249: De voorgangers hadden nog riemaandrijving gehad, maar de K (Kette)-serie kreeg kettingaandrijving. De K 211 uit 1924 was een wat sportievere uitvoering van de eveneens 211 cc grote Z 2 G, met een lager stuur en ook een wat lager frame, maar motorisch was er niets veranderd: de machine leverde nog steeds niet meer dan 2½ pk. De K 249 was ten opzichte van de Z 249 op dezelfde manier gewijzigd: een lager frame en stuur en kettingaandrijving. Maar deze leverde wél iets meer vermogen: 3½ pk en dat werd na enige tijd zelfs op 4½ pk gebracht. In november 1924 werd de 10.000ste Zündapp geproduceerd, een K 249. Beide machines bleven tot 1925 in productie.

EM 249 en EM 300: In 1925 verscheen de EM (Einheitsmodell) 249. Deze machine was op enkele punten aangepast ten opzichte van de K 249: het stuur was nu vlak en de Druid-voorvork was vervangen door een Webbvork. Het model had drie versnellingen. Een EM 249 was in 1927 de 25.000ste Zündapp motorfiets. In 1928 werd dit model opgevolgd door de EM 300. Men had nu de boring vergroot om op 300 cc te komen. De EM 300 leverde 8 pk, waardoor men een grote sprong voorwaarts maakte. Ter vergelijking: de veel duurdere 250cc-viertakt BMW R 39 leverde slechts 6½ pk.

Z 200 en Z 300: De invoering van een nieuwe Duitse wet uit 1928 dwong zowel BMW als Zündapp om modellen onder de 200 cc uit te brengen. Die mochten namelijk belastingvrij en zonder rijbewijs bestuurd worden, waardoor ze enorm populair werden. De BMW R 2 was met zijn plaatframe en asaandrijving desondanks vrij duur, in elk geval veel duurder dan de eenvoudige tweetakten die Zündapp aanbood. Stadgenoot van Zündapp Hercules greep de nieuwe wetgeving aan om de in 1907 gestaakte motorfietsproductie weer op te pakken. De Zündapp Z 200 en Z 300 modellen uit 1928 hadden geheel nieuwe tweetaktmotoren. De cilinder helde iets naar voren. De Z 200 bleef slechts één jaar in productie. De machine had drie versnellingen en leverde 4½ pk. De boring was 2 mm kleiner dan die van de 211cc-modellen, de slag was gelijk. De Z 300 had dezelfde boring/slagverhouding dan de EM 300 en leverde eveneens 9 pk. Deze machine verdween in 1929 uit de catalogus, nadat een Z 300 als 30.000ste Zündapp van de band gerold was.

Technische gegevens Zündapp Z 22Z 2 GZ 249K 211K 249EM 249EM 300Z 200Z 300Periode1921-19241922-19241923-19241924-19251925-192719281928-1929CategorietoersporttoerMotortypeKamzuiger tweetaktmotorBouwwijzeLuchtgekoelde staande eencilinderboring62 mm68 mm60 mm68 mmslag70 mm82,5 mm70 mm82,5 mm70 mm82,5 mmCilinderinhoud211 cc249 cc211 cc249 cc298 cc198 cc298 ccMax. Vermogen2,5 pk

bij 2.600 tpm2,75 pk

bij 2.600 tpm2,5 pk

bij 2.600 tpm3,5 pk

bij 2.600 tpm4,5 pk

bij 3.100 tpm8 pk

bij 3.000 tpm4,5 pk

bij 3.300 tpm9 pk

bij 3.200 tpmTopsnelheid65 km/h70 km/h65 km/h70 km/h80 km/h90 km/h80 km/h90 km/hAandrijvingriemkettingVersnellingengeen22 of 33RijwielgedeelteStalen buisframeLeeg gewicht58 kg73 kg75 kg85 kg100 kg86 kg105 kgVoorvorkDruid parallellogramparallellogramWebb parallellogramAchtervorkStarVoorgangerGeenZ 22geenZ 22 en Z 2 GZ 249K 249EM 249geenEM 249OpvolgerK 211K 211K 249K 211EM 249EM 300 en Z 300Z 300Rekord en S 200S 300

Triporteurs Lastendreirad en Kastendreirad: Van de EM 249 en de EM 300 werden vanaf 1927 ook de driewielige transportmotorfiets Lastendreirad gebouwd. De voorkant was helemaal motorfiets, maar aan de achterkant zaten twee wielen met een laadbak. In 1928 verscheen het Kastendreirad, met een gesloten laadruimte. Er waren zelfs versies voor personenvervoer. Er werden er ca. 2.500 van geproduceerd. Ze kostten indertijd, afhankelijk van de uitvoering, tussen 1500 en 1830 Reichsmark. De productie lag een tijdje stil, maar werd in 1933 voortgezet, naast de kleine vrachtauto, de Schnelllieferwagen.

Jaren dertig Bedrijf Juist op het moment dat Hans-Friedrich Neumeyer, de zoon van de oprichter, in juli 1929 bedrijfsleider werd begon de motorfietsenverkoop in Duitsland te dalen. Ondanks de heersende recessie beleefde Zündapp in de jaren dertig grote technische vooruitgang. De slecht presterende kamzuiger-tweetakten kregen een door Richard Küchen ontwikkelde omkeerspoeling met vlakke zuigers. Zündapp werd daarop door DKW aangeklaagd, omdat het omkeerspoelingpatent van ingenieur Adolf Schnürle in handen was van DKW. Zündapp moest vanaf dat moment 6 Reichsmark per motor aan DKW betalen. In 1930 begon men zwaardere (viertakt)modellen te produceren. Aanvankelijk met blokken die als inbouwmotor werden ingekocht bij Rudge Python, maar later voor Zündapp werden ontwikkeld door Richard Küchen en Ernst Schmidt. 1932 was voor Zündapp een soort tussenjaar, in afwachting van de nieuwe motoren die door de gebroeders Küchen ontwikkeld gingen worden. Alle voorgaande modellen verdwenen en werden vervangen door drie modellen die slechts één jaar in productie zouden blijven. In 1933 verschenen liefst negen nieuwe modellen. Men bleef lichte tweetakten met kettingaandrijving produceren, maar de zware viertaktboxermotoren van de gebroeders Küchen waren helemaal nieuw en vooral de topmodellen K 600 en K 800 met hun vier cilinders waren spectaculair. Men keek nadrukkelijk naar de modellen van BMW en de letter "K", die in de jaren twintig nog voor Kettenantrieb had gestaan, werd nu voorbehouden aan de Kardanmodellen. Deze modellen hielpen Zündapp goeddeels uit de crisis: het marktaandeel steeg tot bijna 13%. Vooral BMW, dat zich vooral op zware modellen richtte, kreeg er een concurrent bij. Zündapp bracht een enorme hoeveelheid verschillende modellen uit, die soms maar marginaal van elkaar verschilden, maar toch werden plaat- en buisframes, langsgeplaatste- en dwarsgeplaatste motoren en ketting- en asaandrijving toegepast. De populaire modellen tot 200 cc bleven belangrijke producten. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werden een aantal modellen aangepast aan militair gebruik, vaak alleen door ze in een andere kleur te spuiten. In 1937 werd voor de oorlogsproductie de fabriek aan de Dieselstraße uitgebreid met het Werk II. Zelfs deze nieuwe fabriek kon de vraag niet aan, zodat de oude fabriek, die nu Werk I heette, ook aan deze productie moest werken. Zündapp had dus een meer dan goede relatie met het nazi-regime. Mogelijk was dat ook de reden van de naamsverandering in 1938 in Zündapp Werke G.m.b.H. Generaal Adolf von Schell had een plan bedacht om de Duitse auto- en motorfietsindustrie te standaardiseren. Als veel bedrijven gelijksoortige voertuigen zouden produceren zou dat de onderdelenvoorziening vereenvoudigen. De modellen van Zündapp, variërend van lichte, eenvoudige tweetakten tot zware viertakten en vooral veel geschikte zijspantrekkers, voldeden hierbij goed. In 1938 werd de 200.000ste Zündappmotorfiets geproduceerd. Het Schell-Plan werd op 2 maart 1939 ingevoerd. In dat jaar leverde Zündapp al 22.766 motorfietsen aan de Wehrmacht.

Motorfietsen Rekord, S 200 en S 300: De 200cc-Zündapp Rekord kwam in 1930 op de markt en was ten opzichte van de voorgaande modellen veel moderner vormgegeven. De machine had een zadeltank, een vissenstaartuitlaat en een soort ergonomiepakket: het stuur en de voetsteunen waren aan de lengte van de bestuurder aan te passen. Opvallend was dat de motor weer een rechtopstaande cilinder had, met de maten van de Z 200, maar met een vermogen van 6 pk. De eerste versie, de Rekord I, had nog magneetontsteking, de Rekord II uit 1931 had batterijontsteking. De S 200 had juist weer de hellende cilinder, maar week verder maar weinig af van de Rekord en leverde ook 6 pk. De S 300 (Stahlmodell) had deze hellende cilinder nu ook, maar leverde net als zijn voorganger Z 300 nog steeds 9 pk. Al deze modellen verdwenen in 1931 weer.