Mangroven zijn boom- of struiksoorten die vaak een opvallend boven de grond of het water uitstekend wortelstelsel bezitten en die voorkomen in tropische kustgebieden en rivierdelta’s met getijdewerking. Met de term ‘mangrove’ wordt ook het (bos)gebied aangeduid waarin deze soorten voorkomen. Mangroven zijn zeer belangrijk voor de biodiversiteit, kustbescherming, vastlegging van koolstof, waterzuivering en toerisme, maar worden wereldwijd sterk bedreigd.

Voorkomen en verspreiding thumb|In dierentuin Burgers' Zoo is een mangrove nagebootst in de Mangrovehal Mangroven of 'mangel' komen uitsluitend voor in tropische kustgebieden en rivierdelta's met een getij. Hierdoor worden deze gebieden regelmatig overspoeld en is de bodem meestal zout. Mangrovebossen kunnen zich vestigen langs lage en vlakke tropische kusten met warm zeewater en een niet te sterke golfslag. Ze groeien vooral op zoute slikgronden, maar er zijn ook zoetwatermangroven.

Mangroven hebben een hoge biodiversiteit. Dankzij de beschutting is het vaak een kraamkamer voor vissen en vogels. In de mangrove komt een grote variatie aan plantensoorten voor. In taxonomische zin bestaan de “echte” mangroven uit ongeveer 54 soorten in 20 geslachten behorend tot 16 families. Deze soorten komen alleen voor in de mangrovehabitats en sporadisch op andere plekken.Hogarth, Peter J. (1999). The Biology of Mangroves. Oxford University Press, New York. . De mangrove wordt door het WWF gezien als het 14e bioom. Het beslaat slechts 0,3% van het landoppervlak op aarde en is daarmee het kleinste landbioom.[old.unep-wcmc.org/medialibrary/2012/09/.../PA_coverage_ecoregions_1990-2010.xlsx unep-wcmc]. Mangroven bestaan al sinds het Carboon. Dit is met zekerheid vastgesteld aan de hand van ontelbare fossiele resten uit dit tijdperk. Deze bevonden zich op het ’supercontinent’ Gondwanaland, dat zich in het Paleozoïcum op het zuidelijk halfrond uitstrekte. Hierin kwamen ontelbare soorten bomen, planten, insecten en andere dieren voor. Veel soorten die in het Perm zijn uitgestorven – door immense klimaatsprongen – wijzen eenduidig op het bestaan van zo'n "supermangrove" met veel riviertjes, meren en drooggevallen eilandjes.

Anatomie en morfologie thumb|Verschillende wortelstelsels van mangrove De wortels van de mangrove houden zand en modder vast. In gebieden waar mangroven zijn gekapt, treedt vaak snelle erosie van de kustlijn op. Er zijn mangrovesoorten die dicht onder het grondoppervlak ver verspreide horizontale wortels vormen, waarop zogenaamde ademwortels staan. Dat zijn kegelvormige organen die boven de grond of het water uitsteken, waardoor bomen of struiken die in het water staan kunnen beschikken over lucht. Deze organen zijn bedekt met lenticellen, die nodig zijn voor gasuitwisseling, en hebben dwarse horizontale voedingswortels die ook aan de ademhaling bijdragen. Er zijn echter ook mangrovesoorten die geen ademwortels, maar luchtwortels vormen. Deze groeien vanuit de stam omlaag naar de bodem. Een voorbeeld hiervan zijn de wortels van de mangrovesoorten uit het geslacht Rhizophora. Die ontstaan uit de boomstam en groeien een stukje horizontaal om vervolgens naar de grond om te buigen. De stam komt zo op kromme stelten te staan. De stamvoet en de hoofdwortel van deze bomen sterven later af. De soorten uit het geslacht Bruguiera vormen knievormige ademwortels die veel lijken op de wortels van de soorten uit het geslacht Rhizophora, maar inwendig een andere bouw hebben.

Vermeerdering thumb|Xylocarpus granatum in een mangrovebos in de regio Daintree van Queensland, Australië De mangroveboomsoorten uit de familie van de Rhizophoraceae zijn levendbarend (vivipaar). Dat wil zeggen dat de zaden al kiemen in de vrucht. Bij sommige soorten blijven de kiemplanten nog een poosje aan de moederboom vastzitten. Zij ontwikkelen een speervormige wortel die, wanneer de kiemplant van de boom valt, diep in de grond dringt. Bij andere soorten kiemt het zaad ook in de vrucht, maar ontwikkelt het zich zodanig dat de vrucht blijft drijven wanneer deze van de boom valt. Zo verspreidt de soort zich.

Zonering Het voorkomen van de verschillende mangrovesoorten wordt in het algemeen bepaald door de eigenschappen van de groeiplaats. Een belangrijke rol spelen: 1) de hoogte van het bodemoppervlak ten opzichte van het gemiddelde zeeniveau en de daarmee samenhangende variatie van het getij (frequentie en duur van eb en vloed, met als uitersten laagtij en hoogtij); 2) de mate van golfslag; 3) het zoutgehalte van het water (zeewater of brak water); 4) de samenstelling van de bodem (zand, slib, modder of klei).Feller, I. C., & Sitnik, M. (1996). Mangrove ecology: a manual for a field course. Smithsonian Institution, Washington, DC, 1-135.Primavera, J. H., Savaris, J. P., Bajoyo, B. E., Coching, J. D., Curnick, D. J., Golbeque, R. L., ... & Koldewey, H. J. (2012). Manual on community-based mangrove rehabilitation. London, Zoological Society of London, Mangrove Manual Series, (1), 240. Aan de hand van deze vier factoren kunnen mangrovengebieden worden gezoneerd.

Mangroven komen voor in rivierdelta's en langs de kust. Mangrovesoorten kunnen worden ingedeeld op grond van de intergetijdenzone waar ze zich thuis voelen (laag, midden en hoog) en op grond van hun ligging in estuaria en rivierdelta's (stroomafwaarts, tussenliggend en stroomopwaarts).Primavera et al. op. cit. De bodem in de lage intergetijdenzone wordt alleen blootgesteld aan lucht bij het laagst voorkomende laagtij en is daarom voornamelijk marien van karakter. De bodem in de middelste intergetijdenzone wordt regelmatig blootgesteld aan lucht en overstroomt bij gemiddeld hoogtij. De hoge intergetijdenzone wordt alleen door water overspoeld tijdens het hoogste hoogtij (springtij) en is daarom voor het merendeel van de tijd terrestrisch van aard.

In mangrovengebieden langs de kust komen soorten voor die onder andere op een zandige ondergrond kunnen groeien en frequente en langdurige overstroming door zeewater en dus een hoog zoutgehalte verdragen. Deze zone wordt dagelijks beïnvloed door elk optredend hoogtij en is gevoelig voor erosie en langdurige blootstelling aan turbulente golfslag.Kathiresan, K. (2004). 3.2. Ecology and Environment of Mangrove Ecosystems. In Zuidoost-Azië bestaat deze mangrovegordel over het algemeen uit een groep van Avicennia marina en Sonneratia alba aan de zeezijde met direct daarachter Rhizophora apiculata en R. stylosa. De stroomafwaartse, laaggelegen soorten in het intergetijdengebied van West-Afrika en Midden- en Zuid-Amerika zijn Rhizophora mangle aan de zeezijde van de mangrovegordel en Avicennia germinans aan de landwaartse kant, terwijl Laguncularia racemosa verder in het binnenland groeit, ver boven de vloedlijn.Website Encyclopedia of Life. Weinig andere soorten worden hier aangetroffen in verband met hun lage weerstand tegen het hoge zoutgehalte en de sterke golfslag. De zeezijde van de mangrovegordel is dus relatief soortenarm.

Een grotere variatie aan soorten kan worden gevonden op hoger gelegen grond in de midden- tot landinwaartse delen van een mangrovegebied. Deze soorten groeien op een vastere bodem (modder of klei) en verdragen een minder frequente getijdeoverstroming. De landinwaartse zone wordt overstroomd tijdens het maximale hoogtij en valt meestal droog tijdens het laagtij. Deze zone is niet blootgesteld aan golfslag en kan zich enkele kilometers landinwaarts vanaf de kust uitstrekken. Enkele landinwaarts gelegen soorten in Zuidoost-Azië zijn Avicennia officinalis, A. rumphiana, Bruguiera gymnorhiza en Lumnitzera racemosa in kustgebieden met een hoog zoutgehalte en B. cylindrica, B. sexangula, Ceriops tagal, Heritiera littoralis, Sonneratia caseolaris en Xylocarpus granatum in tussenliggende tot stroomopwaartse brakwatergebieden. De 'Mangrove Palm' (Nypa fruticans) kan zelfs verder landinwaarts voorkomen, waar het brakwater overgaat in zoetwater.Middeljans, M. J. (2014). The species composition of the mangrove forest along the Abatan River in Lincod, Maribojoc, Bohol, Philippines and the mangrove forest structure and its regeneration status between managed and unmanaged Nipa palm (Nypa fruticans Wurmb).

Het zoutgehalte van mangrovebossen langs getijderivieren en kreken varieert met de verschillende seizoenen. Het neemt in de regentijd af door regenbuien en door toenemend debiet van rivieren. Het stijgt in de droge tijd door verdamping en afnemend debiet. Door zoetwateraanvoer vanuit het binnenland en de dagelijkse getijstromen komen grote hoeveelheden voedingsstoffen beschikbaar voor de mangroven. Deze influx van voedingstoffen en de afwezigheid van golven en stormen vormen perfecte groeiomstandigheden voor talrijke mangrovesoorten. Met ander woorden: de soortenrijkste mangrovebossen zijn te vinden langs getijderivieren.

Belang van mangroven voor de mens Mangroven zijn belangrijk voor de mens vanwege de grote verscheidenheid aan goederen en ecosysteemdiensten die ze bieden, waaronder het verstrekken van hout- en bosbijproducten, visproducten, ecotoerisme, waterzuivering, en hun rol bij het reguleren van diensten als kustbescherming en koolstofvastlegging.

Visserij Mangroven fungeren als leef- en kweekgebieden voor vele commercieel belangrijke vissoorten en andere mariene soorten en zijn daarom belangrijk voor de visserij.Tomlinson, P. B. (2016). The botany of mangroves. Cambridge University Press. Mangroven leveren voedingsstoffen aan mariene organismen via de detritus-voedselkringloop. De dichte Rhizophora-wortels bieden, als toevluchtoord, bescherming aan jonge vissen en dienen als groeisubstraat voor schaaldieren en weekdieren, in het bijzonder oesters.Hogarth, P. J. (2015). The biology of mangroves and seagrasses. Oxford University Press.

Ook de brakwaterpoelen in een mangrovegebied zijn het tehuis van geliefde vissoorten. In Suriname is dat bijvoorbeeld de blakatere, de kwiekwie en de platkopkwiekwie.

Hout en plantaardige producten thumb|Sonneratia alba in de Bahowo Swamp, Manado, Noord-Sulawesi Het hout van veel mangrovesoorten is sterk, duurzaam en rotbestendig en wordt door vele kustgemeenschappen gebruikt als bouwmateriaal en als brandhout. Commerciële houtkap vindt ook plaats in mangroven voor de productie van houtpulp, houtsnippers en houtskool. Met name de hardhoutsoorten uit de Rhizophora-, Bruguiera- en Ceriopsgenera worden gebruikt voor constructie- (voornamelijk palen voor huizenbouw) en brandhout.Baba, S., Chan, H. T., & Aksornkoae, S. (2013). Useful products from mangrove and other coastal plants. International Society for Mangrove Ecosystems. De Rhizophorasoorten zijn niet geschikt als timmerhout of voor het maken van meubels aangezien hun hout gemakkelijk splijt en vervormt. Mangrovesoorten uit de Heritiera- en Xylocarpusgenera produceren hout van hoge kwaliteit, maar komen vaak weinig voor en zijn moeilijk bereikbaar en daarom onaantrekkelijk voor de houtkap. Voor de productie van houtskool hebben Rhizophorasoorten de voorkeur boven Avicenniasoorten vanwege hun lagere vochtgehalte. De Avicenniasoorten hebben een laag soortelijk gewicht en daardoor een lage commerciële waarde, en worden voornamelijk gebruikt als brandhout.Website Encyclopedia of Life Van sommige mangrovesoorten wordt uit de bast looistof (tannine) voor visnetten gewonnen. De soort Poga oleosa (fam. Rhizophoraceae) heeft zaden die een kwalitatief zeer goede olie bevatten, vergelijkbaar met olijfolie. De Nypa fruticans biedt meerdere producten en wordt in Zuidoost-Azië gebruikt als dakbedekking, en voor de productie van suiker, alcohol en azijn.

Kustbescherming