thumb|Waldorfschool Michael Park in Auckland Het vrijeschoolonderwijs in Nederland, ook wel Waldorfonderwijs genoemd, is een onderwijsvorm gebaseerd op de educatieve filosofie van Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie. Zijn pedagogie streeft ernaar de intellectuele, artistieke en praktische vaardigheden van leerlingen op een geïntegreerde en holistische manier te ontwikkelen. Het ontwikkelen van de verbeeldingskracht en creativiteit van de leerlingen staat centraal. Eveneens staat het ontwikkelen van de sociale kwaliteiten en het kind centraal.

In Duitstalige landen wordt meestal gesproken van Freie Waldorfschule en in Engelstalige landen van Waldorf School. In 2019 waren er 1182 vrijescholen in 66 landen.

Het vrijeschoolonderwijs in Nederland omvat scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Vrijescholen spreken zelf van kleuterschool (4 tot 6 jaar), onderbouw (6 tot 12 jaar, klas 1 t/m 6) en bovenbouw (12 tot 18 jaar, klas 7 t/m 12). De klassen 7 en 8 worden ook wel middenbouw genoemd.

Ontstaan miniatuur|Rudolf Steiner in 1905 In 1919 vroegen de arbeiders van de Waldorf-Astoria sigarettenfabriek in de Duitse stad Stuttgart Rudolf Steiner een school op te richten waarin hun kinderen volgens de uitgangspunten van Antroposofie en Sociale Driegeleding zouden worden onderwezen. Emil Molt (1876 - 1936), eigenaar van de fabriek en sympathisant van Rudolf Steiner, faciliteerde deze Freie Waldorfschule. Het 'vrij' in de naam betekent dat het onderwijs zich zonder al te grote beïnvloeding door de overheid en het bedrijfsleven in vrijheid kon ontwikkelen. Rudolf Steiner baseerde zich gedeeltelijk op de methoden van al bestaande vernieuwingsscholen zoals Abbotsholme School (1889, Rocester, Verenigd Koninkrijk), de Odenwaldschule (1910, Heppenheim, Duitsland) en de Hermann-Lietz-Schule (1901, Haubinda, Duitsland).Matthias Fechner: "Gemeinsame Aspekte der frühen Reformschulen und der entstehenden Waldorfschule", in Info3, juni 2016 Naar het voorbeeld van deze school werd in 1923 in Den Haag de eerste Nederlandse vrijeschool opgericht. De eerste Belgische steinerschool werd in 1954 in Antwerpen geopend.

Nederland Geschiedenis "De Vrije School" in Den Haag werd in 1923 opgericht in nauwe samenwerking met Rudolf Steiner, de internationale Antroposofische Vereniging in Dornach (Zwitserland) en de Nederlandse Antroposofische Vereniging. Op verzoek van Rudolf Steiner werd Henri Zagwijn tot directeur benoemd. Tot de pioniers van de Haagse vrijeschool behoorden enkele prominente antroposofen, waaronder Daniel van Bemmelen en zijn echtgenote Emmy Smit, Elisabeth Vreede, Elisabeth Mulder, Max Stibbe, Willem Zeylmans van Emmichoven, en Jan en Catrien Van Wettum. De school begon met tien kinderen in een huiskamer in de Columbusstraat. In 1929 werd het huidige schoolgebouw aan de Waalsdorperweg geopend. In 1982 werd aan de Abbenbroekweg een nieuw gebouw voor de basisschool geopend.

In 1936 werd de Amsterdamse Geert Groote School geopend. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de vrijescholen gesloten en werd clandestien lesgegeven. De echte doorbraak kwam in de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw. In twintig jaar tijd werden zeventig scholen gesticht. In die tijd werd ook de Vrije Pedagogische Akademie te Zeist (later Hogeschool Helicon, nu: Vrijeschool Pabo te Leiden) opgericht.Bron: Jelle van der Meulen en Hanneke Steutel: Onderwijs met hart en ziel, de dagelijkse praktijk in de Vrije Scholen, Zeist, 1991, p. 89

In 2020 telde Nederland 88 bekostigde vrijescholen voor primair onderwijs en 26 bekostigde vrijescholen voor voortgezet onderwijs.

De Nederlandse vrijescholen worden beschouwd als scholen voor bijzonder onderwijs. De methode is door de antroposofie geïnspireerd, maar er wordt geen antroposofie onderwezen.

Toezicht Nederlandse vrijescholen staan net als andere Nederlandse scholen onder toezicht van de Inspectie van het Onderwijs. April 2018 stonden 113 objecten van het vrijeschoolonderwijs onder dit toezicht. Volgens het schema van die peildatum voldeden 103 objecten van de Nederlandse vrijescholen aan de toetsingskaders, 6 objecten werden niet beoordeeld en 4 waren zwak of onvoldoende.Rapport Onderwijsinspectie 1 april 2018 Schema Oktober 2018 voldeden twee objecten na herstelonderzoek en waren er op dat moment twee van de 113 onderzoekobjecten zwak.Lijst met de 113 beoordelingen van de vrijescholenscholen - 29 augustus 2018 4 oktober 2018 De meeste scholen staan onder basistoezicht en genieten daarmee het vertrouwen van de Onderwijsinspectie.Toezichtskaart Inspectie van het Onderwijs 2018 In 2018 stonden er geen vrijeschoolbesturen op de lijst van verscherpt financieel toezicht.Besturen onder aangepast financieel toezicht, Inspectie van het Onderwijs, Ministerie OCW, Utrecht 2018

In Nederland worden de meeste vrijescholen bekostigd volgens de regeling voor bekostiging van het bijzonder onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs deelt ze in als 'Vrije school' binnen de denominatie antroposofisch. Er zijn ook enkele particuliere vrijescholen. Die noemen zich ter onderscheiding van de door de overheid bekostigde vrijescholen vaak Staatsvrije school. In Vlaanderen vallen de steinerscholen onder de alternatieve scholen.Eurydice Overzicht van het onderwijssysteem in de Vlaamse Gemeenschap Het door de overheid gesteunde privéonderwijs wordt georganiseerd door een privépersoon of organisatie. Het netwerk bestaat voornamelijk uit katholieke scholen. Naast confessionele scholen omvat het scholen die niet aan een religie zijn gekoppeld, bijv. Alternatieve scholen (op basis van de ideeën van Freinet, Montessori of Steiner) die specifieke lesmethoden toepassen.

Leerrendement Volgens een in 2009 gepubliceerd onderzoek presteren leerlingen van vrijescholen voor voortgezet onderwijs minder goed in de vakken wiskunde en Nederlands ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit werd volgens het onderzoek geweten aan leerachterstanden op de vrije basisscholen.H. Steenbergen, Vrije en reguliere scholen vergeleken. Een onderzoek naar de effectiviteit van Vrije scholen en reguliere scholen voor voortgezet onderwijs, 2009 Anderzijds bleek uit het onderzoek dat vrijeschoolleerlingen meer motivatie toonden in hun leerattitude.

Overheidseisen Onder invloed van strenger wordende overheidseisen werd vanaf 2000 een aantal bestuurlijke en inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. Vóór 2000 werden de meeste scholen door leerkrachten en ouders bestuurd. Na 2000 verenigden deze scholen zich onder een beperkt aantal professionele regionale besturen en werd per school een schoolleider aangesteld. Ook werden de zevende klassen, die tot dan toe bij de onderbouw hoorden, afgeschaft of naar de bovenbouw overgeheveld. Sindsdien worden de zevende en achtste klassen samen ook wel middenbouw genoemd.

Inhoudelijk betekent het overheidsbeleid dat een aantal door Rudolf Steiner ontwikkelde uitgangspunten moest worden verlaten. Met name het afnemen van toetsen en het differentiëren naar intelligentieniveau vormen concessies ten opzichte van het oorspronkelijke leerplan. Op de middelbare vrijescholen zijn eindexamens ingevoerd. Die worden afgenomen in klas 10 of 11 (VMBO-tl), klas 11 of 12 (HAVO) en klas 12 (VWO). Tot 2000 werden leerlingen in een dertiende jaar voorbereid op een HAVO- of VWO-examen. Betrokkenen verschillen van mening of dit een goede ontwikkeling is en hoeveel aanpassing een school aankan zonder het eigen karakter te verliezen. Iedere school probeert op haar eigen manier een nieuwe balans te vinden.Zie voor gedetailleerde informatie de website van de Vereniging van vrijescholen De Bergense Adriaan Roland Holstschool heeft tot het schooljaar 2008/9 weten vast te houden aan het oude model van gelijk onderwijs tot en met de twaalfde klas, waarna in een dertiende klas op het HAVO- of VWO-examen kon worden voorbereid.

Enkele scholen hebben zich tot het uiterste tegen inmenging door de overheid verzet. In 1997 is in Oosterhout (nu Breda) de Staatsvrije vrijeschool Anfortas als particuliere dagschool (z.g. B3-school) opgericht in een poging om zich aan te veel overheidstoezicht te onttrekken. De Onderwijsinspectie beoordeelde deze basisschool in 2007 positief. In Culemborg is sinds 2004 de ongesubsidieerde Staatsvrije vrijeschool De WerfKlas gevestigd. Ook bijvoorbeeld Waldorfschool Zeevonk in Den Haag is vrij van staatssubsidie.

Scholen In 2017 telde Nederland tachtig bekostigde vrijescholen voor primair onderwijs en achttien bekostigde vrijescholen voor voortgezet onderwijs. Deze scholen zijn aangesloten bij de Vereniging van Vrije Scholen. Bovenbouwen zijn gevestigd in Amsterdam, Bergen, Den Haag, Eindhoven, Groningen, Haarlem, Heerlen, Leiden, Maastricht, Nijmegen, Breda, Rotterdam, Zeist, Zutphen, Zwolle, Roermond en Tilburg.

In Amsterdam, Brummen, Tilburg, Zeist en Zutphen zijn vrijescholen voor speciaal basisonderwijs. In Zutphen en Rotterdam zijn er ook middelbare vrijescholen. In Utrecht, Amsterdam, Brummen en Zeist zijn vrijescholen voor speciaal voortgezet onderwijs. De Vrije School Parcival in Amstelveen heeft een 'instapklas' voor leerlingen met een verstandelijke beperking. In Rotterdam is een ouderinitiatief voor de oprichting van een vrijeschool voor speciaal onderwijs (2018).

In Zeist bevindt zich de Vrije Hogeschool, die in 1971 werd opgericht door Bernard Lievegoed als oriëntatiejaar als vervolg op het reguliere voortgezet onderwijs. In Utrecht is ook een vrijeschool voor voortgezet onderwijs (vwo, havo, mavo): Waldorf van het Gregorius College.

Hogeschool Leiden huisvest de Vrijeschool Pabo, een lerarenopleiding voor vrijeschoolonderwijs. Voorheen was dit de Vrije Pedagogische Academie en later Hogeschool Helicon te Zeist. De Hogeschool Leiden huisvest ook het Lectoraat Waarde(n) van Vrijeschoolonderwijs.

Bestuurlijke indeling Scholengemeenschap voor Voortgezet Vrije Schoolonderwijs (Zeist-Nijmegen-Eindhoven) Stichting Vrije Scholen Zuidwest Nederland (Leiden-Den Haag-Rotterdam) Stichting de Vrije School Noord en Oost Nederland (Groningen en driemaal Zutphen) (hier wordt o.a. objectvormgeving gegeven) Stichting Vrije Scholen Voortgezet Onderwijs Noord-Holland (Bergen, Haarlem, Amsterdam) Het Bernard Lievegoed College in Maastricht en de Vrijeschool Parkstad in Heerlen vallen bestuurlijk onder Stichting LVO (Limburgs Voortgezet Onderwijs). (Het Bernard Lievegoed College valt per 1-8-2020 niet meer onder het Bonnefanten College; de Vrijeschool Parkstad vormt per 1 augustus 2020 tezamen met Compass te Brunssum formeel -ze vallen onder hetzelfde Brinnummer- één school met één rector.) De bovenbouw van Breda valt onder het Michaëlcollege in Breda.

België (Vlaanderen) De eerste steinerschool in België werd in 1954 geopend in Antwerpen. Het initiatief werd in 1948 genomen door de Edegemse notaris Emile Gevers, bijgestaan door de pioniers van de vrijeschool in Nederland. De school noemde zich pluralistisch en was formeel niet aan een politieke of religieuze stroming verbonden.

Bij de opening waren ook bekende antroposofen uit het buitenland aanwezig, waaronder Herbert Hahn en Ernst Lehrs uit Duitsland, Werner Pache uit Zwitserland en Wilhelm Rath uit Oostenrijk en uit Nederland kwamen Willem Zeylmans van Emmichoven, Bernard Lievegoed, Max Stibbe, Frits Julius, Matthieu Laffree, Kees Van Der Linden, Daan van Bemmelen en Willem Veltman aanwezig. Daan van Bemmelen bleef als adviseur nauw bij de school betrokken.

In 1971 werd in Antwerpen de Parcivalschool voor buitengewoon onderwijs opgericht, waar leerlingen met leerproblemen terechtkonden. In 1976 volgde Lier, in 1978 Gent, in 1979 Brugge, in 1982 Leuven. In 2018 telde België 21 Steinerscholen.

Pedagogische visie thumb|De 'G' van gans thumb|De 'K' van koning thumb|De Vrije School in Utrecht thumb|Klaslokaal van een vrijeschool