thumb|Leden van het eerste exercitiegenootschap De Vrijheid, opgericht in Dordrecht in 1783

De patriotten in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden waren burgers van goeden huize die aan het einde van de 18e eeuw democratisering van het landsbestuur wilden stimuleren door aan het, zoals zij dat zagen, falende absolutistische bestuur van stadhouder Willem V, prins van Oranje-Nassau, een halt toe te roepen. Zij eisten hervormingen in het bestuur, begonnen zich te wapenen en vormden zo in de loop der jaren in steeds meer steden een macht die onder meer aandrong op een verkiezing van het stadsbestuur, de vroedschap, door vooraanstaande bewoners van de betreffende stad. Aanhangers van de stadhouder ging men prinsgezinden of orangisten noemen, de patriotten werden ook kezen genoemd.

In 1786 en 1787 braken er op sommige plaatsen gevechten uit, zodanig dat er een korte burgeroorlog woedde. Een Pruisisch leger viel met 19.000 man in september–oktober 1787 de Republiek binnen en ondervond daar niet veel weerstand. Zo kon snel de macht van Willem V worden hersteld (Oranjerestauratie), waarna het stadhouderlijk stelsel nog zeven jaar kon worden voortgezet. Duizenden patriotten vluchtten naar Frankrijk en kwamen pas terug na de succesvolle revolutionaire Franse veldtocht in de Nederlanden (1792–1795), waar sommigen aan deelnamen in het Bataafs Legioen. De jaren 1780–1787 waarin de patriotten de Nederlandse politiek domineerden wordt wel de Patriottentijd genoemd.

Achtergrond Etymologie De term patriot (van het Griekse πατριώτης [patriootes], "landgenoot") was in de 17e eeuw al eens gehanteerd door anti-Orangisten, maar toen Franse troepen de Republiek binnenvielen in 1747, waren er zichzelf "patriotten" noemende burgers die de terugkeer van het Oranje stadhouderschap eisten, hetgeen het einde betekende van het Tweede Stadhouderloze Tijdperk (1702–1747). Vanaf 1756 zouden republikeinse regenten wederom de naam "patriotten" aannemen. De prinsgezinden trachtten de term weliswaar opnieuw toe te eigenen, maar werden in het defensief gedrongen, wat bleek toen een van hun weekbladen zich hernoemde tot De Ouderwetse Nederlandsche Patriot. Patriottisme en anti-Orangisme waren synoniem geworden., De Lage Landen 1780-1980. Twee eeuwen Nederland en België. Deel I: 1780–1914 (2005) 45. Amsterdam/Antwerp: Olympus (deel van Atlas Contact).

Aristocraten en democraten De patriotten kunnen ruwweg worden verdeeld in twee aparte groepen: aristocraten en democraten. De aristocratische patriotten (ook wel oudpatriotten genoemd), aanvankelijk de sterksten, kunnen als oppositionele regenten worden beschouwd, die ofwel in de zittende facties probeerden door te dringen ofwel het "Loevesteinse" ideaal van een republiek zonder Oranje poogden te bereiken; zij kwamen voort uit de Staatsen. De democratische patriotten ontstonden later en vonden hun aanhang vooral in de burgerij buiten de regentenklasse; zij streefden naar democratisering van de Republiek.Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. "patriotten". Microsoft Corporation/Het Spectrum.

Motieven De patriotten – vaak uit christelijke, maar ook uit seculiere verlichte kringen – waren beïnvloed door de ideeën van Jean Jacques Rousseau over de volkssoevereiniteit en algemene wil. De patriottenbeweging was enerzijds een reactie van regenten die hun macht ingeperkt zagen door de Regeringsreglementen van 1748. Willem V had daarmee benoemingsrechten verkregen waarmee een patronagestelsel was ontstaan. Daarmee was een constructie ontstaan waarbij de regenten afhankelijk werden van de erfstadhouder, die een dienaar was van de staten en daarmee van hen. Naast deze oudpatriotten ontstond een democratische beweging die juist bezwaar maakte tegen het oligarchische karakter van het bestuur. Deze patriotten wilden dat vroedschappen niet langer zichzelf aanvulden vanuit de heersende oligarchie van regentenfamilies, maar dat grotere delen van de burgerij erin werden vertegenwoordigd. Dat katholieken en doopsgezinden in geen enkel bestuur zaten, was voor hen onverteerbaar.Moderne Nederlandse democratie begon in Heusden historiek.net Verder moesten niet de vroedschappen of de stadhouder, maar de burgers hun burgemeesters en bestuurders kiezen.

Hoewel de motieven dus van verschillende aard waren, noemden de anti-orangisten zich allen patriotten, al steunden niet alle anti-orangistische regenten de toenemende politieke participatie van de burgers. Zij vreesden de mogelijke democratische beweging waardoor zij mogelijk meer zouden verliezen dan winnen en werden aristocraten genoemd.

Patriotten waren voorvechters van een meer representatieve volksvertegenwoordiging, vrijheid van vergadering en vrijheid van meningsuiting. Vanaf 1781 verzetten ze zich tegen de aristocratie met haar lucratieve en erfelijke ambten, privileges en pro-Engelse houding. De ideeën over gelijkheid van protestanten, joden, dissenters en katholieken waren afkomstig van Franse en Schotse natuurfilosofen ten tijde van de Verlichting.

Programma Het programma van de patriotten kan in drie punten worden samengevat: herstel van de macht van de Republiek met als voorbeeld de (staatsgezinde) leiders uit de 17e eeuw, zoals Johan de Witt en Johan van Oldenbarnevelt; herstel van medezeggenschap uit de tijd van voor de Unie van Utrecht, toen de schutterij nog invloed kon uitoefenen op het stadsbestuur; materiële en morele herbewapening, dat wil zeggen democratische of politieke scholing van de leden schutterij. Daarbij werden alle mogelijke middelen met veel bevlogenheid ingezet, zodat de patriotten voor tijdgenoten het onderwerp werden van spot.

Vroege geschiedenis (1775-1782) Amerikaanse Revolutie De patriotten werden actief toen handelsbetrekkingen en nieuwe afzetmogelijkheden met de Verenigde Staten, zowel in de Republiek en als in West-Europa een grote rol speelden. Van groot belang waren de heersende ideeën om uitgesloten burgers bij bestuur en de politiek te betrekken. Op die manier zou niet alleen de invloed van de bevolking toenemen, maar ook een andere koers kunnen worden gevaren tegenover Engeland, dat zich op veel terreinen oppermachtig manifesteerde. De patriotten raakten geïnspireerd door de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog (1775-1783) en -Verklaring (1776) en waren derhalve anti-Engels en pro-Frans. Dit in tegenstelling tot Oranjes, die verwant waren aan het Britse (en Pruisische) koningshuis, zich tegen een democratisch-republikeinse revolutie keerden en Londens aanspraken op de Amerikaanse koloniën verdedigden.

1780 wordt over het algemeen gezien als het beginpunt van het grote conflict tussen patriotten en prinsgezinden. Toen de Republiek dreigde toe te treden tot de Verbond van Gewapende Neutraliteit om haar recht om te handelen met de opstandige Amerikaanse koloniën, verklaarde Groot-Brittannië de oorlog: de Vierde Engels-Nederlandse Oorlog (1780–1784). De patriotten grepen de gelegenheid aan om te proberen zich geheel van Oranje te ontdoen en gingen een bondgenootschap aan met de Amerikaanse republikeinse rebellen., 46. De Orangisten wilden de oorlog niet, omdat zij daarmee gedwongen waren om tegen hun Britse bondgenoten te vechten.

Strijd om de publieke opinie thumb|Joan Derk van der Capellen tot den Pol schreef anoniem het patriotse pamflet Aan het Volk van Nederland. Met het verschijnen van het patriottisch tijdschrift De Post van den Neder-Rhijn in januari 1781Theeuwen, P.J.H.M. (2002) Pieter 't Hoen en de Post van den Neder-Rhijn, p. 131. werd in de Nederlanden de periodieke politieke opiniepers geboren. & (1987) Voor Vaderland en Vrijheid. Revolutie in Nederland 1780-1787. Cat. Centraal Museum Utrecht, p. 21. Volgens dominee François Adriaan van der Kemp is de Vierde Engelse Zeeoorlog aangegrepen om tot een theoretische en praktische bevatting van 's Volks Rechten te komen.Staatkundige aanmerkingen dienende tot nadere verklaring van de waare bedoeling der befaamde leerrede, genaamd Het Gedrag van Israël en Rehabeam ten Spiegel van Volk en Vorst. Over I Kon: XII 3b - 20a. Uitgegeven door den wijdvermaarden Fr. Adr. Van der Kemp, 's Gravenhage 1783, p. 21. Niedersächs. Staatsarchiv Wolfenb. 1 Alt 22 Nr. 1740-141.

Een ander prominent patriot was Joan Derk van der Capellen tot den Pol, die in 1778 uit de Overijsselse Staten werd gezet vanwege zijn pro-Amerikaanse houding. Ook had hij een boek vertaald over burgerbewapening, met nieuwe ideeën uit Schotland. In het volgens justitie zeer oproerig en lasterlijk libel of geschrift Aan het Volk van Nederland, anoniem verspreid in september 1781, met scherpe kritiek op de stadhouder, riep Van der Capellen op tot het indienen van petities en naar Zwitsers voorbeeld tot burgerbewapening om die vrijheid te verdedigen. Ten eerste om misstanden aan de kaak te kunnen stellen zoals regenten, die onderling baantjes verdeelden, ruilden of verkochten. Ten tweede om de incapabele en weifelachtige stadhouder Willem V, beschuldigd van willekeur, te controleren en in zijn naar absolutisme neigende macht in betrekking tot de vroedschappen te beperken. Vooral in de gewesten Utrecht (sinds de Hollandse Oorlog (1674), Overijssel (sinds de Tweede Münsterse Oorlog) en Gelderland had de erfstadhouder in 1747 veel voorrechten verkregen.

Patriotse organisatie Niet alleen op de stadhouder, zijn "eerste minister", de hertog van Brunswijk en het leger was kritiek, ook op de verstarde structuur van de schutterij, de gilden en het polderbestuur en het dijkwezen. Veel patriotten waren actief in de Oeconomische Tak, die onderzoek, opleiding en nieuwe werkgelegenheidsprojecten stimuleerde. In plaatsen, waar de vroedschap veel patriotten telde, lukte het de invloed van de stadhouder op de benoemingen in de stadsregering te beperken, bijvoorbeeld in Utrecht, Heusden, Alkmaar, Wijk bij Duurstede en Bolsward, waar respectievelijk Cornelis van Foreest, François Adriaan van der Kemp en Cornelis van den Burg veel invloed hadden.

Tot ver in de 19e eeuw waren er geen politieke partijen in Nederland en werd het plaatselijke en landelijke beleid beheerst door de verschillende facties, die de handen ineen sloegen. Er ontstond meer overleg tussen de steden en hun provinciale afgevaardigden om tot hervormingen te komen. De patriotten verzamelden zich ieder jaar rond 5 augustus om de Slag bij de Doggersbank (1781) te herdenken en om het belang van een goede vloot te propageren.Grijzenhout, F. & N.C.F. van Sas (1987) Voor Vaderland en Vrijheid. Revolutie in Nederland 1780-1787. Cat. Centraal Museum Utrecht, p. 18. Het volgende doel was een zo goedkoop mogelijk en vrijwillig provinciaal leger te organiseren, en om het grote aantal buitenlanders in het Staatse leger te beperken.

Opkomst exercitiegenootschappen (1783-85) thumb|Een patriottische spotprent uit 1784 die de Rotterdamse prinsgezinde vrouwen Kaat Mossel en Keet Zwenke (Ruige Keet) belachelijk maakt. Het eerste exercitiegenootschap de Vrijheid werd in 1783 in Dordrecht opgericht. Het genootschap in Rotterdam werd in 1784 verboden, nadat op 3 april rellen waren uitgebroken en vier doden en drie gewonden waren gevallen. Een excercitiegenootschap of vrijkorps in Utrecht nam de zinspreuk aan 'pro patria et libertate' – hetgeen wil zeggen voor vaderland en vrijheid. Op een van de vaandels van een excercitiegenootschap stond een arm met een olijftak en achter die olijftak een zwaard in de vuist, met het bijschrift 'ad utrumque paratus' – hetgeen wil zeggen bereid tot zowel het een als het ander. Enkele leden van vrijkorpsen waren betrokken bij vijandelijkheden met soldaten.Dr. J.A Wijnne - Geschiedenis van Nederland, J.B. Wolters te Groningen, zevende druk, 1886, blz. 318

Kaat Mossel en Ruige Keet speelden een prominente rol en de "stadhouderes van 't graauw" werd gearresteerd. Het dragen van kleurige symbolen werd verboden. Veel patriotten droegen vervolgens een zwart lint aan hun hoed in de vorm van de V van "vrijheid".