Jeffrey Lionel Dahmer (21 mei 1960 – 28 november 1994) was een Amerikaanse seriemoordenaar, necrofiel en kannibaal. Men noemt hem vaak "the Milwaukee cannibal". Zeventien mannen en jongens die hij aantrekkelijk vond overleden, in zijn streven om de volledige controle over hun lichaam te hebben. Een aantal van hen vermoordde hij direct, maar bij anderen injecteerde hij zoutzuur of kokend water in de hersenen (een soort primitieve vorm van lobotomie) met de bedoeling willoze seksslaven van hen te maken, wat onbedoeld na enkele dagen tot de dood leidde.

De Dahmer-zaak is niet alleen opmerkelijk vanwege diens daden, maar ook vanwege nalatigheid van de politie.

Levensloop

Jeugd Jeffrey Dahmer werd op 21 mei 1960 geboren als zoon van gepromoveerd scheikundige Lionel Herbert Dahmer en Joyce Annette Dahmer-Flint. Hij groeide op in Bath, Summit County (Ohio).

Op 18 december 1966 kreeg Jeffrey een broertje wiens naam hij mocht kiezen. Hij koos de naam David.

In 1970, tijdens een familiediner met kip, vroeg hij aan zijn vader wat er zou gebeuren als men de kippenbotten zou bleken. Zijn vader vatte deze vraag op als een teken van belangstelling voor scheikunde en legde Jeffrey uit hoe je producten chemisch kunt oplossen. Deze methode zou Dahmer later ook gebruiken voor zijn slachtoffers.

Jeffrey was eerst een gelukkig kind, maar vanaf zijn zesde vereenzaamde hij in toenemende mate. Hij raakte meer en meer gefascineerd door dierenbotten en dode dieren. Hij ging op zoek naar overreden dieren om ze te kunnen ontleden, waarvoor zijn verklaring aan zijn klasgenoten was dat hij het 'fascinerend' vond te weten hoe deze dieren in elkaar zaten. Zijn ouders gaven hem weinig aandacht aangezien zijn moeder depressief was en zijn vader het te druk had met werken. Wanneer zijn vader 's avonds thuiskwam had zijn moeder alle aandacht nodig.

Jeffrey had weinig vrienden, onder wie de latere striptekenaar Derf Backderf met wie hij rond zijn 15de het contact verloor. Dahmer stond erom bekend soms bizarre grappen uit te halen, wat bekend stond als ´doing a Dahmer´. Zo deed hij bijvoorbeeld, na hiertoe tegen betaling door klasgenoten te zijn overgehaald, alsof hij een epileptische aanval kreeg, in een winkelcentrum.

In zijn middelbareschooltijd begon hij te drinken. Toen hij de middelbare school verliet was hij reeds verslaafd aan alcohol. Rond die tijd, in 1977, scheidden zijn ouders. Backderf publiceerde later, met als basis zijn eigen ervaringen, het verhaal van Dahmers jeugd tot diens eerste moord, in de vorm van het stripverhaal My Friend Dahmer My Friend Dahmer - gehele boek. Gearchiveerd op 28 oktober 2020. (in het Nederlands verschenen als Mijn Vriend Dahmer), met achterin nog een gedeelte met toelichtingen in tekstvorm. Dit boek is tevens verfilmd.

Jeffrey ontdekte dat hij homoseksueel was en zijn seksualiteit raakte vervlochten met zijn fascinatie voor de dood en zijn verlatingsangst. Hij verlangde daarom naar een seksuele relatie met een man die zich niet zou verzetten, die al zijn seksuele wensen vervulde en die voor altijd bij hem bleef. Hieruit ontwikkelde zich zijn necrofilie (doden verzetten zich niet) en zijn kannibalisme (zodat zijn slachtoffers deel van hem werden en voor altijd bij hem bleven). Hij fantaseerde over een liftende jongeman die hij naar huis zou meenemen om seks met hem te hebben. Naar eigen zeggen bezocht hij de wake van een omgekomen jonge man en raakte daarbij zo opgewonden dat hij zich op het toilet terugtrok om te masturberen. Hij zou later veelvuldig seksuele contacten hebben, ook met mannen die hij niet zou vermoorden. Hij weigerde echter een passieve rol te spelen, hij wilde altijd de volledige controle.

Eerste moord In juni 1978, enkele weken na afronding van zijn middelbareschoolopleiding, pleegde hij zijn eerste moord. Door de scheiding van zijn ouders woonde hij tijdelijk alleen in zijn ouderlijk huis. Zijn vader woonde in een motel in de buurt en zijn moeder was kort ervoor met zijn jongere broer verhuisd naar Wisconsin.

Op 18 juni 1978 gaf hij Steven Mark Hicks een lift en zag hij kans hem mee te lokken naar zijn woning, waar hij hem alcohol aanbood. Toen Hicks wilde vertrekken, zag Dahmer dit niet zitten en vermoordde hem met een metalen halter van 4,5 kg door hem er eerst mee te slaan en daarna mee te wurgen. Hij ontleedde het lichaam, verborg het tijdelijk in de kruipruimte en begroef het daarna in de achtertuin. Later groef hij de resten op. Hij loste het vlees op in bijtend zuur en spoelde dat door het toilet. De botten verbrijzelde hij met een moker alvorens deze in de bossen achter het huis te verspreiden.

Tot 1991 bleef onbekend wat er met de vermiste Hicks gebeurd was, maar dat jaar werd bekend dat Dahmer hem vermoord had en later nog zestien moorden gepleegd had. Na deze moord nam hij zijn toevlucht tot religie, ging vaak naar de kerk en bracht veel tijd door met bidden. Naar eigen zeggen wilde hij zo zijn seksuele lusten de rug toekeren, maar keerden deze terug toen een jongen in de bibliotheek hem een briefje met een seksuele uitnodiging (waar hij naar eigen zeggen niet op inging) toespeelde.

Universiteit, leger en chocoladefabriek Dahmer toonde geen enkele motivatie om een carrière op te bouwen en ging slechts aan Ohio State University studeren omdat zijn vader en diens nieuwe vrouw Shari daarop aandrongen. Na het eerste trimester, waarin hij vrijwel nooit nuchter was, gaf hij zijn studie op. Zijn vader stelde hem daarop voor de keuze een baan te zoeken of het leger in te gaan. Toen hij zelf geen keuze maakte en voortdurend bleef drinken, reed zijn vader hem uiteindelijk zelf naar het rekruteringsbureau van het leger.

Na het afronden van zijn initiële militaire opleiding, volgde hij een opleiding tot hospik en werd daarna in West-Duitsland gelegerd. In het leger ging het eerst goed, maar ging hij vervolgens weer toegeven aan zijn morbide neigingen. Als hospik kreeg Dahmer les over het gebruiken en doseren van verschillende verdovende middelen. Hij stal deze middelen vervolgens bij opslagruimtes, om ze later te kunnen gebruiken om andere soldaten te misbruiken. In die tijd meldde een soldaat aan een meerdere dat hij vaker misbruikt zou zijn door Dahmer. Deze melding werd echter niet serieus genomen en bleef onbehandeld. Dahmer werd uiteindelijk door zijn alcoholproblemen en enkele misdragingen beoordeeld door zijn commandant. Hij kreeg in 1981 een volledig eervol ontslag vanwege zijn alcoholproblemen, omdat zijn commandant van mening was dat Dahmer’s alcoholproblemen buiten het leger zouden verminderen.

Na enige tijd in Miami door te hebben gebracht, keerde hij terug naar zijn vader en stiefmoeder in Ohio. Daar werkte hij enige tijd in een slagerij. In 1982 trok hij in bij zijn oma in zijn geboorteplaats West Allis, bij Milwaukee. Uiteindelijk vond hij hier een baan in een chocoladefabriek.

Vreemd gedrag, nog drie moorden, en aanrakingen met justitie voor lichtere vergrijpen In de zes jaar dat Dahmer bij zijn oma woonde, vertoonde hij steeds vreemder gedrag. Hij verzamelde dode dieren en loste ze in de kelder met chemicaliën op. Dit veroorzaakte de nodige stankoverlast. Ook stal hij een mannelijke etalagepop uit een kledingwinkel en vond zijn oma een .357 Magnum onder zijn bed. Hij ging naar gay sauna's, waar hij bij zijn sekspartners slaapmiddel in hun drankje deed om ongestoord hun lichaam te kunnen misbruiken. Dit stopte toen een van hen door het slaapmiddel een week in het ziekenhuis terechtkwam en Dahmer vervolgens de toegang tot de sauna werd ontzegd.

Verder kwam Dahmer meerdere malen in aanraking met justitie. Na in 1981 al te zijn gearresteerd wegens openbare dronkenschap, werd hij in 1982 en 1986 aangehouden wegens onzedelijk gedrag, waarvan de tweede keer wegens masturbatie in het bijzijn van twee minderjarige jongens. Deze tweede arrestatie leverde hem een voorwaardelijke gevangenisstraf op. Al deze overlast leidde ertoe dat zijn oma hem niet meer in huis wilde hebben en hem de deur wees.

Op 15 september 1987, negen jaar na zijn eerste moord, ging Dahmer met de 26-jarige Steven Tuomi als sekspartner naar een hotel en diende hem een slaapmiddel toe. De volgende morgen zag hij dat Tuomi dood was. Dahmer zou zich niet hebben herinnerd wat er gebeurd was, en de conclusie hebben getrokken dat hij Tuomi dood had geslagen. Op 1 januari 1988 vermoordde hij de veertienjarige Indiaanse jongen James "Jamie" Doxtator en op 24 maart van hetzelfde jaar de Mexicaan Richard Guerrero.

Op 26 september 1988, de dag voor hij een nieuwe woning zou betrekken, werd hij gearresteerd wegens het drogeren en misbruiken van een dertienjarige etnisch Laotiaanse jongen genaamd Somsack Sinthasomphone. Dit leverde hem een veroordeling op van zes jaar gevangenisstraf, waarvan vijf jaar voorwaardelijk. Bovendien werd hij als zedendelinquent geregistreerd. Zijn gevangenisstraf diende hij onder een 'work release'-regime, waarbij hij slechts zijn vrije tijd in de gevangenis moest doorbrengen en buiten de gevangenis zijn baan mocht behouden. Na zijn vervroegde invrijheidstelling tien maanden later trok hij alsnog in zijn nieuwe woning.

Lionel Dahmer stond zijn zoon na iedere arrestatie bij en betaalde diens advocaat.

Nog dertien moorden Met de moorden op Tuomi, Doxtator en Guerrero ontwikkelde Dahmer zijn werkwijze. Hij hing rond bij homobars en -badhuizen, op zoek naar een slachtoffer. Wanneer hij iemand had gevonden, probeerde hij hem mee te lokken onder het mom van seks voor wederzijds genoegen, of bood hij geld voor de seks of voor het maken van naakt- of homo-erotische foto's. Vervolgens drogeerde hij zijn slachtoffer door hem een drankje met daarin verpulverde slaaptabletten aan te bieden. Wanneer het slachtoffer dan uiteindelijk weerloos was, werd hij gewurgd. Hierna had Dahmer vaak orale of anale seks met het lijk, waarna hij het ontleedde. Ook masturbeerde hij weleens bij de lichamen. Hierbij at hij ook vaak delen van zijn slachtoffer op, zoals de biceps. De schedel werd bewaard, evenals de penis, die op sterk water werd gezet. De rest werd opgelost in zuur en weggespoeld, of begraven. Van de bewaarde delen maakte Dahmer een schrijn.

Bij latere slachtoffers paste Dahmer, na hen te hebben gedrogeerd, een soort primitieve vorm van lobotomie toe door een gaatje in de schedel te boren en daardoor zoutzuur of kokend water in de hersenen te injecteren. Op deze manier hoopte hij willoze seksslaven te kunnen creëren ("levend, interactief, maar op mijn voorwaarden"). Naar Dahmers eigen zeggen lukte dit in eerste instantie, maar overleden ze na enkele dagen alsnog. http://articles.chicagotribune.com/1992-02-11/news/9201130508_1_dr-frederick-fosdal-jeffrey-dahmer-defense-attorney-gerald-boyle. Gearchiveerd op 25 augustus 2018.

Naarmate de tijd verstreek volgden de moorden elkaar sneller op. Tussen de eerste moord in 1978 en de tweede in 1987 zat negen jaar. In het jaar daarop, 1988, pleegde hij twee moorden. In 1989 pleegde hij er 'slechts' één, maar in 1990 maakte Dahmer vier slachtoffers. In 1991, het jaar van Dahmers aanhouding, pleegde hij acht moorden, waarbij hij op het laatst wekelijks een moord pleegde.Zie https://www.mirror.co.uk/news/us-news/my-friend-cannibal-killer-school-12635483 voor onder meer een lijst van slachtoffers met wat bondige extra informatie. Gearchiveerd op 18 november 2022. Dit hield op toen een volgende moordpoging mislukte en het slachtoffer alarm sloeg.

Konerak Sinthasomphone Dahmers dertiende moordslachtoffer en een van zijn meest tragische, was de veertienjarige Konerak Sinthasomphone, temeer omdat de politie niet adequaat op dit incident reageerde. Was dit wel geschied dan had de jongen wellicht de ontmoeting met Dahmer overleefd en waren de vier daaropvolgende moorden voorkomen.