thumb|Marechaussee bekeurt een badgast die onvoldoende gekleed is op het strand. Nederland, Heemskerk, 1931. thumb|Boete voor snelheidsovertreding, Bois de Boulogne, door Anna Palm de Rosa

Een boete is een bedrag dat betaald moet worden naar aanleiding van een overtreding. Zowel de overheid als organisaties zoals bibliotheken kunnen boetes opleggen. Het begrip bekeuring wordt soms als synoniem beschouwd van boete, maar in de strikte zin is dit slechts het transactievoorstel dat men krijgt bij een kleine overtreding. In sommige landen, waaronder België en Nederland, staat er een vast bedrag voor een vergelijkbaar delict. In een groot aantal Europese landen bestaat daarentegen het dagboetesysteem, waarbij men gelijkwaardig poogt te straffen door boetes afhankelijk te maken van het persoonlijke inkomen van de dader.

Boete wordt ook in een bredere zin gebruikt: het inlossen van een bepaalde schuld die ontstaan is door een verkeerde handeling. Die verkeerde handeling heeft een andere partij benadeeld. Degene die de verkeerde handeling verrichtte moet boete "doen", een bepaalde handeling verrichten om de verkeerde handeling te compenseren, met het oog op de benadeelde andere partij. Van oudsher bestond ook de mogelijkheid bloedwraak af te kopen met een zoengeld. Boete is een vorm van vergelding. De persoon die boete doet, wordt boeteling of penitent genoemd.

België Geldboetes die ten voordele van de Belgische Staat worden geïnd, zijn in te delen naargelang de instantie die ze oplegt en de rechtsgrond waarop dit gebeurt: Een strafrechtelijke geldboete is een van de straffen die een rechter kan opleggen aan wie zich schuldig maakt aan een misdrijf., Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal strafrecht in hoofdlijnen, Maklu, 2006, blz. 368-370 De algemene regels ervoor zijn neergelegd in het Strafwetboek (artikelen 38-41bis). Bij niet-betaling kan een vervangende gevangenisstraf volgen, maar dit is geen "recht" waarmee de veroordeelde een verhaal op zijn vermogen kan ontlopen. Het bedrag is sinds 1921 onderhevig aan opdeciemen.Huidige regeling in de Wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboetenNog in de strafrechtelijke sfeer zijn er twee bijzondere instrumenten die aanleiding geven tot het betalen van geldboeten: Een minnelijke schikking is een akkoord tussen het Openbaar Ministerie en iemand die van een misdrijf wordt verdacht. Door het betalen van de overeengekomen som geld, vervalt de strafvordering tegen de verdachte. De regeling is vervat in artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering. In sommige domeinen gelden bijzondere regels (verkeer, stedenbouw). Het initiatief voor een minnelijke schikking gaat steeds uit van het parket (de verdachte heeft er geen recht op) en de aanvaarding ervan impliceert dat de verdachte zijn schuld erkent en zich aansprakelijk stelt om de eruit voortvloeiende schade te vergoeden. Een onmiddellijke inning is een geldboete die rechtstreeks door de politie wordt geïnd via een versnelde procedure. Ze kent ruime toepassing ter bestraffing van verkeersovertredingen zonder schade aan derden.Artikel 65 van de Wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, uitgevoerd bij Koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer Net als bij een minnelijke schikking impliceert het dat de verdachte zijn schuld erkent en zal de strafvordering uitdoven bij betaling (tenzij het openbaar ministerie zich daar binnen de maand tegen verzet). Een administratieve of bestuurlijke geldboete gaat uit van een overheid die tot de uitvoerende macht behoort. Hiervoor bestaat geen algemene regeling: telkens is een specifieke rechtsgrond vereist. Bekende voorbeelden zijn de geldboetes opgelegd als gemeentelijke administratieve sanctie (GAS), boetes van de Economische Inspectie, van de Voetbalcel, van de Sociale Inspectie (op grond van het Sociaal Strafwetboek), enz. Tegen zulke boetes staat beroep open bij de rechtbanken, maar dit is niet steeds opschortend.Gedepenaliseerde parkeerboetes vallen niet onder deze categorie omdat ze beschouwd worden als een vergoeding voor een verleende dienst (retributie).Sedert de Wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid De vaststelling en inning gebeurt door beëdigde ambtenaren, maar kan ook worden uitbesteed aan bedrijven. Een burgerlijke geldboete wordt opgelegd door een burgerlijke (in de zin van niet-penale) rechtbank. Ze dienen ter ontrading en/of bestraffing van specifieke gedragingen, zoals het vertragen van de rechtsgang of het niet-opdagen als getuige.Zie de artikelen 780bis en 926 van het Gerechtelijk Wetboek.

Daarnaast bestaan er ook geldboeten die niet aan de overheid toekomen: Een disciplinaire geldboete wordt opgelegd krachtens het tuchtrecht en komt ten goede aan de sanctionerende tuchtorde. Ze zijn met name van belang in vrije beroepen zoals gerechtsdeurwaarders. Een privaatrechtelijke boete kan bij contract worden overeengekomen en laat toe om vooraf een bedrag vast te leggen dat bij wanprestatie verschuldigd zal zijn. Deze boetebedingen moeten qua omvang in verhouding staan tot de schade die redelijkerwijze te voorzien valt. Anders dan in Angelsaksische landen, kunnen excessieve bedragen door de rechter nietig worden verklaard als een verboden strafbeding.Zie artikel 1226-1233 van het Burgerlijk Wetboek

Nederland Strafrecht Het Wetboek van Strafrecht (WvSr) bepaalt dat een van de mogelijke hoofdstraffen een geldboete is.Artikel 9 lid 1 sub a onder °4 WvSr. Dit is de verplichting tot betaling van een vastgesteld bedrag aan de Staat.Artikel 23 lid 1 WvSr. In het Nederlandse strafrecht wordt bij ieder strafbaar feit een boetecategorie vastgesteld. De desbetreffende categorie bepaalt de maximale hoogte van de boete voor het feit.Artikel 23 lid 3 WvSr. Er zijn zes categorieën, namelijk: Categorie Maximum boetebedrag volgens het Wetboek van Strafrecht. Maximum boetebedrag volgens het Wetboek van Strafrecht BES.Artikel 27 lid 4 WvSr BES.eerste€ 515$280tweede€ 5.150$2.800derde€ 10.300$5.600vierde€ 25.750$14.000vijfde€ 103.000$56.000zesde€ 1.030.000$560.000

Indien er geen boetecategorie is vastgesteld geldt voor overtredingen de eerste en voor misdrijven de derde categorie.Artikel 27 lid 5 WvSr. Het is uiteindelijk aan de rechter (of in geval van een strafbeschikking: de Officier van Justitie) om het precieze boetebedrag vast te stellen. De rechter houdt hierbij rekening met de draagkracht van de verdachte.Artikel 24 WvSr.

Rekening houdend met deze maximale bedragen zal de rechter uiteindelijk de feitelijke hoogte van de boete bepalen. Zo wordt diefstal bestraft met een geldboete van de vierde categorie, wat betekent dat de rechter maximaal een boete van 22.500 euro of 14.000 dollar kan opleggen (bij een zeer omvangrijke diefstal dus relatief weinig – overigens is ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel daarbij steeds mogelijk, nog afgezien van de civielrechtelijke vordering van vergoeding van schade als gevolg van een onrechtmatige daad). De bedragen zijn te vinden in art. 23 lid 4 Sr en art. 27 lid 4 Wetboek van Strafrecht BES.Art. 23 lid 4 Sr en Art. 27 lid 4 Sr BES Ondanks dit wetsartikel geldt er een minimumbedrag van €3 per geldboete.Artikel 23 lid 2 WvSr

Voor één feit kunnen zowel een (al dan niet voorwaardelijke) vrijheids- of taakstraf als een geldboete worden opgelegd. Dit blijkt niet uit de strafbaarstelling, waarin staat: «wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste X of een geldboete van X categorie.»Zie bijvoorbeeld Artikel 300 lid 1 WvSr (mishandeling):

«Mishandeling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.» Echter, in artikel 9 lid 3 WvSr staat:

«In het geval gevangenisstraf, hechtenis, vervangende hechtenis daaronder niet begrepen, of een taakstraf wordt opgelegd, kan tevens een geldboete worden opgelegd.»

Dit houdt dus in dat de maximale straf voor bijvoorbeeld mishandeling drie jaar gevangenisstraf én een boete van €21.750 (in 2020) is.

Inning van een geldboete in een boetevonnis Een boetevonnis is een geldboete die door de rechter als straf is opgelegd. Boetenvonnissen worden geïnd door het CJIB. Dit doet zij namens de minister van Justitie.

Als aan een verdachte een geldboete wordt opgelegd moet de rechter in datzelfde vonnis ook vervangende hechtenis bepalen. Dit is vrijheidsstraf die wordt geëxecuteerd als de opgelegde geldboete niet (geheel) kan worden geïnd. De rechter kan voor iedere onbetaalde €25 een dag vervangende hechtenis vaststellen. Het beleid van de strafrechters is echter om (voor geldboetes tot en met €1.000) voor iedere €50 een dag vervangende hechtenis vast te stellen. De vervangende hechtenis is minimaal een dag en maximaal een jaar.

In het boetevonnis kan de rechter bepalen dat de geldboete (mits hoger dan €225) in termijnen (van minimaal €45) kan worden betaald. De minister kan echter ook zonder rechterlijk voorschrift termijnbetalingen toestaan of (in geval van door de rechter voorgeschreven termijnen) gunstigere termijnen toestaan. De minister van Justitie bepaalt de dag (of in het geval de rechter termijnbetaling accepteert: dagen) waarop betaling uiterlijk moet zijn voldaan.

Als de opgelegde boete onbetaald blijft, zendt het CJIB een aanmaning. Deze eerste aanmaning zal gepaard gaan met een verhoging van €20. Als de boete en aanmaningskosten ook niet op tijd worden betaald zal het CJIB een tweede aanmaning sturen. Deze zal vervolgens gepaard gaan met een verhoging van 20%, met een minimum verhoging van €40. De €20 van de eerste aanmaning zal overigens meegenomen worden in de 20% verhoging. Als iemand dus een geldboete van €300 niet betaalt en na de eerste verhoging ook niet betaalt, wordt het bedrag bij de tweede aanmaning dus €300 + €20 = €320 x 1,2 = €384.

Als de inning van de geldboete onsuccesvol is, wordt aangevangen met het incassotraject. Bij het incassotraject kan het bedrag van de geldboete (inclusief verhogingen en administratiekosten) onder andere worden verhaald op goederen van de veroordeelde. Dit geschiedt door middel van het uitbrengen van een dwangbevel in naam van de Koning, dat geldt als een burgerlijk vonnis. Met dit dwangbevel kan een deurwaarder goederen van de veroordeelde in beslag nemen en verkopen om daarmee de boete te betalen. Ook kan de deurwaarder beslag leggen op salaris, uitkering, pensioen en banktegoeden. Dit kan zonder dwangbevel. De kosten van de invorderingsmaatregelen moeten ook worden betaald door de veroordeelde.

Als ook na het incassotraject (volledige) invordering niet mogelijk blijkt, kan de vervangende hechtenis worden tenuitvoergelegd.

Mulderfeit en strafbeschikking De Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv, Wet Mulder) regelt de bestuurlijke boetes tot het maximale bedrag van de eerste categorie van art. 23 lid 4 WvSr voor verkeersovertredingen.Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften art. 2 lid 3 Wahv Ze worden opgelegd door het OM, de politie of een boa. Een overtreding die hieronder valt heet een Mulderfeit.

De Wet OM-afdoening en het Besluit OM-afdoening regelen de strafbeschikking.