Valkenburg (Limburgs: Valkeberg of Vallekeberg) is een stad in de Nederlandse gemeente Valkenburg aan de Geul, gelegen in het Zuid-Limburgse Heuvelland. Valkenburg is de grootste kern en naamgever van deze gemeente. Valkenburg heeft een sterk toeristisch karakter. De historische stadskern met zijn vele horecagelegenheden, het omliggende heuvelland en een groot aantal toeristische attracties vormen de belangrijkste publiekstrekkers.

Geografie Fysische geografie Valkenburg ligt in een dal dat gevormd is door het riviertje de Geul. Diverse steile hellingen leiden aan de noordzijde van het stadje naar het Centraal Plateau en aan de zuidzijde naar het Plateau van Margraten. Bekende hellingen (onder andere in verband met wielrennen) zijn de Cauberg, de Sibbergrubbe en de Emmaberg. Een deel van de hellingen is bebost. De bodem bestaat uit löss of Limburgse klei. In de ondergrond bevinden zich dikke lagen Limburgse mergel, soms afgewisseld met vuursteen, die beide soms aan de oppervlakte komen. Beide soorten natuursteen worden sinds mensenheugenis gewonnen en hebben hun sporen in het landschap nagelaten (zie vuursteenmijnen van Valkenburg en Limburgse mergelgroeven).

Stedelijk weefsel Het stadscentrum van Valkenburg bestaat uit twee delen: de historische kern en het winkelgebied. De middeleeuwse kern van Valkenburg is klein. Het omvat een min of meer driehoekig gebied, aan de noordzijde begrensd door de zuidelijke tak van de Geul. Hierbinnen bevinden zich de parochiekerk (H.H. Nicolaas en Barbarakerk), de hoofdstraat (Grotestraat) en een beperkt aantal kleinere straatjes. Een groot deel van de bebouwing is van lokale mergelsteen, wat geleid heeft tot de zelfgekozen titel "Valkenburg Mergelstad". Het huidige winkelcentrum van Valkenburg bevindt zich ten noorden van de historische kern rondom het Theodoor Dorrenplein. Valkenburg kent verschillende pleinen, alle buiten het historische centrum gelegen. Van west naar oost: Grendelplein, Theodoor Dorrenplein, Walramplein en Berkelplein. De belangrijkste naoorlogse uitbreidingswijken bevinden zich ten noordwesten van het centrum (Broekhem en Stoepert) en ten zuidoosten daarvan (Neerhem).

Nabijgelegen kernen De plaats Valkenburg omvat ook de ooit als aparte kerkdorpen of buurtschappen beschouwde woonwijken Sint-Pieter, Plenkert, Neerhem, Stoepert en Broekhem, terwijl ook de iets verder weg gelegen buurtschappen Emmaberg en Heek soms tot Valkenburg gerekend worden. Rondom de stad liggen de dorpen Broekhem, Houthem, Berg, Arensgenhout, Hulsberg, Schimmert, Sibbe, Oud-Valkenburg en Schin op Geul, en de buurtschappen Strabeek, Geulhem, Emmaberg, Heek en Vilt.

Geschiedenis Prehistorie en Romeinse tijd thumb|Prehistorische vuursteenwerktuigen in Museum Valkenburg Al vele duizenden jaren voor de christelijke jaartelling was er sprake van menselijke bewoning in de Geulvallei. Het complex van prehistorische vuursteenmijnen aan de Plenkertstraat was al omstreeks 3300 voor Chr. in bedrijf, evenals de iets recentere vuursteenmijnen in het Biebosch. Talrijke gevonden gebruiksvoorwerpen en diverse fundamenten van bouwwerken zijn het bewijs van een vrij intensieve bewoning in de Romeinse tijd. Ten noorden van Valkenburg, uitkijkend over het Geuldal lagen enkele villae rusticae: de Romeinse villa Valkenburg-Vogelenzang, de Romeinse villa Valkenburg-Bosstraat en de Romeinse villa Valkenburg-Heihof. De laat-Romeinse wachtpost op de Goudsberg kondigde het einde van de Romeinse en het begin van de Frankische tijd aan.

Middeleeuwen Het eerste deel van de naam Valkenburg (in het Frans Fauquemont) verwijst waarschijnlijk naar de middeleeuwse valkerij, de jacht met valken, die in de middeleeuwen populair was bij de adel. Het toponiem burg was oorspronkelijk het Middelnederlandse woord voor vesting, maar heeft daarnaast ook de betekenis van burcht of kasteel en van stad. De eerste schriftelijke vermelding van de naam Valkenburg dateert van 1041. In dat jaar schonk de Duitse koning Hendrik III een aantal dorpen aan zijn nicht Ermgard (of Irmengard). De oorkonde draagt de datum 15 februari 1041 en de naam Falchenberch is duidelijk leesbaar. thumb|left|200px|Valkenburg, 14e-18e eeuw Waarschijnlijk was het Gosewijn I van Valkenburg, die op de Heunsberg het eerste Kasteel Valkenburg bouwde en van daaruit de stad en het Land van Valkenburg bestuurde. Geleidelijk groeide aan de voet van de Heunsberg een nederzetting, die echter in alle opzichten afhankelijk was van de hooggelegen burcht. De heren van Valkenburg bezaten onder meer het patronaatsrecht van de kerk van Valkenburg en zorgden voor het onderhoud van de verdedigingswerken. Belegeringen en veroveringen kenmerken de geschiedenis van Valkenburg. Zo werd in 1327 tijdens een belegering door hertog Jan III van Brabant de Geul afgedamd en het stadje onder water gezet.

Leden van het huis Heinsberg-Valkenburg speelden een belangrijke rol in de West-Europese geschiedenis. Twee leden van de familie bekleedden de belangrijke post van aartsbisschop en keurvorst van Keulen: Filips I van Heinsberg en Engelbert II van Valkenburg. Gosewijn III was een belangrijk bondgenoot en krijgsheer in dienst van keizer Frederik I Barbarossa bij diens Italië-campagnes, Walram de Rosse geldt als een van de helden van de Slag bij Woeringen en Walrams zuster Beatrix van Valkenburg, getrouwd met Richard van Cornwall, bracht het zelfs tot Rooms-Duits koningin. In 1352 stierf de Valkenburgse dynastie uit. Toch bleef het Land van Valkenburg min of meer zelfstandig onder Brabants toezicht als een van de drie Landen van Overmaas. In latere jaren waren de drossaards namens de hertogen van Brabant verantwoordelijk voor onder andere de inning van belastinggelden en de instandhouding van het kasteel en de stadsmuren. De drossaard Dirk van Pallandt zorgde er in 1465 voor dat het beleg door de Luikenaren kon worden afgeslagen.

Van de Tachtigjarige Oorlog tot de XIXe eeuw thumb|Het kasteel van Valkenburg kort voor de verwoesting in 1672 alt=Deze kaart laat de verdeling van de percelen in de Gemeente Valkenburg zien. Het kadaster in Maastricht heeft tijdens de Franse overheersing dit project opgezet; de perceelnummers zijn gekoppeld aan leggers met naam, oppervlakte en details. Dit zijn de Oorspronkelijke Aanwijzende Tafelen (O.A.T.)|miniatuur|Kadasterkaart Valkenburg, circa 1820 Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vonden diverse belegeringen van het Geulstadje plaats, waarvan de bloedigste in 1636 aan circa 50 burgers het leven kostte. In 1644 werd in Valkenburg het simultaneum ingevoerd, wat inhield dat de parochiekerk vanaf dat moment gedeeld moest worden door rooms-katholieken en protestanten. Bij de Vrede van Münster van 1648 werd er geen overeenstemming bereikt over het Land van Valkenburg. Pas in 1661 sloten de Republiek der Verenigde Nederlanden en Spanje het Partagetraktaat, waarin de Landen van Overmaas werden verdeeld in een Staatse partage en een Spaanse partage. Terwijl het kasteel en de stad Valkenburg Staats werden, bleven de naburige dorpen Sibbe, Oud-Valkenburg, Strucht, Schin op Geul en het Kasteel Oost onder Spaans bestuur. De Geul vormde aan de noordkant van het stadje de grens tussen de twee partages. Op het zogenaamde Geuleiland, direct buiten de Geulpoort, verrees in 1661 het nog bestaande Spaans Leenhof. In 1785 sloten de Staten-Generaal en de Oostenrijkse Habsburgers het Verdrag van Fontainebleau, waarbij de eerdergenoemde dorpen Staats werden.

Het kasteel van Valkenburg werd in het rampjaar 1672 verwoest door terugtrekkende Hollandse troepen, die wilden voorkomen dat de oprukkende Fransen er gebruik van konden maken. Slechts twee stadspoorten (de Berkelpoort en de Grendelpoort) en een deel van de stadswallen overleefden de vernietiging. De machtige hoogteburcht was nog slechts een ruïne. Valkenburg was vanaf dat moment niet langer vestingstad, maar behield in bestuurlijk opzicht een zeker belang. Behalve het eerder genoemde Spaans Leenhof, zetelde in het landhuis in de Grotestraat de Staatse rechtbank, waar in de 18e eeuw onder andere strafprocessen werden gevoerd tegen (vermeende) leden van de bende der Bokkenrijders die daarna opgehangen werden op de galg op de Emmaberg. Een plaquette aan de muur van het streekmuseum, dat op de plaats van het landhuis staat, herinnert aan deze duistere periode.

Stichtingen van Duitse kloosters Tijdens de Kulturkampf van 1872 tot 1879, die Otto von Bismarck voornamelijk in Pruisen voerde tegen de Katholieke Kerk werden er in en rond Valkenburg enkele Duitse kloosters gesticht: Het Klooster Ravensbosch. In 1885 bouwden Duitse paters Oblaten van de Onbevlekte Maagd Maria dit klooster bij Arensgenhout met priesteropleiding.heiligehuizenvalkenburg.nl, Klooster Ravensbosch Als onderdeel van de Kulturkampf werd in 1872 in het koninkrijk Pruisen de jezuïetenwet aangenomen. Daardoor moesten in de Pruisische Rijnprovincie de vestigingen in Keulen, Essen, Bonn-Kreuzberg, Bonn-Stad, Aken, Koblenz en Maria Laach worden gesloten. Zij kwamen in 1873 naar Zuid-Limburg en vestigden in Valkenburg het Collegium Maximum. Eerste steen gelegd op 1. Mai 1893. Het werd opleidingscentrum voor de Duitstalige Jezuïeten met een huisbibliotheek met 100.000 banden. Daarnaast hadden zij een vakbibliotheek in hun eigen woonvleugels. In 1942 vestigde de bezetter de Reichsschule der SS in het gebouw.heiligehuizenvalkenburg.nl, Jezuïetenklooster miniatuur|alt=Kasteelruïne boven de stadsmuren van Valkenburg.|Kasteelruïne boven de stadsmuren van Valkenburg 's avonds.De kleine kloostergemeenschap Franciscanessen van St. Jozef kwamen in 1877 naar Valkenburg en openden in 1883 het Instituut St. Jozef. In de volksmond werd het ‘Klooster op St. Pieter’ genoemd, afgeleid van de gelijknamige buurtschap. Sinds 1967 onder de naam 'Kloosterkerk' in gebruik door de Hervormde Gemeente.heiligehuizenvalkenburg.nl, Kloosterkerk

Toerisme thumb|Ansichtkaart uit ca. 1900 met station Valkenburg, het oudste nog bestaande stationsgebouw van Nederland. Rond het midden van de negentiende eeuw ontwikkelde zich een nieuwe bron van inkomsten in het tot dan toe voornamelijk agrarisch georiënteerde stadje: het toerisme. De opening van de spoorlijn Aken - Maastricht in 1853 met het station Valkenburg (het oudste nog bestaande stationsgebouw van Nederland) was een belangrijke stap op weg naar ontsluiting van het tot dan toe betrekkelijk geïsoleerde gebied. Om de aanvankelijk voornamelijk welgestelde toeristen van informatie en vermaak te voorzien, werd in 1885 in Valkenburg de eerste VVV van Nederland opgericht. Tevens zou in Valkenburg in 1901 het eerste dodelijke slachtoffer van een auto-ongeluk zijn gevallen.

1940-1945 Valkenburg was tot 1940 een onafhankelijke gemeente en had eigen burgemeesters. De stad fuseerde in 1940 met Houthem, Oud-Valkenburg en Schin op Geul.