Geert Wilders (Venlo, 6 september 1963) is een Nederlands politicus. Hij is oprichter, het enige lid, partij- en fractievoorzitter van de radicaal-rechtse Partij voor de Vrijheid (PVV). Hij zit met een korte onderbreking sinds 1998 in de Tweede Kamer, waarvan tot 2004 namens de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD). Wilders staat bekend om zijn uitgesproken standpunten over islam en immigratie.
Wilders begon zijn politieke loopbaan in 1990 als beleidsmedewerker bij de Tweede Kamerfractie van de VVD en werd in 1997 gemeenteraadslid in Utrecht. In 1998 werd hij Tweede Kamerlid voor de VVD. Na een breuk met die partij in 2004 richtte hij de PVV op, waarmee hij in 2006 voor het eerst deelnam aan de Tweede Kamerverkiezingen en negen zetels behaalde.
In 2010 bood de PVV gedoogsteun aan het kabinet-Rutte I, een minderheidscoalitie van VVD en CDA. Deze samenwerking eindigde in 2012 toen Wilders weigerde akkoord te gaan met voorgestelde bezuinigingsmaatregelen. In 2023 behaalde de PVV 37 zetels en werd daarmee de grootste partij in de Tweede Kamer. De PVV maakte onderdeel uit van het kabinet-Schoof. Op 3 juni 2025 trok Wilders na mislukte onderhandelingen over migratie zijn steun in, waarmee het kabinet viel en zijn partij na de verkiezingen terugkeerde in de oppositie.
Wilders is meerdere keren vervolgd vanwege controversiële uitspraken. Hij werd schuldig bevonden aan groepsbelediging vanwege zijn “minder Marokkanen”-uitspraak uit 2014, maar er werd geen straf opgelegd.
Jeugd en vroege carrière Geert Wilders groeide op in een rooms-katholiek gezin van vier in Venlo, Limburg. Zijn vader, Johannes Henricus Andreas Wilders, werd geboren in Maasbree in Nederland, terwijl zijn moeder, Maria Anne Ording, afkomstig was uit Soekaboemi, een stad in het voormalige Nederlands-Indië. Zijn grootmoeder aan moederszijde, Johanna Magdalena Meijer, maakte deel uit van een Indisch-Nederlandse familie. Wilders haalde eerst de mavo in Venlo en later de havo aan het St. Thomas College.
Wilders werkte van 1980 tot 1982 in Israël op een mosjav, waar hij zich naar eigen zeggen onmiddellijk geheel thuis voelde en zag hij hoe "het land vocht voor zijn bestaansrecht". Met het in Israël verdiende geld reisde hij door de Arabische landen in de regio, waarbij hem "de grove onderdrukking door niet-democratische leiders", de angst voor hen en de haat ten aanzien van Israël bij zou blijven.
Vanaf september 1983 vervulde hij zijn militaire dienstplicht. Na een opleiding in Bergen op Zoom wordt hij tot december 1984 gestationeerd in de Oranjekazerne in Schaarsbergen.
In 1984 begon hij te werken bij Ziekenfondsraad, waarvoor hij een opleiding aan de Stichting Opleiding Sociale Verzekeringen in Amsterdam volgt. Twee jaar later werd hij wetstechnisch medewerker bij de Sociale Verzekeringsraad. In die periode haalde hij een aantal deelcertificaten voor rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit.
Vroege politieke loopbaan (1989-2004) Wilders werd in 1989 lid van de rechts-liberale Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD). Een jaar later werd hij aangenomen als medewerker van de Tweede Kamerfractie van de VVD. Als medewerker van Robin Linschoten hield hij zich in de periode 1990 tot 1994 vooral bezig met het socialezekerheidsstelsel.
In 1995 werd hij gevraagd om samen met Perry Pierik en László Marácz een rapport over Hongarije te schrijven, waarin zij vooral veel kritiek leverden op de behandeling van Hongaarse minderheden in omringende landen. Het rapport lekte uit naar de Volkskrant, die hierin de Groot-Hongaarse gedachte las en dit linkte aan de Hongaarse partner van Wilders. Het Hongarijerapport vormde het begin van een rol op het gebied van buitenlandbeleid, in het bijzonder Oost-Europa en het Midden-Oosten. De nieuwe portefeuille bracht hem dichterbij fractievoorzitter Frits Bolkestein.
Op 1 oktober 1997 werd hij raadslid voor de VVD in de Utrechtse gemeenteraad, waar hij tot april 1998 diende.
Eerste jaren in de Tweede Kamer (1998-2001) In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 1998 verhuisde Wilders naar zijn geboortestad Venlo. Hij verwachtte via de rechtsere VVD-afdeling in Limburg meer kans te maken op een hoge plek op de lijst. Zijn kandidatuur werd gesteund door Jos van Rey en Mark Verheijen fungeerde als zijn campagneleider. Hij kreeg plaats 45 toebedeeld, wat genoeg was om toe te treden na de kabinetsformatie van 1998.
Als Kamerlid kreeg Wilders opnieuw de portefeuille sociale zekerheid, alsook Irak, Iran en Midden-Europa. Op 28 oktober 1998 hield hij zijn maidenspeech over het beperken van sociale uitkeringen in het buitenland. Hij kwam in 1999 in de publiciteit door zijn voorstel om uitkeringsrechten van WAO'ers met psychische klachten in te perken, waarin hij samen optrok met oppositiepartij CDA.
Wilders begon zich ook te richten op het islamitisch fundamentalisme in tientallen Kamervragen. In september 1999 noemde hij het moslimextremisme 'een van de grootste bedreigingen'. Vanuit Saoedi-Arabië zouden terroristische groeperingen financieel gesteund worden. Internationale samenwerking zou vereist zijn om dit te bestrijden. Het bracht Wilders in aanvaring met de minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen (VVD). Hij vroeg hem om een analyse van moslimextremisme, die in december 2001 verscheen. Wilders noemde het een teleurstellend stuk, ondanks dat hij er zelf aan had meegewerkt.
Opkomst in het publieke debat (2001-2004) miniatuur|Wilders' islamkritiek kreeg vooral na de aanslagen op 11 september 2001 veel aandacht. Na de aanslagen op 11 september 2001 groeide de aandacht voor de islam, met name door de opkomst van Pim Fortuyn. Wilders maakte zich zorgen om het moslimextremisme, maar liet twee weken na de aanslag in een uitzending van Barend en Van Dorp weten: "De VVD [heeft] niets tegen de islam. Het gaat niet om een religie. [...] Het gaat om dat kleine stukje moslimextremisme". In 2010 zei Wilders hierover dat hij destijds "nog gebukt ging onder het juk van Van Aartsen en Dijkstal". Dijkstal bestreed echter dat Wilders door de VVD in zijn vrije meningsuiting zou zijn beperkt.
Voor de Tweede Kamerverkiezingen van mei 2002 was Wilders op nummer 30 geplaatst. De Lijst Pim Fortuyn steeg in de peilingen en werd de grootste bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2002 in Rotterdam. In de fractievergadering de volgende dag bekritiseerde Wilders de koers en het optreden van partijleider Hans Dijkstal. Volgens Wilders bracht Dijkstal onvoldoende het rechtse geluid naar voren, vooral op migratie. Hij kreeg slechts voorzichtige bijval van Weekers, Gert-Jan Oplaat en Pieter Hofstra. Wilders raakte door zijn actie in de fractie geïsoleerd en geruchten gingen dat Dijkstal actie tegen Wilders wilde ondernemen. Toen Wilders Dijkstal ermee confronteerde, reageerde hij met "Zand erover".
Ondanks de moord op Pim Fortuyn won de LPF 26 zetels, terwijl de VVD slechts 24 zetels haalde. Door het verlies moest Wilders op 22 mei 2002 de Kamer verlaten, maar kon na de beëdiging van het kabinet-Balkenende I, bestaande uit CDA, LPF en VVD, en het vertrek van Loek Hermans al op 26 juli 2002 terugkeren. Wilders voerde in deze periode zakelijke oppositie tegen minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aart Jan de Geus (CDA). Het kabinet kwam snel ten val en voor de Tweede Kamerverkiezingen van januari 2003 stond Wilders op de veertiende plek op de kieslijst.
Toen duidelijk werd dat partijleider Gerrit Zalm toe zou treden tot het kabinet-Balkenende II, steunde Wilders Van Aartsen, onderdeel van de rechtervleugel voor de partij, als zijn opvolger. Tot Wilders' teleurstelling koos Van Aartsen Bibi de Vries als vicefractievoorzitter, in plaats van Wilders. Wilders werd wel, zoals hij wilde, woordvoerder buitenland en militaire uitzendingen.
Wilders steunde de Amerikaanse inval in Irak begin 2003. Toen bleek dat er geen massavernietigingswapen waren, vroeg hij zich af of het niet het verkeerde doelwit was, en vreesde dat het de bevolking van Irak en omliggende staten zou radicaliseren. In april 2003 vroeg Wilders om een spoeddebat over moslimfundamentalisme en moslimextremisme in Nederland. Hij waarschuwde voor de dreiging van langeafstandsraketten door Iran, die ook Nederland zouden kunnen raken. Wilders rekende Saoedi-Arabië tot de "as van het kwaad", wegens de steun van dit land aan extremistische organisaties.
In de Kamer werkte Wilders veel samen met Ayaan Hirsi Ali. Samen schreven zij in NRC Handelsblad een artikel getiteld 'Een liberale jihad'. Zij pleitten daarin voor een militante democratie tegen het islamitisch radicalisme. In een gesprek met de Volkskrant in november 2003 zei Wilders dat de VVD een "ruk naar rechts" zou moeten maken. Ook hekelde hij de vakbonden en het "laffe" standpunt van het kabinet inzake de Irak-crisis (wel politieke, geen militaire steun). De aanwezigheid van moslims in Nederland noemde hij een "multicultureel drama".
Beginjaren PVV (2004-2009) Breuk met de VVD (2004) miniatuur|Geert Wilders door Kees Wennekendonk (2004) Wilders werd in juni 2004 gepasseerd voor de functie van staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. In juli 2004 publiceerden Wilders en zijn VVD-fractiegenoot Gert-Jan Oplaat een op persoonlijke titel opgesteld manifest met tien stellingen "bedoeld voor de interne discussie binnen de VVD". Ze wilden de partij een rechtsere koers laten varen en haar het behoudende gezicht teruggeven. Ze stelden onder meer dat radicale moslims Nederland moeten worden uitgezet. Verder pleitten zij voor het principe van three strikes and you're out, waarbij wetsovertreders na drie misdrijven levenslang zouden moeten krijgen, zouden de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking moeten worden gehalveerd, moest de maximumsnelheid op de Nederlandse wegen omhoog en zou de VVD op geen enkele wijze medewerking moeten verlenen aan de vorming van een derde paars kabinet in de toekomst. Ook stelden zij dat Turkije nooit lid zou mogen worden van de Europese Unie. Ze namen met hun stellingen ook afstand van het pleidooi van de sociaal-liberale staatssecretarissen Rutte en Schultz van Haegen om van de VVD juist een sociaal-liberale partij te maken.