Technisch ingenieur (Frans: ingénieur technicien) is een titel die tot in de jaren zeventig in België werd toegekend aan studenten die een drie- of vierjarigeZoals aan het Instituut De Nayer te Mechelen, HTISA (Gent), Nationaal Radio en Film Technisch Instituut NaRaFi (Brussel) en Institut Gramme (HELMo Gramme) te Luik opleiding hadden gevolgd aan een Bijzondere School of Hogere Technische School voor Technisch Ingenieur, in het domein van onder andere de techniek, chemie, landbouw en bouwkunde.
Geschiedenis In 1884 werden de eerste hogere technische scholen opgericht. Toen reikten zij wetenschappelijke diploma's uit van ingenieur: ingenieur-brouwer, ingenieur van de gistingsbedrijven, ingenieur voor kunsten en ambachten, textielingenieur en later ook technisch ingenieur. Het ministerieel besluit van 23 mei 1924 regelde voor het eerst de toelatingsvoorwaarden tot de Hogere Technische Scholen die een diploma van ingenieur van de wetenschappelijke graad uitreikten. Deze stipuleerden dat het programma van de toelatingsvoorwaarden hetzelfde moet zijn als dit van de school voor burgerlijke ingenieurs van kunsten en industrie gehecht aan de universiteit van Gent (wetenschappelijke graad). In de artikelen 2 en 3 van de wet van 5 juli 1933 werd het statuut van de bijzondere scholen voor technisch ingenieur bekrachtigd.Toelichting bij het wetsvoorstel 153 van 6 mei 1959 betreffende de toelatingsvoorwaarden, het studieprogramma en de voorwaarden van toekenning van de graad en het diploma van Technisch ingenieur door de senatoren Vreven en Hougardy
Op 11 september 1933 verschijnt de wet op de bescherming van de titels van het hoger onderwijs. In Art. 1-III staat "dat de titel van technisch ingenieur wordt verworven aan een Technische Hogeschool". Dat artikel werd nooit uitgevoerd.Pas op 7 juli 1970 wordt de kaderwet op de structuur van het onderwijs gestemd en op 18 februari 1977 de wet die de studies voor industrieel ingenieur regelde. Dezelfde wet voorzag echter ook in overgangsmaatregelen waarbij de koning deze studies kon inrichten in afwachting van een definitieve wet. Als gevolg hiervan werden de studies voorlopig geregeld door koninklijke besluiten.
De F.A.B.I. (Fédération des Associations Belges des Ingénieurs civils)Federatie van Belgische verenigingen van burgerlijke ingenieurs is niet opgezet met de titel van technisch ingenieur omdat zij aldus niet langer over het monopolie van de titel ingenieur beschikken. De FABI ontketent vervolgens een hevige campagne tegen de technisch ingenieurs. J.C. Baudet, Situation des ingénieurs en Belgique [Note de synthèse], in Sociétés contemporaines. Ingénieurs d'Europe et du Proche-Orient. N°6, Juin 1991, p.120. Geraadpleegd 15 januari 2020. Tijdens een vergadering van de F.I.B (Fédération des Industries Belges) in 1934 zou de toenmalige voorzitter van de FABI hebben verklaard dat: Messieurs, nous devons absolument bloquer totalement les carrières éventuelles des Ingénieurs-techniciens. Ce sont des individus qui crachent par terre et qui se mouchent entre les doigts. M. GEIRNAERT, Enkele herinneringen aan de "INDUS" (Heren, we moeten absoluut de loopbaan van de Technisch ingenieurs volledig blokkeren. Het zijn individuen die op de grond spuwen en zich snuiten met de vingers). Geraadpleegd 13 april 2020.
Bij het begin van Wereldoorlog II bestonden er vijf Nederlandstalige scholen voor technisch ingenieur. Dit getal explodeerde tot 16 in 1969.R. SMET, A. VANNECKE, Historiek van het Technisch en Beroepsonderwijs (1830-1990), Garant, Antwerpen-Apeldoorn, 2002, p.268, . Geraadpleegd 12 januari 2020. De drie- (of vier)jarige opleiding tot technisch ingenieur bestaat niet meer. In 1977 verminderden de toenmalige ministers van Nationale Opvoeding het aantal scholen voor Technisch ingenieur drastisch van 53 naar 23.Smet & Vannecke 2002, p.278 Een beperkt aantal Belgische onderwijsinstellingen (23) die vroeger technisch ingenieurs opleidden, hebben hun curriculum omgevormd naar een vierjarige opleiding aan een hogeschool tot industrieel ingenieur. Anderen moesten echter de meer praktische driejarige graduaatsopleiding tot technisch gegradueerde inrichten. Deze laatste onderwijsvorm staat in het bachelor-mastersysteem bekend als (professionele) bachelor in de industriële techniek.
Verenigingen van Technisch Ingenieurs Buiten de klassieke verenigingen van alumni van elke school ontstonden ook overkoepelende verenigingen na de publicatie van de wet van 11 september 1933. Nationale Unie der Technische Ingenieurs-Union Nationale des Ingénieurs Techniciens. (UNIT-NUTI) Reeds op 3 december 1933 wordt de Union Nationale des Ingénieurs Techniciens (UNIT) opgericht op het initiatief van vier verenigingen van afgestudeerden. Het zijn: – École centrale des arts et métiers (ECAM)-Brussel, – École Spéciale de l’Université du Travail-Charleroi, – Institut Gramme-Luik, – École d’Arts et Métiers-Pierrard (Virton).Centre National d'Histoire des Sciences. Geraadpleegd 14 januari 2020 Na de oprichting van de UNIT sloten ook de afgestudeerden aan van: – De Nayer instituut-Mechelen, – Hogere Technische en Handelschool-Gent, Zij vormden eerst het Nationaal Verbond der Technische Ingenieurs maar later werd de benaming veranderd in Nationale Unie der Technische Ingenieurs. Het werd dan een tweetalige vereniging UNIT-NUTI. Historiek ingenieurs Mechelen . Geraadpleegd 14 januari 2020 In 1967 telde de UNIT-NUTI 18 aangesloten verenigingen van afgestudeerden op een totaal van 76.Het Volk Fédération Belge des Ingénieurs Techniciens (FBIT). Wordt opgericht in 1961 door de alumni van: – École Spéciale de l’Université du Travail-Charleroi, – Institut Gramme-Luik, die voorheen deel uitmaakten van de UNIT. In 1976 waren er in totaal 5 aangesloten verenigingen. Vereniging van Vlaamse Technische Ingenieurs (VVTI). De Vereniging van Vlaamse Technische Ingenieurs werd opgericht op 26 mei 1962 in Hasselt. In tegenstelling tot de voorgaanden stond de VVTI open voor alle technische ingenieurs en was georganiseerd op regionale basis. Studiecentrum voor Technisch Ingenieurs (STI). Ontstond in de schoot van Koninklijke Vereniging der Technisch Ingenieurs van Mechelen (KVTIM) met als doel vervolmakingscursussen voor technisch ingenieurs te organiseren.Dit in analogie met het Vormingscentrum Technisch Ingenieurs (V.TI) van de V.V.T.I. opgericht in 1971.Centrum voor Post-technisch Hoger Onderwijs Ook technische beurzen worden georganiseerd. Werd in 1974 een zelfstandige vereniging.
Problematiek van de technisch ingenieurs Er ontstond een malaise in verband met de technisch ingenieurs in de jaren 1960.Werkgroep herstructurering H.T.O. VVTI,Memorandum over de valorisatie van de Technische ingenieurs. VVTI Hasselt, 32p. De redenen hiervoor waren:
Op Belgisch vlak Binding met het secundair onderwijs. Het Koninklijk Besluit van 11 maart 1933 regelde o.a. de klassering van onderwijsinstellingen met een lettercode. De letter A was voorbehouden voor de technische scholen met volledig leerplan van het dagonderwijs. Het ging van A4 (beroepsonderwijs), A3 (lager secundair), A2 (hoger secundair) tot A1 (hoger onderwijs buiten de universiteit). In de meeste gevallen was een A1 school ontstaan uit of gekoppeld aan een A2 school. De technisch ingenieurs kregen hun opleiding aan een A1- school of instituut waardoor ze dikwijls aangeduid werd met de benaming A1-gediplomeerde kortaf A1’er. Op 18 februari 1964 verscheen een nieuw KB houdende de regeling van de studiën ter verkrijging van het diploma en de graad van technisch ingenieur. Daarin wordt vermeld dat het diploma van technisch ingenieur wordt uitgereikt door een inrichting of een afdeling van een inrichting voor technisch onderwijs. Geen sprake van “hogeschool” en zeker niet van een ontkoppeling van het secundair onderwijs. Onvolledige wettelijke regeling. De graad en het diploma van technisch ingenieur werden ingesteld bij KB van 5 juli 1933. De wet van 11 september 1933 op de bescherming van de titels van hoger onderwijs beschermde de titel van technisch ingenieur maar bepaalde dat: ”mogen de titel voeren, degenen die het diploma verworven hebben overeenkomstig de wet aan een Technische hogeschool…”. In dezelfde wet was ook de bescherming voorzien van de titel van kandidaat in de handelswetenschappen, van licentiaat in de handelswetenschappen en van handelsingenieur die behaald werd aan een handelshogeschool. Het was dus duidelijk dat de wetgever, qua niveau, geen onderscheid wenste te maken tussen de hogere handels- en technische studies. Deze voorziene wet kwam niet tot stand waardoor het KB van 5 juli 1933 in voege bleef. In dat verband mag gesteld worden dat het verzet van de FABI (Fédération des Associations Belges d’ Ingénieurs) tegen het invoeren van een tweede ingenieurstitel een rol heeft gespeeld. Afwijkende Koninklijke besluiten. Op 14 november 1962 komt er een Koninklijk Besluit houdende algemene regeling van de studiën in het hoger technisch onderwijs waarbij het hoger technisch onderwijs in drie graden wordt ingedeeld: - De derde graad omvat de afdelingen leidend tot de titel van handelsingenieur of tot die van licentiaat in de handelswetenschappen; - De tweede graad omvat de afdelingen leidend tot de titel van technisch ingenieur of die van architect. Hiermede worden de studies van technisch ingenieur en architect gedegradeerd t.o.v. handelsonderwijs. Ongebreidelde toename van onderwijsinrichtingen. In 1958 kwam er een einde aan de schoolstrijd tussen de onderwijsnetten door het afsluiten van het schoolpact. Het gevolg hiervan was dat door de verschillende onderwijsnetten en op alle niveaus nieuwe onderwijsinstellingen werden opgericht. Zo steeg het aantal instellingen voor technisch ingenieur van 32 in 1958 tot 53 in 1968. Uiteraard steeg het aantal gediplomeerde technisch ingenieurs. In de periode 1957-1965 waren er in België jaarlijks gemiddeld 1178 terwijl het aantal vacatures slechts 900 was. Inrichtende machtenAantal Nederlandstalige scholenAantal Franstalige scholen1958 -19681958 - 1968RIJK9-105-8PROVINCIES 0- 26-7GEMEENTEN2-31-1VRIJ4-155-7TOTALEN15-3017-23 Wetsontwerp 616, 12 maart 1970, p.2. Geraadpleegd 18 april 2020 Onderwaardering van de bevoegdheid. De onderwaardering werd aangetoond door het KB van 11 augustus 1966 over het statuut van het rijkspersoneel. Onder niveau 1 werden de diploma’s van het hoger onderwijs vermeld zoals licentiaat in de handelswetenschappen en handelsingenieur uitgereikt volgens de wet van 11 september 1933. Op niveau 2 kwamen de diploma’s en getuigschriften van het middelbaar onderwijs, van architect en ook de einddiploma’s van studies in een hogere technische school, ... Waarbij werd voorbijgegaan aan het feit dat ook het diploma van Technisch ingenieur werd uitgereikt volgens de wet van 11 september 1933. Verkeerde terminologie. De gebruikte benaming van “niet-universitair hoger onderwijs” voor de studies was aanleiding tot verwarring op internationaal vlak. Aan de Franstalige kant was er ook nog het probleem van de benaming “ingénieur technicien”. Dikwijls, en vooral in het buitenland, werd meer aandacht geschonken aan het adjectief “technicien” waardoor ze eerder bij de techniekers werden geklasseerd dan als ingenieur. De Franstaligen drongen dan ook sterk aan op het invoeren van een nieuwe benaming om aldus mistoestanden te voorkomen.
Op Europees vlak De Europese Economische Gemeenschap. De ontwerprichtlijnen van de E.E.G. betreffende het vestigingsrecht voor technici voorzagen slechts twee niveaus in de technische opleiding. Het hoogste niveau vereist minimaal vier studiejaren aan een universitaire instelling (universiteiten en instellingen voor hoger onderwijs van hetzelfde niveau als een universiteit). In deze categorie horen dus de Belgische burgerlijk ingenieurs thuis evenals de Duitse Ingenieurs, de Diplom-Ingenieurs van de Technische Hochschule, de Franse "Grandes écoles en Grand établissement en de Nederlandse Technische hogeschool.