De Katholieke Landelijke jeugd (KLJ) is een katholieke jeugd- en jongerenbeweging in Vlaanderen en de Duitstalige Gemeenschap van België. KLJ verenigt ongeveer 22.000 kinderen en jongeren in ruim 260 dorpen in Vlaanderen. KLJ richt zich op iedereen van 6 tot 35 jaar, waarbij in de eerste plaats een ontspannen activiteit geboden wordt in eigen dorp.
Missie en Visie
Missie Als jeugd- en jongerenbeweging streeft KLJ naar een leuke, kwaliteitsvolle werking voor iedereen van 6 tot 35 jaar. We doen dit in een landelijke omgeving, vanuit een dorpsgevoel en een eigentijdse christelijke inspiratie. Samenkomen en samen spelen in groep zorgt ervoor dat KLJ’ers sterker worden als persoon en als groep. Door onze werking willen we ook een meerwaarde betekenen voor de hele maatschappij.
Visie
KLJ ondersteunt elke afdeling in haar eigenheid. Toch vinden we een gemengde werking, in aparte leeftijdsgroepen, met aangepaste activiteiten de ideale manier van werken. We stimuleren onze afdelingen dan ook hierin. KLJ streeft naar een leuke, kwaliteitsvolle werking op verschillende niveaus. We bieden daarom vorming en ondersteuning aan voor bestuursleden, afdelingen en vrijwilligers. De KLJ-structuur en haar netwerk zorgen hierbij voor een extra houvast. KLJ’ers voelen zich verbonden door het dorpsgevoel. Het maakt niet uit of je op het platteland of in een verstedelijkt gebied woont, we zijn verbonden door onze omgeving en haar landelijke karakter. KLJ vindt christelijke waarden belangrijk. Vriendschap, solidariteit, vergeving, respect… zijn waarden waar we op een bewuste en eigentijdse manier voor gaan. KLJ weet dat er geen kant-en-klaar handboek voor een optimale werking bestaat. Wel reiken we voorbeeldwerkvormen aan, zoals spel en ontspanning, het innemen van maatschappelijke standpunten, een sporten cultuurwerking. Hierbij laten we ruimte voor vernieuwing, creativiteit en verandering.
Kortom: KLJ begint in jezelf, leeft verder in het dorpsgevoel en is voelbaar ver daarbuiten…
De werking van KLJ KLJ is, samen met Chirojeugd Vlaanderen, Scouts en Gidsen Vlaanderen en KSA, een van de 4 grote jeugdbewegingen in Vlaanderen. KLJ onderscheidt zich in deze groep door haar uitgesproken focus op het platteland en de actieve ondersteuning van werkingen voor +16-jarigen. Door in te zetten op kleine gemeenschappen werkt KLJ aan een dorpsgevoel en een grote lokale verankering. KLJ zet in op een grote nabijheid van ondersteunende beroepskrachten en vrijwilligers, en op onderlinge uitwisseling tussen de verschillende afdelingen.
De werking met +16-jarigen is uniek in het jeugdbewegingslandschap. Zo is zo’n 60% van de KLJ-leden ouder dan 16 jaar.
De KLJ-sportwerking is een onderdeel van de werking die KLJ uniek maakt. Waar andere jeugdbewegingen in de zomer, naast de kampen, weinig tot geen actieve werkingen hebben, schakelt KLJ een versnelling hoger. De sportwerking van KLJ is uniek in Vlaanderen en brengt een hele zomer lang wekelijks duizenden jongeren op de been.
KLJ trekt de kaart van de plattelandsjongeren. De organisatie wil alle kinderen en jongeren vertegenwoordigen die in de kleine dorpen en gemeenten van Vlaanderen wonen, ze een leuk vrijetijdsaanbod aanbieden en hun stem versterken op beleidsniveau. KLJ neemt een vertegenwoordigende rol op in jongerenthema’s met de focus op het platteland. De zusterorganisatie Groene Kring neemt de plattelandsthema’s op met de focus op jongeren voor haar rekening.
Kledij van KLJ Al decennialang dragen KLJ'ers een sjaaltje dat gebaseerd is op een grote boerenzakdoek. Het KLJ-sjaaltje is rood met daarop tien witte lijnen en het logo van KLJ.
Naast het sjaaltje is er geen ander verplicht uniform.
Ledencijfers JaarLedenBestuursledenAfdelingenTotaal2007-200818.3823.31128521.6932008-200918.5223.29328521.8152009-201018.3663.24628121.6122010-201117.8283.25327821.0812011-201217.2123.54427520.7562012-201317.3513.51927820.8702013-201418.2053.40527521.6102014-201518.0703.46827121.5382015-201618.1823.66126221.8432016-201718.3753.69326022.0502017-201818.3023.94925822.251
De sporten van KLJ De 5 KLJ-sporten KLJ heeft naast haar werking als jeugdbeweging, ook nog een uitgebreide sportwerking. Zo organiseren lokale KLJ-afdelingen in de zomermaanden sportfeesten. Tijdens die sportfeesten nemen KLJ-afdelingen het tegen elkaar op in vijf verschillende sporten.
Touwtrekken Piramidebouwen Dansen Wimpelen Vendelen
Ongeveer de helft van alle KLJ-afdelingen doet mee aan de sportwerking.
Landjuweel thumb|right|Landjuweel 2017 - piramiden bouwen Sinds 1965 organiseert KLJ om de twee jaar een Landjuweel. Ooit begon het evenement als een nationaal sportfeest, maar ondertussen is het uitgegroeid tot het meest prestigieuze sportfeest van KLJ. Naast de sportwedstrijden wordt er ook telkens een animatiedorp op poten gezet. +Organisatoren LandjuweelEditieJaarOrganiserende KLJ-afdelingEditieJaarOrganiserende KLJ-afdeling11965KLJ Bocholt171997KLJ Zaffelare21967KLJ Hoogstraten181999KLJ Zoersel31969KLJ Melsele192001KLJ Ingelmunster41971KLJ Tongerlo202003KLJ Nationaal (in Werchter)51973KLJ Asse212005KLJ Hamont61975KLJ Kolmont Overrepen222007KLJ Beveren71977KLJ Beveren-Waas232009KLJ Wiekevorst81979KLJ Pulderbos242011KLJ Waregem91981KLJ Moorslede252013KLJ Merchtem101983KLJ Sint-Martens-Lennik262015KLJ Linkhout111985KLJ Kaulille272017KLJ Lovendegem121987KLJ Kluizen282019KLJ Reet131989KLJ Merksplas292021KLJ Wiekevorst141991KLJ Hooglede302023KLJ Lichtervelde151993KLJ Keerbergen312025KLJ Merchtem161995KLJ Herent-Neerpelt
Geschiedenis Het verhaal van KLJ begon toen de Boeren- en Boerinnenbond in 1927 een jongerenafdeling oprichtten onder de naam ‘Boerenjeugdbond’ (BJB). De BJB-groepen focusten zich op jongeren vanaf 16 jaar, want dat was de leeftijd waarop de meesten de school verlieten en gingen werken. Aanvankelijk hield de BJB zich bezig met de nascholing en vorming van de jonge carrièrestarters. Dankzij studiedagen, beurzen en proefvelden konden jonge landbouwers met kennis van zaken starten aan de overname of oprichting van hun bedrijf. Vanaf de Tweede Wereldoorlog besteedde BJB ook steeds meer aandacht aan ontspanning en cultuur. Sindsdien had BJB de totale ontplooiing van land- en tuinbouwjongeren tot doel.
In de jaren nadien veranderde het platteland sterk op maatschappelijk vlak. Niet alle plattelandsjongeren die zich aansloten bij de BJB kwamen nog uit de land- of tuinbouwsector. Om die reden verruimde BJB zijn doelgroep en werking, en veranderde het in 1965 van naam: de ‘Boerenjeugdbond’ werd ‘Katholieke Landelijke Jeugd’ (KLJ). Deze socio-culturele jongerenbeweging richtte zich tot alle jongeren van het platteland, maar KLJ gaf ook aandacht aan vorming voor jonge boeren en boerinnen.
Al snel, in 1966, ontstond de naam ‘Groene Kring’, de KLJ-deelwerking die zich focust op de professionele ontwikkeling van jonge land- en tuinbouwers. In 1971 werd er een eerste Groene Kringgewest opgestart.
Binnen KLJ & Groene Kring vzw is KLJ dus de beweging die zich richt op alle kinderen en jongeren op het platteland, waar Groene Kring zich in hoofdzaak richt op jonge land- en tuinbouwers. KLJ is vandaag de vierde grootste jeugdbeweging in Vlaanderen en de grootste in Oost-België, Groene Kring is in Vlaanderen en Oost-België de grootste vereniging voor land- en tuinbouwjongeren.
Ontstaan en groei van de BJB (1924-1940)
Het ontstaan van de jongerenwerking binnen de Belgische Boerenbond en de Boerinnenbond De studie-, zang- en toneelafdelingen
De Katholieke Landelijke Jeugd maakt deel uit van de wijdvertakte organisatiestructuur van de Belgische Boerenbond en groeide historisch vanuit de werking voor de volwassen boeren en boerinnen. Reeds vóór de Eerste Wereldoorlog rijpte de idee om de boerenzonen actiever in de werking van de boerengilden te betrekken. In de in 1911 gestichte Boerinnenbond konden de boerendochters vanaf 12-14 jaar deelnemen van bij de aanvang, zij het niet als afzonderlijke groep.
De aandacht voor de jongeren uitte zich in de eerste plaats in de werking ten voordele van het landbouwonderwijs en landbouwhuishoudonderwijs. Het succes van de naschoolse cursussen bij de jongeren leidde in 1922 tot de oprichting van studieafdelingen waarin de jonge boeren en boerinnen voor het eerst een eigen organisatieverbond kregen, zij het strikt binnen het kader van de (volwassen) gilden. De studieafdelingen hadden een dubbel doel: enerzijds de jongeren die vooruit wilden meer ontwikkeling bij te brengen; anderzijds de vorming van bekwame, toekomstige bestuursleden voor de volwassengilden. Naast de studieafdelingen werden de zang- en toneelafdelingen door de nationale leiding van de Boerinnenbond erkend als het domein van de jongere leden en vormden als dusdanig ook een van de voorlopers van de latere jeugdafdelingen. De leden van deze groepjes zorgden voor de ontspanning bij de gildenvergaderingen. Specifiek voor de aandacht van de Boerinnenbond voor het jonge meisje als toekomstige vrouw was nog sinds 1911 gepropageerde Werk ter bescherming der jonge meisjes. Dit stelde zich tot doel de afvloeiing van boerenmeisjes naar de stad tegen te gaan door voordrachten te geven over “het gezond, gelukkig buitenleven”, door artikels in de Boerin te publiceren over de “deugden van het landbouwleven” en de “vernietigende stad”.Onder dak, pag. 179.
Naar meer aangepaste organisatievormen Aanvankelijk groeide de jeugdwerking binnen Boerenbond niet in de eerste plaats uit de aandacht voor de jongere als jongere maar als toekomstige volwassene en dus als toekomstig lid van de boer(inn)engilden.
Het grote succes echter van de studie-, zang- en toneelafdelingen en de massale participatie van de jongeren in de werking van Boerenbond (de jonge boeren vormden de meerderheid van de deelnemers op de eerste studiedagen van Boerenbond, in januari 1922) en de Boerinnenbond deden bij de nationale verantwoordelijken de gedachte groeien om de jongeren een eigen organisatievorm te bezorgen. Tijdens de zitting van 24 november 1924 belastte de Hoofdraad van Boerenbond. kanunnik Luytgaerens met de organisatie van de mannelijke boerenjeugd. Kanunnik Luytgaerens ging hier onmiddellijk toe over. Op Boerenbond-studiedagen te Leuven in december 1924 kon reeds een afzonderlijke vergadering belegd worden voor de studieafdelingen en de jeugdorganisatie. In augustus 1925 werd E.H. Engelen vrijgesteld als verantwoordelijke voor de boerenjeugd. In oktober 1925 verschenen de Grondregels van de plaatselijke afdeling in Onze Gids, het maandelijks blad voor de bestuursleden van de plaatselijke gilden.
Binnen de Boerinnenbond stak de speciale werking voor boerendochters in 1926 van wal, onder impuls van hoofdopzienster Jeanne Cardijn, hierin aangemoedigd door haar neef E.H. Jozef Cardijn, en Maria Goetschalckx, opzienster voor de provincie Antwerpen.
De stichtingsvergadering van de eerste boerinnenjeugdafdeling te Onze-Lieve-Vrouw-Waver (Antwerpen, 31 januari 1927) betekende de definitieve start van de BJB In de loop van datzelfde jaar kregen ook de afdelingen voor jonge boeren gestalte. Als basis voor de samenstelling van de jeugdafdelingen gold de zogenaamde ledenlijst “B”, de lijsten van zonen en dochters van de leden van de boer(inn)engilden.
Impulsen vanuit de Katholieke Actie (K.A.) De encycliek ubi Areano Dei (1922), waarin paus Pius XI opriep tot bevordering van de Katholieke Actie, het lekenapostolaat onder het gezag van de kerkelijke hiërarchie, vond veel weerklank binnen het georganiseerde, katholieke jeugdwerk.
Reeds in 1919 was in Wallonië de Association Catholique de la Jeunesse Belge (A.C.J.B.) opgericht door de proosten A. Brohée en L. Picard. De A.C.J.B. moest aanvankelijk een zuiver kerkelijke-godsdienstige organisatie worden, parochiaal georganiseerd. Alle jeugdorganisaties die niet strikt aan deze omschrijving voldeden, werden uitgesloten. De feitelijke sociale gelaagdheid van de jeugd werd hierbij over het hoofd gezien.