Rudolf Franz Ferdinand Höss (Duits: Höß; Baden-Baden, 25 november 1901 – Auschwitz, 16 april 1947) was van mei 1940 tot december 1943 en daarna van mei tot juli 1944, kampcommandant van het concentratiekamp Auschwitz.
Levensloop Tot aan Hitlers machtsovername Höss vocht als minderjarige in het Duitse leger in Turkije gedurende de Eerste Wereldoorlog. In 1919 sloot hij zich aan bij het Freikorps Roßbach en in november 1922 werd hij lid van de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) onder leiding van Hitler.Hermann Weiß, Personenlexikon 1933 – 1945 (heruitgave), 1998/2002, pag. 229 In 1923 werd Höss veroordeeld wegens de wraakmoord op de eveneens extreemrechtse leraar Walter Kadow, die hij ervan verdacht de saboteur Albert Leo Schlageter te hebben verraden. Samen met Martin Bormann en nog twee anderen sloeg hij Kadow dood. Höss kreeg daarvoor tien jaar dwangarbeid, maar werd na vijf jaar vrijgelaten. In 1928 werd Höss eveneens lid van de extreem-nationalistische Artamanen-vereniging, die streefde naar annexatie van de Duitse gebieden in Polen.
Tweede Wereldoorlog thumb|Höss (rechts) in Auschwitz, samen met de toenmalige kampcommandant Richard Baer (links) en kamparts Josef Mengele (1944) In juni 1934 sloot Höss zich op advies van SS-leider Heinrich Himmler aan bij de SS-Totenkopfverbände. Van 1934 tot 1938 was hij werkzaam in concentratiekamp Dachau; van 1938 tot 1 mei 1940 was hij adjudant in concentratiekamp Sachsenhausen; in mei 1940 werd hij ten slotte kampcommandant van het concentratiekamp Auschwitz. Hij hielp in 1941 mee met het opzetten van een kamp bij Birkenau, dat naast Auschwitz lag en daarom ook wel Auschwitz II of Auschwitz-Birkenau werd genoemd. Vanaf de zomer van 1941 werd Auschwitz-Birkenau gebruikt als kamp voor de Endlösung der Judenfrage, dat wil zeggen voor de uitroeiing van het Joodse volk. Höss maakte van het kamp een 'modelvernietigingskamp' waar op grote schaal gebruik werd gemaakt van het gifgas Zyklon B. Höss leidde het kamp Auschwitz tot december 1943 toen hij, naar aanleiding van een onderzoek naar corruptie in het kamp, werd weggepromoveerd naar Pohls SS-hoofdbureau voor economische en administratieve zaken in Berlijn. Höss nam tijdens zijn periode als kampcommandant geen deel aan de beruchte selecties. Hij werd als kampcommandant opgevolgd door Arthur Liebehenschel. In 1944 keerde Höss voor enkele maanden (mei-juli) terug naar Auschwitz om daar de massamoord op de Hongaarse Joden ("Aktion Höss") te leiden.
Na de oorlog thumb|Rudolf Höss vlak voordat hij wordt opgehangen Na de oorlog wist Höss aanvankelijk te ontkomen. Hij deed zich voor als matroos en werd door de geallieerden vrijgelaten. Daarna ging hij aan de slag als boerenknecht onder de naam Franz Lang. In maart 1946 konden de geallieerden Höss arresteren. Zij hadden zijn vrouw gevangengenomen die hen onder druk naar haar man leidde. Höss getuigde tijdens de processen van Neurenberg, dat in zijn periode in Auschwitz ongeveer 2,5 miljoen mensen waren vergast en minstens 500.000 mensen waren overleden aan ondervoeding en ziekte.https://historiek.net/proces-van-neurenberg-tribunaal-nazi-oorlogsmisdadigers/180006/ Hij schreef na uitlevering aan Polen ook zijn memoires.Rudolf Höss: Commandant in Auschwitz. Elsevier 1980 Op het verzoek van overlevenden van Auschwitz werd Höss op 2 april 1947 ter dood veroordeeld door het Hoogste Gerechtshof in Warschau. Twee weken later, op 16 april, werd hij in het kamp Auschwitz opgehangen aan een speciaal voor dit doel opgerichte galg. Mensen die bij het proces van Höss aanwezig waren, memoreerden later dat Höss zeer zakelijk was en geen enkele emotie of berouw toonde.
Nakomelingen Höss had samen met zijn vrouw Hedwig Hensel vijf kinderen, t.w. Klaus Höss (6 februari 1930), Heidetraut Höss (9 april 1932), Ingebirgitt Höss (18 augustus 1933), Hans- Jürgen Höss (1 mei 1936) en Annegret Höss (7 november 1943). Zijn jongste dochter, Annegret Höss, werd geboren in de Höss-villa naast het concentratiekamp vlak voordat Höss vertrok naar Berlijn. Höss’ oudste zoon, Klaus, is na de oorlog verhuisd naar Australië, waar hij is getrouwd en in de jaren '80 is gestorven. Zijn jongste twee dochters zijn naar de Verenigde Staten verhuisd. Höss' tweede dochter Ingebirgitt is meerdere keren geïnterviewd over haar leven in Auschwitz. In de zomer van 2024 kwam er een documentaire uit genaamd 'The Commandant's Shadow'', waar Hans-Jürgen Höss samen met zijn zoon Kai Höss en dochter van holocaust overlevende Anita Lasker-Wallfisch een bezoek brengt aan Auschwitz. De geïnterviewde nakomelingen van Höss hebben allebei erg veel moeite met het bevatten van de oorlogsmisdaden van hun vader, die ze beschrijven als de liefste vader ooit. Ze vertellen allebei niks mee te hebben gekregen van de horrorverhalen die zich echt afspeelden in Auschwitz. De andere zoon van Hans-Jürgen, Rainer Höss, spreekt zich veel uit tegen extreemrechtse bewegingen en heeft werk verzet voor Holocaustonderwijs en verzoeningswerk. Hij is meermaals vervolgd voor onder andere het frauduleus profiteren van zijn familiegeschiedenis.
Militaire rangen SS-Anwärter: 20 september 1933 SS-Mann: 1 april 1934 SS-Sturmmann: 20 april 1934 SS-Unterscharführer: 28 november 1934 SS-Scharführer: 1 april 1935 SS-Oberscharführer: 1 juli 1935 SS-Hauptscharführer: 1 maart 1936 SS-Untersturmführer: 13 september 1936Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP van 01.12.1936. p.224. Geraadpleegd op 11 november 2020. SS-Obersturmführer: 11 september 1938 SS-Hauptsturmführer: 9 november 1938 SS-Sturmbannführer: 30 januari 1941 SS-Obersturmbannführer: 18 juli 1942Dienstaltersliste der Schutzstaffel der NSDAP van 01.10.1942. p.2-3. Gezien op 24 dec. 2015.
Lidmaatschapsnummer NSDAP-nr.: 3240 SS-nr.: 193 616
Decoraties IJzeren Kruis 1914, 1e Klasse en 2e klasse Kruis voor Oorlogsverdienste, 1e Klasse (20 april 1941) en 2e Klasse met Zwaarden Gewondeninsigne 1918 in zwart, zilver IJzeren Halve Maan op 6 oktober 1917Tixier 2019, p.SS OSTUBAF HÖSS. Ehrendegen des Reichsführers-SS Landesorden Militaire Karl-Friedrich-Verdienstorde Erekruis voor Frontstrijders in de Wereldoorlog in 1934
Literaire verwerking In de roman Sophie's Choice uit 1979 van William Styron speelt Rudolf Höss een belangrijke rol. In Harry Turtledove's Southern Victory serie is het personage Jefferson Pinkard gebaseerd op Rudolf Höss.
Het boek De Commandant (2011) van de Zwitserse schrijver Jürg Amann is gebaseerd op aantekeningen die Höss in afwachting van zijn doodvonnis maakte. Hierin vertelde hij zijn verhaal koel, zonder enige wroeging en zonder aantoonbaar inzicht in de reikwijdte van zijn handelen. Amann bewerkte het materiaal tot een monoloog.
Films en Documentaires:
In de documentaire: De Schaduw van de Commandant op HBO max
Samen met een overlevende van Auschwitz confronteert de zoon van concentratiekampcommandant Rudolf Höss voor het eerst de erfenis van zijn vader
Zie ook Irma Grese Josef Kramer Aus einem deutschen Leben La mort est mon métier
Categorie:Kamppersoneel in Auschwitz Categorie:Duits persoon in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Geëxecuteerd NSDAP-lid Categorie:SS-lid Categorie:Kamppersoneel in Dachau Categorie:Kamppersoneel in Sachsenhausen Categorie:Holocaustpleger Categorie:Duits krijgsgevangene